Mokkend stamp ik de trap op naar mijn slaapkamer die nog in oude staat is en zoek wat kleren uit.
Smalend herhaal ik mijn moeder’s woorden: ‘Trek iets gezelligs aan.’
Als ik beneden kom staat de pot thee op tafel en is mijn moeder bezig het scrabblebord in stelling te brengen.
‘Zo te horen aan je stampen ben je niet tevreden met mijn antwoord.’
‘Nee natuurlijk niet, jij hebt makkelijk praten.
Jij hoeft niet voor zes uur je bed uit om flesjes warm te maken en tien boterhammen in kleine blokjes te snijden om ze daarna aan slaperige kleuters te voeren die nergens zin in hebben. Jij hoeft niet bij zuster de Vries op het matje te komen.’
‘Lieverd, die kinderen zijn ziek. En als jij een fout hebt begaan heeft die hoofdzuster alle recht van spreken. Van fouten leer je.’
‘Ja dat weet ik ook wel, maar het werk op deze afdeling ligt me nou eenmaal niet. Ik ben geen liefhebber van kindergeneeskunde. Ik werk liever met volwassen zieken.’
‘Daar kunnen die kinderen niks aan doen en die stage hoort nu eenmaal bij je opleiding. Je bijt maar door die zure appel heen. Ik zeg het nog een keer.
Je leert hoe dan ook een vak waarmee je jezelf kunt onderhouden.’
Terwijl ik met trage bewegingen zeven letters op het plankje zet, schenkt mijn moeder een kop thee voor me in.
Ook dat nog, ik heb bij de eerste ronde de Q al voor mijn neus. De U zal zoals gewoonlijk wel weer op zich laten wachten. Ook bij scrabble is vandaag geen winst te behalen.
Ik graai nog een keer in het zakje met letters, wie het dichst bij de A is mag beginnen. ‘Ik heb de B en jij?’
‘De U, jij begint.’ zegt mijn tegenstander. Beide letters gaan terug in het zakje.
Ik schuif wat met de blokjes en leg midden op het bord het woord droom.
De Q en de F hou ik over.
In de verte hoor ik vaag de stem van mijn moeder zeggen: ‘Twee keer letter en twee keer woordwaarde dat is 20 punten.’ Ik reik naar het zakje met letters.
Het ligt niet meer op tafel. Mijn hand maait de rinkelende wekker van het tafeltje naast mijn bed.
Voor de duidelijkheid. Ik heb dit verhaal, dat volledig op waarheid berust, als droom beschreven. Ik haalde in 1970 mijn diploma verpleegkunde met een 7 voor kindergeneeskunde. Het was het laagste cijfer op de eindlijst.
Het blauwe kruisje staat voor een opleiding in de psychiatrie die ik in de jaren 80 afrondde. En ja mijn moeder had gelijk.
