Als Chris Faber in zijn terreinwagen het zandpad van de wijngaard opdraait overvalt hem een gevoel van weemoed. Aan het eind van de oprit reiken de schoorsteentjes van de slecht onderhouden quinta naar de strakblauwe Portugese hemel. Hoe lang is het geleden dat hij in Pinhão neerstreek om met het geld dat in hij de Staatsloterij had gewonnen een bestaan in Portugal op te bouwen. Chris parkeert de wagen voor de veranda. Hij stapt uit, met in zijn ene hand de strohoed die zijn licht kalende schedel tegen de felle zon moet beschermen, met zijn andere hand drukt hij behoedzaam het portier van de auto dicht. Het is alsof hij de heersende stilte niet wil verstoren. De haveloze voorgevel van de ooit zo trotse woning staart hem bedroefd aan. De gesloten luiken hangen half uit hun verroeste scharnieren. Stroken afgebladderde verf omlijsten de kozijnen. Het doet hem pijn het huis zo verpauperd te zien. Toen hij destijds na het overlijden van zijn geliefde Jacintha het bedrijf verkocht aan de familie Flores die het bedrijf wilde voortzetten, heeft hij niet kunnen vermoeden dat hun woning er na een aantal jaren zo desolaat bij zou liggen. Traag loopt Chris naar de voordeur. Vergeefs hoopt hij dat Jacintha op de veranda verschijnt. Voorzichtig voelt hij aan de klink van de voordeur. Tot zijn verbazing is deze niet op slot. Aarzelend stapt hij over de drempel. Binnen is het donker en bedompt. De geur van stof en zand dringt zijn neus binnen. Zijn rubberen zolen laten een spoor achter in de dikke laag stof die de ooit zo glimmende plavuizen bedekt. Chris dwaalt door de kamers waar de verschoten gordijnen hem aan de stoffenmarkt in Barcelos doen denken. Het is niet de stof die hij daar samen met Jacintha heeft uitgezocht, maar toch komen er bij het zien van het vervaagde motief herinneringen aan die kleurrijke markt in hem boven. In het aangebouwde appartement waar hij in het begin van zijn Portugese avontuur heeft gewoond laaien de emoties hoger op. Hij moet moeite doen zijn tranen te bedwingen. In de grote woonkeuken waar hij met Jacintha uren aan tafel heeft gezeten om hun zaken door te nemen, zakt hij neer op een achtergebleven stoel en geeft zijn gedachten de vrije loop.
Hij herinnert zich het gesprek met Leo, de Nederlandse wijnboer waar hij een kamer heeft gehuurd. Leo weet dat Jacintha, na het overlijden van haar man Jaime samen met haar trouwe medewerkers Carlos en Vasco, met moeite de quinta draaiende houdt. Financiële steun aanvaarden van een rijke Nederlander stuit bij haar op emotionele bezwaren. Ze voelt het als ontrouw naar haar overleden echtgenoot. Door behoedzaam te werk te gaan weet hij haar vertrouwen en dat van haar werknemers te winnen. Hij ziet zich weer zijn intrek nemen in de aangebouwde woonruimte. Jacintha’s schuldgevoel tegenover Jaime en de vrees voor dorpsroddel maken uiteindelijk plaats voor verliefdheid. Dat de pastoor een jaar later hun huwelijk inzegent vervult Chris nog altijd met blijdschap. De jaren met Jacintha worden de beste van zijn leven. Hij was dol op haar bruine ogen, de donkere krullen en de weerbarstige lok op haar voorhoofd. Met veel geduld en proeven van verschillende soorten was het haar gelukt de bierliefhebber in hem te leren een goed glas port te waarderen. De bedrijfsgebouwen waren gerenoveerd en waar nodig was nieuwbouw gepleegd. Ook het huis zelf had een flinke opknapbeurt gekregen. Er was modern sanitair aangelegd en de keuken werd vernieuwd. De voormalige woonruimte van Chris bood regelmatig onderdak aan toeristen of pelgrimgangers op weg naar Santiago de Compostella. Wat waren ze gelukkig dat ze samen met Carlos en Vasco de wijngaard tot een bloeiend bedrijf wisten te maken. De port van de druiven van Quinta Rodrigues vond zowel binnen de Europese grenzen als daarbuiten gretig aftrek.
Het is ze een aantal jaren voor de wind gegaan tot het noodlot toeslaat. Jacintha wordt ongeneeslijk ziek en alle behandelingen in het ziekenhuis in Porto ten spijt wordt ze niet meer beter. Om zijn verdriet de baas te blijven stort Chris zich na haar overlijden vol overgave op hun bedrijf. Maar het echte plezier wil niet meer komen. Met zijn beide vaste werknemers en een makelaar heeft hij urenlange gesprekken over het voortbestaan van het wijngoed. Zakelijk gezien is er geen enkele reden de quinta op te geven, maar mentaal kan Chris het niet meer opbrengen. Zonder Jacintha is het hun bedrijf niet meer. Het liefst wil hij dat Vasco en Carlos de boel overnemen, maar dat zien de hardwerkende Portugezen toch anders. Portdruiven telen en oogsten is wat ze kunnen, investeren en de baas worden over een bedrijf met nieuw vast personeel is van een andere orde. Het voorstel dat Chris doet om zelf eigenaar te blijven en Carlos en Vasco tot bedrijfsleiders te maken wijzen ze van de hand. Zij durven die verantwoording niet op zich te nemen. En zo komt het dat Chris de quinta verkoopt aan de familie Flores. Hij laat schriftelijk vastleggen dat ze Carlos en Vasco in dienst houden tot hun pensionering. Als beloning voor hun jarenlange trouwe dienst lost hij de hypotheken van hun huizen af. Na de overdracht besluit Chris terug te gaan naar Nederland. Elk jaar keert hij naar Tua terug om het graf van Jacintha te bezoeken, daarna rijdt hij door naar het wijngoed, maar die gang valt hem steeds zwaarder. Als Carlos en Vasco wegens hun pensionering het bedrijf verlaten neemt hij zich voor de confrontatie niet langer aan te gaan en blijft weg uit Portugal. Gewaarschuwd door de zoon van de makelaar die de geschiedenis kent is Chris toch weer gaan kijken. De familie Flores exploiteert nog steeds de wijngaard maar het huis laten ze al een paar jaar over aan de elementen met alle gevolgen van dien. De nieuwe bedrijfsleider gaf er de voorkeur aan in Villa Real te gaan wonen.
Alleen met zijn verdriet blijft Chris nog een tijd in de keuken zitten. Hij voelt de nabijheid van zijn vrouw in het vertrek waar zij het liefst haar tijd doorbracht. Als hij zijn emoties weer de baas is maakt hij een korte rondgang over het terrein. In gedachten verzonken staat hij aan het begin van de wijngaard. Hij plukt een halfrijpe druif, uit gewoonte ruikt hij er even aan. Dan draait hij zich om en loopt terug naar de auto. Nadat hij mimosa op het graf van Jacintha en Jaime heeft gezet, rijdt Chris naar de makelaar om het voorstel te doen het woonhuis terug te kopen. Quinta Rodrigues verdient het om haar oude grandeur terug te krijgen. Hij vindt ongetwijfeld een liefhebber die er graag wil wonen.
--------
Bovenstaand stuk was een schrijfopdracht: ‘Schrijf over een verlaten gebouw’. Ik gebruikte daarvoor als kapstok een verhaal dat ik in 2012 naar aanleiding van een aantal titelsongs uit de Top 2000 had geschreven. Er stonden overbodige zinnen die ik op advies van de schrijfcoach heb verwijderd. Toen ik dat stuk op mijn blog wilde plaatsen realiseerde ik me dat het weinig zinvol was als je de voorgeschiedenis niet kent. Dat het herschrijven van Chris Faber een feuilleton zou worden met 30 afleveringen is te danken aan jullie enthousiaste reacties. Reuze bedankt daarvoor. Voor mij was het een leerzaam proces. Ik heb behoorlijk gesleuteld aan het oorspronkelijke verhaal. Verkeerde benamingen zijn verbeterd, namen en situaties zijn veranderd of verdwenen.
Hoe vaak heb ik niet gehoord dat een verhaal zichzelf schrijft, ik geloofde daar niet erg in. Inmiddels weet ik dat het wel degelijk kan gebeuren. Chris zijn dingen overkomen die ik van te voren niet had bedacht. Vera van Dam bijvoorbeeld dook zomaar op en de ontmoeting met Joost Postma en zijn ongeluk daarna had ik niet voorzien. Nichtje Irene en ook timmerman Tonio zijn nieuwe personages in dit verhaal. De hele geschiedenis is fictie. Alleen Leo en Maaike bestaan echt. Bij dit Nederlandse stel met een wijngoed en kamerverhuur in de Dourovallei hebben meneer F. en ik jaren geleden een paar dagen gelogeerd. De naam van het bedrijf en hun eigennamen zijn hier niet gebruikt. De locaties die ik beschreef hebben we tijdens onze reizen door Portugal allemaal bezocht. Na vandaag moet ik Jacintha en Chris uit mijn denkwereld zien te bannen, ze hebben me de afgelopen dertig weken dagelijks en soms ’s ook nachts beziggehouden. Neemt niet weg dat ik veel plezier heb beleefd aan het schijven en zoals jullie regelmatig lieten merken, was ik daar niet de enige in. Mijn dank is groot!

