woensdag 9 oktober 2013

De geest van Maarten Koning

De geest van Maarten Koning hangt rond in de glazen gang tussen het kantoorgebouw en het archief van het Meertensinstituut. Op een tafeltje liggen twee fotoalbums met zwart-witfoto’s uit de tijd dat Maarten Koning en de medewerkers van zijn afdeling bezig waren met het zogenaamde veldwerk. De geest heeft, op deze open dag, al menig groep voorbij zien komen en veel mensen blijven staan om de fotoalbums te bekijken. Het troost hem dat de aanblik van de foto’s bij veel oudere bezoekers nostalgische gevoelens opwekt en hij hoort citaten uit de boeken die over het instituut zijn geschreven. De jonge rondleider besteedt aan die opmerkingen niet veel aandacht. Hij zucht nog net niet. Hij zou waarschijnlijk het liefst verlost zijn van Voskuil die het instituut een stoffig imago heeft bezorgd, door het schrijven van zijn boeken over Het Bureau en waar Maarten Koning een hoofdrol in speelt.

Met genoegen hoort de geest van Maarten Koning vertellen dat, ondanks het feit dat de digitalisering in Het Bureau is doorgedrongen, in het archief alles wordt bewaard wat ooit is geschreven, verteld en gezongen. “Dus alle handgeschreven vragenlijsten die ik als vrijwiliger digitaliseer worden nog bewaard?”  vraagt een mevrouw.
“Ja, en ook alle ingezongen bandjes gaan terug in hun speciale dozen. Wij gooien hier niets weg en we verzamelen nog steeds.”
De geest besluit op de schouder van de vrijwilliger de rondleiding te volgen. Na de wandeling door het archief, waar onafzienbare rijen boeken, mappen, kaarten enz. zijn opgeslagen, belandt de groep in de kantine waar medewerkers hun computers hebben opgesteld. Ze geven demonstraties van gesproken en gezongen tekst.
Hoor daar klinkt, zonder ruis, een liedje uit de Peel. Het klinkt heel wat beter dan de opname op het cassettebandje. Vanuit een andere computer hoort hij een broer en zus uit Twente in gesprek.
Dat stel herinnert hij zich nog, hij was toen zelf met veldwerk bezig. De geest van Maarten Koning kan alle techniek die hij ziet en hoort niet bijbenen en prijst zichzelf gelukkig dat hij vandaag niet in levende lijve aanwezig is. Stel je voor dat hij dat allemaal had moeten leren, dat was hem nooit gelukt.

De vrijwilliger zwaait af naar de lezing over de verhalenbank en de geest zwaait mee.
Met plezier constateert hij dat de kaart, die zijn eigen afdeling ooit heeft ontwikkeld, op het scherm verschijnt. Er is niets aan veranderd. De wetenschappelijk medewerker, eigenlijk een collega, vertelt zelfs over de twee atlassen die destijds met veel moeite tot stand zijn gekomen.
Het wekt herinneringen tot leven aan de reizen naar België en Duitsland. De discussies met Beerta en Kaatje Kater. De terugblik stemt hem somber en hij voelt een klassieke migraine opkomen.
De geest van Maarten Koning glipt de zaal uit en glijdt terug naar de fotoboeken. Die wereld is hem vertrouwd.

Aan het eind van de middag ziet hij de vrijwilliger met een paar boeken onder de arm het pand verlaten. Zij zal zich in de metro op haar beurt verbazen over de passagiers met oortjes in hun oren en het gebruik van i-phone en i-pad om haar heen. Zij vreest een weinig moderne indruk te geven met haar boeken op schoot. Al die reizigers weten niet van de e-reader en de telefoon in haar tas.
Even overweegt ze de e-reader voor de show te trekken. Maar waarom zou ze dat doen? Iedereen is bezig met zijn eigen techniek, ze zien haar niet eens zitten. ’s Avonds thuis tikt ze nog een paar lijsten uit. Dit keer zijn het vragen over de thuisslacht.

De geest van Maarten Koning heeft zich dan al lang weer ter ruste gelegd.

4 opmerkingen:

  1. Ik heb alle delen van het bureau gelezen van Voskuil jij ook?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik moet eerlijk bekennen dat ik ben blijven steken in deel 3.
    De buurman daarentegen heb ik in een ruk uitgelezen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Leuk stuk! Ik heb de buurman, hier, uit de erfenis van Oude Vadertje. Maar nog geen In gehad om ermee te beginnen.

    BeantwoordenVerwijderen