‘Goedemorgen, ik ben Heinz uit München. Nadat het gerstenat
tijdens het bierfeest rijkelijk had gevloeid ben ik in een reclametasje voor Bokbier
naar Nederland vervoerd.
Ik ben een bierpul met deksel en van steen gemaakt, waarmee
ik in deze kast enigszins uit de toon val. Zo te zien zijn jullie allemaal van
glas, dat heeft meer uitstraling. Ik neem wel een onopvallend plaatsje achter
in de kast.’
‘Ah, je komt uit Duitsland. Mijn naam is Heidi, ik deed in
Oostenrijk dienst als schnappsglas en reisde mee naar Holland in een stinkende
skischoen.
Geen prettige reis na alle plezier die ik tijdens de après-ski heb
gebracht.
Fijn dat wij elkaar kunnen verstaan. Herzlich wilkommen.’
‘Bonjour, aangenaam. Madeleine is mijn naam, wijnglas uit de
Sancerre.
De Sauvignon blanc uit die streek is wereldberoemd.
Vanaf een zonovergoten terras ben ik, gewikkeld in een
servet vuil en wel, meegesleurd in een ordinaire rugzak om in een verzameling
te eindigen.
Ik mis de Franse zon en sta hier, dof van het stof, bepaald niet
voor mijn plezier. Hoe dan ook. Bienvenu.’
‘Oh Hello. Rodney, in mijn vorig leven was ik pint glass
in een Londense pub tot de verzamelaar mij als collector’s item in zijn
rolkoffertje propte. De herrie van de wieltjes heeft lang nagegalmd in mijn wijde
glaswerk.
Blij je te zien, met jou erbij wordt het verblijf hier een stuk
aangenamer.
Wij zijn
van het eenvoudige soort en houden van hetzelfde drankje. Welcome.’
‘Ho even en
ik dan? Ik mag dan als Vaasje niet zo omvangrijk zijn, maar ik kom wel uit het assortiment van de Olympische Spelen. Ik
heb dienst gedaan in het Holland Heineken Huis, daar staan alleen glazen van
eigen merk op de tap. Verhalen over die sportieve omgeving kan ik hier niet
kwijt. Jaloezie is het glaswerk in deze kast niet vreemd.’
‘Oh dear,
mister Freddy himself, altijd in voor een relletje. Doet alsof hij bevriend is
met de Prins van Oranje.’
‘Prins? De
Man is inmiddels Koning van ons land, mag ik daar als, eenvoudig gebleven, bierglas
trots op zijn?’
‘Ach wat maakt het uit. Uiteindelijk zijn we allemaal gelijk
en dienden hetzelfde doel. Pimpelen en gezelligheid bieden. Dat vreugdevolle bestaan is
voorgoed voorbij. Wen er maar aan.
Jullie, als bierglazen, zullen het frisse spoelwater niet
meer van je af laten glijden om schoon op de tapkast te worden bijgezet.
Alle kans dat de frêle Madeleine maar wat graag wordt
opgewreven door een zachte glazendoek, terwijl mollige Heidi naar een warm
sopje verlangt.
Zelf zal ik nooit meer hoog op een dienblad staan met
uitzicht op de inhoud van een dirndl en een hossende menigte in de biertent.
In plaats van, ons glazen te heffen, ondergaan we hetzelfde
lot en zijn tot pronkstukken verheven.
De man die ons heeft achterover gedrukt zal ons vast bij
gelegenheid tevoorschijn halen om spannende anekdotes te vertellen. Wij alleen
kennen daar het waarheidsgehalte van.
Nou proost, laten we er het beste van maken en die
verzamelaar zijn glorie gunnen.’