vrijdag 1 maart 2013

Schrijfcursus


Schrijfcursus

Eerste deel van opdracht 2:

Kies één van de dieren en schrijf een monoloog in acht zinnen.
Ik koos de grijze duif en schreef het volgende:

‘Wat zitten die twee toch naar mij te staren.
De witte soortgenoot heb ik hier nog nooit gezien, het lijkt wel of hij me wil versieren.
Ik moet er goed over nadenken of ik daar voor voel, voor je het weet zit ik op een nest met eieren en vliegt meneer Sierduif vrolijk zijn rondjes in de wijk.
Die charmeur heeft niet eens in de gaten wat er achter hem gaande is, je moet er toch niet aan denken dat hij je kroost moet beschermen tegen zo’n fel uit zijn ogen kijkende kat.
Nee, deze soortgenoot moet wel van een goede duiventil komen wil ik met hem een nest bouwen.
Ik krijg zo onderhand wel genoeg van die theemuts achter het raam, dat beest fixeert me compleet met die doordringende blik, ik word er onrustig van.
Nou ja het wordt ook tijd om te gaan, de schemer valt in en ik wil voor donker in de kerktoren zitten, nog even bij de bakker langs om een graantje mee te pikken.
Zal ik hem toch vragen mee te vliegen?

Advies: Maak voor de lezer zichtbaar wie die twee zijn. Ik had ze meer kunnen beschrijven.
De andere opdracht ligt ingewikkelder daar kom ik als ik meer tijd heb nog op terug.
Ben even druk met andere zaken.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen