zaterdag 12 mei 2012

De Ander

De beide dames zitten in de hal van het verzorgingshuis en bekijken de wereld die aan hen voorbij trekt.
“Kijk”, zegt de een tegen de ander. “Die gaat ook steeds slechter lopen.” Ze wijst naar een medebewoonster die uit de lift komt.
“Ja”, zegt de ander. “Ze zou een rollator moeten aanvragen, maar daar is ze te trots voor.
Heb je de schoenen gezien, geen wonder dat het lopen zo beroerd gaat. Die hakken zijn toch veel te hoog voor een mens op die leeftijd. Ze zou beter degelijke veterschoenen kunnen dragen.”
Ze kijken de mevrouw in kwestie misprijzend na.

Opnieuw gaat de liftdeur open en een volgend slachtoffer komt in het blikveld van de dames.
“Die woont hier tijdelijk, ze is ziek geweest en kan nog niet goed voor zichzelf zorgen. Ik heb gehoord dat ze geestelijk niet meer helemaal goed is. Alle kans dat ze hier moet blijven wonen.”
“Nou dat zal nog tegenvallen, ik weet waar ze woont. Mooi huisje aan een van de grachten. Haar man was directeur van een meubelfabriek, geld zat. Maar ja daar heb je weinig aan als je in de war raakt.”

“Heb je gehoord dat Piet Vermeer is overleden. Degene die op zijn kamer komt te wonen heeft geluk.
Piet woonde op de vijfde verdieping op de hoek. Je hebt daar prachtig uitzicht over de straat.”
“Dat mag dan een mooie plek zijn, maar je zit wel overal ver vandaan. Voor je beneden bent met de lift, ben je bijna een halve dag verder. Zo ideaal is dat niet.”

“Ga jij morgen nog naar de servicedienst in de grote zaal? Ze komen de gehoortoestellen testen en schoonmaken.”
“Dan moet ik mijn dochter vragen of ze geld haalt. Ik heb niet voldoende pegels in de knip.”
“Het is gratis, tenminste als je toestel van “Beter Horen” komt.”
“Ik zou het niet weten, ik doe wel alsof het bij hun vandaan komt, zeg ik gewoon dat ik de papieren niet meer heb.”
Een poosje zwijgend, speuren ze de hal af of er nog meer commentaar valt te geven.

“Er is vanmiddag bingo, ga je daar naartoe?" “Denk het wel, ik wil wel weer eens wat winnen. En ook belangrijk, lekker een advocaatje met slagroom.”
“Ik hoop niet dat zij van Maatman de nummers opleest, die gaat zo snel. Ik kan dat niet meer bijhouden.”
“Kom dan bij mij zitten, ik help je wel. Ik kan nog met gemak twee plankjes overzien.”
“Kom we gaan naar de grote zaal, koffiedrinken. Horen we meteen wanneer Piet wordt begraven.”

7 opmerkingen:

  1. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Moeite om niet bang weg te kruipen bij het lezen. Een teken dat het goed geschreven is.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Oh, wat een schrikbeeld. Voor die tijd moet Klein Schrijflust klaar zijn!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ferrara heb je weer voor luistervink gespeeld? Jij hebt nog geen gehoortoestel nodig! En wat de inhoudt betreft: een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. De omgeving, waarin ik de dames heb gesitueerd bestaat, de roddels heb ik zelf bedacht, maar neem van mij aan dat ze dichtbij de waarheid zitten.

    BeantwoordenVerwijderen