woensdag 10 juli 2013

Vooroordeel

Bij de bushalte wacht een echtpaar op leeftijd.
Hij bestudeert de kaart die in het wachthokje hangt.
Zij loopt nerveus heen en weer en constateert, staande op de hoek van de straat, dat de bus in aantocht is.
Terwijl ik het gebeuren in ogenschouw neem kom ik tot de conclusie dat dit stel niet gewend is met de bus te reizen. Bij het instappen, wordt dat bewaarheid en het blijkt al snel dat ze ook de stad niet kennen. Als het gehannes met de Ov-kaart tot een goed einde is gebracht vraagt de man waar de Grote Kerk is. De buschauffeur, die inmiddels zijn bus weer in beweging heeft gezet, geeft als antwoord dat hij daar niet stopt want de kerk bevindt zich in hartje van de stad en deze bus gaat rechtstreeks naar het station. Paniek slaat toe. Gelukkig zit in deze bus ook het duo uit onze wijk dat de stad op zijn duimpje kent want je ziet ze daar regelmatig samen scharrelen met hun onafscheidelijke hondjes. Ik heb ze ooit Jansen en Jansen gedoopt.

Meneer Jansen legt hulpvaardig uit waar het ontredderde echtpaar maar het beste kan uitstappen om bij de Grote Kerk te komen. Mevrouw Jansen echter is het met haar man niet eens en noemt een andere halte.
Het helpt niet echt want de locaties zeggen deze mensen niets.
Op dat moment besluit ik me er mee te bemoeien en nodig de man uit naast me te komen zitten en ik beloof hem voor de juiste halte op de stopknop te drukken. Opgelucht kijkt hij naar zijn vrouw die halverwege bij de uitgang een plekje heeft gezocht. Als we de halte naderen wijs ik hem op de Grote Kerk die je vanaf daar goed kunt zien en de weg er naar toe wijst zich vanzelf.
‘Vergeet niet uit te checken’, roept mevrouw Jansen nog, hetgeen een goed advies blijkt te zijn.
Als de bus verder rijdt valt ons een uitbundig zwaaien ten deel.
De buschauffeur vertrekt bij dit alles geen spier en doet stug zijn werk, een bus besturen.

‘Daar snap ik nou niks van’, zegt meneer Jansen. ‘Ik kijk altijd vooraf op de computer en verdwaal nooit als ik naar een vreemde stad ga.’
‘Misschien hebben deze mensen geen computer’, opper ik voorzichtig.

’Tuurlijk wel iedereen heeft tegenwoordig een computer, wij toch ook.’
’Volgens mij waren ze niet helemaal goed bij hun hoofd. Gewoon waren ze in elk geval niet’ vindt mevrouw Jansen. Tegen zoveel logica valt niets meer in te brengen.

Als ik uitstap bij het station roept ze me na.’Vergeet niet uit te checken, een boete is zonde van je geld.’

3 opmerkingen:

  1. Leuk verhaal. De Jansens klinken een beetje betweterig.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Zulk soort de Jansens zie je overal...... zo trots op zichzelf.....brrr

    BeantwoordenVerwijderen