gesluierde blik
staar op de lenzen
Deze senryu schreef ik in
oktober 2014, na een bezoek aan de oogarts.
De opticien wilde me geen
nieuwe glazen aanmeten voor er door de oogarts naar mijn ogen was gekeken. De
vakman had een scherpe blik, alleen vond de oogarts de vervuiling nog niet erg
genoeg. In vaktermen ‘De staar is niet rijp, kom over vijf jaar maar eens
terug.’
Die vijf jaar haal ik dus
niet. Mogelijk is het mijn vaste lezers opgevallen dat ik al een tijdje een
groter lettertype gebruik en het contrast op mijn blog scherper heb ingesteld.
Deze zomer kon ik tijdens een
knooppuntenfietstocht op geringe afstand niet meer zien of we links of rechtsaf
moesten. Gelukkig hield meneer F. me op het rechte pad. Achter het autostuur
begon ik vooral in schemerdonker moeite te krijgen om borden te lezen en toen ik
een ‘vage’ kennis vanwege een geblurd gezicht wel erg laat groette, leek mij de
staar overrijp.
Gisteren zat ik in alle
vroegte, 8.00 uur is vroeg voor een pensionado, op de poli oogheelkunde. In de
wachtkamer zat één
lotgenoot, maar dat duurde niet lang. Al snel voegde zich een
echtpaar bij ons waarbij de mannelijke helft aankondigde dat hij het hele
circus al achter de rug had, maar dat hij nu zijn vrouw vergezelde.
Het type ‘neem nou mijn geval’
vertelde en passant ook even dat er bij hem iets was misgegaan. Waarop ik niet
kon nalaten te zeggen dat hij ons dus kwam opvrolijken. De man haastte zich te
zeggen dat het euvel keurig was opgelost en dat een staaroperatie een fluitje
van een cent is. Kijk daar heb je wat aan. Nou was dat voor mij geen nieuws,
want in mijn vriendenkring zijn er al velen voorgegaan die hetzelfde zeggen.
In een tijdsbestek van een uur
legde ik vijf keer mijn kin in een schoongemaakt gleufje en steunde mijn
voorhoofd tegen een band.
Om te beginnen deed een assistente een oogdrukmeting
en voorzag me van oogdruppels die de pupillen verwijden.
Vervolgens naar de optometrist die
met diverse glassterktes aan het goochelen sloeg en waar ik zelf andermaal tot
de conclusie kwam dat een heldere kijk op de wereld behoorlijk afneemt.
Nummer
drie bleek een co-assistente die terecht van A tot Z mijn belevingen wilde
weten om uiteindelijk, terwijl ze me diep in de ogen keek, de schijnwerpers eens
flink te hanteren. Ze deed zorgvuldig haar werk, hoewel ik geen idee had wat ze
nou precies zag. Lichtelijk verblind mocht ik in de wachtkamer gaan zitten terwijl
zij haar bevindingen met de oogarts zou doornemen. In deze wachtruimte zat een
man op leeftijd, flink postuur in een knalroze T-shirt. Dat kwam via mijn
verwijde pupillen vol binnen. Toen ik van hem wegkeek vertoonden de zachtgele wanden enorme roze vlekken.
Gelukkig werd ik snel binnengeroepen.
Andermaal mocht ik mijn kin in de gleuf en mijn voorhoofd tegen de band leggen.
De oogarts deed het werk van de co-assistente over met nog fellere lichtbakken en kwam tot de conclusie dat ze haar werk goed gedaan had. Dat
vermoeden had ik al.
‘Mevrouw ik vertel u vast
geen nieuws als ik zeg dat u staar heeft.’ sprak de enige man in het gezelschap
dat zich deze ochtend met mij bemoeide. Vervolgens legde hij nauwkeurig uit wat
hij mij kon bieden aan lenzen.
Hij adviseerde, gezien de sterkte van het glas
voor mijn linker oog niet naar een brilloos bestaan te gaan. Nou had ik, naar
aanleiding van alle verhalen van voorgangers, toch al besloten desnoods een
montuur met vensterglas te kopen. Wie zijn hele leven een bril heeft gedragen
kan in zijn 70e levensjaar niet meer zonder. Volgens mij is dat geen
gezicht. Enfin, dat probleem lost zich vanzelf op.
Tot slot naar de afsprakenbali en
jawel hoor, kin in bakje, voorhoofd tegen de band, dit keer om de nieuwe lenzen
te bepalen.
Als ik naar huis fiets komt
het zonlicht keihard binnen. De pupillen reageren nog niet adequaat. Meneer F.
had gelijk; ‘Neem een zonnebril mee.’
Ik ben te lui om af te stappen en het
ding uit mijn tas te vissen.
In december is de eerste
ingreep. Ik ben het meest nieuwsgierig naar de periode van overbruggen naar de
tweede ingreep in januari. Want dan pas kan ik een nieuwe bril kopen. ‘We gaan
het zien.’