gelaarsde prullenbak
er was er niet een meer over
waarheid volgens Jules Deelder
deze pelgrim heeft nog een been om op te staan
bijzondere straatnamen
maar de social sofa vrolijkt het straatbeeld op
ludieke aanwijzing voor de doodlopende straat
de afbeelding van de rondborstige dame en het woord kous
verwijzen naar het feit dat ooit op deze locatie
dames van lichte zeden hun beroep uitoefenden
foto's ferrara
klik aan voor vergroten
In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.
zaterdag, juli 25, 2026
Grappig rondje Deventer
vrijdag, juli 24, 2026
Nog een rondje Deventer
De gevel van het Penninckhuis die rijkdom
en geletterdheid weerspiegelt.
Drie beelden geloof, hoop en liefde.
Drie kardinale deugden voorzichtigheid, kracht, gematigheid
de vierde deugd gerechtigheid ontbreekt.
Helaas wordt in de beschrijving de reden daarvan niet verteld.
In dit pand is het VVV-kantoor gevestigd.
Steegje in het Bergkwartier
Manhuissteeg in het Noorderbergkwartier
genoemd naar het oude mannenhuis dat hier ooit stond.
fleurig geveltuintje
trio hijsbalken
Snijraam in de Bergstraat
dit huis werd in de 16e eeuw 'de Papagaai' genoemd
De naam verwijst naar het gaaischieten op de Brink
waarbij de schutters op een houten gaai schoten.
Het snijraam is gemaakt door Ela Venbroek.
In Deventer zijn er meer van haar hand.
ere wie ere toekomt
Stadsherstel leverde prachtig werk
en natuurlijk mag de
Deventer koek niet ontbreken
foto's ferrara
klik aan voor vergroten
Morgen laatste rondje grappigheden op straat.
donderdag, juli 23, 2026
Groeten uit Deventer
Deventer glorierijke Hanzestad aan de IJssel. Overal in de oude binnenstad zijn locaties te vinden die herinneren aan de eeuwen oude rijke historie, maar ook de moderne tijd laat zich in het straatbeeld gelden. Deventer is een van de oudste steden van ons land en een bezoek meer dan waard. Het zal mijn vaste lezers niet verbazen dat ik bij de VVV het boekje kocht dat je langs gevelstenen, snijramen en andere ornamenten loodst.
Het werd een aangenaam weerzien.
woensdag, juli 22, 2026
En dan is alles anders
Het is goed anderhalf jaar geleden dat mijn echtgenoot overleed.
Inmiddels heb ik het leven in mijn eentje, met ups en downs, aardig op de rit. Op dit moment zit ik middenin het experiment alleen op vakantie. Ik had er zin in, vond het ook spannend, want voor het eerst in een andere omgeving zonder je lief, hoe onderga je dat. Maar als je het niet probeert kom je er niet achter. Deze week woon ik een blokhut met alles erop en eraan onder de rook van Deventer. Een prachtige stad die we samen menigmaal doorkruist hebben. Tijdens de beroemde boekenmarkt, maar ook per fiets en wandelend vanaf campings in de omgeving. Het is nu woensdag en dag drie van mijn verblijf hier en het moet gezegd, ik heb nog geen seconde spijt gehad van mijn besluit deze gok te wagen. Tot nu toe waren de weergoden op mijn hand en heb ik de stad uitgebreid opnieuw verkend en op sommige plekken, waar de herinneringen stevig binnenkwamen, de emoties vrije toegang verstrekt.
Voor mijn vertrek had ik Judy van het blog Bubbels voorgesteld samen een keer koffie te drinken en dat vond gisteren plaats. We herkenden elkaar meteen. Judy had verteld dat ze met een kruk liep en ik had van mezelf een beschrijving gegeven, iets met oorknoppen en rode lipstick. We streken neer op De Brink en hebben onder het genot van koffie en cheesecake twee uur zitten kletsen. hier Wonderlijk hoe snel je, door elkaars blog te lezen,
het gevoel hebt elkaar al een tijdje te kennen. Het was een gezellig samenzijn.
Later op de middag zag ik deze spreuk en voor mij is hij, onder andere door de leuke ontmoeting, goed van toepassing.
dinsdag, juli 07, 2026
Pech (slot)
Vanmiddag ben ik gebeld door het installatiebedrijf. ‘Ah’, zegt de telefoniste.
‘U bent thuis, is het goed dat onze monteur straks het afdekkapje komt plaatsen?’ Natuurlijk vind ik dat goed. Om mijn vraag of ik i.v.m. de lengte van de ladder de schuttingdeur zal openen, moet ze helaas het antwoord schuldig blijven. Voor de zekerheid haal ik de deur maar vast van het hangslot, dat er uit veiligheidsoverwegingen permanent op zit.
Ongeveer twintig minuten later stopt een busje voor de deur en de monteur, ik schat van een jaar of dertig, verschijnt met een compact trapje onder zijn arm. In de gang stelt hij zich netjes voor. Ik wijs op zijn trapje en zeg: ‘Daarmee ga je het niet redden.’ Hij grijnst. ‘Dat klopt, maar ik kan hem helemaal uitschuiven.’
Ik loods hem door de keuken naar de achtertuin en daar wordt het klein ogende hulpmiddel in rap tempo getransformeerd tot een solide ladder, die helaas een aantal treden te kort blijkt te zijn. Ai, dat is een tegenvaller. Ik vertel dat ik i.v.m. de hoogte een foto heb gestuurd.
Op licht verontschuldigende toon laat hij weten dat de baas heeft gezegd dat het om drie meter ging. Terwijl de ladder weer tot een handzaam trapje wordt omgebouwd denk ik stiekem. 'Of de baas kan niet goed inschatten of ik heb de foto onder de verkeerde hoek genomen.' Net als ik wil zeggen dat het klusje waarschijnlijk vandaag niet geklaard gaat worden zegt de jonge man: ‘Ik ga even een andere ladder halen, ben zo terug.’
Een half uur later verschijnt de redder in nood bij de schuttingdeur met op zijn schouder een ‘gewichtige’ stalen constructie die uitgeschoven tot ver boven de dakrand reikt. In een tijd van ja en nee heeft hij het euvel verholpen en controleert en passant ook nog even de afvoerpijp van de verwarmingsketel. Tussen het telefoontje en het afscheid bij de schuttingdeur, waarbij ik hem uiteraard bedank voor zijn snelle service, is er nog geen anderhalf uur verstreken. Dit probleem is ook weer opgelost. Zodra ik de rekening heb ontvangen laat ik weten wat het heeft gekost.
maandag, juni 29, 2026
Ontsnapt aan zakkenrollers
Binnenkort gids ik weer een
stadswandeling en vanmiddag heb ik de route nog een keer gelopen. In
een van de straten met interessante panden is de stoep aan de smalle
kant. Ik steek een paar keer over om een aantal details nog eens goed
te bekijken. Ik zie ook twee mannen, een jonge en een wat oudere.
Allebei gekleed in T-shirt. De jongeman draagt een korte broek.
Zijn gezelschap heeft zich daaraan niet gewaagd en heeft vanmorgen een
lange broek aangeschoten. Beide heren zijn voorzien van een petje en
de oudere man draagt een felgroen heuptasje. Jullie lezen het, ik ben
gewend details in me op te nemen. Het valt me op dat ook zij de
straat zigzaggend verkennen. Op een goed moment hoor ik dat er al een
tijdje iemand achter me loopt. Ik doe een stap opzij op de smalle
stoep om de voetganger te laten passeren. Op hetzelfde moment voel ik een
duwtje in mijn rug en dus draai ik me om. De bovengenoemde jonge man
knielt achter me en vouwt een platte grond open, gaat staan en houdt
de kaart onder mij neus. Ik herken onmiddellijk het grachtenpatroon
van Amsterdam. In gebrekkig Engels zegt de knul dat hij op zoek is
naar een straat en wijst met een vaag gebaar iets aan op de kaart. Ik
maak hem in beter Engels duidelijk dat hij niet in Amsterdam is maar
in Alkmaar. Hij komt tot de conclusie dat hij ‘totally lost’ is.
Inmiddels heb ik geregistreerd dat zijn maat aan de overkant van de
straat staat te wachten. Ik zeg dat het station aan het eind van deze
straat is en dat hij maar beter de trein kan nemen naar Amsterdam.
Hij bedankt me en loopt in richting die ik hem heb gewezen. Zijn maat
loopt niet mee. Mij bekruipt een onaangenaam gevoel, ik haak mijn
schoudertas af en jawel hoor, die staat wagenwijd open. Gelukkig is
alles nog aanwezig, portemonnee, sowieso altijd diep weggestopt en
aan aan de ketting tegen diefstal en ook mijn telefoon zit nog op de
vaste plek. Opgelucht haal ik adem. De plattegrond truc kende
ik nog niet.
Gered door mijn eigen aardigheid om een stap opzij te
gaan. Daar had de dader even niet opgerekend.Thuis
heb ik onmiddellijk een slotje aan de rits bevestigd. De tas is nog
nieuw en die handeling was ik vergeten. Ik weet het, zo’n slotje
biedt geen garantie. Maar elke extra handeling die je als tasjedief
moet doen, schrikt toch af. De truc is dat als je aan het ene lipje
trekt je de andere gelijk meeneemt en de tas dus niet open wil.
zondag, juni 21, 2026
Pech (vervolg)
Afgelopen woensdag stuurde ik het installatiebedrijf, waar ik al jaren klant ben i.v.m. het onderhoud van de verwarmingsketel, een mailtje. Ik deed het verhaal van het afdekkapje uit de doeken en vroeg om hulp van hun kant.
Donderdag kwam er antwoord en de vraag of ik een foto van het bewuste kapje kon sturen en een foto van de situatie op het dak.
Ik bedankte voor de snelle reactie en stuurde de gevraagde foto en een foto van de buitenkant van de badkamer met daarbij de opmerking, dat als ik zelf het dak had kunnen bereiken ik hun hulp niet had gevraagd.
’s Middags kwam er een mail retour dat de werkbon was aangemaakt en dat ik komende week wordt gebeld om een afspraak te maken. Tot zo ver valt het niet tegen en lijkt het klusje snel geklaard te worden. We gaan het zien.
zaterdag, juni 20, 2026
De Abdij en de Lamoraal van Egmont
Donderdag
fietste ik naar de Abdij in Egmond-Binnen.
In de vlindertuin spot ik nog een aardig opschrift. Vlinderbroeder Frans heeft in dit deel van de tuin zijn sporen wel verdiend.
Lamoraal was de vierde graaf van Egmond. Hij droeg meerdere titels, waaronder die van graaf en prins. Hij kwam uit een van de rijkste en invloedrijkste families in de Nederlanden, voortgekomen uit de voogden van de Abdij van Egmond, die nabij hun kasteel stond. Lamoraal was ook een vriend van Willem van Oranje. In Egmond is Lamoraal ook bekend omdat hij de opdracht gaf om de Egmondermeer, het poldergebied tussen Egmond aan den Hoef en Alkmaar, droog te leggen. Zijn standbeeld kijkt uit over dit gebied. Op 5 juli 1568 werd Lamoraal op de Grote Markt in Brussel onthoofd. Zijn dood leidde tot het begin van de gewapende Nederlandse Opstand en de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden. De opstand onder leiding van Willem van Oranje had grote gevolgen voor Egmond aan den Hoef. Om te voorkomen dat de terugtrekkende Spanjaarden er hun toevlucht zochten, staken de geuzen het kasteel en de Slotkapel in 1573 in brand.
woensdag, juni 17, 2026
Dagje Den Haag
Wie wat
bewaart heeft wat. Tijdens een opruimrondje vind ik een folder uit
2003. ‘Wandeling langs Jugendstil in Den Haag.’ Ik kan me
niet herinneren dat we die route ooit hebben gelopen. Vermoedelijk is
het een overblijfsel van een Open Monumentendag. Het boekje staat
vol zwart-wit foto’s en herbergt een schat aan informatie. Het gaat
terug in de la met het idee daar eens met ‘Blogqueen Riet’
over te praten. Zij is, net als ik, liefhebber van die stijl en is min
of meer inwoner van Den Haag. Zoals te verwachten was, ze is meteen
enthousiast over het idee om samen op stadswandeling te gaan.
Bij
onze eerste ontmoeting, een aantal jaren geleden, lieten we elkaar
weten wat we zouden dragen aan kleding zodat we elkaar konden
herkennen. Inmiddels zijn we vaker samen op pad dus over kleding gaat
het al lang niet meer. Nog voor Riet mij heeft gespot heb ik haar al gezien en constateer dat we dezelfde keus hebben gemaakt wat betreft
kleur. We starten dus met een schaterlach en weten: 'Deze dag kan niet meer stuk'.
Al
babbelend trekken we Den Haag in en letten niet echt goed op waar we
precies de route moeten beginnen.
De opgeblazen kunst die
overal verspreid ligt kan onze waardering niet echt wegdragen, maar
daar komen we ook niet voor. Via Johan de Witt, die star toeziet op de bouwchaos van het Binnenhof, pikken we dan toch de route op. Maar
niet voordat Riet een jonge dame heeft gevraagd een foto van ons te
maken. Sorry beste lezers, ik wil niet graag vol in beeld op
internet.
Den Haag toont prachtige panden, waarvan er veel nog in goede staat zijn. Sommige hebben modernisering ondergaan maar daarbij zijn oude elementen wel bewaard gebleven. Zoals de fietsers en de hoofdjes met fietspet.
Een enkel pand verdient aandacht om flink opgeknapt te worden. Gebrek aan geld zal hier ongetwijfeld een rol spelen.
Riet schrijft op haar blog dat het lastig is om de hoge huizen mooi op de foto te krijgen. Ik voel dat met haar mee en zelfs in de portieken is het moeilijk mikken. Ik beperk me hier tot enkele details.
De ober van restaurant 't Goude Hooft’, waar we uiteindelijk neerstrijken voor een frisdrank en een portie bitterballen, heeft waarschijnlijk ’s avonds thuis verteld van twee broodnuchtere bejaarde dames die in zijn restaurant de figuren in het gebrandschilderde glas onderste boven zagen. Een spiegelend plafond zorgt voor gezichtsbedrog en de nodige hilariteit.
Het was heerlijk zonnig en we hebben genoten van elkaars gezelschap en de schoonheid van Jugendstil.
Lees hier Rietepietz haar indrukken van deze dag.
