Bij mijn grootouders van
vaders kant staat op de schoorsteenmantel een koperkleurig miniatuurtje van de
Dom van Keulen. Kleine spitse torentjes steken venijnig omhoog. Het past geheel
bij het donkere interieur met zware gordijnen en pluche tafelkleden.
Mijn broer en ik vinden het
geval spuuglelijk en spreken spottend over “Het Dommetje.”
Ook mijn moeder kan het
kleinood niet waarderen. Zij laat weten:
‘Mochten jullie de moed hebben mij
ooit een dergelijk kreng cadeau te geven dan zal ik de gift met een groots
gebaar in het kanaal doen belanden.’
Wij zijn dus gewaarschuwd ons schaarse
zakgeld niet te besteden aan dergelijke prularia.
Mogelijk heeft haar aversie
te maken met het feit dat mijn vader, van wie zij gescheiden is, de schenker van
dit wangedrochtje is.
Als Opa overlijdt, besluit
Oma kleiner te gaan wonen. “Het Dommetje” verhuist mee naar een huisje met
centrale verwarming. Op de vensterbank tussen de paarse cyclamen en roze
begonia’s zinken de spitse torentjes in het niet.
Wij kinderen worden
volwassen, krijgen banen en gaan zelfstandig wonen. “Het Dommetje” raakt geheel
buiten beeld als ook Oma overlijdt. In het verdelen van haar erfenis spelen wij
geen rol van betekenis, laat staan dat we rechten aan het miniatuurtje willen
ontlenen. Het ding kan ons gestolen worden. Tot op een dag mijn broer voor zijn
werk naar een bouwbeurs in Keulen moet. Daar komt hij in de verleiding tot een
aanschaf die hij zorgvuldig bewaart.
Sinds we op ons zelf wonen, verzamelt
zich elk jaar rond 5 december een vast gezelschap in mijn ouderlijk huis om
Sinterklaas te vieren. Mijn moeder, mijn broer en ik als gezinsleden, de
kameraad van mijn broer, mijn vriendje en ook de jongste zus van mijn moeder is
met haar vriendin ieder jaar van de partij. Al of niet aan de hand van
een verlanglijst kopen we voor elk lid van het gezelschap kleine presentjes.
Gedichten zijn verplicht met
een minimum van vier regels. Humor en plaagstootjes worden zeer op prijs
gesteld. Je maakt dik kans die avond bij de neus te worden genomen of je krijgt
een blunder, die dat jaar is begaan, nog eens ruimschoots voor de kiezen. Zo kom
ik een keer bepakt en bezakt voor de bewuste avond thuis. Ik heb ook een overgebleven
kale staak van een Benjaminficus mee. Ik woon op kamers boven een verffabriek
en denk dat de plant ter ziele is gegaan vanwege mogelijke giftige dampen.
Moeder vraagt me het restant mee te nemen want de plaatselijke bloemist wil de plant, of wat er van over was, aan een onderzoek onderwerpen.
Tijdens pakjesavond pak ik,
na het voorlezen van een gedicht over het gevaar van giftige stoffen en dampen,
de overblijfselen van de ficus uit.
Het hele gezelschap schiet in de lach omdat
ik voor mijn eigen surprise heb gezorgd. Als beloning staat een puntgave ficus
in de gang op me te wachten.
Zelf krijgt moeder dat jaar een
klein geschenkje met een hilarisch gedicht.
Met verstand van bouwen heeft
mijn broer zijn best gedaan de facetten van een bouwwerk in puntige details te
verwoorden. Hij schrijft over metselverbanden, spanningsbogen, steunberen en penverbindingen.
Al rijmend legt hij verbanden naar de verhoudingen binnen de familie en ons
gezin. Hij tovert een waar kunstwerk voor ogen dat de schoorsteenmantel tot in
lengte van jaren moet sieren.
Met een brede grijns pakt moeder
“Het Dommetje” uit en haar droge commentaar luidt; ‘Je weet wat ik destijds heb
gezegd.’
Als de volgende ochtend een
deel van het gezelschap laat aan het ontbijt verschijnt, vertelt moeder dat ze
haar belofte die ochtend al vroeg heeft waar gemaakt en dat ze De Dom in het
kanaal heeft gegooid. Jammer dat ze niet op ons heeft gewacht. Wij waren er
graag getuige van geweest.
‘Hadden jullie maar vroeger
moeten opstaan.’ is haar verweer.
Het volgende jaar is niet
alleen de kameraad van mijn broer, maar ook mijn aanstaande schoonzus voor het
eerst van de partij bij het Sinterklaasfeest en wat oorspronkelijk voor mijn
broer bedoeld is, krijgt zij aangeboden.
Nu komt aan het licht dat
moeder op haar beurt “Het Dommetje” een jaar heeft bewaard om er mijn broer nog
eens flink mee te plagen. Haar wraak is extra zoet dat het via zijn vriendin
kan.
Het treft doel want hij kent
zijn geliefde… die zal uit pure plichtsgetrouwheid het lelijke cadeautje
bewaren en het mogelijk een plek geven in hun toekomstige stulp. Haar
echtgenoot in wording besluit daar ter plekke een stokje voor te steken. Onder
licht protest van zijn vriendin, die vindt dat hij dat ten opzichte van zijn
moeder niet kan maken, doet hij een poging het ding tot smelten te brengen, wat
jammerlijk mislukt. De Dom blijkt uit het ‘goede hout’ gesneden.
Diezelfde avond laat
broerlief, dit keer echter met ons allen als getuige, “Het Dommetje” afzinken
in het kanaal. Na die gebeurtenis staat de Dom van Keulen, stevig verankerd in
mijn geheugen, als symbool voor gezellige familieavonden.
Vorige week heb ik de Dom
eindelijk in het echt kunnen bezichtigen, hoe dat was laat ik nog wel zien als
de foto’s zijn bewerkt. De foeilelijke miniatuurtjes zijn nog steeds te koop.
foto internet