donderdag 18 september 2014

Markus en het balletje

Schrijfveer: Dier te water
Dit verhaal heeft in 2012 al op mijn blog gestaan.
Toen als schrijfveer met de titel Drama.
Dit is een herschreven versie.


Onze nicht Floor heeft een hondje, een hypernerveuze dwergpincher met de naam Markus.
Als hij niet vrij rondloopt, is zijn verblijf een houten theekist waar hij met venijnige kraaloogjes tussen de planken door gluurt.
Mijn broer, nicht en ik, kunnen mijn tante niet méér op de kast krijgen door een vals gezang aan te heffen. Markus kan daar absoluut niet tegen en joelt ons en haar luidruchtig de oren van het hoofd.

Op een dag besluiten we met zijn drieën Markus, naast zijn zangkwaliteiten, de beginselen van het apporteren bij te brengen. Floor heeft daarvoor een oude kaatsbal geofferd. Ze gooit het balletje met een ferme zwaai van zich af en Markus rent er enthousiast achter aan. Voor wij er erg in hebben stuitert de bal het kanaal in, juist op de splitsing waar twee kanalen samenkomen. Domme Markus springt er achteraan en komt tot de ontdekking dat hij geen grond meer onder de pootjes heeft. Voor het hondje strekt zich een enorme plas uit. Markus zwemt zich een slag in de rondte en raakt al keffend totaal van streek. Zijn bazin ook. Staand op de walkant jammert Floor het halve dorp bij elkaar.
De publieke belangstelling langs het kanaal neemt snel toe. Geruchten over hondsdolheid doen meteen de ronde. Wij weten wel beter, maar durven door de opwinding en het vele publiek, niet te zeggen hoe Markus te water is geraakt.
Aan de overkant staat een buurtbewoner het drama aan te zien. Een oom van ons staat naast hem met een jutezak in zijn handen. Na spannende minuten, die uren lijken te duren, bereikt dappere Markus met het schuim op zijn bek de overkant.
De buurman stapt pardoes te water, grijpt het hondje in zijn nekvel en deponeert hem met een grote zwaai in de zak. Oom voert Markus af naar de dierenarts. De toeschouwers gaan uiteen en wij vergezellen ons nichtje, dat nog steeds luidkeels jammert, naar huis.

Daar biechten we op hoe de duik van Markus tot stand is gekomen en dat het met die hondsdolheid dus wel zal meevallen. Het heeft geen zin. Tante is razend en veegt ons flink de kast uit. ‘Stelletje klungels, er is met jullie altijd wat te zeuren. Wie bedenkt zoiets stoms, zeker weer een streek van jou Hans, zo’n klein hondje aan de kanaalkant laten spelen, was de stoep niet breed genoeg?’
Floor is zo van de kaart dat ze niet in staat is om ons te verdedigen, laat staan dat ze haar rol in het gebeuren kan vertellen. Ze kijkt wel uit dat ze haar woedende moeder tegenspreekt.
Uiteindelijk wordt Markus, nabibberend van de zwempartij, thuis afgeleverd. Nichtje blij, wij blij.
Hoewel … om ons schuldgevoel aan te wakkeren doet oom ook nog een verwijtende duit in het zakje.
Stel je voor dat Markus was verdronken en onze nicht zonder hondje verder had moeten leven, hoe hadden we gedacht dat goed te maken? We kijken schuldbewust naar Floor die is uitgejammerd en met Markus op schoot zit. Zijn kraaloogjes kijken venijnig van onder een handdoek de keuken in.
Zij zwijgt in alle talen en laat ons voor het gebeuren opdraaien. Dat ze niet te hulp schiet, zit mijn broer en mij niet lekker. Tussen haar en ons is dat een lange tijd blijven zweven.
En Markus? Markus heeft nooit leren apporteren.

woensdag 17 september 2014

Miet en Griet (15)

Prinsjesdag

Miet en Griet hebben op aanraden van Twan in Madurodam overnacht. Ze hebben daar kunnen bekijken hoe het er op het Binnenhof echt uitziet.
De zusters zijn vandaag op tijd vertrokken. Twan vliegt de route die de Gouden Koets zal volgen en hij belooft dat hij op de terugweg boven de koets zal vliegen, zodat ze goed kunnen zien wie er allemaal meerijden en marcheren, want de rijtour gaat gepaard met veel militair vertoon.
Twan dumpt zijn vrachtje op de rode loper voor de ridderzaal en de zandvlooien nemen binnen hun plaatsen in. Als de hooggeplaatste gasten verschijnen, zien ze meteen dat de wraakactie een makkie gaat worden.

’En wij maar denken dat al die lui in jacquet moeten verschijnen, Nou blijkbaar is dat protocol aangepast, want veel kamerleden zijn in kostuum, wel van goede snit. Maatpakken zullen we maar zeggen. Wij kunnen ons slachtoffer eenvoudig de maat nemen en hoeven niet langs een vest te wurmen. Via de stropdas zo de kraag in, gif afzetten en als hij onrustig begint te worden horen we de troonrede vanaf zijn revers aan. Zie je dat, de Minister van Buitenlandse Zaken heeft een knalblauwe stropdas om, steekt lekker af bij al die andere grijze muizen. Minister Blah,Blah, kijkt niet vrolijk, die ligt behoorlijk onder vuur van een aantal oudgedienden. Hij gaat het nog lastig krijgen de komende weken.’

‘Griet, vergeet je niet waarvoor we hier zijn, je lijkt wel een verslaggever van RTL-Boulevard, nog even en je doet verslag van de hoedjes die hier te zien zijn. Ha, daar is ons kamerlid, kijk uit dat ie niet bovenop je gaat zitten. Spring op zijn broek, als hij eenmaal zit klimmen we naar boven. Vanuit zijn overhemd kunnen we de boel mooi overzien. Zo dat gaat vlot, zit je goed? Ik stel voor dat we bij de eerste woorden van de Koning het klusje klaren. Zodra de VVD-er jeuk krijgt en ons in de verdrukking dreigt te helpen, wegwezen naar de buitenkant van zijn pak.’

‘Leden der Staten Generaal’ …
‘Nu’, sist Miet. De zusters spuiten hun giftige goedje in de nek van Twan zijn belager en het duurt niet lang voor zijn wijsvinger aan binnenkant van zijn kraag verschijnt.
Het VVD kamerlid beleeft een benauwd uurtje, hij kan geen kant op met zijn jeuk en hij heeft geen idee waar dat zo plotseling vandaan komt.  Hij zal blij zijn als hij op zijn kamer kan kijken wat er aan de hand is. Helaas zal de man nooit weten dat het zandvlooien waren en niet het label in zijn nieuwe overhemd.
Miet en Griet vergapen zich ondertussen aan de Koningin die voor haar doen nogal stijfjes op de troon zit. Nou ja, straks mag ze weer breed lachen en uitbundig zwaaien.
Jammer dat Twan dit niet kan meemaken. Tenslotte is het allemaal met hem begonnen.

‘Leve de Koning, Hoera, Hoera, Hoera.’ Buiten horen ze een meeuw luid schateren.
Voor Miet en Griet is het tijd zich uit de voeten te maken. De commissie van in-en uitgeleide heeft geen idee van de ongenode gasten.
Twan zit op het dakje boven de rode loper op de zusters te wachten. Als de Koning en Koningin het vaandel groeten pikt hij de zussen op en vliegt met ze naar het Mauritshuis. 
Betere plek is er niet om de begeleiding van de Gouden Koets te beginnen.
Missie geslaagd!

foto internet

dinsdag 16 september 2014

Tegenstelling

Vierkant-Rond
Leerdam
foto ferrara

vrijdag 12 september 2014

Weeffoutje

‘Hè, hè, ik ben klaar. Even uithangen. Wat een klus. Vooral de draden die voor bevestiging van mijn behuizing moeten zorgen zijn lastig aan te brengen. De punten liggen ver uit elkaar.
Maar ik ben dik tevreden, ik kan naar alle kanten uitkijken, zelfs in de keuken achter me.
Daar gebeurt overdag niet veel, vandaag staat er een flinke afwas op het aanrecht die nog gedaan moet worden. Nou ja, is mijn zaak niet. Oeps mijn huis trilt hevig. Er staat een flinke wind, ik waai bijna van mijn plekje. Misschien doe ik er verstandig aan wat extra draden te spannen, want als de boel loslaat, heb ik meer werk. Tussen een paar rolbakken en de waslijn is plaats genoeg voor meer bedrading en die lijn naar de vensterbank kan ook nog versteviging gebruiken. Nee, de wind zal op mijn web geen vat krijgen. Hup, nog een eindje zakken aan die draad uit mijn achterlijf, beetje wiegen en plakken met dat uiteinde.
Kobus voor al uw weefdraden, daar kunnen de collega’s om me heen nog wat van leren.
De buurman heeft zijn basisdraden vastgemaakt aan de restanten in een bloembak, niet zo slim, want die hebben hun langste tijd gehad.
Wat staat dat vrouwmens achter het keukenraam nou te gluren en nee te schudden.
Ze beweegt haar mond, maar ik versta geen mensentaal. Waar bemoeit ze zich mee, laat ze haar eigen bonen doppen, te beginnen bij die afwas. Ze gaat aardappelen schillen, daar raakt het aanrecht niet leger van. Wat doet ze nu, ze komt naar buiten. Hé, mens kijk uit wat je doet. Laat dat, afblijven, niet aan die groene bak komen, dat is mijn domein. Krijg nou wat, mijn hele vangnet hangt uit het lood, alle moeite voor niets geweest. Kan ik opnieuw beginnen.
Mevrouw wordt bedankt!’

WE- 300 zie http://platoonline.wordpress.com/
thema renoveren in het stuk van 300 woorden mag het woord renoveren niet worden gebruikt.

dinsdag 9 september 2014

Miet en Griet (14)

Miet en Griet verhuizen

‘Heb je al bedacht op welke plek je wilt overwinteren, Griet?
Jan de Kwaker is bijna klaar met het afbreken van zijn strandhuisje. We kunnen meegaan naar de winteropslag, maar dan komen we ergens buiten het dorp in een afgedankte bollenschuur te recht en daar voel ik persoonlijk niets voor. Als het aan mij ligt blijven we in de buurt van de centrale strandopgang, daar valt doorgaans meer te beleven. Weer of geen weer er zit altijd wel een stel Egmonders op het bankje te ouwenelen en zo blijven we op de hoogte van alle wel en wee in het dorp.
Ik stel voor dat we een kuiltje aan de voet van de vuurtoren zoeken, zitten we hoger dan de boulevard en uit de wind. Zelfs de najaarsstormen zijn daar goed te verduren.
Vorig jaar is het ons aan de boulevard in de buurt van die verwarmde, overdekte terrassen toch niet zo goed bevallen. Weet je nog hoe we bijna zijn opgeveegd door een overijverige schoonmaker, nadat het duinzand hoog tegen de drempel was opgewaaid.
Voor Twan is het ook prettiger ons daar te bezoeken, het is er zo natuurlijk dat zelfs een meeuw niet opvalt.’

‘Je hebt het duidelijk alweer uitgedokterd en dit keer vind ik het prima. 
We overwinteren aan de voet van de Jan van Speijk. Morgen verkassen, dan zijn we op de plek als Twan op zijn woensdagvlucht Egmond aandoet. Trouwens wordt het niet tijd na te denken over die trip naar Den Haag. We hebben nog een week om ons voor te bereiden, we moeten woensdag met Twan overleggen hoe hij die wraakactie denkt te realiseren.
Brengt hij ons naar Den Haag of reizen we met het kamerlid mee, dat laatste wordt dan nog een hele puzzel. Gaat die man met de trein? Heeft hij het jacquet dan al aan? Mij lijkt dat geen dracht om in te reizen. Ik denk dat we beter een dag eerder in Den Haag kunnen arriveren om ons te oriënteren in de ridderzaal. Ik wil weten in welk vak we moeten zijn. 
Stel je voor dat we de verkeerde te grazen nemen. Hoewel, ik zou Minister Bla, Bla van Justitie en Veiligheid, die doet alsof heel Nederland nog op de kleuterschool zit, gerust een week jeuk willen bezorgen, samen met zijn assistent staatsecretaris. En dat vriendelijke vrouwtje achter haar antieke rollator, zou ook een toontje lager mogen zingen.’

‘Griet zo ken ik je niet, je blijft wel in je rol van valse zandvlo, straks ga je het hele kabinet nog te lijf.
Als je maar van die aardige man van Buitenlandse Zaken afblijft, die heeft deze zomer zwaar en knap werk verzet. Petje af.
We zouden naar Den Haag om Twan zijn vijand een lesje te leren, laten we het daar nou maar bij laten.’

‘Ja, en jij lijkt erg mild geworden nadat je die wietplantage niet kon doorzetten.
Oeps er valt zand in mijn ogen. Jan de Kwaker begint te breken aan de vlonder, ons kuiltje staat op instorten. Kom Miet, we vertrekken vandaag nog.
Op naar de winterresidence Jan van Speijk.’

Tegenstelling

Gevaarlijk-Veilig
foto ferrara

zaterdag 6 september 2014

Op en Rond de Deur

Haakt aan bij de week van het schrijven 6 t/m 14 septemer
Thema: Schrijven is lezen
klik voor het blog op het deurklinkje rechts op de pagina