dinsdag 12 februari 2013

Geen vakantie

Dit verhaal heb ik ooit onder een andere titel bij Trouw geplaatst.
Het is herschreven omdat Hella dit gesprek graag “life” had beleefd en Sagita het geschikt vond voor een dialoog.

Op het terras van een bekend café in Amsterdam zitten twee heren die sterk doen denken aan de mopperaars op het balkon in de Muppetshow.
Ze praten over uiteenlopende onderwerpen.
En of je wilt of niet je kunt het gesprek letterlijk volgen.

“Kerel, de vakantieperiode is in aantocht, ik moet er niet aan denken. Vakantie vind ik heel erg want ik moet van alles en kan totaal niet ontspannen. Eerst opgepropt in het vliegtuig zitten en daarna ontdekken dat je huisje wel erg ver van het strand ligt. Dat betekent een eind lopen voor je in het zand ligt, waar je tussen de landgenoten bruin moet worden. Je weet Petty wil altijd naar een warm land de zon aanbidden en ’s avonds een beetje rondhangen op de boulevard.  Nee, laat mij maar thuis in mijn eigen tuin.”

“Nou dat is ook niet alles, want in mijn tuin zit je niet rustig als de buren ook thuis zijn. Vooral die puberzoon is een onopgevoede vlerk, tutoyeert iedereen. Mij dus ook. Het joch luistert totaal niet en weet het altijd beter. Vreselijke vent. De gracht gaat achteruit, iedereen woont er tegenwoordig.
Soms overweeg ik te verhuizen naar een appartement, ben ik meteen van tuinieren af, maar die onderkomens zijn schandalig duur en opgetrokken uit gipsplaat en waaibomenhout. Het geld groeit me niet op de rug, ik klaag niet hoor ik kan me prima redden, maar na die foutieve aangifte heb ik nog steeds gedonder met de fiscus. Beleggen is ook al niet aan de orde, die jongens van het onroerend goed zijn niet te vertrouwen. Alles is even dubieus.”

“Dat mag je wel zeggen, je weet hoe het mijn schoonzoon Boris is vergaan, heeft een smak geld verloren aan een project in Spanje. Weg geld, weg tweede huisje. Mijn dochter was des duivels, niet zo gek hoor want die is niet snel tevreden, je kunt in haar blijven investeren, maar ze blijft de feeks op de bezemsteel. Daarbij heeft ze een aangeboren schuldgevoel, wat heel lastig is want je moet voortdurend op je woorden letten. Voelt zich meteen aangevallen en met een wijntje op wordt ze nog agressief ook”.

“Hou op zeg, daar weet ik over mee te praten. Marije en Bea zijn ook van die types, giet er een paar glaasjes wijn in en je bent verzekerd van een hoop herrie. Troeft elkaar af met veel te dure aankopen want ze kunnen geen van beiden met geld omgaan. En niemand in hun omgeving deugt, die twee roddelen wat af, echt niet normaal. Nou ja Marije zorgt graag voor zieken dat kun je nog positief zien, hoewel ik denk dat ze andermans ellende zoekt om daar zielig over te kunnen doen.”

“Zeg Fred, gaan we of nemen we er nog een?”

“Ober, brengt u nog maar twee rode wijn.”

4 opmerkingen:

  1. Heel levendig geschreven. Ik hoor ze mopperen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Kan me er nix meer van herinneren, maar deze is in elk geval goed geslaagd, grinnikgrinnik.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik heb ook weinig herinneringen. Komt door de witte wijn, maar ik vind hem ook heel leuk.
    Het onderwerp vandaag is kennelijk geen vakantie. Blijven we allemaal thuis? Gezellie ik zet mijn tuim wel open!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Lachen...luisterde ik 2010 met vol ontzag naar jullie en nog steeds, zijn de dames het advies vergeten.
      Ik heb die adviezen destijds, ook die van de andere Trouwschrijvers, bij de stukjes bewaard.

      Verwijderen