In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

Posts tonen met het label kattenpraat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kattenpraat. Alle posts tonen

zondag, oktober 18, 2020

Ode aan de poes

in glanzende vacht
met waakzame oren
spinnend tevreden in
standje niet storen

in glanzende vacht
met zichtbaar gemak
spinnend tevreden daar
hoog op het dak

 in glanzende vacht
komt zij zogezegd
spinnend tevreden op
haar pootjes terecht

 in glanzende vacht
is het haar om het even
spinnende tevreden met
meer dan één leven

foto ferrara
  

donderdag, mei 09, 2019

Kattenpraat 11

Rotte vis

Er is een nieuwkomer in de straat met de naam Sprot, hoe bedenk je het, je kat naar vis noemen.
Sprot is een agressieve treiteraar, altijd op zoek naar mot. Geen kat om zonder handschoenen aan te pakken. Nou, wat mij betreft kan hij heibel krijgen. Vandaag grijp ik mijn kans en ga vol in de aanval zodra Sprot met blootgetrokken tanden mijn kant op komt. Grommend spring ik in zijn nek en net als ik in zijn rechter oor wil happen rolt hij zich om en lig ik klem onder zijn dikke lijf. Dat is niet mijn idee van een flinke knokpartij. Met moeite klauw ik mijn nagels in zijn rug. Sprot is daar duidelijk niet van gediend. Als een krijsende wolbaal rollen we over de stoep, waar mijn mens met een bak water de wedstrijd roemloos beëindigt. Sprot krijgt de volle laag en druipt meteen af. Zelf strompel ik, met een nijdige Ferrara op mijn hielen, naar huis.
Uit een wondje aan mijn rechter voorpoot loopt een straaltje bloed.

De volgende dag wacht me een gang naar de witjas, die graag wil dat ik een kreupelshow geef. Demonstratief zit ik onder de behandeltafel en verzet geen poot. Ferrara reageert verontwaardigt. ‘Kom op doe niet zo schijterig, als het op vechten aankomt sta je je mannetje ook.’
De dokter zet me terug op tafel en voor ik het weet heb ik een spuit tussen mijn schouderbladen. Hij geeft een doosje pillen mee om een infectie te voorkomen. Natuurlijk ga ik die niet slikken, ik kan tegen een stootje. 
Thuis stop ik met kreupelen en spring in de vensterbank.
Ferrara noemt me een aansteller en neemt me het gat in haar weekbudget niet in dank af.
Ik beschouw het als leergeld voor de overhaaste gang naar de witjas.

Dit keer heb ik Kattenpraat en de WE-300 gecombineerd. 
Het is een waargebeurd verhaal en speelde zich bijna 40 jaar geleden af.
De opdracht in de WE-300 voor deze maand is schrijf in exact 300 woorden over een aanslag zonder het woord te noemen. 
Meer hierover:https://platoonline.wordpress.com/

maandag, februari 25, 2019

Kattenpraat 9

Ongeluksdag

Het eerste uitje sinds mijn operatie is niet vlekkeloos verlopen. De vlinders in de buik zijn weliswaar uitgefladderd en mijn stemgeluid is tot een normale miauw teruggebracht, maar de hang naar frisse buitenlucht is er nog steeds, bovendien kan een uitstapje geen kwaad meer nu Karel me niet meer aan een nestje kan helpen.
Ferrara overlegt met Coby, de vrouw van de huisbaas, dat zij me zal binnenlaten als ik op de stoep voor onze voordeur zit.

Mijn mens heeft dagdienst en gaat om 7.00 uur de deur uit, ik dus ook.
Ik duik de steeg in waar Karel zijn vaste hangplek heeft. Daar wacht me de teleurstelling van mijn leven. Mijn vrijer, die een paar weken geleden om mij de buurt hysterisch bij elkaar krijste, heeft niet op mij gewacht.
Naast hem zit Noortje, de troel van nummer 18, met een vijandige blik naar mij te loeren. Ze zet een hoge rug op en blaast me bijna van de sokken. 
Ik pik het niet en ga subiet tot de aanval over en geef haar een lel met mijn voorpoot over haar neus. Op haar beurt slaat ze een nagel in mijn rechter oor en ik voel het scheuren.
Ik realiseer me dat ik gehavend zal thuiskomen en besluit de schade tot het ene oor te beperken en ga er vandoor. ‘Angsthaas, hij is lekker van mij,’ hoor ik mijn rivale krijsen. Zonder krolsheid ben ik voor Karel blijkbaar geen interessante partij meer. Teleurgesteld in deze kater druip ik af. 
Nu al naar huis gaan is geen optie.
Als Coby op mijn eerste uitstapje voor mij haar bed moet uitkomen, kan ik het voortaan wel vergeten. Die snee in mijn oor is al erg genoeg. Ik kan beter nog een paar straatjes omgaan. Tegen tienen heb ik schoon genoeg van mijn omzwervingen en meld me bij Coby, die het scheurtje gelukkig niet ziet.

Als Ferrara eind van de middag thuiskomt, ziet zij wel meteen de opgelopen schade. Inmiddels is er al een mooi korstje verschenen dus goed beschouwd is er niets aan de hand. Mijn mens is boos. Ze neemt zonder meer aan dat ik de beschadiging aan een vechtpartij heb te danken. 
Ze noemt me een ordinaire vechtjas.

Terwijl ze uit het raam hangt vertelt ze Coby, die een verdieping lager op haar balkon staat, dat ik die morgen waarschijnlijk heb gevochten. Aangezien ik onderwerp van gesprek ben vind ik het wel zo netjes te laten zien dat ik nog goed gezond ben.
In plaats van dat ik naast haar in de vensterbank ga zitten stap ik langs Ferrara naar buiten en wandel zo het smalle raamkozijn op, wat voor overdreven paniek zorgt bij het vrouwvolk. Bij nader inzien hebben ze niet helemaal ongelijk. Als ik me wil omdraaien voor de terugtocht, stort ik plat op mijn pas geopereerde buik op het stenen balkon voor de voeten van Coby. Bezorgd dendert mijn mens de twee trappen af, zij ziet zich alweer bij dokter Messel in de wachtkamer zitten.
Wanneer ze buiten komt staat Coby met mij op haar arm te wachten op ons stoepje. Mij mankeert niets, ik kan heus tegen een stootje. Ik heb tenslotte al een aanrijding met een fiets overleefd en kan half onder narcose twee trappen afdalen.
Alleen voldoe ik vandaag niet aan de uitspraak dat een kat altijd op zijn pootjes terechtkomt. Coby mag haar balkon wel eens schrobben. Mijn witte buik ziet grauw, dat wordt wassen de rest van de avond.

zondag, januari 27, 2019

Kattenpraat 8

Pittig katje

In aflevering 7 van deze rubriek heb ik beloofd over mijn operatie te vertellen. Ik rakel het gebeuren niet graag op, maar belofte maakt schuld.
U herinnert zich waarschijnlijk nog dat ik, na met Karel aan de rol te zijn geweest, naar huis ga en daar enthousiast word ontvangen. Weet ik veel dat er een afspraak is gemaakt met dokter Messel, de witjas die me destijds naar het asiel liet afvoeren en die me nu van de vlinders in mijn buik moet afhelpen.
Terwijl ik Karel door middel van een flinke wasbeurt probeer kwijt te raken, zit hij ’s avonds jammerend op de stoep. Mijn mens is niet gecharmeerd van zijn lokroep en vanuit het keukenraam bezorgt ze met de bloemengieter de zingende kater een natte vacht.
Karel druipt af.

De volgende morgen word ik de reismand gepropt. Even ben ik bang dat Ferrara genoeg heeft van mijn geldverslindende aanwezigheid en mij voor straf terugbrengt naar het asiel.
Opgelucht haal ik adem wanneer ik de geur van de witjas in mijn neus krijg.
Zijn werkterrein is ook geen omgeving waar je blij van wordt, maar alles is beter dan het asiel. Gelukkig zitten we niet lang in de wachtkamer waar een nieuwsgierige bordercollie aan mijn mand komt snuffelen. Voor de show zet ik een hoge rug op en trek mijn tanden bloot. De baas van de collie vindt mij een ‘pittig katje’. En zo is het.

Op tafel bij dokter Messel laat ik me nog even van de venijnige kant zien. 
Ik probeer een nagel in zijn vinger te zetten, maar de man is op zijn hoede en voor ik er erg in heb berooft hij me van mijn bewustzijn. Wat hij met me uitspookt wordt me duidelijk als ik aan het eind van die dag goed wakker word. Van het pittige katje is niet veel over. Gedrogeerd en met een kaal geschoren buik lig ik, ingerold in een oude handdoek, voor de kachel. 
Een klein naadje wordt met twee draadjes bij elkaar gehouden. 
Dokter Messel heeft er een paar flinke knopen ingelegd zodat ik ze niet kan lospeuteren met mijn tanden. Voorlopig heb ik geen interesse in hechtdraad.
Ik ben misselijk en als ik mijn ogen opendoe draait de kamer als een dolgedraaide molen om me heen. Mijn vier poten werken op geen enkele manier mee en mijn achterlijf hangt er als een natte dweil bij. Ik begrijp nu wat het woord 'hondsberoerd' betekent. Doodstil liggen is het enige wat me bevalt. Op de grond zit Ferrara naast me, ze aait me over mijn kopje, dat is wel lekker. Spinnen lukt nog net.

Die nacht slaapt mijn mens op de bank in de kamer. Ze blijft in de buurt om me meteen te kunnen helpen voor het geval dat nodig mocht zijn. Maar zoals ik al meer heb laten zien, ik blijk uit een sterk geslacht te komen want de volgende dag word ik wakker als een herboren poes.
De wereld om me heen staat stil, mijn lijf werkt weer en ik heb trek in een stevige maaltijd. Ferrara snijdt een beetje vers hart voor me en vult een bakje met water. Het koninklijk ontbijt gaat erin als koek. Ik voel me kiplekker.
De knopen op mijn buik zitten me niet in de weg en dus daal ik, in een onbewaakt ogenblik, de twee trappen af naar de voordeur. Aan de andere kant zit Karel op de stoep op me te wachten en verraadt met zijn indringende geluid zijn aanwezigheid.
Mijn mens maakt met de snelheid van het licht een einde aan ons, door de voordeur begrensde, rendez-vous. Diep in mijn hart ben ik er wel blij om, want ik merk dat ik mezelf heb overschat en zie er tegenop al die treden weer op te klimmen. Terwijl ze me streng de les leest tilt Ferrara me voorzichtig naar boven, waar ik op de oude handdoek als een blok in slaap val. 
Van Karel kan ik voorlopig alleen maar dromen.


Opmerking van Ferrara.
Voor jullie beterschapswensen beginnen te sturen, dit verhaal dateert uit 1981. Een beschermende kraag bleek niet nodig en de hechtingen losten vanzelf op.

zondag, december 16, 2018

Kattenpraat 7


Krols

Ik ben onrustig en draai me in allerlei bochten vanwege een vreemd gevoel in mijn buik. Als ik mijn bekje opentrek komt er een erbarmelijk gejank uit dat zelfs aan mijn eigen oren pijn doet, laat staan aan die van mijn bazin. 
Ook heb ik steeds meer zin om naar buiten te gaan. Ik lig dus regelmatig strategisch opgesteld achter de voordeur om ervandoor te rennen. 
Voeg daarbij Zwarte Karel die de laatste dagen op ons stoepje zit. Je wilt niet weten wat hij voor geluid maakt, ik raak er compleet opgewonden van. Ferrara zegt dat ik last heb van de roep van de natuur. In kattentermen heet dat krols en als Karel de kans krijgt om mij in deze toestand te bespringen zal dat waarschijnlijk niet zonder gevolgen blijven. Een nest nakomelingen is met mijn scheve bekken niet gewenst en dus gaat mijn mens overleggen met de witjas. Deze vindt mij wat aan de jonge kant voor een operatie, maar als Ferrara uitlegt dat zij en ik ’s nachts geen oog meer dichtdoen vanwege mijn onrustige gejammer dat beantwoord wordt door Karel die van geen wijken weet, maakt hij een afspraak voor een ingreep waarmee de krolse gevoelens tot herinneringen zullen worden. 

Voor het zo ver is zie ik mijn kans schoon om te ontsnappen.
De lokroep van Karel interesseert me bovenmate en is niet te weerstaan.
De poeslieve roep van Ferrara om naar huis te komen, negeer ik.
Ik ga met Karel aan de rol. Van een keurige binnenpoes transformeer ik naar een ordinaire straatkat. We vrijen onder krols gekrijs zo’n beetje de bessen van de struiken in de moestuin van Ferrara’s huisbaas. Vooral Karel weet van geen ophouden. Na twee dagen en een onstuimige nacht vind ik het wel genoeg en wordt de binnenpoes in me wakker.
Een overweldigende ervaring rijker en waarschijnlijk zwanger besluit ik Karel vaarwel te zeggen. Hij vindt het best want op de hoek van de steeg zit Nel op hem te wachten. Ook zij heeft last van de roep van de natuur en daar wil Karel maar wat graag gehoor aan geven.

Met het uiterlijk van een voddenbaal en de geur van doordringende katerpies in mijn vacht vat ik post op de stoep waar Ferrara mij na haar dagdienst met gejuich begroet. Daarna moppert ze dat ik er niet uitzie en dat ik stink. 
Vooral dat laatste neemt ze me niet in dank af. Een stinkende kat op een kleine bovenwoning is geen pretje. Bij gebrek aan balkon kan ze me niet even te luchten zetten.
Terwijl ik me hongerig op mijn volle etensbak stort, grijpt Ferrara naar de telefoon.
Ik hoor haar zeggen. ‘Ze is terug, waarschijnlijk zwanger van een leger katers, staat ze nog op het operatieprogramma? Fijn, dan kom ik haar morgen brengen.’

Wat een overdreven opmerking ‘zwanger van een leger katers’ zo ordinair ben ik nou ook weer niet.
Volgende keer vertel ik over mijn operatie.


Opmerking van Ferrara.

Ik lees op internet dat er tegenwoordig anticonceptiepillen voor poezen zijn. Ik kan me niet herinneren dat die er destijds waren.
En al waren ze er geweest, Tukker had ze waarschijnlijk uitgespuugd.

zondag, november 18, 2018

Kattenpraat 6

Flip en Ferrara

Vandaag stel ik u voor aan een twee poezenkennissen van Ferrara.
Ze wonen bij een stel vrienden van haar die dol zijn op hun huisgenoten.
Flip kwam als eerste het huishouden versterken. Hij is een kater van gemengde makelij. Zijn ouders zijn raskatten van een verschillend soort, die elkaar in een onbewaakt ogenblik tegenkwamen en die ontmoeting is niet zonder gevolgen gebleven. Flip heeft iets aristocratisch over zich. Hij heeft een prachtige vacht. Voor een gewone kat zou het de term rood meekrijgen, maar bij Flip heet dat zalmkleurig. Een zalmkleurige kat, hoe zot is dat.
Met zijn goudkleurige ogen kan hij je indringend aankijken. Respect man, respect dat is wat ik verlang. Je zou zeggen dat zo’n kat de hele dag in zijn luxe mand met dik kussen vertoeft, maar niets is minder waar. Ooit is een leeg doosje, wat langer dan de bedoeling was, in de kamer blijven staan. Sindsdien propt Flip zijn iets te dikke lijf in dat verpakkingsmateriaal.
Lange tijd heeft hij alleen kunnen genieten van het gezelschap van zijn bazen die hem tot op zijn skelet verwend hebben.

Op een dag wordt hij naar de dierenarts gebracht die hem van zijn mannelijkheid berooft en vanaf dat moment gaat Flip als ‘je weet wel’ kater door het leven. Reden van die ingreep is de komst van Ferrara.
Een boerderijkatje dat naar mijn mens wordt genoemd. Alleen de menselijke soort kan zoiets geks bedenken. Een aristocraat met de naam Flip en het plattelandsvrouwtje krijgt de naam Ferrara. Mijn mens is er nog trots op ook.

Ferrara komt samen met een handvol broertjes en zusjes op een dag onder het hooi vandaan stappen. Blijkbaar heeft ze knel gezeten want haar staart vertoont een knik en haar voorpootjes zijn opvallend kort en krom. Ze lijkt een kneusje maar niets is minder waar. Ze kijkt brutaal de wereld in en is voor niets en niemand bang.
Stel u voor wat dat voor Flip betekent als dat ordinaire dragondertje zijn rustige bestaan komt verstoren. De arme ziel is dagen van zijn stuk geweest en heeft zich in een slaapkamer opgeborgen. Inmiddels kan hij veel van haar verdragen, maar als ze te ver gaat in haar aanhaligheid maait hij Ferrara met een fikse haal van zijn voorpoot tot rust. Mokkend trekt ze zich dan een uurtje terug in het chique onderkomen wat ooit voor Flip bestemd was.

Wat Flip nooit heeft gepresteerd, doet Ferrara met gemak. Flip is te netjes om via de gordijnen naar een open raampje te klauteren en naar buiten te klimmen. Ferrara draait er haar pootjes niet voor om en verkent, haar huisgenoten in verwarring achterlatend, de galerij aan de voorkant van hun flat. Verder dan de lift komt ze niet. Daar wordt ze door een van haar bazen onderschept. Bang dat ze toch een keer de kans neemt de lift te gebruiken staat dat raampje alleen nog open als haar bazen thuis zijn. En zo krijgt het boerderijkatje de gelegenheid om af en toe een frisse neus te halen. 
Een keer heeft Flip op de drempel van de deur zitten kijken hoe zij over de galerij paradeert. Frisse lucht … hij haalt er zijn aristocratisch neus voor op. Hij zit liever in de vensterbank op de uitkijk.

’t Is een wonderlijk stel. Net de Lady en de Vagebond, maar dan omgekeerd.
Wat betreft eetgewoontes doen ze voor elkaar niet onder. Ze eten alleen vlees en gekookte vis. Daarnaast zijn ze dol op Franse kaas. 
Ik klaag niet hoor, maar het is toch iets anders dan de blikjes van ‘Tom Poes’.

zondag, oktober 28, 2018

Kattenpraat 5


Aan het lijntje

Opgeborgen in mijn mand reis ik regelmatig mee naar de moeder van Ferrara. Ik noem haar “oude dame”. Het donkere haar met hier en daar spierwitte stroken draait ze in een grote knot. De voorkeur voor niet al te kleurige kleding doet de rest. Het geeft haar een statige uitstraling.

Daar ik last heb van oorsuizen zodra in een auto zit, is reizen niet mijn favoriete bezigheid. Aan de vaste handelingen die mijn mens verricht merk ik dat er een uitstapje in het verschiet ligt. Zodra de zwarte beautycase voor haar toiletspullen in mijn vizier komt neem ik de benen. 
Meestal moet Ferrara op haar buik onder het bed kruipen om mij uit de verste hoek te plukken. Door mijn vier poten op de hoeken van de mand te zetten leveren we voor vertrek flink strijd. Ik vrees de dag dat ze in de gaten krijgt dat ze mij als eerste in de reismand moet zetten voor ze haar eigen spullen tevoorschijn trekt. Dan zit ik opgesloten voor ik er erg in heb.

Eenmaal achter de voordeur van “oude dame” is het reisleed snel geleden. Alles wat een kat nodig heeft staat daar voor me klaar. Zo kan ik na de lange reis meteen op een schone bak, staat er een bakje vers hart en wacht me na de maaltijd een stevige aaipartij.
Best mens die “oude dame”. Ik mag hier zelfs naar buiten. Dat heeft wel wat pootjes in de aarde gehad, maar sinds het incident met het tuigje heb ik bewezen dat ik in deze straat de weg naar huis weet te vinden.

Dit is wat er gebeurde.
Ferrara gaat met vakantie en ik ga voor het eerst logeren bij “oude dame”. Diep in haar hart vindt ze het niks dat ik niet buiten kom. Zelf had ze vroeger twee katten die alle vrijheid van het buitenleven genoten. Maar Ferrara is streng. Ze drukt haar moeder op het hart mij vooral niet aan het buitenleven te laten wennen, want dat geeft problemen als we terug zijn in de bovenwoning. Daarbij ben ik nog niet geopereerd om te voorkomen dat ik kinderen krijg.  Aangezien “oude dame”  begane grond woont met een achtertuintje besluit ze een (te simpel) tuigje voor me te kopen. 
Goed bedoeld, maar te belachelijk om over te miauwen. Een kat in een tuigje dat is verbonden met de waslijn. Een actieradius van zes meter. Drie heen en drie terug, want meer lengte heeft de waslijn niet. Een beetje kat pikt dat niet. Ik wurm net zo lang met kop en poten tot ik bevrijd ben van het harnasje en neem meteen de wijk naar het plantsoen aan de overkant van de straat. 
Flink grasveld, veel struikgewas waaronder je heerlijk kunt zitten krabben, een vijver met een treurwilg ernaast en verder een aantal bomen om je nagels aan te scherpen. Kortom een paradijs voor de binnenkat.

Het duurt niet lang voor “oude dame” me mist en op haar stoep staat te rammelen met de doos brokjes. Dat heeft het voordeel dat ik kan zien bij welke voordeur ik straks moet gaan zitten miauwen als ik hier ben uitgekeken. In de straat zijn alle voordeuren gelijk, maar dat probleem lost zij, zonder het te weten, mooi voor me op. Ze rammelt maar een eind weg met die brokken, voorlopig trap ik er niet in. Onzichtbaar struinend tussen de struiken, straf ik haar voor het harnasje. Zuchtend sluit zij de voordeur. 

Onder de rozen ga ik er eens flink voor zitten. Dat is wat anders dan ronddraaien op een bak vol korrels. Wat een genot.
Terwijl ik mijn afval keurig begraaf, sta ik plotseling oog in oog met Pleun, de langharige teckel van de buren. Hij bedenkt zich niet en begint keihard te keffen. Het wolbaaltje op pootjes denkt zeker dat hij de baas is op dit groene landgoed. Ik laat het niet op me zitten, zet een hoge rug op en mijn staart doet niet onder voor de krullen op de rug van Pleun. Hij blijft keffen en ik blaas me uit de naad. Helaas is de hond niet onder de indruk van mijn tegengas. Hij trekt zijn boventanden bloot en zet een paar passen in mijn richting. Verdere toenadering wacht ik niet af en klim in de dichtstbijzijnde boom. Gelukkig roept de buurman zijn hond tot de orde en waarschuwt hij “oude dame” dat ik mijn toevlucht heb gezocht tot een boom.
Zodra de buurman en zijn hond achter hun voordeur zijn verdwenen laat ik me uit de boom vallen en zet het op een rennen naar de deur die voor mij openstaat. Binnen neem ik opgelucht een hap brokken op de goede afloop.

            
foto internet

zondag, oktober 21, 2018

Kattenpraat 4

Kuurtje

Als medebewoner van een kleine bovenwoning kom ik nooit buiten.
Mijn mens werkt voltijds dus wie moet me binnenlaten als ik het buiten voor gezien hou. Neem een kattenluikje in de voordeur zou je zeggen, maar Ferrara is niet van plan daarvoor toestemming aan de huisbaas te vragen. 
Zij houdt mij het liefst binnen de poort. 
Niet alle buurtbewoners zijn gecharmeerd van katten. Vooral de duivenmelker om de hoek moet niets van ons soort hebben.
Voor genieten van de buitenwereld ben ik aangewezen op de vensterbank.
Af en toe komt het water me in de bek, als er een vette buurduif voorbij vliegt.
Met mijn lijf, model theemuts, is het geen partij. Maar fantaseren over duivenjacht kan niemand me verbieden.

Eigenlijk beweeg ik niet genoeg. Het ligt niet in mijn aard om 6 keer per dag twee trappen op en neer te klauteren om slank te blijven. Daarbij smaakt het eten me prima. Geef mij goed blikvoer (sommige soorten zijn niet te kanen) of nog beter een portie vers hart en ik ben tevreden. Als toetje kauw ik een handvol droge brokjes met het grootste gemak weg. Goed voor mijn tanden, blijven ze scherp van. Dat laatste is flauwekul natuurlijk want ik kan toch niet op jacht.

Onlangs zijn die brokken me opgebroken. Vorige week heb ik benauwde uren gehad. Mijn blaas staat op springen, wat ik ook probeer er komt geen drup. Wanhopig krabbend breng ik de nacht op de bak door.
Aangezien we klein behuisd zijn dringt mijn paniekerige gedrag tot in Ferrara’s slaapkamer door. Om 4.00 uur zit mijn mens met het ‘complete poezenboek’ op schoot en komt tot de conclusie dat ik een blaasontsteking heb. Met gezwinde spoed brengt ze me de volgende morgen naar de dierenarts.
Voor de derde keer in mijn jonge bestaan beland ik bij de witjas op tafel en wat zegt de wijsneus. ‘Je poes lijdt aan een welvaartsziekte. De kat van tegenwoordig eet droge brokken en krijgt zodoende te weinig vocht binnen. Blaasontsteking is het gevolg. Ik zie het veel in de praktijk. Minder brokjes, meer drinken, is mijn advies. Daarbij is ze te dik, wat meer lichaamsbeweging zou haar goed doen.’
Het eind van het liedje is dat ie een ferme spuit tussen mijn schouderbladen plant. De zachte handen die ik me herinner vallen dit keer nogal tegen. 
Ik grom als een volleerde tijger. Vindt ie nog grappig ook. ‘Ja, mevrouwtje laat van zich horen.’
Ik heb zin hem een haal over zijn vingers te geven. Weet die vent veel van mijn bestaan op een bovenwoning.

Sinds het bezoek aan de dierenarts ben ik op dieet en ik moet een pillenkuurtje wegwerken. Smerig spul. De eerste, die ik in mijn eten tegenkom, drop ik op de vloer naast mijn etensbakje. 
Ferrara nijdig. Ik jaag haar op kosten, zegt ze. Die tabletjes zijn goed voor een rekening van 25 gulden.
Ze raapt de pil van de vloer en prakt hem door het restje wat ik demonstratief laat staan. Mopperend propt ze een nieuwe exemplaar in een stukje vers hart. Nu komen we tot elkaar.
Ik vind hart zo lekker dat ik die rommel wegslik voor ik er erg in heb.
Inmiddels zijn we een paar dagen verder en is het plasprobleem verholpen.
Dat komt niet alleen van die pillen. Ik slobber ook braaf mijn drinkbakje leeg.
Nu nog meer bewegingsvrijheid veroveren. Daarover een volgende keer.

donderdag, oktober 11, 2018

Kattenpraat 3

Eet vis als het er is

Mijn mens draait wisselende diensten. Dat wil zeggen dat ze regelmatig late dienst heeft. Ze is dan een deel van de middag en de hele avond van huis. Dat zijn niet de gezelligste dagen. Ik vind het leuker als ze ’s avonds thuis is. Zodat ze met mij op schoot op de bank voor de buis hangt of met een goed boek haar avond vult. Knutselen aan tafel mag van mij ook, ik mag me daar graag mee bemoeien. Ik snuffel aan de papiersnippers en met een snelle haal van een voorpoot maai ik de boel van tafel. Niks zo leuk als dwarrelende snippers na springen. Als ze zit te schrijven probeer ik altijd aan de pen te tikken. Vindt ze niet leuk, want ze schiet dan wel eens uit, met een krasje van de pen als gevolg. 

Maar tijdens de late dienst rest mij geen andere bezigheid dan in de vensterbank de wacht te houden. Ik spring er pas af als ik haar autootje in de straat hoor en ren met een noodgang de trappen af. Als zij de deur opendoet zit ik op de onderste traptree.
Na het douchen maakt ze haar afwezigheid ruimschoots goed. Vaak neemt ze een drankje en met mij op schoot volgt er dan nog een uurtje gezellig samenzijn. Dat ze daarbij TV kijkt vind ik niet erg, zolang ze mij maar over mijn kop aait. Zodra ze daarmee stopt zet ik mij nagels in haar bovenbeen, dat helpt enorm.

Op een avond komt ze thuis met een verpakking zalmfilet. ‘Kijk, gekregen van een kok die op mijn afdeling opgenomen is. Hij adviseert er een glaasje droge witte wijn bij te drinken, maar ik heb nu meer zin in Berenburg, dus die zalm bewaar ik voor later.’
Fijne baas, mij zo’n lekkernij onder de neus houden en er dan niet van mogen eten. Nu moet ik genoegen nemen met een laat bakje Tom Poes. 
Na een uurtje komt er een eind aan de gezelligheid.  Ferrara heeft de volgende dag vroege dienst, dat betekent op tijd uit de veren. Ik mag niet mee naar de slaapkamer. Met de rest van het huis tot mijn beschikking hoor je mij daarover niet klagen. En vannacht al helemaal niet.
Tegen de ochtend ontdek ik dat de zalm op het aanrecht is blijven liggen. 
Hoe dom kun je zijn, met een kat als huisdier. Ik weet natuurlijk donders goed dat dit spekje niet in zijn geheel voor mijn bekje is maar ik kan de verleiding niet weerstaan, zet mijn tanden in de verpakking en heb al snel de bek vol luxe vis. Er is geen redden meer aan en ik neem de tijd om de lekkernij naar binnen te werken. Volgevreten val ik op de bank in slaap. 

Als mijn mens opstaat en nog voor haar ontbijt zalmlucht krijgt te verwerken zijn de rapen gaar. Terwijl ze de lege verpakking van de keukenvloer vist, weet ze dat het cadeautje van de kok in de verkeerde maag is beland.
Ik hou me slapend en doe net of ik de tirade, die voor een groot deel voor haar eigen oren bestemd is, niet hoor. 
Dan had ze mij maar niet op het spek moeten binden.
Mijn mens kennende zal ze de kok niet vertellen dat het huis naar vis stinkt en de kat nog uren voor pampus op de bank ligt.
Ze gaat, geheel naar waarheid, zeggen dat het een heerlijke traktatie was.
Ik vind in de loop van die dag enkel mijn waterbakje gevuld.


foto ferrara

donderdag, oktober 04, 2018

Kattenpraat 2

Mankement

Na een kort verblijf in het asiel, waar de beheerster mij op sluwe wijze aan de vrouw brengt, heb ik een riante woning tot mijn beschikking gekregen.
De deuren van de woonkamer, een kleine slaapkamer, keuken en badkamer komen uit op een halletje en daarvandaan gaan twee trappen naar de voordeur, halverwege is het toilet. Mijn toilet staat in het halletje, dus hoef ik niet met een volle blaas de trap af. Dat is maar goed ook want ik heb een mankementje aan mijn rug.
De slimme asielbeheerster heeft dat buiten het zicht weten te houden door me tijdens het gesprek op schoot te nemen en ze heeft me eigenhandig in de reismand geduwd.
Ferrara, mijn mens, ziet de afwijking al snel, ze heeft een vak waarbij je goed moet observeren. Ik hoor haar mompelen; ‘Heb ik weer, laat me een kat in de zak aansmeren.’

Om haar te paaien, neem ik me voor me netjes te gedragen en maak zo snel mogelijk demonstratief gebruik van mijn toilet. Het stemt haar tevreden maar het neemt niet weg dat ze met me naar de dierenarts gaat. In de wachtkamer slaat me de schrik om het hart.
Vaag herken ik de geur van het chemische goedje waarmee ze het vertrek schoonhouden. ‘Was ik hier niet eerder?’
Een nieuwsgierige hond snuffelt aan mijn mand. Mijn handicap belet me een hoge rug op te zetten, dus neem ik mijn toevlucht tot vijandig blazen. 
De viervoeter raakt er niet van onder de indruk.
                                                                                     
Als de dokter mij met voorzichtige handen uit de reismand tilt weet ik het zeker. Ik heb die man vaker gezien. 'He', hoor ik hem zeggen. ‘Dat katje ken ik. Ze is het zwervertje dat hier een dikke week geleden werd binnengebracht nadat ze was aangereden door een fietser.
Ze heeft er een bekkenfractuur aan overgehouden. Aangezien ze geen bandje droeg met een adreskokertje heb ik haar op transport gezet naar het asiel. Hebben ze daar niet verteld wat er met haar aan de hand is?’

‘Nu begrijp ik, waarom ze apart is gehouden. Ze is niet te klein, ze heeft een mankement.’ Ferrara doet verslag van het tranentrekkende gesprek en de handelingen die de beheerster verrichtte. De dokter vindt het geen stijlvolle actie. ‘Breng je haar terug?’ ‘Natuurlijk niet’, zegt mijn mens. ‘Ik vind haar veel te leuk en zo erg is die handicap toch niet?’
Volgens de dokter zal de scheefstand nog wel bijtrekken, maar mijn mens moet erop toezien dat ik geen kinderen krijg. Hij adviseert een sterilisatie, zodra ik er de leeftijd voor heb.
Ferrara denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen omdat het niet de bedoeling is dat ik ooit het pand verlaat.

‘Ik zou daar niet van overtuigd zijn. Een krolse poes zal alles in het werk stellen om de roep van de natuur te volgen. Maar dit katje is nog jong dus je hebt nog wel even de tijd.’

Ik slaak een zucht van verlichting. Voorlopig kom ik hier niet terug.


Opmerking van Ferrara:
Het asiel in Zuidwolde bestaat nog steeds. Mochten de huidige medewerkers zich aangesproken voelen weet dan dat deze geschiedenis, die op waarheid berust,  bijna 40 jaar geleden speelde.

Voor de dierenliefhebber is het vandaag aan te raden even hier te kijken.
Klik op de leuke hond rechts onderaan de pagina voor een rondje huisdieren.

vrijdag, september 28, 2018

Kattenpraat 1

Even Voorstellen

Het was in de zomer van 1980 dat ik besloot een huisdier aan te schaffen.
Van huis uit was ik gewend met ten minste één kat te leven. 
De huisbaas bij wie ik destijds een kleine bovenwoning huurde had tegen een kat geen bezwaar en dus toog ik op een vrije dag vanuit Groningen naar het dierenasiel in Zuidwolde, steevast van plan met een eenkleurige poes thuis te komen. Het liefst zwart of rood. Het geslacht vond ik minder van belang aangezien het niet de bedoeling was dat mijn kat van het buitenleven zou gaan genieten. Hij of zij zou met recht een huisdier worden.

In het asiel liep een diversiteit aan volwassen katten in een grote ruimte vrij rond, sommige zaten in  kooien en waren blijkbaar nog niet voldoende gewend of misschien wel te agressief om vrij rond te lopen. 
Ik herinner me niet of ik de kans heb gehad er naar te informeren want in haar kantoortje nam de toenmalige beheerster een klein cypers katje, dat was uitgerust met een flink stel oren, op haar schoot. Terwijl ik haar mijn wensen voorlegde aaide ze het beestje liefdevol over de rug. Toen ik was uitgepraat vertelde ze dat het katje op haar schoot een jong zwervertje was dat nog te klein was om tussen de volwassen katten te leven, uit veiligheidsoverwegingen werd ze overdag in het kantoor gehuisvest, want je zou niet willen dat zo’n schattig beestje het gedwongen verblijf in het dierenasiel niet zou overleven. Zo ongeveer was de strekking van haar tranentrekkende verhaal en ik vloog er met open ogen in. 

Om een lang verhaal kort te maken. Ik reed terug naar de stad waar ik in de dierenwinkel een reismand, een kattenbak inclusief een zak met korrels en een blikje voer kocht. Vervolgens liet ik mij ik in Zuidwolde een cypers katje van het vrouwelijk geslacht overhandigen dat qua kleur niet aan mijn wensen voldeed maar haar grote oren en goudkleurige ogen met strakke eyeliner strepen aan weerszijden maakten dat gemis meer dan goed.
Ik gaf haar de naam Tukker, bijnaam voor de bewoners van Twente, mijn geboortegrond.
Vanaf nu zal ik een aantal van haar avonturen, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw op schrift zijn gesteld en bewaard zijn gebleven, herschrijven en hier plaatsen onder het label Kattenpraat.

foto ferrara