donderdag 10 oktober 2013

Bemiddelen

In verzorgingshuis "Oosterhout" heeft een leerling verzorgende mevrouw Koster haar wasbeurt gegeven en maakt aanstalten om haar de elastische kousen aan te trekken. Mevrouw is vandaag in een dwarse bui en onder het motto dat het veel te warm is voor die ondingen, staakt ze elke medewerking. De leerling doet haar best om haar op andere gedachten te brengen, maar dat mislukt. Ze vraagt mij om hulp en ik start een bemiddelingspoging.

“Mevrouw Koster u weet toch dat dokter de Vries u dringend heeft geadviseerd elastische kousen te dragen.”
“Dokter de Vries kan me wat met zijn elastische kousen. Hij heeft geen idee hoe die dingen knellen om je benen. Met dit warme weer is dat geen doen.”
“Maar u weet toch welk risico u loopt als u ze niet draagt. Over een dag of drie kunt u geen schoenen meer aan omdat uw voeten helemaal zijn opgezet. Er is maar een klein stootje nodig om uw huid te beschadigen en dan is Leiden helemaal in last want voor zo’n wondje dan weer dicht is bent u weken verder en zit u al die tijd aan uw stoel gekluisterd.”
“Gut, gut, dat je nog niet zegt dat het voor mijn eigen bestwil is. Met die opmerking staan jullie voortdurend klaar. Ik bepaal mijn bestwil zelf wel, daar heb ik jou en je collega’s niet voor nodig.
Ik snap wel dat jij dat arme kind hier te hulp moet komen omdat ze de verantwoordelijk nog niet mag dragen, maar ook jouw gezag zal me een worst zijn vandaag. Ik doe die kousen niet aan.”

De strijdlustige blik waarmee ze me aankijkt spreekt boekdelen en ik weet dat we de kousenstrijd vandaag niet gaan winnen. Ik stel voor om de beensteunen van haar stoel horizontaal te zetten zodat haar benen niet afhangen en dat ze dan vandaag zonder kousen de dag doorbrengt op voorwaarde  dat ze zoveel mogelijk blijft zitten. Dat laatste klinkt haar als muziek in de oren, want bewegen is niet haar favoriete bezigheid. Uiteindelijk laat ik mijn gezag toch even gelden en zeg dat ik ervan uitga dat ze de volgende dag niet opnieuw de strijd aanbindt.
Voor dit moment ziet ze de winst en lichtelijk mokkend zegt ze; ”Nou ja voor wat hoort wat.”

4 opmerkingen:

  1. Reacties
    1. Dank je wel. Je was er alweer vroeg bij zie ik. Ik heb net nog een beetje geschaafd aan de inleidende zin.

      Verwijderen
  2. Knap het zo duidelijk beschrijven vaan een voorval.
    Zulke dingen zoals je beschrijft vind ik altijd heel lastig. Waar is iemand nou het beste mee af hè?
    Maar ik vind dat je een mooie schikking maakte.

    BeantwoordenVerwijderen