Uitgetafeld
De grote eettafel in de woonkamer is het hart van het huis
van Josje en Wim.
Als Josje en Wim zo’n veertig jaar geleden trouwen kopen ze
een grote robuuste lundiatafel die naar hun idee wel een lang huwelijk zal
overleven. De eerste jaren verlopen rustig. Wim studeert in de avonduren aan de tafel terwijl Josje tegenover hem zit te lezen of te handwerken.
Als hun eerste kind komt begint ook voor de tafel een wat
turbulenter leven.
De groene kinderstoel waar Rob zijn eerste vaste hapje over
uitkotst staat aan het hoofdeind van de tafel en is een paar jaar vast
gezelschap voor de tafel, die het zich allemaal laat aanleunen.
Als Rob de kinderstoel ontgroeit en met een kussen onder
zijn knietjes ontdekt dat de grote tafel uitstekend geschikt is om met
autootjes overheen te rossen is het met het mooie uiterlijk van dit huishart snel
gedaan. Josje en Wim zijn zuiniger op hun parketvloer dan op de tafel, daar wordt
aan geleefd en die moet tegen een stootje kunnen. Met dat doel hebben ze de
tafel tenslotte gekocht.
Rob ontdekt op de kleuterschool zijn talent voor knippen en
plakken en ook dat gaat de tafel niet in de koude kleren zitten. De krassen van
de schaar schuren nog lang na in de harde lak.
Carla het jongere zusje van Rob krijgt haar plek aan het
hoofdeind in de groene kinderstoel.
Zij raakt bedreven met viltstiften en als Josje
en Wim hadden geweten dat je die vlekken niet meer wegpoetst zouden ze hun
tafelblad beter hebben beschermd.
Met het klimmen der jaren komen en gaan de vrienden en
vriendinnetjes en allemaal eten ze mee aan de grote tafel. Er worden spelletjes
gespeeld, discussies gevoerd, tranen geplengd en plannen gesmeed. De tafel
hoort en ziet het allemaal aan. Het leven van Josje en Wim en hun kroost kruipt
in de nerven van zijn blad.
Geleidelijk aan wordt het rustiger. Rob en Carla gaan
studeren en verhuizen, zoals het hoort, naar kamers in de stad. Wim en Josje
nemen hun positie weer in. Nu met andere bezigheden want Wim is inmiddels wel
uitgestudeerd. De tafel kan eindelijk een beetje tot zichzelf komen. Als op een
dag Josje een houtsplinter rechtop in
haar vinger heeft staan, valt het besluit de tafel een opknapbeurt te geven.
Hij wordt uit elkaar geschroefd en in delen naar een specialist gebracht die
wel raad mee met alle lief en leed die in de loop der jaren in de nerven is
opgeslagen.
Het is voor de tafel pijnlijk om zijn doorleefde toplaag te
verliezen. Hij weet dat hij daarmee een deel van zijn hardheid inlevert.
Hardheid die hij in de nabije toekomst nog nodig zal hebben.
De specialist
verricht goed werk en de tafel ziet er als nieuw uit. De eerste jaren lukt het
Josje en Wim de nieuwe laklaag gaaf te houden. De volwassen kinderen en hun
aanhang gaan inmiddels ook met respect met de huisraad van hun ouders om
totdat, tot ieders grote vreugde, het eerste kleinkind zich aandient.
De groene kinderstoel komt weer gezellig leunen. Het hele
circus van knippen, plakken, autootjes zonder bandjes, gutsende scharen en
agressieve viltstiften is voor de komende jaren gegarandeerd want het blijft
niet bij dat ene kleinkind. Drie nazaten krijgt de tafel over zich heen en de
schade is groter dan ooit. Als het jongste kleinkind de leeftijd bereikt dat de
nintendo overuren maakt en de auto’s en lego bouwstenen niet meer worden
aangeroerd, wordt het tijd voor een nieuwe onderhoudsbeurt voor de tafel. Het
zal de doodsteek zijn. Voor goud geld wordt hij nog een keer opgeknapt, maar echt bruisen, wil de tafel
niet meer. Milieuregels hebben bepaald dat harde lakken niet meer gebruikt
mogen worden en zo kan het gebeuren dat de zachte lak bij het minste of geringste
beschadigd raakt. Het hart is zijn kracht kwijt en met verdriet in hun hart
besluiten Josje en Wim de hen zo vertrouwde tafel te vervangen.
Daarbij gaan ze
niet over één nacht ijs. Ze doen er maanden over om tot een goede keus te komen
en uiteindelijk laten ze, geheel naar hun eigen zin, een tafel op maat maken.
Die tafel wordt opnieuw het hart van hun huis.
De oude tafel staat in delen in de garage naast de groene
kinderstoel.
Soms, als een kleinkind de fiets in de garage stalt, halen
ze wel eens herinneringen op.
“Weet je nog dat hij de korstjes van zijn boterham moest
opeten en dat hij uit nijd de vork in jouw blad ramde?”
“Ja, daar was Josje snel klaar mee, het joch heeft voor
straf bijna een kwartier op de trap gezeten.
Ik vond dat wel een goeie actie. Haar kinderen aten altijd
brood met korst, daar was nooit discussie over.”
“Ach, tijden veranderen. Diezelfde kinderen hadden ons
waarschijnlijk al lang bij het grof vuil gezet.”