dinsdag 17 april 2012

Groei

“Wat is er met jou aan de hand?” vraagt de uitbundig bloeiende Forsythia aan de Ligusterheg.
“Mijn groei stagneert, na de vorstaanval van februari, ben ik weer geheel bij af en moet opnieuw beginnen met knoppen maken. Dat kost veel energie, dus dit jaar zal ik wel een mager jaar beleven.”
“Dat komt goed uit, want dan krijg ik mooi de kans vanuit de buurtuin onder jou door te woekeren”, mengt Zevenblad zich in het gesprek.
“Dat kon nog wel eens tegenvallen, want de vrouw kan er nu wel makkelijk bij om jou te lijf te gaan zodra je verse groene blaadjes verschijnen. Het schijnt dat jouw wortels daar op den duur niet tegen kunnen.”
“Ha, dat zullen we nog zien. Ik heb, wat woekeren betreft, een reputatie op te houden.”
“Hé daar”, roept de Morel. “Als je maar aan die kant van de tuin blijft. Ik begin na de renovatie van de border juist weer zin in mijn bestaan te krijgen. Een nieuwe plek, verse grond en mest en man want snoeide die hovenier lekker. Net wat ik nodig had.”
“Ja, heerlijk, ik heb ook genoten van het snoeimes, kijk hoe ik groei. Het is lang geleden dat ik er zo kwiek uitzag”. zegt de Muurhortensia.
“Joehoe”, roept de Braam vanachter uit de tuin. “Hebben jullie wel gezien dat ik nieuwe blaadjes krijg, ondanks het feit dat ik dagen zonder grond heb gezeten en in een bak met water stond. Ik ben zo blij dat ik weer op mijn vertrouwde plekje sta. Ik ga dit jaar extra mijn best doen om de bramen te laten groeien.”
“Tjonge”, zegt Helleborus. “Wat zijn die oudgedienden trots op zichzelf. Die vergeten dat ik hier als nieuweling wel voor de eerste bloei heb gezorgd toen de winter voorbij was. Niks last van vorstaanval.
Voor mij zit het er bijna op. Ik ga een rustige zomer tegemoet, jullie doen je best maar.”
“Ik zou willen dat het warmer wordt, voor mij is zo’n kil voorjaar dodelijk”, piept het iele Anemoontje.
“Daarbij moet ik nog wennen aan deze tuin. Naast die knalgele soortgenoot die elke dag meer uitgroeit kom ik niet echt tot mijn recht. Jullie roemen die hovenier, maar ik vind dat hij mij wel een chiquer plaatsje had kunnen geven.”
“Nou zeg, jij durft, ben ik niet chique genoeg om naast te staan. Oppassen wat je zegt want voor je het weet groei ik jou in de verdrukking.”
“Is het nu klaar met dat gehakketak’, zegt de Roos. “We staan hier om de boel op te vrolijken en voor mij duurt het nog wel even voor ik mijn pracht kan tonen. Zo hebben ze dat gewild, die tuinbezitters. Elk jaargetijde groei en bloei. En dan moeten de bakken nog gevuld worden. Het wachten is op IJsheiligen. Voor die tijd kunnen die eenjarige tutplantjes niet naar buiten. Nee, dan zijn wij met z’n allen toch van een sterker geslacht. Wij staan de komende jaren nog wel in deze tuin dus sluit nou maar vrede met elkaar, daar groei je van.”

7 opmerkingen:

  1. Vrede sluiten als basis voor groei...ik had het daar juist over in mijn blogwerkje van vandaag...De Forsythia staat bij mij achter en terwijl die bij ( of zij?) in de voortuintjes van de buren op t zuiden wel bloeiden deed die van mij niks op 3 bloempjes na. voor t eerst in meer dan 20 jaar geen bloei voor t eerst ook zo hard gevroren... De ligusterheggen echter doen het fantastisch ! want die hadden de laatste jaren last van spinnennesten en na de vorst is daar niets van over.
    Dat er onderlinge contacten tussen planten zijn geloof ik zeker!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. hij is leuk! vooral dat "gehakketak" en die eenjarige tutplantjes.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Wat een ontzettend leuk stukje. Ik heb nu meteen een beetje beeld bij jouw tuin.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. ooooh, wat een prachtverhaaltje. wij maar klagen over al dat tuinonderhoud, en nu krijgen we eens de andere kant aan het woord! als je nu geen zin krijgt om in de tuin aan de slag te gaan... dan weet ik het ook niet!
    wat een fijn logje Ferrara!!!! groetjes, Hilde

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Al weer zo'n origineel stukje! Volgens mij zo je prachtige kinderverhalen kunnen schrijven!

    BeantwoordenVerwijderen