Het Heilooërbos is in herfsttooi. De afgevallen bladeren vormen een glimmend bruin tapijt. Je
ziet door de bomen het bos weer. Paddenstoelen in alle soorten, maten en
kleuren schieten uit de grond of staan te pronken op afgezaagde boomstammen.
Het wit van landhuis Nijenburg aan het begin van de Rond-O-laan, ziet in dit
jaargetijde wat grauwer dan anders, maar het past in de doorkijk die het bos nu
geeft. De voorbij razende knalgele intercity is een paar
keer per uur een dissonant in het ingetogen bruingele kleurenpalet.
Waar in het voorjaar de vogels in hun niet aflatende concert
een wedstrijd houden wie het hardst kan zingen en waar de drummende specht
bijna altijd wint, zo stil is het in de herfst. Af en toe hoor je geritsel in
het tapijt onder de bomen en zie je een vogel schichtig opvliegen.
Alleen de honden trekken zich niets aan van de seizoenen.
Zij rennen en blaffen elk jaargetijde even wild en uitgelaten. Zij lijken geen
verschil te ervaren. Dat geldt niet voor hun bazen. Net als bij mij wisselt per
seizoen de kleding. Van een luchtige, lichte outfit en kleurige sneakers aan de
voeten, verandert de dracht naar donkere, dikke jassen en stevige stappers of
laarzen.
Behalve ik, zijn er andere gebruikers van het fietspad.
Sommigen merken de schoonheid van het bos amper op. Zo zijn er de scholieren
die luid snaterend en met alleen oog voor elkaar en het mobieltje alle ruimte
op het fietspad benutten. Het woon/werkverkeer passeert altijd in hoog tempo en
heeft zelfs geen tijd voor een vriendelijke groet. Toeristen daarentegen doen
het duidelijk wat rustiger aan en genieten zienderogen van de omgeving.
Zelf onderga ik mijn fietstochten heen en terug van schrijfcursus als een
feestje. In het voorjaar en de vroege zomer vertrek ik wel eens
vroeger van huis om extra lang te kunnen genieten van het uitbundig bloeiende
fluitenkruid tussen de keurig in het gelid staande knotwilgen aan de
Zandesloot, de aanvliegroute naar het Heilooërbos.
Ik zie de parende futen en weken later hun, naar voedsel
schooierende, kroost.
In de late zomer ontneemt het manshoge riet me het uitzicht
op de oever aan de overkant, maar twee weken later ligt het opgestapeld te
drogen in de berm en heb ik weer vrij zicht om even later in het bos te worden
omsloten door de donkergroene bomen en waar op het fietspad mijn voorwiel met
de prachtige lichtinval speelt.
Nu ik dit allemaal opschrijf realiseer ik me dat het Heilooërbos
de afgelopen zeven seizoenen een geliefd onderdeel van mijn bestaan is
geworden. In het voorjaar van 2013 startte ik met de cursus ‘Creatief Schrijven’
en daarmee begonnen ook de tweewekelijkse fietstochten.
In december 2019 komt er voor mij een eind aan de
schrijfcursus.
Na een week wikken en wegen heb ik toch de keus gemaakt mijn
schrijfschrift een seizoen aan de (knot)wilgen te hangen. Ik wil eens ervaren
hoe het is om zonder druk van huiswerk te zijn. Oh zeker ga ik de schrijfcoach, de schrijvers,
het steunen en kreunen, maar vooral de schaterlachen missen. Ik krijg waarschijnlijk spijt als haren op
mijn hoofd, maar dat risico durf ik te
nemen. Wetend dat ik in september, wanneer het bos nog in volle zomerglorie is,
weer kan aanhaken.
Fietsen in het bos zal ik niet laten. Stiekem hoop ik deze
winter op een maagdelijk wit sneeuwlaagje in mijn geliefde bos, dat heb ik al
jaren niet meer gezien. Gelukkig heb ik daarvan nog de foto’s. Net als die van
het kabouterdeurtje met een trapje. Toen ik er eens wilde aanbellen bleek het
wezentje met zijn hele hebben en houen te zijn verhuisd.
Te lang gewacht. Ik had er graag een verhaal van gemaakt.
foto's ferrara