maandag 10 november 2014

Miet en Griet 22

Fatale afloop

Twan zet zijn verdrietige vrachtje af aan de voet van de vuurtoren. Hij wacht tot Miet in het zandkuiltje is verdwenen. Voor nu houdt zijn bemoeienis even op, de zusters moeten eerst maar met elkaar in het reine komen, hij zal morgen wel kijken hoe het ze vergaat. Twan zoekt zich een overnachtingsplekje op de boulevard. Terug naar de stad om Luigi de oren te wassen is geen optie, stel je voor dat de Italiaan spijt krijgt van zijn daden en het vuurtje bij Miet aanwakkert. Hij zou het niet op zijn geweten willen hebben. Nee, beter de situatie maar te laten zoals hij is. Komt tijd, komt raad.

In de zandkuil schuift Miet omzichtig naar haar zuster, die zwijgzaam aan tafel zit.
‘Kan ik het goedmaken, Griet? Ik wil niet dat deze affaire tussen ons in blijft staan. Ik zal tijd nodig hebben om de teleurstelling te verwerken, maar ik geloof wel dat jullie gelijk hebben. Het kan nooit iets worden tussen Luigi en mij. Ik moet daar zelf achterkomen, zo werken die dingen nou eenmaal.’

‘Miet, ik begrijp niet dat jij je hoofd zo op hol laat brengen, waar zit je verstand? Als het nou een aardige vent was geweest die het goed met je meende, had ik me er misschien wel bij kunnen neerleggen, maar zo ruw hij je omver stootte en geen poot naar je uitstak. Het was niet om aan te zien.’

‘Zout in de wonden, Griet daar help je me niet mee. Ik snap best dat je me niet meteen vergeeft, maar oprakelen heeft geen zin. Ik ga naar bed, morgen praten we verder. Ik ben doodmoe van alle emoties.’

Ondertussen speelt zich in de stad een ander drama af. Freek Ekster heeft het gehavende vlooiencircus op zijn rug gehesen en de drie artiesten hebben zich een plekje tussen zijn nekveren gezocht.  Door het gewicht van het circus moet hij een lange aanloop nemen om op te stijgen. Waarom Freek het betonnen rustbankje op het plein niet zag, zal eeuwig een raadsel blijven. Hij vliegt zich te pletter op de rugleuning en stort, inclusief zijn vracht, met een gebroken nek ter aarde. Ook zijn passagiers overleven de botsing niet.
Chiel, één van Twans maten, ziet het ongeluk gebeuren. Hij is er ook getuige van dat de heren van de gemeentereiniging kort daarna het voormalige kermisgebied tot in alle hoeken schoonspuiten. Freek wordt opgeveegd en verdwijnt zonder enig respect in hun vuilniswagentje. Geen laatste applaus, slechts een roemloos einde van het Achterhoekse vlooiencircus.
‘Ik ga maar vast naar De Vlaming’, mompelt Chiel. ‘Als Twan komt kan hij rechtsomkeert naar Egmond, iemand moet die dames daar vertellen wat er is gebeurd. Twan heeft zijn vlerken mooi vol aan dat stel.’

2 opmerkingen: