donderdag 20 november 2014

Dag Huis

Dag huis aan het kanaal waar ik geboren ben, je staat er nog steeds. Qua omvang aan de buitenkant zie je er nog hetzelfde uit met dat puntdakje, een klein raam aan de voorkant en de deur opzij. Binnen zal je zijn aangepast aan de eisen des tijds.
Ik heb vage herinneringen aan je of zijn het de verhalen die ik over je heb gehoord?

Dag huis in de nieuwe straat waar ik mijn prille jeugd doorbracht. Jij werd gebouwd tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. De straat bestond uit blokken met zeven woningen op een rij. Jij was nummer 7 en de laatste in de rij van het blok aan het begin van de straat.
De kamer was ingericht met moderne rotan stoeltjes en een ronde eettafel met vier stoelen in windsor stijl. De stoelen hadden een opengewerkt motief tussen de spijlen van de rugleuning, ze bleken oersterk. Je had een, voor die tijd, luxe granieten lavet met alleen koud stromend water. ’s Winters stond op vrijdagavond de zinken teil voor de wekelijkse badbeurt in de kamer voor de zwarte kachel.
Ik zat op jouw trap te huilen toen ik er één dag lagere school had opzitten.
Mijn moeder dacht dat ik weer eens protesteerde tegen het feit dat ik eerder naar bed moest dan mijn vier jaar oudere broer. Dit keer was er iets anders. Ik was bang dat ik niet zou overgaan, zo zwaar was me die eerste dag gevallen.
Je kunt niet meer vertellen over het bed waarin ik, geveld door geelzucht, als een prinses op de erwt voor het grote raam in de kamer lag. Ik sleet mijn dagen met een stapel Donald Ducks, Gouden Boekjes en mijn poppen. De kinderen uit de buurt kwamen voor het raam gedag zeggen. Ik genoot van alle aandacht.
Je bent verdwenen, jij en je soortgenoten voldeden niet meer. Je hele straat werd afgebroken en nu staan er weer nieuwe huizen op een rij, allemaal van alle gemakken voorzien.

Dag alleenstaand huis met je erker en het balkonnetje daarboven. Je grote zolderkamer waar ik visnetten ophing en als het koud was met sokken aan en kruik naar bed ging.
Je was eigendom van mijn oom en wij mochten er tegen een lage huurprijs in wonen. Dat was aardig van hem want mijn moeder moest van een klein loontje haar twee kinderen zien groot te brengen. In jou beleefde ik mijn puberteit.
De rotanstoeltjes stonden in jouw voorkamer waar we weinig kwamen omdat twee kolenkachels stoken veel te duur was. Daarbij haalde je aan die rotstoeltjes je nylonkousen open. In de achterkamer was het knus met de diepe fauteuils die we geërfd hadden.
Ze stonden bij de oude kachel die was mee verhuisd.  
Bij jou verschenen, als het vroor, de bloemen op de ramen en moesten we ’s avonds de waterleiding afsluiten om de volgende dag gewassen naar school te kunnen. De gasbel in Slochteren moest nog worden aangeboord, met  de gashaarden die toen kwamen waren we eindelijk verlost van het sjouwen met kolen en het ’s morgens opporren van het smeulende vuurtje.   
Aan de eettafel speelden we menig partijtje scrabble waarbij ik vaak aan de verliezende hand was. Op jouw stoep kreeg ik de eerste zoen van mijn eerste vriendje en zat ik te wachten tot ik werd binnengelaten, want de achterdeur zat al op slot. Ik had me niet aan het tijdstip van thuiskomen gehouden
Jouw uiterlijk herken ik nauwelijks nog. Toen mijn oudste neef wilde trouwen moest mijn moeder, die inmiddels samen met jou het rijk alleen had, het veld ruimen. Neef brak je van binnen bijna tot de grond toe af en ook je buitenkant werd grondig onder handen genomen.
Ik ben nooit naar je binnenste gaan kijken, ik vond neef toch al niet zo aardig en dat hij de oorzaak was van moeders gedwongen verhuizing, nam ik hem niet in dank af. Moeder dacht er anders over en achteraf begrijp ik het wel. Je was te groot en veel te bewerkelijk voor een vrouw alleen. Met hulp van haar broer kreeg moeder een ander huis toegewezen. Dat kon hij makkelijk regelen want hij was bestuurslid van een woningbouwvereniging. In het belang van zijn zoon moest iemand anders op de wachtlijst wijken.

Ach, warme comfortabele tussenwoning aan het plantsoen, met uitzicht op een vijver en een prachtige treurwilg. Een tuintje voor en achter, wat was moeder tevreden met je.
Eenmaal ingericht met het vertrouwde meubilair, gelukkig zonder de rotanstoeltjes, was het ook in jou goed toeven.
Ik woonde er wel niet, maar kwam graag een paar dagen ‘thuis’ als ik vrij was van mijn werk.
De oude eettafel bood zicht op een wild achtertuintje waar moeder de varens, de akelei en de digitalis rustig hun gang liet gaan. Ik verloor nog altijd de meeste potjes scrabble die we tot diep in de nacht speelden.
Aan jouw uiterlijk is niets veranderd de afgelopen jaren, helaas kreeg je een andere bewoner.

Schrijfcursus opdracht: beschrijf een voorval uit je leven en laat daarbij een huis, waar je hebt gewoond, een rol spelen. Ik koos voor bovenstaande opzet.

dinsdag 18 november 2014

Tegenstelling

Ja-Nee
foto ferrara

Verbinding verbroken

Alweer een week geleden dat ik voor het laatst een berichtje plaatste. De tijd gaat snel, helemaal als de router het ook nog eens begeeft. Pal voor het weekend natuurlijk.
Eerst denk je nog, geen ramp, er is meer in dit leven dan internet, bloggen en reageren. 
Het is weekend, een verjaardag te vieren, bezoek over de vloer, kortom druk genoeg met andere zaken 
Maar zo werkt het toch niet, want tussen de bedrijven door is het raar om niet even de mail te checken en niet te kunnen reageren bij medebloggers. Mijn wekelijkse bijdrage aan de tegenstelling kan ik niet kwijt, terwijl dat een vast maandagritueel is. Ik had het nooit verwacht, maar ik voel me afgesloten van een wereld waar ik onderdeel van ben geworden.
Ik sta aan de rand van de zandbak en kan niet meespelen. Vanmiddag wordt de nieuwe router afgeleverd en brengt echtgenoot de internetwereld weer op gang. Alles werkt als vanouds. 
Aan de slag!

dinsdag 11 november 2014

Sint Maarten



Op
elf november
zak onaangeroerd snoepgoed
Sint Maarten is niet
meer

Tegenstelling

Woest-Kalm
in de buurt van Neustrelitz-Duitsland
foto ferrara

maandag 10 november 2014

Miet en Griet 22

Fatale afloop

Twan zet zijn verdrietige vrachtje af aan de voet van de vuurtoren. Hij wacht tot Miet in het zandkuiltje is verdwenen. Voor nu houdt zijn bemoeienis even op, de zusters moeten eerst maar met elkaar in het reine komen, hij zal morgen wel kijken hoe het ze vergaat. Twan zoekt zich een overnachtingsplekje op de boulevard. Terug naar de stad om Luigi de oren te wassen is geen optie, stel je voor dat de Italiaan spijt krijgt van zijn daden en het vuurtje bij Miet aanwakkert. Hij zou het niet op zijn geweten willen hebben. Nee, beter de situatie maar te laten zoals hij is. Komt tijd, komt raad.

In de zandkuil schuift Miet omzichtig naar haar zuster, die zwijgzaam aan tafel zit.
‘Kan ik het goedmaken, Griet? Ik wil niet dat deze affaire tussen ons in blijft staan. Ik zal tijd nodig hebben om de teleurstelling te verwerken, maar ik geloof wel dat jullie gelijk hebben, het kan nooit iets worden tussen Luigi en mij. Ik moet daar zelf achterkomen, zo werken die dingen nou eenmaal.’

‘Miet, ik begrijp niet dat jij je hoofd zo op hol laat brengen, waar zit je verstand? Als het nou een aardige vent was geweest die het goed met je meende, had ik me er misschien wel bij kunnen neerleggen, maar zo ruw hij je omver stootte en geen poot naar je uitstak, echt het was niet om aan te zien.’

‘Zout in de wonden, Griet daar help je me niet mee. Ik snap best dat je me niet meteen vergeeft, maar oprakelen heeft geen zin. Ik ga naar bed, morgen praten we verder. Ik ben doodmoe van alle emoties.’

Ondertussen speelt zich in de stad een ander drama af. Fred Ekster heeft het gehavende vlooiencircus op zijn rug gehesen en de drie artiesten hebben zich een plekje tussen zijn nekveren gezocht.  Door het gewicht van het circus moet hij een lange aanloop nemen om op te stijgen. Waarom Fred het betonnen rustbankje op het plein niet zag, zal eeuwig een raadsel blijven. Hij vliegt zich te pletter op de rugleuning en stort, inclusief zijn vracht, met een gebroken nek ter aarde. Ook zijn passagiers overleven de botsing niet.
Chiel, één van Twans maten, ziet het ongeluk gebeuren. Hij is er ook getuige van dat de heren van de gemeentereiniging kort daarna het voormalige kermisgebied tot in alle hoeken schoonspuiten. Fred wordt opgeveegd en verdwijnt zonder enig respect in hun vuilniswagentje. Geen laatste applaus, slechts een roemloos einde van het Achterhoekse vlooiencircus.
‘Ik ga maar vast naar De Vlaming’, mompelt Chiel. ‘Als Twan komt kan hij rechtsomkeert naar Egmond, iemand moet die dames daar vertellen wat er is gebeurd. Twan heeft zijn vlerken mooi vol aan dat stel.’

dinsdag 4 november 2014

Schaalvergroting

schaalvergroting leidt
niet altijd tot succesvol
ondernemerschap