donderdag 24 januari 2013

Ruzie

Razend was ze op de collega, die haar onheus had bejegend.
De woordenwisseling was hoog opgelopen en in het heetst van de strijd had ze zich op haar hielen omgedraaid en was in tranen de spoelkeuken ingevlucht.
Daar probeerde ze tot rust te komen en de situatie te overzien. Ze maakte meteen van de nood een deugd en begon de waskommen en po’s te soppen. Ze kon niet nalaten met de metalen bakken flink wat herrie te maken. Ze smeet ze met een smak op het aanrecht en rammelde extra hard met de podeksels. Iedereen buiten op de gang moest horen hoe boos ze was. En als iemand zou wagen de spoelkeuken te betreden kon hij een deksel naar zijn hoofd krijgen.  Ze kreeg het warm boven het hete sop en opende het raam dat op een binnentuintje uitkwam. Frisse lucht stroomde de keuken binnen en het leek haar wel te kalmeren. Haar woede nam af evenals het lawaai dat ze maakte.
Toen de spoelkeuken er blinkend uitzag en er echt niets meer viel schoon te maken besloot ze de afdeling weer op te gaan. Terwijl ze de deur wilde sluiten waaide deze uit haar handen en viel met een klap dicht. Ze kon nog net het rinkelende glas ontwijken en kwam met de schrik vrij.
Het volgende moment stond de hoofdzuster voor haar neus. “Meekomen nu.”
Als een lammetje liep ze mee naar het kantoor waar ze alle overredingskracht nodig had om uit te leggen dat de woede was gezakt en dat het dichtslaan van de deur daar geen deel van uitmaakte. 

4 opmerkingen:

  1. Oeps, dat was een lastig moment. Wel fijn dat je alle woede van je af kon zetten door schoon te maken.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. goed geschreven zeg hahaha als ik soms boos ben dan maak ik ook schoon hahahaha

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Mooi geschreven hoor. Helemaal invoelbaar.

    BeantwoordenVerwijderen