In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

Posts tonen met het label autobio. Alle posts tonen
Posts tonen met het label autobio. Alle posts tonen

maandag, september 07, 2026

Terugblik

Mokkend stamp ik de trap op naar mijn slaapkamer die nog in oude staat is en zoek wat kleren uit.
Smalend herhaal ik mijn moeder’s woorden: ‘Trek iets gezelligs aan.’
Als ik beneden kom staat de pot thee op tafel en is mijn moeder bezig het scrabblebord in stelling te brengen.

‘Zo te horen aan je stampen ben je niet tevreden met mijn antwoord.’
‘Nee natuurlijk niet, jij hebt makkelijk praten.
Jij hoeft niet voor zes uur je bed uit om flesjes warm te maken en tien boterhammen in kleine blokjes te snijden om ze daarna aan slaperige kleuters te voeren die nergens zin in hebben. Jij hoeft niet bij zuster de Vries op het matje te komen.’
‘Lieverd, die kinderen zijn ziek. En als jij een fout hebt begaan heeft die hoofdzuster alle recht van spreken. Van fouten leer je.’
‘Ja dat weet ik ook wel, maar het werk op deze afdeling ligt me nou eenmaal niet. Ik ben geen liefhebber van kindergeneeskunde. Ik werk liever met volwassen zieken.’
‘Daar kunnen die kinderen niks aan doen en die stage hoort nu eenmaal bij je opleiding. Je bijt maar door die zure appel heen. Ik zeg het nog een keer.
Je leert hoe dan ook een vak waarmee je jezelf kunt onderhouden.’

Terwijl ik met trage bewegingen zeven letters op het plankje zet, schenkt mijn moeder een kop thee voor me in.
Ook dat nog, ik heb bij de eerste ronde de Q al voor mijn neus. De U zal zoals gewoonlijk wel weer op zich laten wachten. Ook bij scrabble is vandaag geen winst te behalen.
Ik graai nog een keer in het zakje met letters, wie het dichst bij de A is mag beginnen. ‘Ik heb de B en jij?’
‘De U, jij begint.’ zegt mijn tegenstander. Beide letters gaan terug in het zakje.
Ik schuif wat met de blokjes en leg midden op het bord het woord droom.
De Q en de F hou ik over.
In de verte hoor ik vaag de stem van mijn moeder zeggen: ‘Twee keer letter en twee keer woordwaarde dat is 20 punten.’ Ik reik naar het zakje met letters.
Het ligt niet meer op tafel. Mijn hand maait de rinkelende wekker van het tafeltje naast mijn bed.

Voor de duidelijkheid. Ik heb dit verhaal, dat volledig op waarheid berust, als droom beschreven. Ik haalde in 1970 mijn diploma verpleegkunde met een 7 voor kindergeneeskunde. Het was het laagste cijfer op de eindlijst.
Het blauwe kruisje staat voor een opleiding in de psychiatrie die ik in de jaren 80 afrondde. En ja mijn moeder had gelijk. 

zondag, september 06, 2026

Terugblik

Ik sta op de stoep van het ouderlijk huis waar ik een deel van mijn puberteit heb doorgebracht. De voordeur staat op een kier. Met mijn voet duw ik de deur verder open. In de smalle gang hangt mijn groene jagersjas aan de kapstok.
In de kledingkast op de kleine kamer in het zusterhuis waar ik woon is geen plek voor mijn hele garderobe. Ik voel weer de steek van jaloezie.
Mijn vriendin had een originele loden jas, maar die kon mijn moeder zich niet permitteren dus kreeg ik een namaak. Ik kijk voorbij de kapstok, de deur naar de woonkamer staat open, daar zit mijn moeder aan de ronde eettafel.
Haar donkere haar met natuurlijke grijze strepen ligt in een knot op haar achterhoofd. In haar voorhoofd staan diepe denkrimpels. Vanuit de asbak op tafel kringelt de rook van een sigaret. Mijn moeder wijdt al haar aandacht aan een moeilijk cryptogram. Ze merkt niet dat ik stilletjes tegenover haar ga zitten. Pas als ze een trek van haar sigaret neemt ziet ze me.
‘Wat doe jij hier? Je hebt je uniform nog aan, ik dacht dat jullie daarin niet de straat op mochten. Laat ze er maar niet achter komen dat je in dat blauwe jurkje in de trein hebt gezeten. Wat maakt dat je hier zit, zo te zien kom je niet voor de gezelligheid, je hebt gehuild.’ Ze legt het cryptogram opzij.

Ik slik de opkomende tranen weg. ‘Ik heb weer mot gehad met de hoofdzuster, dat mens heeft de pik op me, ik kan geen goed bij haar doen.
De kinderafdeling is al niet fijn om te werken, niks voor mij al dat jengelende grut, maar dat mens maakt het echt tot een hel. Gisteravond een late dienst gedaan en zij laat mij vandaag weer opdraven in de vroege dienst van zes uur. Volgens mij mag dat niet eens, maar dat zal haar een zorg zijn, als het dienstrooster maar klopt. Ik moet de flesjes voeding voor de baby’s maken en laat met mijn slaperige hoofd de melk aanbranden met gevolg dat de voedingsschema’s in de war liggen en voor twee baby’s met een streng dieet is dat niet goed. De collega in de nachtdienst moet dat overdragen aan de dagdienst, nou en toen kookte zuster De Vries over. Ik zit binnen de kortste keren bij die draak voor het bureau en krijg ze uitgemeten.
Ik ben onverantwoord bezig geweest en opgeteld bij een urineproef die ik bijna heb laten mislukken ben ik geen knip voor de neus waard. Als ik mijn leven niet beter kan ik op een vette onvoldoende rekenen. Ik krijg niet de kans me te verdedigen. Ze knikt met haar hoofd naar de deur en zegt;  ‘Je kunt gaan, laat het niet nog eens gebeuren.’
‘Ik ben het zat, ik stop met die opleiding en ga wat anders doen.’

Mijn moeder zegt niets, steekt een nieuwe sigaret op en schuift het pakje in mijn richting. Als ze een lucifer bij mijn sigaret houdt zegt ze; ‘Ik vind dat je er een te groot drama van maakt. Je mag hier elke dag komen uitrazen als zuster De Vries je weer eens te grazen neemt, ik wil zelfs het treinkaartje wel betalen, maar je stopt in geen geval. Zo heb ik je niet opgevoed. Bij de minste tegenslag de bijl erbij neergooien, je lijkt je vader wel. Die was ook goed voor twaalf ambachten en dertien ongelukken. Nee, dame je maakt die opleiding af. Die stage op de kinderafdeling duurt een paar maanden, je doet je best maar. Je leert een vak zodat je voor jezelf kunt zorgen. Je hebt gezien hoe het mij is vergaan. Ik heb me een slag in de rondte gewerkt in allerlei baantjes om jou en je broer een goed leven te bezorgen, dat zal jou niet gebeuren.
Al je andere stages zijn prima verlopen dus op die kinderafdeling zal het ook wel los lopen. Beetje meer vertrouwen in jezelf kan geen kwaad. Ik ga thee zetten, trek dat uniform uit en doe iets gezelligs aan. Wat zou je zeggen van een stevig partijtje scrabble?’ 

Dit was vorig seizoen een opdracht voor de schrijfcursus. Schrijf over wat je moeder ooit zei. In verband met de lengte heb ik er voor het blog twee afleveringen van gemaakt.

vrijdag, oktober 25, 2024

Aardappelverlof

Vanuit het aanrechtkastje waarin de bak met aardappelen staat slaat een verstikkende rotte walm in mijn neus. Ik herken de geur meteen en plons jaren terug in de tijd. Mijn lagere school heeft een soort najaarsvakantie, ook wel aardappelverlof genoemd. Terwijl een aantal van mijn klasgenootjes dagelijks mee moet naar het land om aardappelen te rapen, mag ik een keer in de aardappelschuur van mijn opa aan de schudmachine helpen. De verse oogst moet van rotte exemplaren worden ontdaan. Mijn beide volwassen ooms Herman en Klaas staan in blauwe overalls aan weerszijden van de machine. Op een omgekeerd aardappelkistje sta ik naast oom Klaas toe te kijken.
Op het ratelende, oorverdovende ritme van de machine springen de verse aardappelen vrolijk op. Al schuddend rollen ze van boven naar beneden over een trillend rooster in een jute zak.  Als de zak bijna vol is schakelt Herman de machine uit en tilt Klaas de zware handel op de bascule. Nu het even stil is in de schuur lijk het of ik de muffe geur van aardappelen en vochtige klei meer ruik. Naast de bascule ligt een rolletje stevig touw en een grote kromme naald.
Bij het juiste gewicht naait Klaas met grote steken de zak dicht.
Ondertussen hangt zijn broer een nieuwe zak op en zet de schudmachine weer in beweging. Aandachtig kijk ik toe hoe oom Herman vliegensvlug een aardappel grijpt die niet opspringt en rolt. De toppen van zijn vingers verdwijnen in de aardappel. Uit de schudmachine rijst een misselijk makende verstikkende stank op. Kokhalzend spring ik van het kratje en ren onder plagend gelach van mijn ooms de schuur uit regelrecht naar de warme keuken van mijn oma.

'Wat is er met jou, ben je ziek?' Ik schud mijn hoofd. 'Misselijk', piep ik. 'Een stinkende aardappel, zo vies.'  'Volwassen kerels die jou plagen met een rotte aardappel. Als ze straks brood komen eten zal ik ze even flink de waarheid vertellen. Stelletje mispunten.'
Ha, er zwaait wat voor mijn ooms. Langzaam trekt de misselijkheid weg.
Oma reddert bij het fornuis waarop de ketel met warm water gezellig staat te zingen. Op de melk die staat op te warmen trekt langzaam een vel. Ze port het fornuis op om de melk aan de kook te brengen. Oma trakteert me op warme chocolademelk. In een beker met boerenbontopdruk strooit ze twee flinke lepels bruine cacaopoeder, daarop gaan twee scheppen suiker en een klein scheutje koffiemelk. Ze roert met een theelepeltje tot een bruin papje, dat glinstert van de suiker, op de bodem verschijnt. Ze vult de beker tot de helft met de melk die aan de kook is gekomen en roert net zo lang tot het bruine goedje is opgelost. Daarna gaat de zoet ruikende volle melk erbij. Ongeduldig wacht ik tot de loeihete drank zover is afgekoeld dat ik voorzichtig een slok durf te nemen. De bitterzoete lekkernij glijdt warm en zacht over mijn tong naar mijn maag waar ik het voel aankomen. De geur van de warme chocolade verdringt de stank van de rotte aardappel. Ik neem me voor nooit meer aan de schudmachine te helpen.

Terwijl ik met de bak naar de groenbak loop bereid ik me voor op de greep in de rottende aardappel. Bij gebrek aan een schudmachine ben ik genoodzaakt elke aardappel op te pakken. Onder een schimmelende schil voel ik mijn vingers wegzakken in vochtige brij. Hebbes. Ook al was ik mijn handen vandaag nog tien keer, het zal niet helpen. In een van de aanrechtkastjes vind ik een doos Droste cacaopoeder.

Schrijfcursus: oefening zintuigelijk schrijven.

vrijdag, juli 28, 2023

Passend bij de leeftijd (vervolg)

Woensdag kreeg ik mijn gehoortoestellen ingeplugd. Twee weken geleden bleek bij het aanmeten al snel dat mijn gehoorgangen zo nauw zijn dat ik niet ontkwam aan het maken van een mal. Niks klein plugje in mijn oor waar je niets van ziet. Nou ja, het is niet anders. 
Mijn oorschelpen zijn nu keurig op maat opgevuld en als ik mijn haar wat laat groeien weet de kapper daar wel raad mee. De audicien heeft er veel werk van gemaakt en na een klein uurtje was de boel voldoende afgesteld om de komende vier weken te wennen aan dit hulpmiddel en om alle foefjes van de bijbehorende app onder de knie te krijgen. Ik moet zeggen dat ik er qua gehoor aanzienlijk op vooruit ben gegaan. Ik kan echtgenoot beter verstaan, de tv is  teruggedraaid naar standje normaal en telefoneren is een stuk prettiger. Kortom tot nu toe tevreden en dat na bijna drie dagen. Ik merk aan de bijgeluiden, die nu weer op volle sterkte binnenkomen, hoe erg mijn gehoor tanende was. Het ruisen van de gasvlam, het klikken van de muis, het ritselen van toiletpapier. Er blijken veel meer geluiden te zijn die ik gedempt waarnam en die nu soms te luid en duidelijk om aandacht vragen. Ik schoot vanmorgen spontaan in de lach toen ik losliggende klinkers onder mijn fietsbanden hoorde ratelen. Even dacht ik dat ik ze uit de straat had gefietst ... Bij thuiskomst heb ik de ruis toch maar een standje lager gezet. Op de verstaanbaarheid van gesproken woord heeft dat amper invloed en anders kan ik daar ook mee spelen. Ik heb nog lang niet alle mogelijkheden uitgevogeld, maar het is duidelijk dat ik een wonder van techniek in mijn oren heb.
Nu nog afleren om te vragen 'Wat zeg je?'
Zo gewend geraakt aan dat zinnetje.


foto ferrara

zondag, juni 04, 2023

WE-300

Schaamte 

Onlangs luisterde ik naar een concert op de klassieke radiozender. Tijdens het langdurige slotapplaus klonk ook veelvuldig 'Bravo'. Ik voelde een schaamte opkomen die ik blijkbaar nooit heb overwonnen.  Even ben ik terug in mijn jonge jeugdjaren. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zeven jaar was. In ons dorp was dat destijds een schande. Bijstandsuitkeringen waren er nog niet en de alimentatie die mijn vader betaalde was niet voldoende om een gezin te onderhouden. Mijn moeder was gedwongen te gaan werken en waar nodig sprong mijn Opa bij. Mijn vader verliet het dorp en ging in Amsterdam wonen waar hij al geruime tijd werkte. Alleen in de weekenden woonde hij weer bij zijn ouders, waar mijn broer en ik hem soms bezochten. Tijdens één van die weekenden gaf het plaatselijk zangkoor een concert in de kerk. Ons gezin was daarbij aanwezig, ik denk op vrijkaarten van een tante die in het koor zong. Aan het eind van het concert werd er geapplaudisseerd. Vanachter uit de kerk werd meerdere keren 'Bravo' geroepen. Veel toehoorders draaiden zich om, om te zien van wie die kreet kwam. Dergelijke uitlatingen waren in ons dorp niet de gewoonte, zeker niet in een kerkgebouw. Ook ik keek en zag dat het mijn vader was. Als enige in het publiek was hij gaan staan en herhaalde zijn 'Bravo'.  Mijn moeder, die blijkbaar zijn stem had herkend, bleef strak voor zich uitkijken. Zelf was ik het liefst onder de bank gekropen van schaamte.
Dat uitgerekend mijn vader zich zo opvallend moest gedragen.
Tegenwoordig is het roepen van waarderende kreten de gewoonste zaak van de wereld. En toch zat ik weer in die kerk en hoorde mijn vader.
Het wordt tijd dat ik het gevoel van schaamte, waarvan ik niet wist dat ik het nog had, overboord zet.

WE-300: schrijf in exact 300 woorden over het woord herinnering zonder daarbij het woord te noemen.
Voor meer info:https://platoonline.wordpress.com/2023/05/31/we-300-juni-herinneren

zaterdag, april 22, 2023

Passend bij de leeftijd

Met de digitaal verkregen inlogcode meld ik me aan bij de zuil op de poli KNO. Ik moet wachten tot ik een piep hoor, maar die komt niet. Dus doe ik een nieuwe poging, waarop de zuil meldt dat ik al ben ingelogd. Ik kom hier duidelijk met een reden …

De audicien van Specsavers heeft mij om twee redenen doorverwezen naar de KNO-arts. Zij is niet helemaal zeker over de uitslag van mijn rechter oor, mogelijk dat er wat vocht achter het trommelvlies zit. Reden twee, mijn zorgverzekeraar vergoedt een eventueel hoortoestel alleen als een KNO-arts ook zijn oordeel heeft gegeven. Zelf vrees ik dat ik een dagje ouder word.
De dokter grijnst als ik de laatste opmerking maak.
Hij laat me plaatsnemen in een grote draaistoel en begint zijn inspectie.
Het eerste toetertje is te groot voor mijn smalle gehoorgangen. Het tweede past beter, achter de  trommelvliezen is geen ongerechtigheid zichtbaar.
Mijn hoop op het flesje oordruppels dat mijn hardhorendheid snel zal oplossen, vervliegt. Ook de proef met de stemvork naast beide oren en bovenop mijn hoofd verloopt zoals het hoort. Ik hoor het geluid aan beide kanten op gelijk niveau. De volgende gang is de akoepedist die het werk van de audicien overdoet. De aangeboden piepjes komen wisselend door. 
Bij twijfel moet ik ook de knop bedienen en ik heb het gevoel dat dit te vaak het geval is. Ook nu heb ik problemen met woorden als pijn/fijn, maan/maas, lies/lief, ik noem maar wat voorbeelden. De grafiekjes laten nagenoeg dezelfde uitslag zien als die van de audicien. Zij heeft haar werk dus goed gedaan.
'U zit op het randje, passend bij uw leeftijd', zegt de dokter als ik weer voor zijn bureau zit. De verloren hoop krijgt weer vat op me. 'Ik zou dus nog een tijdje kunnen wachten met een hoorstoestel?'
'Beter wordt het niet meer mevrouw, ik raad u aan er wel een te nemen. Zou u dat willen?'
'Liever niet, maar ik vrees dat de buurvrouw binnenkort over geluidshinder komt klagen, want ik merk dat ik het volume van de tv hoger zet.'
Opnieuw grijnst de dokter. 'Ik zou het maar doen, mevrouw. Als u langer wacht wordt het alleen maar lastiger.'
Voor mezelf vul ik in dat ik nu nog in staat ben op het gebied van techniek iets aan te leren, want tegenwoordig kun je veel via de app op je telefoon regelen, dat geldt ook voor het bijstellen van een hoortoestel.

Met een getekende brief om de ziektekostenverzekeraar tevreden te stellen verlaat ik de poli en fiets meteen door naar Specsavers. Onderweg besluit ik de aanschaf van het toestel uit te stellen tot na onze vakantie. Maar de eerste afspraak op weg naar de aanpassing voor een ouderdomskwaal is gemaakt. Jullie horen er te zijner tijd nog wel over. 

zondag, september 18, 2022

Wens

Ik had zo graag een fiets gewild
een hele snelle,
zo eentje met een trommelrem
en op het stuur een handeltje
om trappend te versnellen
met links daarvan een ferme bel
om luidruchtig mee te schellen
het budget stokt bij een tweedehands brik
met roestige spaken, in de ketting een tik.
wat had ik graag als een Piet Pelle
willen rijden op Gazelle

De opdracht: schrijf een gedicht over iets wat je heel graag wilde hebben en dat met iets anders werd gecompenseerd.

zaterdag, augustus 20, 2022

Warme deken

Alle berichten over klimaatverandering, bezuinigen en de dreigende armoede, brengen me terug naar mijn jeugd waarin we weinig tot geen luxe kenden.
Ik stam uit de tijd van de kolenkachel en dikke gordijnen voor het dunne glas.
In de koude wintermaanden stap ik ’s avonds in mijn bed dat door middel van een warme kruik al een beetje is opgewarmd. Om mijn schouders warm te houden gebruik ik een flanellen dekentje. Lichtblauw met witte stippen.
Om te voorkomen dat de randen gaan rafelen zijn de zijkanten met blauw garen omgehaakt. ’s Morgens als de ijsbloemen dik op de ramen staan en mijn warme adem een wolkje vormt, biedt het dekentje tot voor de wasbak in de badkamer mij nog enige warmte. Het elektrisch straalkacheltje aan het plafond doet er lang over de badkamer een beetje op temperatuur te brengen.
Snel was ik me en sla het dekentje weer om als ik terugloop naar mijn bed waarvan ik het beddengoed keurig heb opengeslagen om te luchten.
Als ik me heb aangekleed vouw ik mijn pyjama samen met het dekentje onder het hoofdkussen zodat ik zeker weet dat ik dit warmhoudertje vanavond niet hoef te zoeken. Daarna trek ik het onderlaken glad en vouw het bovenlaken samen met de dikke wollen deken terug. De afgekoelde kruik neem ik mee naar beneden waar mijn moeder, naast een opgeporde kolenkachel die de kamer aangenaam verwarmt, wacht met het ontbijt.

zondag, september 12, 2021

Beste Wind

Wanneer ik op mijn E-bike in standje turbo met gemak jouw windkracht zes wegpeddel denk ik nog wel eens aan de tijd dat je me regelmatig het leven zuur maakte door uit de verkeerde hoek te waaien. Hoe je in mijn jeugd, toen ik op een oude roestige fiets naar de middelbare school moest, altijd voor tegenwind zorgde. In mijn herinnering hing ik dagelijks, jouw kracht trotserend, gebogen over mijn stuur. Als het regende klapperde de in legergroen uitgevoerde poncho woest omhoog en waaide jij het water er onder. In de uren dat ik met natte knieën in de klas zat vond jij vaak een reden om van richting te veranderen met gevolg dat ik eind van de dag weer in jouw bek met tegenwind keek. In die jaren, beste wind, heb ik je vaak vervloekt. Naarmate ik ouder werd ging het tussen jou en mij wat beter. Toen ik eindelijk een brommertje kreeg had ik niet veel last meer van je en nog weer later toen ik naast mijn luxe fiets met drie versnellingen de beschikking kreeg over een auto en dus kon kiezen met welk vervoermiddel ik naar mijn werk wilde gaan, hebben we enigszins vrede gesloten, hoewel ik nog altijd vind dat jij je met een aantal vakanties te veel hebt bemoeid. Je had me best had kunnen waarschuwen toen je mij met je verkoelende bries uit zee te lang in de Spaanse zon hield. Het duurde dagen voor mijn rood getinte huid plaats maakte voor mediterraan bruin en die ene wintersportvakantie waarin je met je lauwwarme Föhn de sneeuw liet smelten ben ik ook niet vergeten. In plaats van soepeltjes de helling af te glijden bleven de lange latten aan de papsneeuw plakken. De natte skipakken waren in het kleine appartement nauwelijks droog te krijgen. In de zomer die volgde leerde ik je Franse variant kennen. In Avignon vond jij het nodig om als Mistral op te treden, behalve dat de terrastafels omvielen en de servetjes ons om de oren waaiden zorgde je ’s nachts voor oorverdovend lawaai met je ritselende ruis door de hoge populieren die rond de camping stonden. Windmoe vluchtten we naar windstille oorden. Dat je jaren later met een niet voorspelde stormachtige wind op een camping in Friesland de luifel en de stokken van de caravan aan gort waaide heb ik je nooit vergeven. Sindsdien wantrouwen we elke stevige zucht van jouw kant en controleren we de stormbanden nog eens extra voor we ter kooi gaan. 

Gelukkig laat je vaak mildere kanten van jezelf zien en waai je regelmatig uit een vriendelijke hoek of ga je er zelfs lui bij liggen. Persoonlijk vind ik dat laatste je prettigste karaktertrek en dat brengt me op de metafoor waarin je in het dagelijks leven een rol speelt. Regelmatig wissel je van windrichting. Dan weer geef je me de wind van voren, dan weer krijg ik je in de rug en duw je me een beetje op. De periodes dat je me uit de wind hield, liggen als zorgeloos verwaaide kranten in mijn geheugen opgeslagen. Helaas steek je de laatste tijd de kop weer op met zo’n onrustige dwarrelwind waarvan jij niet weet uit welke richting je wilt waaien. Soms wanneer je kracht mij teveel dreigt te worden kijk ik naar het tegeltje wat ik ooit cadeau kreeg toen je mij omver dreigde te blazen. Ik steek mijn tong naar je uit en lees. ‘Wie sturen kan zeilt bij elke wind.’ 

Schrijfcursus opdracht: schrijf een brief aan een natuurfenomeen.

woensdag, juni 24, 2020

Sentimental journey

Tijdens een korte vakantie in Overijssel fietsen we in de omgeving van mijn Sallands/Twentse geboortegrond. Het levert verrassende plaatjes op.
De knooppuntenroute die we volgen voert ons langs een van de gedempte oude sluizen in het Zwolsekanaal wat niet meer wordt bevaren. 

Ik wijs meneer F. op een huis. Daar op de oprit kocht ik zo’n 50 jaar geleden mijn eerste tweedehands auto. Het huis zit goed in de verf, maar oogt nog als vroeger. Fietsend tussen weilanden en maisvelden kom ik tot de ontdekking dat er van de heidevelden geen enkel struikje is overgebleven.
Laat staan dat de herder met zijn schaapskudde nog ronddwaalt. 
Opgestuwd in de vaart der volkeren hebben hier boerenbedrijven hun domicilie gevonden. Maar kijk, op de glooiende es van Daarle torent de watertoren als vanouds boven de omgeving uit. 
Hier lijkt al die jaren niets te zijn veranderd. Het gebouw straalt nog dezelfde magie uit die ik vroeger als kind ervoer. Het bloeiende aardappelveld maakt de herinnering compleet. Even ben ik weer het kleine kind op het paarse doortrappertje dat hier zo vaak heeft gefietst. hier

Als we een paar dagen later de Lemelerberg op fietsen denk ik aan dat fietsje terug. Voor mijn kleine beentjes was dat toen een hele klim. Nu met al wat aardig kilometers in de benen is die klim op de E-bike zelfs in tourstand, een eitje. Eenmaal boven zie ik dat de ijskiosk er nog staat, weliswaar afgezet met rood-witte linten i.v.m. corona. Het ijs dat wordt verkocht is van een andere kwaliteit dan het schepijs van een dubbeltje uit mijn jeugd. 
Achter het theehuis waakt de, uit rode steen opgetrokken, Nederlandse Leeuw nog altijd over de omgeving. Zijn chagrijnige uiterlijk is in de afgelopen 60 jaar niet veranderd. hier
De afdaling naar het dorp Lemele gaat, net als vroeger, supersnel. 
Tot slot fietsen we langs De Regge die in oude glorie is hersteld. 
Het riviertje meandert weer ouderwets door het prachtige landschap en voorziet ons van doorkijkjes op ‘Oale Groond’.




foto's ferrara
klik voor vergroten op de afbeelding
Wie over de eerste auto wil lezen klik hier

zondag, maart 15, 2020

De Dom van Keulen

Bij mijn grootouders van vaders kant staat op de schoorsteenmantel een koperkleurig miniatuurtje van de Dom van Keulen. Kleine spitse torentjes steken venijnig omhoog. Het past geheel bij het donkere interieur met zware gordijnen en pluche tafelkleden.
Mijn broer en ik vinden het geval spuuglelijk en spreken spottend over “Het Dommetje.”
Ook mijn moeder kan het kleinood niet waarderen. Zij laat weten: 
‘Mochten jullie de moed hebben mij ooit een dergelijk kreng cadeau te geven dan zal ik de gift met een groots gebaar in het kanaal doen belanden.’  
Wij zijn dus gewaarschuwd ons schaarse zakgeld niet te besteden aan dergelijke prularia.
Mogelijk heeft haar aversie te maken met het feit dat mijn vader, van wie zij gescheiden is, de schenker van dit wangedrochtje is.

Als Opa overlijdt, besluit Oma kleiner te gaan wonen. “Het Dommetje” verhuist mee naar een huisje met centrale verwarming. Op de vensterbank tussen de paarse cyclamen en roze begonia’s zinken de spitse torentjes in het niet.
Wij kinderen worden volwassen, krijgen banen en gaan zelfstandig wonen. “Het Dommetje” raakt geheel buiten beeld als ook Oma overlijdt. In het verdelen van haar erfenis spelen wij geen rol van betekenis, laat staan dat we rechten aan het miniatuurtje willen ontlenen. Het ding kan ons gestolen worden. Tot op een dag mijn broer voor zijn werk naar een bouwbeurs in Keulen moet. Daar komt hij in de verleiding tot een aanschaf die hij zorgvuldig bewaart.

Sinds we op ons zelf wonen, verzamelt zich elk jaar rond 5 december een vast gezelschap in mijn ouderlijk huis om Sinterklaas te vieren. Mijn moeder, mijn broer en ik als gezinsleden, de kameraad van mijn broer, mijn vriendje en ook de jongste zus van mijn moeder is met haar vriendin ieder jaar van de partij. Al of niet aan de hand van een verlanglijst kopen we voor elk lid van het gezelschap kleine presentjes.
Gedichten zijn verplicht met een minimum van vier regels. Humor en plaagstootjes worden zeer op prijs gesteld. Je maakt dik kans die avond bij de neus te worden genomen of je krijgt een blunder, die dat jaar is begaan, nog eens ruimschoots voor de kiezen. Zo kom ik een keer bepakt en bezakt voor de bewuste avond thuis. Ik heb ook een overgebleven kale staak van een Benjaminficus mee. Ik woon op kamers boven een verffabriek en denk dat de plant ter ziele is gegaan vanwege mogelijke giftige dampen. 
Moeder vraagt me het restant mee te nemen want de plaatselijke bloemist wil de plant, of wat er van over was, aan een onderzoek onderwerpen.
Tijdens pakjesavond pak ik, na het voorlezen van een gedicht over het gevaar van giftige stoffen en dampen, de overblijfselen van de ficus uit. 
Het hele gezelschap schiet in de lach omdat ik voor mijn eigen surprise heb gezorgd. Als beloning staat een puntgave ficus in de gang op me te wachten.

Zelf krijgt moeder dat jaar een klein geschenkje met een hilarisch gedicht.
Met verstand van bouwen heeft mijn broer zijn best gedaan de facetten van een bouwwerk in puntige details te verwoorden. Hij schrijft over metselverbanden, spanningsbogen, steunberen en penverbindingen. 
Al rijmend legt hij verbanden naar de verhoudingen binnen de familie en ons gezin. Hij tovert een waar kunstwerk voor ogen dat de schoorsteenmantel tot in lengte van jaren moet sieren.
Met een brede grijns pakt moeder “Het Dommetje” uit en haar droge commentaar luidt; ‘Je weet wat ik destijds heb gezegd.’

Als de volgende ochtend een deel van het gezelschap laat aan het ontbijt verschijnt, vertelt moeder dat ze haar belofte die ochtend al vroeg heeft waar gemaakt en dat ze De Dom in het kanaal heeft gegooid. Jammer dat ze niet op ons heeft gewacht. Wij waren er graag getuige van geweest.
‘Hadden jullie maar vroeger moeten opstaan.’ is haar verweer.
Het volgende jaar is niet alleen de kameraad van mijn broer, maar ook mijn aanstaande schoonzus voor het eerst van de partij bij het Sinterklaasfeest en wat oorspronkelijk voor mijn broer bedoeld is, krijgt zij aangeboden.
Nu komt aan het licht dat moeder op haar beurt “Het Dommetje” een jaar heeft bewaard om er mijn broer nog eens flink mee te plagen. Haar wraak is extra zoet dat het via zijn vriendin kan.
Het treft doel want hij kent zijn geliefde… die zal uit pure plichtsgetrouwheid het lelijke cadeautje bewaren en het mogelijk een plek geven in hun toekomstige stulp. Haar echtgenoot in wording besluit daar ter plekke een stokje voor te steken. Onder licht protest van zijn vriendin, die vindt dat hij dat ten opzichte van zijn moeder niet kan maken, doet hij een poging het ding tot smelten te brengen, wat jammerlijk mislukt. De Dom blijkt uit het ‘goede hout’ gesneden.
Diezelfde avond laat broerlief, dit keer echter met ons allen als getuige, “Het Dommetje” afzinken in het kanaal. Na die gebeurtenis staat de Dom van Keulen, stevig verankerd in mijn geheugen, als symbool voor gezellige familieavonden.


Vorige week heb ik de Dom eindelijk in het echt kunnen bezichtigen, hoe dat was laat ik nog wel zien als de foto’s zijn bewerkt. De foeilelijke miniatuurtjes zijn nog steeds te koop.

foto internet

vrijdag, februari 07, 2020

Luister bijzetten

Het is zomer 1955. Ik ben zes jaar en ga voor het eerst op schoolreis. 
Met de eerste klas van de lagere school in de bus naar het Noorder Dierenpark in Emmen.
Ik begin die dag met de pest in omdat ik de rugzak van mijn broer mee moet.
Het is een cadeau van mijn grootouders dat ze hebben meegebracht van hun reis naar Zwitserland. Een origineel exemplaar van beigekleurige canvas met leren riempjes en metalen gespen om alles goed te kunnen afsluiten. 
Juist het uiterlijk maakt mij opstandig. Ik ben als de dood dat ik word gepest met dat malle ding, dat ik dan ook niet op mijn rug draag. Ik kijk wel uit en hou het geval zo laag mogelijk bij de grond.
Veel liever had ik mijn kleffe witte broodjes met gebakken ei in een kleurig, glad kartonnen koffertje gestopt, zoals veel van mijn klasgenoten hebben.
Maar mijn moeder is onverbiddelijk. Waarom zo’n koffertje kopen als een prachtige rugzak voorhanden is. Het geld groeit haar niet op de rug.

Mijn opa vindt dat hij de schoolreis wel wat luister bij kan zetten en zorgt voor het zakgeld. Ik krijg een gulden om die dag iets lekkers van te kopen. In die tijd, voor een zesjarige, een heel kapitaal. Zorgvuldig berg ik de buit in mijn knipbeursje. Dan zegt opa, die in de aardappelhandel zit. “Ik wil er wel iets van terugzien.” Ik versta het verkeerd en schuif hem de gulden weer toe en zeg: “Hou hem dan maar”. Opa zegt dat hij bedoelt dat ik niet alle geld in een keer hoef uit te geven.
Op deze manier probeert de handelaar in hem de kleindochter spaarzaamheid bij te brengen.

Van die dag herinner ik mij vooral dat het in de dierentuin voor de kiosk, waar ze snoep en ijs verkopen, enorm druk is. De lange rij duwende en trekkende kinderen schrikt mij af. Bovendien staat klasgenootje Jan, de treiterkop die het vaak op mij heeft voorzien, ook in die rij. Mijn opa heeft mij met zijn geldelijke bijdrage extra plezier willen bezorgen, maar onder de pesterige blik van Jan wordt de gulden een loden last. Toch sluit ik aan. Ik wil mijn gulle opa niet teleurstellen en vertellen wat ik heb gekocht als ik de rest van het geld terug ga brengen. Hij wil er immers iets van terug zien.
Wanneer ik eindelijk aan de beurt ben, staat Jan nog naast de kiosk en ik weet niets anders te bedenken dan een rolletje drop van 10 cent te kopen.

Eind van de dag stap ik uit de bus met een half rolletje drop in een voorvakje van de vreselijke rugzak en nog 90 cent in mijn knipbeursje.
Een dag na het schoolreisje stap ik op mijn fiets om opa zijn geld te brengen.
Hij is verbaasd dat ik zo weinig heb uitgegeven. Ik vertel hem van de lange rij. Over Jan zeg ik niets.
Mijn, door angst veroorzaakte zuinigheid, wordt rijkelijk beloond. Ik mag het kapitaaltje houden.
Gek genoeg kan ik me niet herinneren wat ik met dat geld gedaan heb.
Drop heb ik er vast niet van gekocht.

foto internet

vrijdag, december 20, 2019

Afscheid

Het Heilooërbos is in herfsttooi. De afgevallen bladeren vormen een glimmend bruin tapijt. Je ziet door de bomen het bos weer. Paddenstoelen in alle soorten, maten en kleuren schieten uit de grond of staan te pronken op afgezaagde boomstammen. 
Het wit van landhuis Nijenburg aan het begin van de Rond-O-laan, ziet in dit jaargetijde wat grauwer dan anders, maar het past in de doorkijk die het bos nu geeft. De voorbij razende knalgele intercity is een paar keer per uur een dissonant in het ingetogen bruingele kleurenpalet.

Waar in het voorjaar de vogels in hun niet aflatende concert een wedstrijd houden wie het hardst kan zingen en waar de drummende specht bijna altijd wint, zo stil is het in de herfst. Af en toe hoor je geritsel in het tapijt onder de bomen en zie je een vogel schichtig opvliegen.
Alleen de honden trekken zich niets aan van de seizoenen. Zij rennen en blaffen elk jaargetijde even wild en uitgelaten. Zij lijken geen verschil te ervaren. Dat geldt niet voor hun bazen. Net als bij mij wisselt per seizoen de kleding. Van een luchtige, lichte outfit en kleurige sneakers aan de voeten, verandert de dracht naar donkere, dikke jassen en stevige stappers of laarzen.

Behalve ik, zijn er andere gebruikers van het fietspad. Sommigen merken de schoonheid van het bos amper op. Zo zijn er de scholieren die luid snaterend en met alleen oog voor elkaar en het mobieltje alle ruimte op het fietspad benutten. Het woon/werkverkeer passeert altijd in hoog tempo en heeft zelfs geen tijd voor een vriendelijke groet. Toeristen daarentegen doen het duidelijk wat rustiger aan en genieten zienderogen van de omgeving.

Zelf onderga ik mijn fietstochten heen en terug van schrijfcursus als een feestje. 
In het voorjaar en de vroege zomer vertrek ik wel eens vroeger van huis om extra lang te kunnen genieten van het uitbundig bloeiende fluitenkruid tussen de keurig in het gelid staande knotwilgen aan de Zandesloot, de aanvliegroute naar het Heilooërbos.
Ik zie de parende futen en weken later hun, naar voedsel schooierende, kroost.
In de late zomer ontneemt het manshoge riet me het uitzicht op de oever aan de overkant, maar twee weken later ligt het opgestapeld te drogen in de berm en heb ik weer vrij zicht om even later in het bos te worden omsloten door de donkergroene bomen en waar op het fietspad mijn voorwiel met de prachtige lichtinval speelt.

Nu ik dit allemaal opschrijf realiseer ik me dat het Heilooërbos de afgelopen zeven seizoenen een geliefd onderdeel van mijn bestaan is geworden. In het voorjaar van 2013 startte ik met de cursus ‘Creatief Schrijven’ en daarmee begonnen ook de tweewekelijkse fietstochten.
In december 2019 komt er voor mij een eind aan de schrijfcursus. 
Na een week wikken en wegen heb ik toch de keus gemaakt mijn schrijfschrift een seizoen aan de (knot)wilgen te hangen. Ik wil eens ervaren hoe het is om zonder druk van huiswerk te zijn.  Oh zeker ga ik de schrijfcoach, de schrijvers, het steunen en kreunen, maar vooral de schaterlachen missen.  Ik krijg waarschijnlijk spijt als haren op mijn hoofd, maar  dat risico durf ik te nemen. Wetend dat ik in september, wanneer het bos nog in volle zomerglorie is, weer kan aanhaken.

Fietsen in het bos zal ik niet laten. Stiekem hoop ik deze winter op een maagdelijk wit sneeuwlaagje in mijn geliefde bos, dat heb ik al jaren niet meer gezien. Gelukkig heb ik daarvan nog de foto’s. Net als die van het kabouterdeurtje met een trapje. Toen ik er eens wilde aanbellen bleek het wezentje met zijn hele hebben en houen te zijn verhuisd.
Te lang gewacht. Ik had er graag een verhaal van gemaakt.


foto's ferrara

zondag, september 08, 2019

Mejuffrouw C.J. Wannée

In mijn keukenkast staat de degelijke Wannée. Het kookboek dat is geschreven door mejuffrouw C.J. Wannée, lerares koken en later directrice aan de Amsterdamse Huishoudschool. Ik krijg het boek van mijn moeder cadeau wanneer ik in 1971 op kamers ga wonen en de beschikking krijg over een keukentje inclusief tweepits gasstel. Net als zij ben ik geen liefhebber van de kookkunst en waarschijnlijk hoopt ze dat de 19e druk van de Wannée daar verandering in zal brengen.

Bij het lezen van het voorbericht neemt mijn weerstand alleen maar toe.
Daarin valt onder andere te lezen:
“Dit kookboek wil ook tegemoet komen aan de moeilijkheden, waarmede zo menige huisvrouw te kampen heeft bij de samenstelling van het dagelijks menu”. Om vervolgens te vertellen dat alle recepten berekend zijn voor vier personen. Lekker dan, als alleenstaand kamerbewoner met nul verstand van koken moet je alle recepten eerst omrekenen. 
Dat laatste is niet mijn sterkste kant.
Mejuffrouw Wannée giet er ook nog een weinig smaakmakend literair sausje over door Vader Cats te citeren:
"Wat heeft er menig vrou, door onverstandig koocken
Een goede beet vermorst, en alle lust gebroken!"

In de eerste hoofdstukken passeren diverse onderwerpen, zoals verstandige voeding, de inhoud van de provisiekast, kopen en bewaren, koken en wat erbij te pas komt, de revue.
Ze bevatten tal van open deuren en zijn doorspekt met belerende zinnetjes als: “De beschikbare ruimte in de provisiekast is bepalend voor de hoeveelheid aan te schaffen artikelen.”
Ik maak ik zelf wel uit of ik de schaars aanwezige planken in mijn keukentje wil volproppen of voor de helft wil leeg laten.
In het hoofdstuk Koken en wat erbij te pas komt vind ik de volgende zin: “Koken is het gereed maken van voedingsmiddelen voor menselijke consumptie.”
Ja, wat dacht je anders, dat wij vrouwen al die moeite doen om het eindresultaat aan de kippen op te voeren?
“Een eerste vereiste voor een goed geslaagd gerecht is altijd het plezier in koken.”  Van dat zinnetje raak ik aangebrand. Mejuffrouw Wannée bepaalt maar niet waar ik plezier aan moet beleven.
Ondanks de moderne bewerking hangt in dit deel van het boek nog steeds een sfeertje van: “We leggen het de eenvoudige huisvrouw nog één keer uit”.
De spruitjeslucht uit de jaren van weleer stijgt er bijna uit op. Ik raak er, in de roerige jaren zeventig van de vorige eeuw, opstandig van.
Aan het eind van de inleiding wenst de schrijfster dat het boek een plaats krijgt in vele keukens. Aan die wens voldoe ik in elk geval.

Op internet lees ik dat bij het honderdjarig bestaan van het kookboek in 2010 een nieuwe uitgave is verschenen. Wikipedia meldt dat het boek bij elke heruitgave aan de inzichten van de tijd wordt aangepast en daardoor onverminderd populair is gebleven. Ja, bij de oude garde waarschijnlijk.
Ik vermoed dat er heel wat dertigers zijn die nog nooit van het kookboek voor de Amsterdamse Huishoudschool hebben gehoord. Mejuffrouw Wannée zou zich omdraaien in haar graf als ze weet had van kant-en-klare maaltijden, de pizzakoerier en de box van “Hello Fresh”

Anno 2019 moet ik eerlijk bekennen dat het haar niet is gelukt een volleerde keukenprinses van mij te maken. Voor een eenvoudige doch voedzame maaltijd draai ik mijn hand niet om, maar culinaire hoogstandjes en prachtige taarten moet je van mij niet verwachten.
Een keukenmachine is aan mij niet besteed, bakvormen liggen in de schuur te roesten en voor de messen van Jamie Oliver loop ik niet warm.
Het moge duidelijk zijn dat ik alleen al van het kijken naar “Heel Holland Bakt”
de zenuwen krijg. En als Yvette van Boven weer eens met haar mandje aan de arm kruiden gaat plukken, zap ik weg.

foto ferrara

zondag, januari 13, 2019

Alles aan kant

ruime maat vloerkleed
onttrekt neerdwarrelend stof
aan een kritisch oog

Herinnering uit mijn jeugd

Ik had twee oma’s, die van moeders kant voor het gezellig en altijd bereid leuke dingen met haar kleinkinderen te doen. Helaas overleed ze toen ik acht jaar was.

Ik denk dat de senryu die ik schreef meer op haar van toepassing was dan op de oma van vaders kant. Zij was altijd overdreven bezig met huishouden, gunde zich nooit tijd voor zaken daarbuiten. Toen ik de schrijfveer las moest ik in eerste instantie aan die oma denken. Bij haar was altijd alles aan kant.

Als 14-jarige tiener mocht ik op zaterdag wel eens helpen om een extra zakgeldje te verdienen. Ik zie me weer bovenaan de brandschone trap zitten met een stofzuiger loeiend op volle sterkte. Toen ik vond dat het lang genoeg had geduurd zette ik het apparaat uit en zeulde het de trap af waar ik niet één trede van had gezogen.
Oma inspecteerde mijn werk en vond het er keurig uitzien. Of te wel de trap was aan kant. Nooit meer heb ik zo gemakkelijk geld verdiend.

Zelf heb ik geen vloerkleden waar ik stof onder kan vegen. Regelmatig moet ik aan de slag met zo’n handige stoffer en blik waar je staande de vlokken mee bij elkaar kunt vegen. Toegegeven bij mij is niet altijd alles aan kant, maar gezellig is het wel.
Ik kan stof letterlijk en figuurlijk goed zien liggen. Ik lijk meer op de oma van moeders kant en dat bevalt me wel.

woensdag, oktober 17, 2018

Slecht zicht

gesluierde blik
nog onvoldoende gerijpt
staar op de lenzen

Deze senryu schreef ik in oktober 2014, na een bezoek aan de oogarts.
De opticien wilde me geen nieuwe glazen aanmeten voor er door de oogarts naar mijn ogen was gekeken. De vakman had een scherpe blik, alleen vond de oogarts de vervuiling nog niet erg genoeg. In vaktermen ‘De staar is niet rijp, kom over vijf jaar maar eens terug.’
Die vijf jaar haal ik dus niet. Mogelijk is het mijn vaste lezers opgevallen dat ik al een tijdje een groter lettertype gebruik en het contrast op mijn blog scherper heb ingesteld.
Deze zomer kon ik tijdens een knooppuntenfietstocht op geringe afstand niet meer zien of we links of rechtsaf moesten. Gelukkig hield meneer F. me op het rechte pad. Achter het autostuur begon ik vooral in schemerdonker moeite te krijgen om borden te lezen en toen ik een ‘vage’ kennis vanwege een geblurd gezicht wel erg laat groette, leek mij de staar overrijp.

Gisteren zat ik in alle vroegte, 8.00 uur is vroeg voor een pensionado, op de poli oogheelkunde. In de wachtkamer zat één lotgenoot, maar dat duurde niet lang. Al snel voegde zich een echtpaar bij ons waarbij de mannelijke helft aankondigde dat hij het hele circus al achter de rug had, maar dat hij nu zijn vrouw vergezelde.
Het type ‘neem nou mijn geval’ vertelde en passant ook even dat er bij hem iets was misgegaan. Waarop ik niet kon nalaten te zeggen dat hij ons dus kwam opvrolijken. De man haastte zich te zeggen dat het euvel keurig was opgelost en dat een staaroperatie een fluitje van een cent is. Kijk daar heb je wat aan. Nou was dat voor mij geen nieuws, want in mijn vriendenkring zijn er al velen voorgegaan die hetzelfde zeggen.

In een tijdsbestek van een uur legde ik vijf keer mijn kin in een schoongemaakt gleufje en steunde mijn voorhoofd tegen een band. 
Om te beginnen deed een assistente een oogdrukmeting en voorzag me van oogdruppels die de pupillen verwijden.
Vervolgens naar de optometrist die met diverse glassterktes aan het goochelen sloeg en waar ik zelf andermaal tot de conclusie kwam dat een heldere kijk op de wereld behoorlijk afneemt. 
Nummer drie bleek een co-assistente die terecht van A tot Z mijn belevingen wilde weten om uiteindelijk, terwijl ze me diep in de ogen keek, de schijnwerpers eens flink te hanteren. Ze deed zorgvuldig haar werk, hoewel ik geen idee had wat ze nou precies zag. Lichtelijk verblind mocht ik in de wachtkamer gaan zitten terwijl zij haar bevindingen met de oogarts zou doornemen. In deze wachtruimte zat een man op leeftijd, flink postuur in een knalroze T-shirt. Dat kwam via mijn verwijde pupillen vol binnen. Toen ik van hem wegkeek vertoonden de zachtgele wanden enorme roze vlekken.

Gelukkig werd ik snel binnengeroepen. Andermaal mocht ik mijn kin in de gleuf en mijn voorhoofd tegen de band leggen. De oogarts deed het werk van de co-assistente over met nog fellere lichtbakken en kwam tot de conclusie dat ze haar werk goed gedaan had. Dat vermoeden had ik al.
‘Mevrouw ik vertel u vast geen nieuws als ik zeg dat u staar heeft.’ sprak de enige man in het gezelschap dat zich deze ochtend met mij bemoeide. Vervolgens legde hij nauwkeurig uit wat hij mij kon bieden aan lenzen. 
Hij adviseerde, gezien de sterkte van het glas voor mijn linker oog niet naar een brilloos bestaan te gaan. Nou had ik, naar aanleiding van alle verhalen van voorgangers, toch al besloten desnoods een montuur met vensterglas te kopen. Wie zijn hele leven een bril heeft gedragen kan in zijn 70e levensjaar niet meer zonder. Volgens mij is dat geen gezicht. Enfin, dat probleem lost zich vanzelf op.
Tot slot naar de afsprakenbali en jawel hoor, kin in bakje, voorhoofd tegen de band, dit keer om de nieuwe lenzen te bepalen.
Als ik naar huis fiets komt het zonlicht keihard binnen. De pupillen reageren nog niet adequaat. Meneer F. had gelijk; ‘Neem een zonnebril mee.’ 
Ik ben te lui om af te stappen en het ding uit mijn tas te vissen.

In december is de eerste ingreep. Ik ben het meest nieuwsgierig naar de periode van overbruggen naar de tweede ingreep in januari. Want dan pas kan ik een nieuwe bril kopen. ‘We gaan het zien.’

vrijdag, september 21, 2018

Leesbiografie

Naast me op het terras zitten twee dames van iets meer dan middelbare leeftijd in zomerse kledij van een glas wijn te genieten. De zonnige jurkjes tonen de bruingebakken huid die niet overal meer strak staat. 
Hun gesprek gaat over lezen en het onderwijs van tegenwoordig. 
‘Ik begrijp niet dat ze op de lagere school geen gebruik meer maken van de leesplank.’ zegt de oudste.
‘Bedoel je de plank met die suffe figuren als Gijs en Wim, die zijn toch niet meer van deze tijd?’
Terwijl de dames het leessysteem onder de loep nemen dwalen mijn gedachten af naar een ver verleden waarin ik met de bewuste leesplank leerde lezen. De woorden wei-de en scha-pen waren de enige die uit twee lettergrepen bestonden.
Het lesmateriaal bereidde me voor op de zoetsappige verhaaltjes van Pim en Mien. Twee brave kinderen, te lief om enig avontuur te beleven.

De versjes die mijn moeder voorlas uit het boek de Lapjeskat van Annie M.G. Schmidt waren heel wat spannender.
De bange ridder uit Vogelenzang vond ik doodeng maar de schrijver die in zijn tuin een vijver vol inkt had was een geruststellende man. Eerlijk gezegd zou ik zo’n vijver wel in mijn tuintje willen.
Nog leuker waren de verhalen die mijn moeder zelf bedacht. Sientje Slak en Simon Spin die een onmogelijke relatie hadden, waar Mientje Mier en Wouter Wesp schande van spraken staan me nog helder voor de geest.

Al mijmerend vraag ik me af of ik tijdens die warme en veilige momenten begon te dromen over het zelf schrijven van korte verhalen. De kans is groter dat dit op latere leeftijd tot rijping kwam toen ik de complete jeugdseries van Kluitmans en Witte Raven al lang vaarwel had gezegd en me zowel het lidmaatschap van de ECI als een abonnement op Libelle kon veroorloven.
De columns van Scheherazade, die van een klein gebeuren een grappig verhaal kon maken, boeiden me mateloos. Ik denk dat zij de kiem legde voor de hobby waar ik me al jaren mee bezighoud. 
Het schrijven van kleine verhaaltjes.

Ik denk terug aan de eerste schreden die ik op het schrijverspad zette als redactielid van een personeelsblad. In de rubriek Kattenpraat liet ik mijn huisdier maandelijks aan het woord. Het beest wist van niks maar ze beleefde smeuïge avonturen en schroomde niet mij af en toe in een kwaad daglicht te zetten. Ze had een vaste schare fans waar ik gepast trots op was.
Ik zou die avonturen nog eens moeten lezen en ze met de kennis van nu herschrijven. Misschien is het iets voor mijn blog.

Ik schrik op uit mijn gemijmer als de ober vraagt of ik nog iets wil drinken.
Inmiddels hebben de dames naast me een grote sprong in de tijd gemaakt en bomen over zoveel tinten grijs en het laatste boek van Heleen van Rooyen, een genre dat mij totaal niet boeit.
Na mijn tweede glaasje wijn stap ik op de fiets en rijd naar huis waar ik me achter de pc zet voor de huiswerkopdracht. 
‘Schrijf een zo mooi mogelijke leesbiografie en wat zou je willen schrijven.’

Bij deze.

foto ferrara

maandag, september 04, 2017

Piece of cake

Omdat bruikbare ingrediënten voor het vervolgverhaal van de zusters zandvlo Miet en Griet niet altijd voor het oplepelen liggen, heb ik gisteren naar de eerste aflevering van “Heel Holland Bakt” gekeken.
Bij mij willen, tot groot vermaak van mijn kleindochter, de cupcakes uit het pakje van Dr. Oetker niet eens opstijven. Een beter excuus om me aan hogere bakkunsten te onttrekken is er niet te vinden.
Kijken naar die hobbybakkers is voldoende om me het klamme zweet te bezorgen.
De tent waarin de wind vrij spel heeft, een oven die je niet kent, te weinig aflegruimte en bovenal tijdsdruk. Ingezakte chocoladezoenen, romantische truffeltaart die niet wil rijzen, chocoladeschijven die aan scherven vallen. Voeg daarbij Meester Moppentapper André van Duin, die bij zijn tweede seizoen eindelijk alles uit de kast mag halen en de nachtmerrie is compleet. Sta jij met je kleverige vingers garnering op je taart te spuiten komt die grapjas je extra op de proef stellen.

Aan het eind van het (be)slagveld volgt het vorkje prikken en de beoordeling.
Alsof het om een eenvoudig rekensommetje gaat horen we Robèrt zeggen: ‘Het is plussen en minnen met deze taart.’
Janny vindt de structuur te vast of te zwaar om lekker te zijn. Ik rijm het niet met een eerder oordeel: ‘ Gewoon een heel lekkere zware taart.’
Ergens anders zit er weinig spanning in de taart. Geen spanning in de taart? Ik kan alleen maar met bewondering kijken naar die prachtige opgebouwde lagen of naar het gladde marsepein met een sierlijke roos als decoratie. 
Zit er na al die inspanning geen spanning in je taart …
Wat een beproeving, mijn maag draait ervan om.
Hoewel Miet en Griet dol op taart zijn ga ik er mijn vingers niet aan branden.

Rest de vraag. Wat is mollig beslag?

vrijdag, augustus 11, 2017

Woorden in de ochtend

De ochtendgroet van meneer F. ga ik hier niet verklappen. Neem van mij aan dat het lieve woorden zijn. 
Na douchen en een ontbijtje nemen we uitgebreid de krant door.
In woord en beeld komt via grote artikelen, columns, ingezonden brieven, enzovoort het nieuws tot ons. Als dit woordenritueel tot een goed einde is gebracht start ik in mijn schrijfkamertje de computer op. De dagelijkse mail van ‘Beter Spellen’ is dan al geruime tijd binnen. 
Vijf spellingsvragen op niveau F3 rollen over het scherm.
Mijn goed begonnen dag wordt nog beter als ik alle vragen goed beantwoord en de score op 100 % uitkomt. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er dagen zijn dat ik blijf steken op een score van 75 of nog minder. 
Als het grafiekje 50% aangeeft komt het schaamrood me op de kaken. 
Zo’n dag zit er geheid een vraag bij waar een streepje of komma moet worden gezet en ik in de, voor mij, bekende valkuil ben getrapt. Is het sms-je of sms’je. Nu weet ik het, sms’je, maar als volgende week iets soortgelijks langskomt is de kans groot dat ik voor een streepje kies. 
Met d’s en t’s heb ik niet vaak moeite dat is er vroeger op school wel ingestampt. 
Het gebruik van de woorden irriteren en beseffen gaat ook probleemloos, maar met de vervoeging van bijvoorbeeld downloaden, moeten de hersentjes op volle toeren werken en gaat het niet altijd goed. Als de vragen zijn ingestuurd komt meteen de score in beeld en als het nodig is lees ik de verklaring waarom antwoorden fout zijn. Ik wil er tenslotte wel van leren.

Nu ik hier toch zit kan ik mooi een deel van de dag gebruiken om deze schrijfveer uit te werken. Een prima excuus om boodschappen en strijkgoed in de wachtrij te zetten. Huishouden, ook een moeilijk werkwoord …


Wie meer wil weten over ‘Beter Spellen’

woensdag, juli 12, 2017

Door anderen uitgestippelde wegen

Soms gaat het helemaal mis op de wegen die door anderen in kaart zijn gebracht. 
Meestal ligt het niet aan die anderen, maar aan je eigen oriëntatie of eigenwijsheid.
Tijdens de vakantie in Frankrijk hebben we voor een paar dagen ons bivak opgeslagen op de camping in Liverdun. De camping ligt pal naast de Moezel en het blijkt een prachtig fietsgebied te zijn. Het schilderachtige plaatsje zelf torent hoog boven de rivier uit, maar op gebied van boodschappen heeft het niets te bieden.
Voor de dagelijkse kost zijn we aangewezen op de supermarkten in het nabij gelegen dorp Frouard, waar achteraf gezien, de hele regio met de auto boodschappen doet.
De afstand is, voor de vakantieganger met een kleine voorraad, per fiets goed te overbruggen.

Op een bloedhete middag kiezen we, uit twee mogelijkheden, de verkeerde weg. 
We denken langs de rivier te kunnen fietsen, maar belanden in behoorlijk heuvelachtig gebied waar in geen velden of wegen een winkel te bespeuren is. Zelfs niet in het dorp dat we uiteindelijk binnenrijden. Meneer F. raadpleegt zijn telefoon met navigatie en krijgt het advies de rivier over te steken en waarachtig het ding heeft gelijk. De eerste supermarkt die aan ons oog verschijnt is een Lidl. We zijn gered. Opgewekt laden we de fietstassen vol leeftocht en begeven ons op weg naar het aangelegde fietspad (het is er dus toch) om naar de camping terug te keren.
Eerst moet in het dorp nog een colletje weggefietst worden dat, zelfs met de E-bike in de sportstand, om flinke inspanning vraagt. Op het hoogste punt aangekomen doen we weer iets fout. In plaats van door te rijden slaan we rechtsaf en suizen met flinke vaart de helling af die, tot onze schrik, eindigt op een karrespoor buiten het dorp.
Wat nu? De klim terug zien we met die zware tassen niet zitten en dus besluiten we de gok te wagen en de hobbelige weg te volgen. 
Volgens de opnieuw geraadpleegde telefoon moeten de rivier en de spoorlijn aan onze rechter hand blijven om Liverdun te bereiken. Behalve teruggaan is er geen andere mogelijkheid want links groeit manshoog, dicht struikgewas. Het met puin vol gestorte pad blijkt een aanslag op de fietsbanden. 
Wat het, onder de blakerende zon, voor het fysiek en humeur betekent moge duidelijk zijn. Terwijl het zweet zich aan alle kanten een uitweg zoekt, daalt mijn stemming ver onder nul. Zoals gewoonlijk laat meneer F. zich niet uit het veld slaan en blijft de moed erin houden. Met veel zigzaggen en stukjes lopen naast de fietsen lukt het de meeste puinbrokken te ontwijken. 
Zodoende voorkomen we dat we boel aan flarden rijden.

Aan het eind van de tocht wacht de verrassing van de dag. Even afstappen voor een hek en een verbodsbord, we zijn ook nog eens op verboden terrein, en daar ligt het glad geasfalteerde fietspad richting Liverdun uitgerold. Verderop lonkt de brug die we bij aanvang van deze survivaltocht links lieten liggen. Bekaf maken we er nu gebruik van en fietsen naar de camping, waar het koele water van het zwembad wacht.
Volgende keer nemen we de uitgestippelde weg naar de supermarkt.


Liverdun
foto vanaf de camping gemaakt