woensdag 30 juli 2014

Groot Gezin

 ‘Ach mevrouw, weet u wat het is, ik kom uit een gezin met tien kinderen.
Mijn jongste broer en zus, ik weet dat ik ze heb, maar echt contact is er niet.
Ze zijn geboren toen ik al lang de deur uit was, dan zegt je dat niet zoveel.
Mijn moeder wel, die weet dat ze tien kinderen heeft gekregen.
Mijn vader is 87 en woont in een verzorgingshuis, hij herkent mijn moeder en ons niet meer.
Maar, we zorgen met zijn allen goed voor hem. We storten geld als er iets nodig is en mijn oudste broer, die ook een stomerij heeft, zorgt voor alle kleding. U weet zelf hoe dat soms gaat in een verzorgingshuis, kleding vuil en stuk, nee dat zal ons met vader niet gebeuren.
Mijn vader zit er altijd keurig bij.’

Mijn gesprekspartner en ik kennen elkaar uit de tijd dat ik de kleding van wijlen schoonmoeder regelmatig ter stomen aanbood. Ik ben klant bij hem gebleven, omdat hij uitstekend werk levert. Ik zie hem niet meer zo vaak. Zijn enige dochter neemt op den duur de zaak over en is al volop in bedrijf. Vandaag handelt vader zelf de zaken af en hij blijkt nog altijd de man die, niet alleen de kleding over de toonbank schuift, ook graag een praatje met de klant maakt. Ik heb in de loop der jaren heel wat wel en wee vernomen. Variërend van rugklachten tot aanschaf van nieuwe machines en de daarbij behorende milieu-eisen. Ik bracht het zelfs tot een rondleiding in zijn bedrijf.

Als een nieuwe klant binnenkomt, rondt hij het gesprek af en onder wensen voor een prettige dag, verlegt hij zijn aandacht naar de strak in het pak gestoken jonge man, die waarschijnlijk een nog strakker pak komt halen.
Niet het type dat tijd heeft voor een praatje over een groot gezin, sterker nog, helemaal geen tijd heeft voor een praatje. Als ik op de fiets stap is de klant in kwestie, met schone spullen over zijn arm, al op weg naar zijn auto.

Voorlopig zie ik er ook weer keurig uit.

3 opmerkingen:

  1. Vind je ook niet dat zulke winkels moeten blijven. Wat minder Blokker en Kruidvat en wat meer gewone zaken gedreven door gewone mensen die nog van een praatje houden. Ze zouden ze moeten subsidiëren.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat ben ik helemaal met je eens. De vakman met een gezellige babbel

      Verwijderen