vrijdag 18 april 2014

Tegenstelling

Afhankelijk-Onafhankelijk
foto ferrara

maandag 14 april 2014

Miet en Griet sluiten vriendschap (3)

 Als de zusters Zandvlo in IJmuiden, nog namokkend van boord gaan, lopen ze Twan Zeemeeuw tegen het lijf. Ze kennen hem oppervlakkig van de boulevard in Egmond.
Hij stroopt de hele kust af om aan de kost te komen en ook landinwaarts is hij vaste gast. Twan is een schreeuwlelijk en voor de duvel niet bang, maar er klopt een groot sociaal hart in deze vogel. ‘Wat kijken jullie narrig. Was het festival niet naar de zin? Ik heb me er kostelijk vermaakt en het eten was prima.’
Griet vertelt van haar act op het rouletteballetje en hoe dat afliep. Twan’s krijsende lach schalt over de pier. ‘Spring op’, zegt hij. ‘Ik vlieg jullie naar huis, of ik nou hier wat rondscharrel of in Egmond, het is mij om het even. Ik vlieg achter de duinen langs, kunnen jullie genieten van de bollenvelden en bijkomen van het avontuur. Het is een zee van kleuren tussen Castricum en Egmond.’ 
 ‘En geuren’, zegt Griet. ‘Ik krijg hoofdpijn van hyacintenlucht.’
‘Zeur niet, Griet, we krijgen een lift naar huis. Het scheelt minstens twee dagen reizen.
Je knijpt boven de hyacinten maar even je neus dicht.’

Tijdens de vlucht scheert Twan over de bollenvelden en waarschuwt Griet als hij een hyacintenveld in het vizier krijgt. Van een eventuele vlooienmigraine wil hij de schuld niet krijgen en het lijkt hem voor Miet ook geen pretje. Die heeft zo al de pootjes vol aan haar zuster.
Vanaf hun plekje tussen de veren zien Miet en Griet van alles onder zich voorbij trekken.
Ze wijzen op een rood ovaal gebouw.
’Dat is het voetbalstadion. Voor een meeuw gevaarlijk grondgebied. Tijdens de wedstrijden ben je er niet welkom en als je daarna probeert de grasmat met je poten om te woelen ben je je leven niet veilig. Mijn neef Jonat is er vleugellam geraakt. Een vogel die niet kan vliegen is ten dode opgeschreven.  We brachten hem naar dat andere grote gebouw, wat je vanaf hier ook kunt zien. Het is de vuilververbrandingsoven van Alkmaar. Het Mekka voor meeuwen, daar is het een komen en gaan van vuilniswagens en dus is er voldoende voedsel voor mij en mijn kornuiten. Jonat heeft daar een vaste stek en redt zich prima. Ik kan jullie wel eens meenemen op excursie.’
Miet ziet meteen mogelijkheden voor een langere vlucht, naar de Achterhoek bijvoorbeeld, en hapt toe.
Griet lijkt het maar een gore bende en sputtert tegen, de lucht daar is vervuild en niet goed voor je longen.
‘Longen? Hebben wij die dan?’ vraagt Miet. ‘Waar moeten we die laten in onze kleine lijven.
Jij hebt altijd wat te zaniken en vergalt een hoop plezier. Ga lekker onder de vlonder van Jan de Kwaker zijn strandhuis zitten kniezen. Ik ga met Twan op pad als hij dat vraagt.’
 ‘Meiden, ik ben een lawaaipapegaai met een grote bek, maar heb een hekel aan ruzie, denk er eens over. Misschien moeten we beginnen met een bezoek aan de kaasmarkt.
Dat is rustiger en heeft wat meer standing. Moet je mij nou eens horen. Een meeuw die over standing praat. Kul natuurlijk want ik hang daar rond om ordinair te foerageren, dat gedoe met die berries, de malle loop van de kaasdragers en het luiden van de bel zal mij een zorg zijn.
Ik kom daar om bij De Flamand een patatje te scoren en bij de Mac haal ik een blaadje sla.
Met een beetje mazzel laat een toerist een stroopwafel vallen en zie daar, Twan’s driegangenmenu is compleet. Om je vliezen bij af te likken. Tot september elke vrijdag prijs.’

 ‘Breng ons nou eerst maar naar huis’, zegt Griet. ‘Ik moet bijkomen van alle gebeurtenissen. Varen, rondjes draaien op de roulettetafel en een vliegreis, het is voor mijn zwakke gestel genoeg geweest.’
Miet haalt gelaten haar schouders op. Ze kent haar plek. Voorlopig maar even gas terugnemen, maar niet voor lang.
‘Kom donderdag even langs,’ fluistert ze Twan in zijn oor. ‘Eind van de week is ze wel weer voor een uitje te porren.’

vrijdag 11 april 2014

Tegenstelling

Gevaarlijk-Veilig
Wacht u voor de hond
mozaïek in Limieul Frankrijk
foto ferrara

dinsdag 8 april 2014

Miet en Griet enteren een cruisechip (2)

Terwijl het zandvlooienfestival in volle gang is en Miet op de beat van de Vlooienband uit haar dak gaat, laat Griet in de beautykraam haar schildje poetsen. Het is duidelijk dat de organisatoren van het dit feest goed hebben rondgekeken op het strand van Almere tijdens de Libellezomerweek. Er is voor elk wat wils.
Na de behandeling vlijt Griet zich in een kussen van een comfortabele loungebank.
Ze heeft uitzicht over de Noordzee.
Op de rede ligt een cruiseschip te wachten op de loods om naar binnen te varen.
Griet mijmert weg, een tripje op zo’n loveboat staat al jaren op haar verlanglijstje.
Miet die uitgedanst is, zakt moe maar voldaan naast haar neer. Griet merkt het niet.
Als Miet haar waas voor ogen ziet, weet ze hoe de vlag erbij hangt. Griet droomt van een cruise. Voorzichtig schudt Miet aan haar zus die verdwaasd naar haar opkijkt.
‘Wakker worden, Griet, als we snel zijn kunnen we in de broek van de loods meevaren naar dat schip. Wat denk je is een trip door het Noordzeekanaal naar Amsterdam ver genoeg om je honger naar een cruise te stillen?’
Griet bedenkt zich geen moment, springt op en is al op weg naar de loodsboot.
Het gaat Miet helemaal naar de zin, want dit uitstapje gaat ervoor zorgen dat zij deze zomer naar de Zwarte Cross in de Achterhoek kan. Voor wat, hoort wat. Griet houdt niet van dat wilde gedoe, vorig jaar heeft ze het feest nog kunnen tegenhouden, maar dit jaar gaat haar dat niet lukken.

De gezusters worden probleemloos aan boord van de Bella Vista geloodst. Ze gaan meteen naar het casino en bekijken de mensheid, dat hier keurig gekleed, probeert zijn verdiende geld kwijt te raken.
Griet, bescheiden en meestal op de achtergrond, raakt zo enthousiast dat ze op het rollende balletje springt en als een volleerde kermisklant draait ze gillend rondjes. Ze komt op nummer 33 zwart tot stilstand, waar haar glimmend gepoetste schild het licht van de kroonluchter weerkaartst. Ze hoort een gil en iemand roept; ‘Gadverdamme een vlo, croupier veeg dat beest van tafel.’
Griet weet net op tijd weg te springen en eindigt op haar rug in het hoogpolig tapijt.
Miet heeft het van een afstandje zien gebeuren en is woedend. Ze trekt haar zuster aan de voorpootjes overeind en scheldt haar en passant de huid vol. ‘Ben jij helemaal gek geworden, als een idioot rondjes draaien op de roulettetafel, dat is vragen om ontdekt te worden. Het is bij jou altijd alles of niets. Ze denken nu vast dat er een vlooienplaag aan boord is, die lui weten niet dat wij maar met z’n tweeën zijn. De kapitein krijgt bij voorbaat al jeuk als hij aan de krantenkoppen denkt. ”Vlooienplaag op cruiseschip”  Die stuurt de jongens van Rentokil met hun verdelgende middelen op ons af. Dat gaat ons geheid de kop kosten, we sterven een benauwde dood. Wegwezen hier. Je hebt je maidentrip mooi naar de filistijnen geholpen. We zoeken een vrachtschip en gaan terug naar de kust.’
Miet heeft zwaar de pest in. Griet doet het zwijgen toe.

De Achterhoek is verder weg dan ooit. 

zaterdag 5 april 2014

Een voorbeeld van vroeger

Violet is jong, kleedt zich volgens de laatste Zalando-mode, kijkt met open blik de wereld in  en weet wat ze wil. Vast een leuke buurvrouw. Ze heeft het huis naast het onze gekocht en laat de boel verbouwen voor ze haar intrek neemt. Vooral het uitbouwen van de badkamer is voor haar van groot belang. Een en ander moet waarschijnlijk low-budget, want de ene bouwvakker na de andere verschijnt en verdwijnt weer. 
Met andere woorden er is geen hoofdaannemer die de bouw regelt en aanstuurt.
Ieder komt voor zijn eigen onderdeel en dan blijkt algauw dat de een niet verder kan omdat de ander nog niet klaar is. Daarbij hebben deze kleine zelfstandigen nog andere opdrachten en ligt de bouw soms dagen stil of wordt er ’s avonds nog even een leiding getrokken.
Het kan ook gebeuren dat er ’s morgens om half-acht wordt geboord of gesloopt en dat om
half-tien de desbetreffende klusser voor de rest van de dag vertrekt.
Wij zijn dan inmiddels ons bed uitgetrild en hebben die dag tijd over.
Uit ervaring weten we dat de uitbreiding van de badkamer een lastig karwei is.
Slopen gaat sneller dan opbouwen en dan hadden wij nog een aannemer die alles regelde en een vaste toezichthouder had aangesteld. Onze vertrouwensman en aanspreekpunt gedurende de hele verbouwing. Het kostte een paar centen, maar dan heb je ook wat.
Ik mag wel zeggen een voorbeeld van vroeger, zo’n ouderwetse timmerman, van voor het tijdperk der ZZP-ers. Een vakman met overzicht. Dat laatste lijkt hiernaast toch een beetje te ontbreken.
Violet wil een ligbad en dat heeft ze al besteld. Volgende week wordt het bezorgd.
Ze kan het maar beter laten opslaan, want een lekker warm bad zie ik haar voorlopig nog niet nemen.

donderdag 3 april 2014

Tegenstelling

Vet-Mager
foto ferrara

Miet en Griet (1)

Twee zandvlooien, Miet en Griet wonen tijdelijk in een zandkasteel op het strand van Egmond aan Zee. Terwijl de zon het wateroppervlak raakt zitten Miet en Griet op hun balkon.
Griet leest het Egmonder Sufferdje waar nooit iets lezenswaardig in valt te zien en Miet mijmert over het jaarlijkse zandvlooienfestival in IJmuiden. Vorig jaar hadden ze daar groot succes met hun kwallenmoes op een bedje van zeegras. Dit jaar moet er iets komen wat die lekkernij kan evenaren.
‘Wat ik nu toch lees’ zegt Griet. ‘Weet je nog dat maanden geleden een zeecontainer met zwarte korreltjes aanspoelde? Sjef Kokkel, de eigenaar van restaurant Zeeschuim, schrijft er een column over. Hij verzamelde een schoenendoos vol van dat spul en zaaide het uit in zijn moestuin.  Nu blijkt dat het zaad van een exotische vingerplant is.
Tante Wiertje, die aanvoerder is van Sjef’s keukenbrigade, bedacht er een recept voor.
Heel Egmond lepelt van de vingerplantsoep die je bij Sjef kunt afhalen.’
‘Huh, Egmond aan een exotisch gerecht? Dat mag een wonder heten, Griet.
Egmonders houden niet van aparte zaken, daarbij zijn het echte visliefhebbers. 
Die soep moet goed spul zijn. Wij zijn hiermee uit het vraagstuk voor het festival in IJmuiden.
We versieren bij Sjef een pan vingerplantsoep en paaien daarmee alle festivalgangers.
Onze aanwezigheid daar, kan niet meer stuk.’

Griet, met haar kleinkorrelig denkraam, ziet meteen bezwaren.
“Hoe denk jij een pan met soep in IJmuiden te krijgen? Ik ga daar in geen geval mee zeulen. Kwal op een bedje van zeegras laat zich over water makkelijk vervoeren, maar soep van een vingerplant en ook nog eens in een pan, gaat over deinend zeewater niet lukken. Die is zuur geklotst voor we aankomen.”
“Griet, doe toch niet zo moeilijk, jij ziet werkelijk overal lijken drijven. We jutten een houtvlot en wat touw, sjorren het smaakvolle geheel goed vast en varen naar IJmuiden.”

Tevreden met zichzelf en het goede idee gaan Miet en Griet ter kooi in hun zandkasteel.
’s Morgens ontwaken ze, een eind afgedreven, op het basalt van de borstwering bij Petten.
Geen skyline van windmolens, maar de kerncentrale en zijn koeltoren is hun uitzicht deze ochtend. IJmuiden met zijn rokende schoorstenen lijkt ineens heel ver weg.
Zoals gewoonlijk springt Griet in haar stressmodus, maar Miet ziet al snel een oplossing voorbij komen. Fred van der Haast een marathonloper op trainingsronde biedt ze ongemerkt een lift.
Ze springen op zijn veters en nog dezelfde dag zijn ze weer in Egmond aan Zee, waar ze een aantal dagen hun best moeten doen om een pan soep en vervoer te organiseren.
Op het strand is voldoende hout te vinden, want de Egmonders zijn bezig hun strandhuisjes op te bouwen. Als Jan de Kwaker zijn pan soep in het zand zet om een lang kletspraatje met de Jutter te maken, heeft hij het nakijken en moet hij zijn broodje paling droog eten.
Ondertussen peddelen Miet en Griet met aanlandige wind hun Gammapallet naar IJmuiden.

Een week later staat in het Egmonder Sufferdje het wonderbaarlijke nieuws dat Sjef Kokkel zijn soep, zelfs onder de meest extreme visliefhebbers in IJmuiden, een groot succes is.
Van zandvlooien moet je het hebben.

Een schrijfuitdaging waarbij o.a. de woorden vingerplant, tante, schoenendoos moesten voorkomen. Overige regels zoals het weglaten van sommige woorden heb ik aan mijn laars gelapt.