vrijdag 17 juni 2016

Een vreemde muizikant

Op trektocht door Zweden belanden meneer F. en ik in Mariestad. De stad ligt aan het Vänermeer en staat die dag bol van rock en roll. Oldtimers rijden af en aan. Elvis look a likes, vrouwen met petticoats onder hun jurken, grote zonnebrillen op de neus. Het trekt allemaal voorbij. Het lijkt of we in Peyton Place lopen. Elk moment verwacht ik dokter Rossi tegen het lijf te lopen, maar die look a like blijkt niet van stal gehaald.
We gaan op zoek naar rustiger vertier en sluiten de deur van de Dom van Mariestad achter ons. In een weldadige rust bekijken we het
interieur, hier geen schetterende muziek en opzichtige kleding.
De preekstoel die uit hout is gesneden en in blauwe kleuren en goud is uitgevoerd trekt samen met het orgel de meeste aandacht. Het orgel werd in 1860 gebouwd en het pijpmateriaal en de orgelkas zijn nog aanwezig. In 2011 werd het instrument gerenoveerd en gemoderniseerd. Over registers, klavieren en pedalen zal ik niet uitweiden want ik heb van orgels absoluut geen verstand, dat geldt overigens voor elk muziekinstrument. Ik kan geen noot lezen, laat staan dat ik een instrument bespeel. Neemt niet weg dat ik wel graag naar muziek luister. 

Stiekem hoop ik dat de organist van deze Dom nog even moet oefenen voor de dienst van zondag, zodat we zittend in een kerkbank van zijn muziek kunnen genieten. 
Helaas blijft het stil in de kerk tot we in een bepaalde hoek een zacht orgelspel horen. 
We begrijpen er niets van want op het grote orgel na, is er in de kerk geen instrument te vinden. En dan zien we hem zitten hoog in een vensterbank, een grijze muis achter een piepklein orgel. Vol overgave bespeelt hij zijn instrumentje. De foto is het bewijs.


Zweden-Mariestad
foto ferrara

WE-300 Schrijf een fictief stuk in 300 woorden over het woord musiceren zonder het woord te gebruiken. Voor meer info: https://platoonline.wordpress.com/

woensdag 8 juni 2016

Tegenstelling

Half-Heel
Koninklijk Paleis Stockholm
wisseling van de wacht
foto ferrara

maandag 30 mei 2016

Het weefgetouw

Tijdens een fietstocht over het pelgrimspad in een bos hoog boven het Vänermeer in Zweden, vinden we tussen de bomen een weefgetouw van takken en paktouw.
Mijn fantasie slaat gelijk op hol. In de reisgids heb ik over trollen, reuzen en elfjes gelezen. Wie van deze wezens heeft de hand gehad in dit natuurlijke bouwwerkje en wat wordt erop geweven? Wie weet is het gemaakt door Huldra, de prachtige jonge vrouw die mannen diep het bos inlokt en als ze verdwalen, draait zij zich om en is alleen nog een holle boom zichtbaar. Heeft Huldra de verdwaalde mannen soms verstopt onder dekens die ze zelf heeft geweven?
Rond het weefgetouw is het een en al boom en aangezien je op dit pad niet kunt verdwalen, maak ik me over een eventuele holle boom en meneer F. geen zorgen.

Een eindje verder schemert een dak door de bladeren. We rijden een pad op en stuiten op een verlaten woning met een terras waar tafels en banken staan. 
Aan de deur hangt een A-viertje en met enige moeite (onze kennis van de Zweedse taal is zeer matig) komen we tot de conclusie dat er in dit prachtige gelegen pandje, met uitzicht over het meer, op gezette tijden groepstrainingen worden gegeven. 
Mijn romantische fantasie rond het weefgetouw krijgt een gevoelige dreun. Waarschijnlijk is het door een aantal trainingsdeelnemers tijdens een opdracht in elkaar geknutseld.
Op de weg terug maak ik een foto van het knap gemaakte werkstuk en hoop stiekem een trol of een elfje op de afdruk terug te zien. Of nog mooier, Huldra misschien.

foto ferrara

dinsdag 17 mei 2016

Tegenstelling

Kort-Lang
Catwalk in het Rijksmuseum Amsterdam
vormgegeven door fotograaf Erwin Olaf
foto ferrara

zondag 15 mei 2016

Een prachtige wisselwerking

Hoe hebben jullie de wisselwerking tussen de voortdurend veranderende lichtshow en de optredende artiesten tijdens het Eurovisiesongfestival ervaren? 
Ik ben geen fan van het festijn, maar je bent toch nieuwsgierig hoe de ambassadeur voor Nederland, want zo werd Douwe betiteld door Cornald Maas, het eraf brengt.
Behalve dat het technisch gezien waarschijnlijk een hoogstand was vond ik het een hoogst storend element. 
Ik heb geen ADHD, ben niet hypergevoelig en lijd niet aan epilepsie, maar toch werd ik er onrustig van. Vooral voor de laatste categorie leek het me niet helemaal zonder gevaar, de lichtflitsgevoelige epilepticus liep grote kans op een insult.
Gelukkig zat Douwe Bob op een vroeg tijdstip in het spektakel en na zijn Slow Down, besloot ik zijn raad op te volgen en haakte af.
Douwe, hoe toepasselijk, was de rust zelve in het drukke gedoe. Waarschijnlijk had hij een betere plek verdiend want de nieuwe vorm van stemmen geeft te denken.
Ach, wat kan het mij schelen, zoals ik al zei. Ik ben geen fan. Zolang dit opgeklopte gedoe zo flitsend wordt opgediend zal er van prachtige wisselwerking tussen het songfestival en ondergetekende al helemaal geen sprake zijn. 
Slow Down, zou ik zeggen.

woensdag 11 mei 2016

Snelle verlichting

Wat kan het brein van de mens een raar loopje met je nemen.
Snelle verlichting is de schrijfveer van vandaag, wat zou daarmee worden bedoeld?
Werkelijk alle soorten verlichting zijn de revue gepasseerd.
Van kaars en olielamp tot de verstralers op vrachtwagens, verlichting voor de snelle vrachtwagenchauffeur.
Ik denk aan de felle lampjes in de schoenen van de hardlopers die meeliepen in de
cityrun by night. Dat was verlichting die voorbij kwam stormen. Ik kon het bijna niet afzien.
Voor de knipperende kerstverlichting in alle mogelijke kleuren zou ik het liefst mijn ogen sluiten. Aan dergelijke onrustige verlichting kan ik maar niet wennen.
Met het lampje in de E-reader ben ik dikke maatjes, zo donker kan het niet zijn, ik lees.
Vermoedelijk vraagt de schrijfveer een andere uitleg. Ik pieker me suf en steek mijn licht nog maar eens op. Zou het een zaklamp zijn om in het donker snel de weg te vinden?
Of het lichtje in de wekker zodat ik altijd bij de tijd ben.
Misschien de zonsopgang, die snelle verlichting aan de donkere nacht geeft.
En de buitenlamp met bewegingsmelder is een snelle jongen, bij het minste of geringste beweginkje springt ie aan. Maar wat ik ook bedenk, het gevoel blijft knagen dat er een andere verklaring voor deze schrijfveer moet zijn. Ik krijg er hoofdpijn van en dan gaat me opeens een licht op. Ik zoek snelle verlichting voor mijn geteisterde schedelinhoud en neem een paracetamol. Soms ben ik geen groot licht.

dinsdag 10 mei 2016

Bellen in een telefooncel

Herinnert u zich nog de vakanties in het buitenland waarin je, ter geruststelling van het thuisfront, muntjes spaarde voor de plaatselijke telefooncel.
Persoonlijk vond ik het altijd een heel gedoe om mijn moeder te laten weten dat alles naar wens verliep. Zij had enorm de neiging om mij meteen alle wel en wee van haar dorp te vertellen en voor die berichtgeving had ik meestal niet voldoende muntgeld in voorraad.
Ik begon dan ook met te zeggen dat we het gesprek kort moesten houden, maar dat kostte haar de nodige moeite, gewend als ze was onder normale omstandigheden eindeloos met mij aan de kletsdraad te hangen.
Van mobiele telefoons hadden we toen nog helemaal geen weet. Je luisterde dagelijks via de Wereldomroep naar de oproepen van de ANWB-centrale en als dat niet lukte kocht je af en toe De Telegraaf om te zien of je dringend naar huis moest reizen.
De komst van de telefoonkaarten was een sprong voorwaarts, dat scheelde een hoop gedoe om aan kleingeld te komen.
Tegenwoordig is bereikbaarheid een stuk eenvoudiger en heeft zo zijn voordelen als er ziek en zeer dreigt en je maar beter huiswaarts kunt keren.
Wij hebben daarover afspraken met het thuisfront. Er wordt alleen gebeld of een sms gestuurd als het strikt noodzakelijk is. Het laatste is voor velen alweer een antieke handeling.
Onze kinderen vinden het maar kneuterig dat we niet aan het whatsapp-infuus hangen. Meneer F. en ik kunnen heel goed zonder. Je zult ons niet bij de WIFI-hotspot vinden om te skypen of te bellen. Wij zitten daar om buienradar te raadplegen en de krant te downloaden. Tegenwoordig hoor je van alle kanten privé-informatie op je afkomen die je helemaal niet wilt weten. De kakofonie aan geluid op die plek doet mij nog wel eens verlangen naar de rij voor de telefooncel op een dorpsplein. Daar stond je reiservaringen uit te wisselen tot je aan de beurt was. Binnen de cel had je nog enige privacy. Buiten kregen ze alleen jouw helft van het gesprek mee.
Natuurlijk wil ik niet terug naar het sparen van muntgeld of de aanschaf van een telefoonkaart en natuurlijk wil ik niet terug naar de cel op het dorpsplein, maar een beetje bescheidenheid bij de WIFI-hotspot zou sommige vakantiegangers sieren.


Vorig jaar schreef ik een blog over de WIFI-hotspot