In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

Posts tonen met het label schrijfcursus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijfcursus. Alle posts tonen

maandag, juni 01, 2026

Tussendoortje

Gaan jullie dagen ook zo snel. Om te voorkomen dat ik voor het Alfabet van de ene foto naar de andere rol plaats ik een schrijfopdracht van het afgelopen seizoen. De opdracht was een gedicht te schrijven met wonderlijke woorden, liefst zelf bedacht. Dat laatste wilde niet erg lukken, maar de opdracht niet uitwerken was me de eer te na. 

Aglipaat

poëet zou ik willen zijn
rijmbreier van wonderlijke woorden als
kadekadollekekada
of zimpezampozompen
zodat dat men zegt ‘wataptja’
poëet van humor en van gein
dat zou ik willen zijn
rijmbreien met wonderlijke woorden als
hieperdepiep en hoeperdepoep
van klitsen en van klanders
en dat men vindt ‘sweriswadanders’
in rijmelarie hier neergeschreven
ben ik helaas niet erg bedreven
‘k ga op bovenstaand niet prat
want ’t is allemaal gejat 

vrijdag, maart 27, 2026

Brief aan mezelf

Vanmorgen vond ik onderin mijn fietstas een witte verkreukelde envelop.
Ze heeft veel zware last aan boodschappen opgevangen. De afdruk van een doos met wijnflessen is nog zichtbaar. Vaag ruik ik de geur van wasmiddel.
Nu begrijp ik waarom ik maar blijf tobben. De wijze raad aan mezelf heb ik nooit gepost.

Schrijfcursus: schrijf een brief aan jezelf. Ik schreef een UKV=Ultra Kort verhaal. Inclusief titel precies 55 woorden. 

zaterdag, januari 31, 2026

Spoelt u maar

Boer Leo heeft behoorlijk kiespijn.
Er zijn dagen dat zelfs het lachen hem vergaat.
Tot zijn ongenoegen moet hij bij het bezoek aan de tandarts bijna het achterste van zijn tong laten zien. De tandarts trekt degelijk bewapend ten strijde en terwijl hij Leo eens goed aan de tand voelt gebruikt de smoelsmid zijn eigen tong als een scheermes.
‘Nou, nou, dat u niet op uw tandvlees loopt mag een wonder heten. Ik weet niet of u veel eet dat u niet kent, aangenomen dat u uw tanden er nog kunt inzetten, maar u kunt het met gemak in de holle kiezen bewaren.'  
Hoewel hij op zijn rug ligt heeft Leo eerder het gevoel tegen de muur te staan.
Met opengesperde doch gesnoerde mond, doet hij er het zwijgen toe.
Hij kan alleen maar hopen dat de beul boven zijn hoofd het zwaard van Damocles  verhangt en het bijltje waar hij vaak mee hakt een beetje snel neerlegt.
De tandarts ziet zich geen kans het ene gat met het andere te dichten en gooit het werktuig op het instrumentenblad.
Het kletterend geluid klinkt Leo als muziek in de oren. Zijn stijf geworden kaken kunnen eindelijk weer op elkaar.
Nadat hij Leo in de gespreksstand heeft gezet, steekt de tandarts meteen van wal. ‘Ik zal er geen doekjes omwinden want die heeft u binnenkort nodig tegen het bloeden. Om in uw terminologie te blijven. Ik moet de verrotte akker in uw mond volledig rooien.’
Hoewel hij op hete kolen zit vangt Leo de teerling die de tandarts heeft geworpen.
Als hij na zes weken de rekening ziet, vergaat het lachen hem opnieuw.
Aan zijn mond vol tanden hangt een behoorlijk prijskaartje.



foto ferrara
klik aan voor vergroten

Schrijfcursus: Schrijf aan de hand van gezegdes een lopend verhaal.

zondag, december 21, 2025

Wintercircus

Hooggeëerd publiek “Komt dat zien, komt dat zien”
Ik ben hier neergezet als tijdelijke reclamezuil voor het wintercircus.
Letterlijk en figuurlijk tijdelijk. Want een sneeuwpop is geen lang leven beschoren. Het weiland achter mij is nog leeg, maar morgen staat daar de gekleurde tent en lopen de beesten binnen de omheining die speciaal daarvoor wordt gemaakt.
Julio de trapezemedewerker en Pizzicato de muzikale clown hebben mij opgetrokken en Julio leek het ludiek mij op mijn kop te zetten. Het past geheel bij de act die hij moet uitvoeren. Hij hangt tijdens de voorstelling in zijn strakke glitterpakje ondersteboven aan de rekstok in de nok van de circustent.
Pizzicato hoopt dat ik de aandacht van het publiek zal afleiden van al die zielige beesten die in de kou moeten staan. Er gaat bij het wintercircus geen voorstelling voorbij zonder protestacties van de plaatselijke dierenvereniging. Dat vooral de kamelen de kou moeten trotseren vinden de actievoerders schande. Die beesten horen in de hitte van de woestijn en niet in de vrieskou. De meeste schreeuwers willen alle dieren uit het circus zien verdwijnen.
Nou dan kan die branche wel opdoeken want zeg nou zelf wat is een circus zonder dieren. Dat ik hier voor joker sta, daar maakt niemand zich druk om.
Sterker nog als straks het smeltwater in mijn ogen loop haalt iedereen opgelucht adem. “Heerlijk de winter is voorbij.” Als het circus dan Paascircus wordt kunnen Julio en Pizzicato de Paashaas op zijn kop zetten. Wedden dat de vereniging voor de bescherming van de haas hier dan zijn tenten komt opslaan. Dat kan natuurlijk niet, de Paashaas te kijk zetten. Ook nog eens zonde van de eieren die dan uit het mandje rollen.
Nu het nog kan… “Komt dat zien, komt dat zien”
Niemand die straks om mij treurt.


foto internet

Dit verhaal is hier in 2014 al eens verschenen. Het was destijds een opdracht voor schrijfcursus. Ik had toen minder volgers en durf na 11 jaar wel een keer op herhaling te gaan.

zondag, november 17, 2024

Poging tot poëzie

in oneindig landschap

staan bloemen in de knop gebroken
waarom wil uit mijn brein
zo'n regel niet ontspruiten
al dagen broei ik op een vers
dat loopt, dat rijmt, dat klopt
ik lees kwatrijnen en sonnetten
probeer een limerick
ik spiek bij Holst en bij Verwey
en Annie M.G. Schmidt
wat kunnen zij wat ik niet kan
waarom lukt mij dat niet
ik denk nu na zo'n dag of zeven
de poging toch maar op te geven

Schrijfcursus: zoek een bestaand gedicht en maak er een eigen versie van.
Wat ik ook las en wat ik allemaal probeerde, het lukte niet.
Ik leverde eigen werk in. De schrijfcoach kon er wel om lachen.
Ze vond het een geslaagde poging.

vrijdag, oktober 25, 2024

Aardappelverlof

Vanuit het aanrechtkastje waarin de bak met aardappelen staat slaat een verstikkende rotte walm in mijn neus. Ik herken de geur meteen en plons jaren terug in de tijd. Mijn lagere school heeft een soort najaarsvakantie, ook wel aardappelverlof genoemd. Terwijl een aantal van mijn klasgenootjes dagelijks mee moet naar het land om aardappelen te rapen, mag ik een keer in de aardappelschuur van mijn opa aan de schudmachine helpen. De verse oogst moet van rotte exemplaren worden ontdaan. Mijn beide volwassen ooms Herman en Klaas staan in blauwe overalls aan weerszijden van de machine. Op een omgekeerd aardappelkistje sta ik naast oom Klaas toe te kijken.
Op het ratelende, oorverdovende ritme van de machine springen de verse aardappelen vrolijk op. Al schuddend rollen ze van boven naar beneden over een trillend rooster in een jute zak.  Als de zak bijna vol is schakelt Herman de machine uit en tilt Klaas de zware handel op de bascule. Nu het even stil is in de schuur lijk het of ik de muffe geur van aardappelen en vochtige klei meer ruik. Naast de bascule ligt een rolletje stevig touw en een grote kromme naald.
Bij het juiste gewicht naait Klaas met grote steken de zak dicht.
Ondertussen hangt zijn broer een nieuwe zak op en zet de schudmachine weer in beweging. Aandachtig kijk ik toe hoe oom Herman vliegensvlug een aardappel grijpt die niet opspringt en rolt. De toppen van zijn vingers verdwijnen in de aardappel. Uit de schudmachine rijst een misselijk makende verstikkende stank op. Kokhalzend spring ik van het kratje en ren onder plagend gelach van mijn ooms de schuur uit regelrecht naar de warme keuken van mijn oma.

'Wat is er met jou, ben je ziek?' Ik schud mijn hoofd. 'Misselijk', piep ik. 'Een stinkende aardappel, zo vies.'  'Volwassen kerels die jou plagen met een rotte aardappel. Als ze straks brood komen eten zal ik ze even flink de waarheid vertellen. Stelletje mispunten.'
Ha, er zwaait wat voor mijn ooms. Langzaam trekt de misselijkheid weg.
Oma reddert bij het fornuis waarop de ketel met warm water gezellig staat te zingen. Op de melk die staat op te warmen trekt langzaam een vel. Ze port het fornuis op om de melk aan de kook te brengen. Oma trakteert me op warme chocolademelk. In een beker met boerenbontopdruk strooit ze twee flinke lepels bruine cacaopoeder, daarop gaan twee scheppen suiker en een klein scheutje koffiemelk. Ze roert met een theelepeltje tot een bruin papje, dat glinstert van de suiker, op de bodem verschijnt. Ze vult de beker tot de helft met de melk die aan de kook is gekomen en roert net zo lang tot het bruine goedje is opgelost. Daarna gaat de zoet ruikende volle melk erbij. Ongeduldig wacht ik tot de loeihete drank zover is afgekoeld dat ik voorzichtig een slok durf te nemen. De bitterzoete lekkernij glijdt warm en zacht over mijn tong naar mijn maag waar ik het voel aankomen. De geur van de warme chocolade verdringt de stank van de rotte aardappel. Ik neem me voor nooit meer aan de schudmachine te helpen.

Terwijl ik met de bak naar de groenbak loop bereid ik me voor op de greep in de rottende aardappel. Bij gebrek aan een schudmachine ben ik genoodzaakt elke aardappel op te pakken. Onder een schimmelende schil voel ik mijn vingers wegzakken in vochtige brij. Hebbes. Ook al was ik mijn handen vandaag nog tien keer, het zal niet helpen. In een van de aanrechtkastjes vind ik een doos Droste cacaopoeder.

Schrijfcursus: oefening zintuigelijk schrijven.

maandag, oktober 14, 2024

Ik had geen keus

'Hier sta ik. Voor eeuwig vastgezet in een leeuwenkuil. Toen ik er werd ingegooid was het niet de bedoeling dat ik die kuil levend zou verlaten.
Met hulp van de Voorzienigheid is dat wel gelukt. Ik leef, maar sta voor altijd oog in oog met die kwijlende meute en moet hun gebrul dag en nacht aanhoren. De stank die ze verspreiden is niet te harden. Ik begrijp dat mijn verhaal zo tot de verbeelding spreekt  dat ik in verschillende kledij en houdingen ben vastgelegd.  Geschilderd door Peter Paul Rubens zit ik als een smekende gespierde vent in mijn blootje tussen de kwijlende leeuwen.
Het enige voordeel aan dat kunstwerk is dat ik mijn handen vrij kan bewegen. Zo lijkt het of ik die, naar mensenvlees stinkende, meute eigenhandig van mijn lijf kan houden.

De kunstenaar Briton Rivière zet me geboeid en wel op twee doeken te kijk. Van de gespierde vent is niets over. Briton maakt een mager aftands scharminkel van me waar de moed niet bepaald van afdruipt. De grijze vormloze jurk maakt het nog erger. Op het ene doek sta ik geboeid en wel met mijn rug naar de leeuwen. Zo dom! Je moet het beest in de bek kijken om het te kunnen overwinnen.
Op het andere lijkt het alsof ik de beesten vriendelijk toespreek. Het moet wel haast een bezweringsformule zijn want de leeuwen lijken als tamme lammetjes naar me te luisteren. Behalve die bloeddorstige rechtsboven in beeld, die ziet nog altijd een hapklare brok in me. Het zou heel wat opschudding geven als ik die weet te temmen. Door die kunstwerken heb ik het gevoel nog iets zinnigs aan de wereld bij te dragen, maar naarmate de jaren vorderen voel ik me steeds minder serieus genomen. 

Tegenwoordig sta ik in felle kleuren op covers van kinderboeken afgebeeld met leeuwen die eerder in een poezenmand thuishoren. Die tekenaars doen alsof zo'n leeuwenkuil een feestje is. Met de komst van de bioscoop en YouTube ben ik verworden tot een tekenfilmfiguur en ligt mijn dreigend gezelschap op één hoop met types als de Lion King.
Soms denk ik dat de leeuwen me beter hadden kunnen verscheuren dan was me deze afgang bespaard gebleven. Hoewel, nu ik een opdracht voor een schrijfcursus ben, kikker ik weer een beetje op.
Er wordt tenminste met aandacht naar me gekeken. De schrijvers moeten bedenken wat ik hier sta te doen en hoe ik me voel. Een van de vragen luidt. Voelt hij zich voor het blok gezet? Het antwoord is ja, want hoe je het wendt of keert, ik heb geen keus.' 


foto internet

Schrijfcursus: We kregen bovenstaande foto aangereikt met de opdracht,
schrijf een monoloog interieur. Ik vond het vandaag mooi samenvallen met de schrijfveer: 'Ik had geen keus.' Voor meer schrijfveren klik op de schrijfveer rechts op de pagina.

donderdag, september 12, 2024

Het spookt in de Efteling

Het belletje op de balie in de bibliotheek wordt diverse keren met volle kracht bewerkt. Odile laat haar boekenwagentje staan om de ongeduldige klant te woord te staan. Gekleed in een wijde joggingbroek en zwart T-shirt met een schreeuwerige opdruk, beent een opgewonden man van een jaar of dertig voor de balie op en neer. Vanonder zijn opgeschoren kapsel kijkt de tatoeage van een doodshoofd haar dreigend aan.  Zodra de man haar ziet steekt hij van wal. 'Wat is dit voor toko, een onbemande balie en als er dan iemand komt, sturen ze een jonge meid op me af. Zeker vrijwilliger hier. Je ziet er niet uit als iemand die verstand van boeken heeft.'
Razend snel repeteert Odile de lessen hoe om te gaan met een ontevreden klant. Ze negeert zijn houding en vraagt vriendelijk; 'Wat kan ik voor u doen, meneer.' Ze hoopt dat de man de lichte beving in haar stem niet opmerkt.
Met een agressief gebaar schuift de man het boek  'Sprookjes van de Efteling'  over de balie naar haar toe. 'Ik eis dat je dit boek uit de schappen haalt, het is een schande zoals de verhalen in dit boek worden verteld. Mijn zoontje hier is helemaal van streek. Een klein jochie met net zo'n opgeschoren kapsel als zijn vader klemt zich verlegen vast aan de rechter broekspijp. Vorige week waren we samen in De Efteling en hij wilde daar dolgraag nog eens over voorgelezen worden. Nou is dat niet mijn favoriete bezigheid, maar je doet wat om zo'n knulletje een lolletje te bezorgen.
Wat denk je? In dit boek heeft Assepoester haar glazen muiltjes geruild tegen de zevenmijlslaarzen van Klein Duimpje omdat de man die een vrouw zoekt geen prins is maar een boer. Een variant op boer zoekt vrouw, zal ik maar zeggen. Nou ja, moet kunnen denk ik, tenslotte krijgt mijn zoontje ook al te maken met lessen in lentekriebels. Heb ik ook mijn zegje over gedaan bij de directeur. Maar om mijn ventje, vanwege die seksuele voorlichting, naar een andere school te sturen blijkt een hoop gedoe te geven en daar heb ik geen zin in. Maar goed, ik blader snel door naar het volgende sprookje. Nou dame, daar werd ik niet vrolijker van. Roodkapje heeft geen fles wijn en appeltjes in haar mandje. Nee, Roodkapje vertelt aan de wolf, die eruit ziet als een schurftige hond, dat ze haar oma een doosje wiet en een verpakkinkje coke gaat brengen. Die verslaafde hond wacht niet eens tot ze haar vrachtje heeft afgeleverd, hij rukt het mandje uit haar handen en gaat er met de buit vandoor. Ik denk nog het gaat wel ver in deze moderne versie, maar je wilt niet kinderachtig zijn. Ik ben zelf ook niet vies van een snuif en tenslotte krijgt mijn joch via het jeugdjournaal ook het nodige mee van de verrotte maatschappij.  Maar als ik ontdek dat niet Sneeuwwitje in haar glazen kist ligt, maar een vent met opgepompte tieten en lippen en dat er geen zeven dwergen, maar zeven geiten op die kist liggen te janken is bij mij de maat vol. Dit kan een volwassen vent amper aan laat staan een kind van zes. Ik eis dat dit boek niet meer wordt uitgeleend en als je daar geen gehoor aan geeft ga ik naar de krant. Weet je wat haal er meteen je baas maar bij, ik heb helemaal geen zin om met zo'n snotneus te onderhandelen. Om zijn woorden kracht bij te zetten hangt de man voor over en plant zijn ellebogen op de balie.
Odile slikt, het klamme zweet breekt haar uit. Alle geleerde lessen over ontevredenheid en agressief gedrag glijden als een geest uit de fles tussen de ellebogen door over de balie. Lamgeslagen door het relaas van de klant is ze niet in staat iets te zeggen. Met zijn volle vuist ramt de man op het belletje.
Het geluid haalt haar terug naar de werkelijkheid. 

Fel maanlicht schijnt door een kier in de slaapkamergordijnen en trekt een streep tussen haar bed en de volgestouwde boekenkast.
'Volle maan, ook dat nog'.
Wat staat er ook weer in het psychologieboek over de invloed van volle maan en slecht slapen. De ene wetenschapper acht het bewezen, terwijl de andere de theorie in twijfel trekt. Hoewel de onrust die haar nachtrust teistert meer heeft te maken met het sollicitatiegesprek voor een functie als bibliothecaresse in de plaatselijke bibliotheek, vindt ze dat de eerste gelijk heeft. De verlichte cijferplaat van de digitale wekker op het nachtkastje wijst twee uur aan. Nog een een flink aantal uren te gaan voor ze, liefst, uitgerust aan het gesprek moet beginnen. Ze spreekt zichzelf toe.
'Kom op, ontspan, adem in, adem uit, je bent geslaagd met een mooie cijferlijst, wie doet je wat.'

De aantekening dat ze aan haar verlegenheid moet werken, wil ze de klanten goed van dienst zijn, probeert ze te negeren.

De schrijfopdracht was: schrijf een verhaal met de volgende gegevens.
We konden kiezen uit vier mogelijkheden ik koos voor de onderstaande.
Omgeving:         maanverlichte nacht
Karaktertrek:
      verlegen
Personage:
        bibliothecaresse
Situatie:              bezocht door een spook 

De schrijfveer voor vandaag is ongekende taferelen komt dat even mooi uit.              

vrijdag, april 19, 2024

Vogels spotten

De caravan staat gestald op de camping in Argenton sur Creuse. Een plaats in Frankrijk in het departement Indre. De Creuse is een rivier die vlak langs de camping stroomt. Bij hoog water zou je hier waarschijnlijk natte voeten krijgen, maar dat is nu niet het geval. In de reisgidsen en de folders valt te lezen dat het in deze regio stikt van de meren waar je bijzondere vogels kunt spotten.
Le Brenne heet een 'beschermd natuurgebied' te zijn, maar de fietser is er vogelvrij verklaard. De burger in het land van de Tour de France zit zelf liever achter het stuur van zijn auto dan op de vélo. Vrijliggende fietspaden zijn dan ook niet aangelegd. Normaal autoverkeer is toegestaan. Naast elkaar fietsen is levensgevaarlijk. Om goed zichtbaar te zijn hijst echtgenoot zich in het knaloranje hesje waarvan er maar eentje in de auto ligt. Ik fiets voorop. Echtgenoot sluit de rij van twee. De meeste automobilisten nemen een redelijk ruime bocht als ze inhalen. Een enkeling claxonneert.
Veel grond in dit gebied blijkt privé-eigendom. Middels strenge opschriften maakt de Fransoos die hier woont te kennen dat pottenkijkers niet gewenst zijn. Geen nood, voor de toerist blijft genoeg over om van te genieten.
De vogels zingen hun chansons ook buiten het hek naast het domaine privé. Jammer dat de specht die zich pijn in zijn schedeltje ramt onzichtbaar blijft.
Op een open vlakte vraagt zacht gezoem aandacht. In een veld vol knalgele boterbloemen foerageren duizenden bijen. Verderop staan koeien in een prachtige bruine kleur die je in Nederland niet ziet. De dromerige blik komt wel overeen met de soortgenoot in het thuisland.

De observatiepost die we als einddoel hebben ligt goed verscholen. In het bijna ondoordringbare struikgewas slingert een smal modderig looppad.
De bedoeling is duidelijk. Te voet verder. Om de vogels niet af te schrikken legt echtgenoot zijn veiligheidsvestje in de fietstas. Ondanks het diepe profiel van de schoenzolen volgen we met kleine pasjes het glibberige pad.
Zonder een modderpak op te halen bereiken we een kale houten hut. Buiten is op een bord te zien wat het uitgestrekte water aan vreemde vogels heeft te bieden. Binnen zit een beroepsvogelaar in camouflagepak.
Demonstratief zwijgend tuurt hij door een enorme lens het meer af. 
Onze kleine kijkertjes lijken opeens belachelijke speeltjes. Na tien minuten houdt de vogelaar het voor gezien. Hij hangt de lens op zijn buik en vertrekt zonder te groeten. Ik denk dat we hem gestoord hebben in zijn observaties en voel me bijna schuldig. Maar na nog eens tien minuten turen begrijp ik zijn vertrek.

Hoe we ook kijken door onze speelgoedkijkertjes, we komen niet verder dan twee waterhoentjes met een jong, een enkele fuut en wat kleine meeuwtjes. Allemaal grut dat bij ons thuis aan het eind van de straat in de gracht dobbert. Een illusie armer fietsen we terug naar de camping.
Le Brenne een ervaring om nooit te vergeten.


foto ferrara
klik aan voor vergroten

Schrijfcursus: De vraag was welke schrijver bewonder je? Probeer in zijn of haar stijl een stuk te schrijven. Voor mij is het Martin Bril de man kan van bijna niets een lezenswaardig artikel schrijven. Ik haalde een oud verhaal uit 2013 van stal en na het nodige schaafwerk is bovenstaand het resultaat.
Commentaar kort samengevat: 
Hoe imiteer je die stijl van Bril? Door journalistiek de situatie te beschrijven. Dat vinkje kun je zetten. De kern der dingen, raak je ook. De situatie schetst het tekort, het zoeken naar de uitkijktoren, de stugge vent, tot overmaat van ramp missen de vogels ook nog, die opbouw is ook een Bril-vinkje.

zaterdag, april 06, 2024

Bij AH

'Hallo.' Bliep, bliep, bliep.
'Bonuskaart?' Bliep.
'Bonnetje mee?'
'Voor een treetje RedBull en een zak chips? Hoeft niet, het zal wel kloppen.'
'Eftelingzegeltjes?'
'Nee, geef maar aan die mevrouw achter mij.'
'Fijne dag nog verder.'
'Doeiii.'

'Goedemorgen'. Bliep, bliep, bliep.
'Bonuskaart?' Bliep.
'Bonnetje mee?'
'Ja zeker, ik hou thuis de boekhouding bij.'
'Eftelingzegeltjes?'
'Ja fijn, mijn kleinkinderen gaan deze zomer met hun ouders, scheelt toch weer in de prijs.'
'Alstublieft ook die van de meneer voor u en fijne dag nog verder?'
'Dank je wel, met dit heerlijke weer gaat het lukken.

'Dag Meneer'. Bliep, bliep, bliep
'Bonuskaart?'
'Nee, het gaat jullie geen lor aan wat ik in de aanbieding koop.'
'Bonnetje mee?'
'Ja natuurlijk, wat had jij dan gedacht dat ik jouw vingervlugheid 100% vertrouw. Reken maar dat ik die bon controleer en als hij niet klopt sta ik snel bij de servicebalie.'
'Eftelingzegeltjes?'
'Alsjeblieft niet zeg, beetje papiertjes in die Holle Bol Gijs stoppen, achterlijk gedoe.'
'Prettige dag nog.'
'Dat maak ik zelf wel uit.'

Schrijfcursus:
Opdracht beschrijf drie keer kort op verschillende manieren een dagelijks gebeuren.

zaterdag, maart 09, 2024

Tableau vivant

Geschrokken kijkt de jonge aanstormende fotograaf Govert Marijn naar de vijf figuranten die de examencommissie voor hem heeft gerangschikt.
Twee volwassen mannen met platte boeren petten op hun hoofden, twee vrouwen gesierd met grauwe slappe mutsen en een meisje dat haar rafelige vlechten met een strak kapje heeft bedekt. De felle lampen in de studio verlichten een slordig gedekte vierkante tafel waaraan het vijftal is gaan zitten. Bij het zien van het zooitje ongeregeld, dat zo uit de kringloopwinkel lijkt te zijn weggelopen, zinkt hem de moed voor deze examenopdracht acuut in de schoenen. De droom van een trendy fotoshoot voor een dure glossy vervliegt. De damp van de licht walmende olielamp boven de tafel bezorgt hem prikkende ogen, vluchtig wrijft hij met een wijsvinger opkomende tranen weg. De weeë lucht die uit een bord met aardappelen opstijgt bezorgt hem hoofdpijn en belemmert helder denken. Klam zweet parelt op zijn voorhoofd.
Hoe moet hij van dit stelletje armoedzaaiers dat ook nog eens op elkaar lijkt een acceptabele foto maken. Met geen kilo make-up is er van de hangwangen en veel te grote neuzen iets te maken. Laat staan dat hij enige intelligentie op de domme smoelen kan toveren. Om tijd te winnen zet hij met trage gebaren zijn statief in de juiste stand. Zijn vingers trillen als hij de camera vastklikt.

Terwijl hij een aardappel aan zijn roestige vork prikt zegt de man links aan de tafel.' Je lijkt niet erg met ons ingenomen.'
'Dat klopt, het liefst zou ik weglopen, ik heb geen idee wat ik met jullie moet.'
'Nou', zegt de man. 'Dat lijkt me toch niet zo moeilijk, kijk nog eens goed naar ons, zie je niets bekends.'
Zwijgend schudt Govert zijn hoofd.
Een van de vrouwen pakt een koffiepot en schenkt een kom vol vocht dat meer op slootwater dan koffie lijkt. 'Zeker nooit in het Van Goghmuseum geweest? Dim het grote licht, draai de olielamp wat hoger en kijk dan nog eens. Je moet wel stekeblind zijn als je ons niet herkent. In dat geval verdien je niet beter dan dat je zakt.'
Schoorvoetend doet Govert wat de vrouw hem opdraagt. Met knikkende knieën staat hij achter zijn statief en staart door de lens naar het vijftal aan tafel. Langzaam dringt tot hem door dat hij op belichting wordt beoordeeld.
Hij kijkt op, zijn stem klinkt schor. 'Jullie zijn de aardappeleters.'
'Precies.' Ze zwaait met de koffiepot. 'En schiet nou maar op met een foto van dit tableau vivant, voor mijn neus loslaat. Daarbij begint die wollen kleding behoorlijk te jeuken.'

foto internet

Schrijfcursus: we kregen een plaatje van de aardappeleters van van Gogh toegeschoven.
Opdracht: maak een rijtje van alle details die je op het schilderij ziet, wacht op een associatie en probeer daar een verhaal van te maken. Mijn verhaal kwam goed uit de verf. Kreeg het retour met één geschrapte overbodige zin. De schrijfcoach wil nu weten hoe ik op de fotograaf kwam. Eerlijk gezegd weet ik dat niet goed. Ik vermoed dat het laatste detail wat ik opschreef
'sombere lichtinval' daarvan de oorzaak is.

vrijdag, februari 09, 2024

Huilliedje

Om te janken

om diepe treurnis in gezang
biggelt de traan over menig wang
ze hoort van liefde en gemis
over moeder die in de hemel is
ze glijdt van strand, stil en verlaten
naar  kloosters vol gehavende soldaten
naast de muur van 't oude kerkhof
valt zij snikkend in het stof
overmand door ziek en zeer
ligt zij daar stilletjes terneer
de teksten van het levenslied
bezorgen haar immens verdriet
sopranen, alten en tenoren
zij laten vrolijk van zich horen
om haar laat geen van hen een traan
zien niet het leed haar aangedaan
het levenslied brengt hen vertier
zij zingen het met veel plezier
de traan glijdt af in vrije val
en eindigt in een tranendal


Naar aanleiding van een foto van het huilende zigeunerjongetje met daaronder een gedicht van Alfred Kossmann over huilen en verdriet, was de opdracht zelf een huilliedje te schrijven.
Ik had geen zin in clichés en maakte bovenstaand.

woensdag, december 06, 2023

Opwarming

Eind jaren 50 van de vorige eeuw wordt in de bodem onder de provincie Groningen een gigantische gasbel gevonden. In de jaren 60 gaat heel Nederland op de schop om ieder huishouden en elk bedrijf van gasleidingen te voorzien. Door de vondst wordt ook de jonge, kersvers gehuwde Harry opgestuwd in de vaart der volkeren. Met het aardgas stroomt de vooruitgang in Harry's huis en leven binnen. De kruik die zijn bed voorverwarmt en de dikke sokken die hij aan zijn koude voeten schuift raken geleidelijk aan in onbruik. Hij laat zich het gemak niet vergallen door een rapport dat al in een vroeg stadium waarschuwt voor bodemdaling en mogelijke aardbevingen.
Het geschrift verdwijnt in een hele diepe la.
Op verjaardagen steken zijn zusters elkaar de ogen uit met hun snoeverij over de Jaarsma gashaard. Ook bij Harry is de zwarte kolenkachel met zijn gezellige rondingen vervangen door een vierkante doos in twee saaie kleuren grijs. Het stemt hem tevreden dat hij de voorraad gasbussen niet meer op peil hoeft te houden. Het aardgas uit Groningen stroomt voortaan gewoon uit de muur naar het tweepitsgastoestel. Hij moet alleen zijn nostalgische vrouw Hermien nog zover zien te krijgen dat ze het petroleumstel de deur uitdoet.
Ze heeft in de Libelle gelezen dat je het als versiering in de vensterbank kunt zetten. 'Sommigen zetten er zelfs een plant op', zegt Hermien. Met moeite voorkomt hij dat ze de vieze kolenkit grondig uitsopt om er een paraplubak van te maken. De houten kolenbak in de schuur heeft hij al afgebroken.
Dat de kolenhandelaar zijn bedrijf verliest en moet omscholen ziet Harry als vooruitgang. Met het aanleggen van de gasleidingen is er werk genoeg te vinden. 'Wat let de man om gasfitter te worden.' Harry ligt er ook niet wakker van dat door de sluiting van de mijnen veel Limburgers zonder werk komen te zitten. Harry en Hermien kunnen zelfs wat later opstaan, want met één draai aan de knop is de woonkamer snel verwarmd. Harry raakt zo snel aan de luxe gewend dat hij maar al te graag vergeet dat deze mensen zich stoflongen hebben gegraven om zijn tochtige huis met enkele beglazing te verwarmen. Ondanks de Club van Rome, die in 1968 al begint te waarschuwen over de uitholling van Moeder Aarde, vindt elke nieuwe uitvinding in het huishouden van Harry en Hermien zijn weg. De voorraadkast staat vol met plastic flessen. Ze gebruiken elk hun eigen tandpasta en shampoo. En bij een schappelijke deal van de garage ruilt Harry zijn auto graag om voor een groter exemplaar. Het kan niet op.
Als ze zestig jaar na de vondst van de aardgasbel op hoge leeftijd eindigen met dubbele beglazing in de sponningen, zestien zonnepanelen op het dak en een elektrische auto voor de deur zijn ze meer dan tevreden dat ze zo milieubewust zijn. Hopelijk is het niet te laat nadat ze jarenlang hebben meegewerkt om Moeder Aarde naar de Filistijnen te helpen.

Nu zij, na ruim 60 jaar uitholling en verstikking, krachtig aan haar stutten trekt worden de gebruikers wakker. Wie niet horen wil en waarschuwende rapporten verdoezelt moet maar voelen. Letterlijk en figuurlijk werpt zij haar verspillers terug naar vroeger tijden.
Ze dwingt ze gas terug te nemen. De kraan moet dicht. Ook Harry en Hermien doen hun best energie uit andere bronnen te halen. Ze trekken sneller een dikke trui aan, doen 's avonds de gordijnen weer dicht en zetten de verwarming wat vroeger een standje lager. De warme kruik en de dikke sokken van destijds hebben plaats gemaakt voor een elektrisch dekentje dat aan het voeteneind van hun bed voor een warm welkom zorgt. 

De schrijfveer van vandaag is : Hou het heel.
Hij valt mooi samen met de schrijfopdracht voor de schrijfcursus.
Schrijf over een omstandigheid die bepalend is geweest en die de vraag opwerpt hoe het verder zal gaan.

donderdag, november 09, 2023

Sjaantje

 'Ik ben Sjaantje en behoor tot het geslacht van de buikpotigen met de exotische naam gastropoda. Hoewel ik uitermate schaars gekleed ga zal ik met mijn huiveringwekkende uiterlijk geen schoonheidswedstrijd winnen. Vanwege mijn niet te stillen honger ben ik in de wereld van de flora een niet graag geziene gast. In bloemperken en moestuinen ga ik mij flink te buiten en laat daar zichtbaar gaten vallen. Traag als ik ben zien ze me in de wereld van de fauna graag rondkruipen. Niet in staat me snel uit de voeten te maken loop ik groot risico ten prooi te vallen aan de glibberige bek van een pad of de scherpe snavel van een merel die in mij een smaakvol hapje zien.
Om van het ene naar het andere perk te komen en om voor dat gespuis ongezien te blijven sleep ik mijn weke lijf zoveel mogelijk in het donker voort. Dagen nadat ik ben langsgekomen zijn nog glinsterende sporen in bochtige patronen te zien. Bij een wedstrijd lijntrekken zou ik hoge ogen gooien, waarbij ik op gejuich van eigenaren van sier- en moestuinen niet hoef te rekenen.
Zij haten mij tot op het bot omdat ik met verve stokroosbladeren tot de nerf toe afkluif en als toetje een flinke portie van de hosta naar binnen slobber.
In hun moestuinen vreet ik alles wat voor mijn glibberige snoetje komt en knaag me niets ontziend een weg door de zorgvuldig ingezaaide groenten.
Pas nog ben ik samen met een stel familieleden op een nacht belaagd door zo'n tuinder met groene vingers. Ik hoor nog zijn stem; "Wat dachten jullie kale slijmjurken. Het is donker hij ziet het toch niet, laten we de kooltjes en kropsla eens te lijf gaan. Valt tegen hè dat deze tuinman 's nachts op inspectie gaat. In mijn moestuin eet niemand zich ongestraft zijn buikje rond." De wreedaard heeft een deel van mijn familie verdronken. Zelf kon ik ternauwernood ontsnappen.
Uit pure wraak heb ik 600 eitjes achtergelaten. Ik heb het heft in eigen hand genomen, wij Gastropodas zijn namelijk genderneutraal en uitgerust met zowel vrouwelijke als manlijke attributen om ons volk in stand te houden.
Als zich geen leuke bloterik voor een langdurige vrijpartij in slakkengang aandient zetten we zelf ons kroost af. De tuinman die denkt ons te kunnen uitroeien met zout of door verdrinking komt bedrogen uit.
Zijn zaaigoed valt ten prooi aan mijn nazaten, zowaar ik Sjaantje heet.'


foto internet

donderdag, september 14, 2023

Gulliver (5)

De avond dat de "Quo Vadis" met stuurman Koos aan het stuurwiel de Perzische Golf opvaart, zit de rest van de bemanning bij Gaston in de keuken. Alle mannen zijn alleenstaand en ze vormen een vast team in dienst van een jachtbouwer die wereldwijd opdrachten krijgt. Ze hebben in Dubai een week om een volgende opdracht af te wachten. Als het jacht in aanbouw niet klaar is gaan ze voor onbepaalde tijd naar huis. Voor Eusebio en Fillippe is dat Spanje, Gaston gaat naar Frankrijk en Koos en Tjibbe reizen naar Nederland. Normaal gesproken zijn de mannen in opperbeste stemming dat ze na lange tijd weer voor een poosje vaste grond onder de voeten hebben en maken ze de laatste avond op zee plannen voor een weekje vertier in de stad waar ze aanmeren. Maar dit keer zitten ze in mineur bij elkaar. Het eind van deze reis is zo anders dan ze gewend zijn. Ze zijn gehecht geraakt aan de vondeling op zee en ze zien ertegen op hem in Dubai achter te laten.

Eusebio heeft gewacht tot Gulliver slaapt en voegt zich bij het gezelschap.
In zijn handen houdt hij een propje nat wasgoed. 'Ik heb Gulliver zijn kleertjes gewassen zodat we hem goed verzorgd kunnen overdragen.'
Fillippe roert driftig met een lepeltje in een glas met hete thee. 'Ik wil hem niet overdragen. Kunnen wij niet voor hem blijven zorgen?' Tjibbe schudt zijn hoofd. 'Hoe denk je dat te doen, we zitten meer dan de helft van het jaar op zee. Gulliver is geen scheepskat die je in een reismand van hot naar her kunt meenemen. Goede opvang en stabiliteit in zijn jonge bestaan is het belangrijkste. Het joch heeft helemaal niemand behalve ons. Maar wij hangen, buiten ons leven op zee, als los zand aan elkaar.'

Gaston vraagt aan Tjibbe. 'Waar gaat Gulliver naar toe? Is er een pleeggezin dat voor hem wil zorgen. Gaat hij naar een weeshuis? Wie zal daar dan pannakakkus voor hem bakken? Waarschijnlijk weten ze niet eens hoe ze gemaakt worden.'
'Dat kunstje kun jij ze mooi leren in je vrije week. Ik heb bericht gekregen dat Gulliver voorlopig in een weeshuis wordt geplaatst. Wereldwijd wordt een zoektocht naar eventuele familie opgestart en als zich na verloop tijd niemand meldt wordt er een pleeggezin voor hem gezocht. Ik stel voor dat we hem in onze vrije week dagelijks bezoeken en dat we ervoor zorgen dat hij goed in de kleren komt, maar hij moet weten dat we hem iedere dag achterlaten in het weeshuis. Dat is de enige manier om hem te leren dat hij niet bij ons kan blijven. Gaston kan de kok leren zijn lievelingskostje te maken en we zullen ze op het hart drukken dat zijn fles van levensbelang voor hem is. Na die week sturen we hem vanuit huis of welk land we ook aandoen regelmatig post en zodra we weer in Dubai afmeren gaan we bij hem langs. Natuurlijk zal ik er voor zorgen dat de leiding van het huis mij op de hoogte houdt van zijn wel en wee. Het spijt me mannen, maar meer kunnen we voorlopig niet voor hem doen. Morgen dragen we hem gezamenlijk over aan de autoriteiten in Dubai. Ga slapen en bereid je voor op een emotionele dag.' 

donderdag, september 07, 2023

Gulliver (4)

Gulliver is te jong om te beseffen dat stuurman Tjibbe Boersma, die hem in het bootje ontdekte, ervoor zorgt dat het glimmende hout van het stuurwiel, het blinkende koper van het deurbeslag, de naald van het kompas evenals de witte broekspijpen van de stuurman voor altijd in zijn geheugen worden gegrift. Tjibbe maakt zich zorgen om Gulliver. Tot voor kort was hij graag in de stuurhut waar de stuurman hem regelmatig op schoot nam en zijn handjes op het stuurwiel liet rusten. Tjibbe hoopte dat het jongetje een paar woorden zou gaan zeggen want ze hebben zijn stem alleen huilend of lachend gehoord. 

Zijn jammeren klonk hartverscheurend toen een paar nachten geleden de wind opstak en de boot meer deinde dan normaal. De zeelieden zelf werden er niet warm of koud van, maar hun beschermeling  was volslagen in paniek en greep zich vast aan zijn vertrouwde fles.
Ze vermoedden dat Gulliver zijn schipbreuk opnieuw beleefde. Fillippe nam hem in zijn armen en wiegde hem onder geruststellende woorden weer in slaap. Sinds die nacht wil Gulliver niet meer hoog in de stuurhut zitten en zoekt zijn heil op de gladde vloer. Met een ernstig snoetje speelt hij met het speelgoed dat kok Gaston van lege doosjes en blikjes voor hem heeft gemaakt. Alleen Fillippe krijgt hem aan het schateren als hij met het joch op zijn schouders hinnikend als een paard over het achterdek draaft. De stoere zeebonken doen er alles aan om het kind zoveel mogelijk op zijn gemak te stellen. Om beurten zitten ze bij zijn bed tot hij in slaap valt. Allemaal hopen ze dat Gulliver zijn angst voor de zee overwint. 

Gaston vindt onbewust de weg naar Gulliver's stembanden. Hij verwent hem met kleine pannenkoekjes met extra suiker. Als hij op een ochtend in de keuken voor zijn bordje lekkers zit zegt hij met een stralende lach. 'Pannukakku'. Fillippe, Tjibbe en Gaston die aan hun ontbijt zitten, schieten vol. Eusebio collega volmatroos van Fillippe en Koos de tweede stuurman draaien hun dienst en krijgen van het emotievolle moment niets mee. 
Tjibbe wijst op het bordje en knikt hem toe. 'Pannakakku' herhaalt de kleine smulpaap. 'Dat is klare taal', zegt Fillippe. 'Nu nog uitvissen uit welk land dit ventje komt.'
Tjibbe kijkt bedenkelijk. 'Ik gok dat het Finland of misschien IJsland is. Welke taal het ook is wij spreken het niet, dus blijven we Engels tegen hem praten. Eenmaal in Dubai zal hij waarschijnlijk snel Arabisch leren.'
'Gatver, Dubai, dan moeten we afscheid van hem nemen.' zegt Gaston.
'Dat moet inderdaad. We kunnen moeilijk met hem blijven rondvaren op een volgende klus. Ik heb de havenautoriteiten en de eigenaar van het jacht al ingelicht over onze vondeling. Je bent niet de enige die hem zal missen.'
De stem van Tjibbe klinkt schor. Fillippe wrijft in zijn ogen. 'Pannakukka', zegt Gulliver en schuift zijn bordje naar de kok.

donderdag, augustus 31, 2023

Gulliver (3)

Voorzichtig peuteren ze de fles uit de door de zon verbrande vingertjes en hangen hem in een houder boven het bed. Natte handdoeken moeten het oververhitte lijfje koelen. Volmatroos Filippe neemt de eerste wacht. Met boter uit de scheepskeuken probeert hij de opgezette gebarsten lippen wat zacht te maken. Regelmatig ververst hij de handdoeken die na een  aantal uren eindelijk hun verkoelende werk doen. Terwijl de zeeman zachtjes over de vastgeplakte haren strijkt slaat het jongetje zijn ogen op. Angstig kijkt hij naar het door weer en wind verweerde gezicht van de man die boven hem uittorent. Filippe probeert in het Engels geruststellende woorden te spreken. ‘Blijf stil liggen, wij gaan voor je zorgen alles komt goed.' Maar het jongetje begrijpt niets van wat hij zegt. Het liefst zou hij willen huilen, maar zijn tranen zijn net als zijn huid verdroogd door de zon. Filippe probeert met natgemaakte gazen uit de verbanddoos wat water tussen de droge lippen te druppelen. Tot zijn opluchting maakt het kind slikbewegingen. Als hij kan slikken kan hij ook zuigen denkt de matroos en hij doordrenkt de gazen met lauw water.
Nog meer lange uren verstrijken, zodra de peuter even bij bewustzijn is krijgt het beetje bij beetje vocht toegediend. Bij toerbeurt betrekt de bemanning de wacht bij hun beschermeling. Onderling noemen ze hem Gulliver. Tegen de tijd dat het schip in Dubai zal afmeren weet het jongetje niet beter dan dat zijn naam is.

In de dagen die volgen knapt Gulliver zienderogen op. Zodra hij in staat is zijn armen te bewegen grijpt hij naar de fles boven zijn hoofd. Zijn redders, die moeten gissen wat er met hun zorgenkind is gebeurd, begrijpen dat hij houvast zoekt. Vanaf dat moment staat de fles altijd binnen handbereik bij zijn bed. Gulliver wordt steeds levendiger, hij wil opstaan en spelen. Voor zijn veiligheid aan boord en om hem tegen de zon en andere weersinvloeden te beschermen, wordt de stuurhut van de "Quo Vadis" voor de rest van de zeereis overdag zijn speelterrein.

donderdag, augustus 24, 2023

Gulliver (2)

Aan de reling ontstaat tussen de opgetrommelde bemanning een discussie.
Nemen we het kind mee naar Dubai of laten we het aan de meeuwen of beter nog de haaien, zodat het spoorloos verdwijnt. Meenemen naar Dubai geeft onmiskenbaar gezeur met de eigenaar van het schip, de havenautoriteiten en de vreemdelingenpolitie. Als iedereen de vondst verzwijgt, is het kind achterlaten op zee de beste optie. Misschien leeft het al niet meer en met een dood kind in Dubai aanmeren is helemaal gevaarlijk. Voor je het weet zit je voor jaren in de gevangenis. Met ijzige stem wijst de eerste stuurman zijn bemanning op Het Internationaal Verdrag inzake redding op zee.
Een drenkeling pik je op en breng je naar een veilige haven. In hun geval is dat Dubai. 

Traag bewegend wordt door twee aangewezen matrozen de reddingsactie ingezet. Langzaam laten ze zich langs de uitgerolde touwladder naar het bootje zakken. Het lijkt alsof ze opzettelijk treuzelen en mogelijkheden overwegen om van het kind af te komen. Maar onder het strenge toezicht van de stuurman kunnen ze weinig anders doen dan het schommelende bootje met een bootshaak naar zich toe trekken. De kleinste van het tweetal buigt zijn starre lijf  over de kleine drenkeling. Hij schuift zijn hand onder het felgekleurde zwemvestje. Hij voelt het borstkastje oppervlakkig op en neer gaan. Zijn stugge houding slaat om in medelijden. 'Het joch leeft, we moeten hem redden.' Behoedzaam schuift hij zijn arm onder het oververhitte lijfje van het bewusteloze kind. Onder zijn gewicht begint het scheepje gevaarlijk over te hellen en maakt langzaam water.   
Aan één arm hangend aan de touwladder neemt zijn maat de drenkeling van hem over. Haastig brengen ze het slachtoffertje aan boord en leggen hem op een vrij bed in het slaapverblijf van de bemanning. Vergeten is de gevangenis in Dubai. 

In het kielzog van de opstomende "Quo Vadis" verdwijnt het reddingsbootje onder het wateroppervlak.

vrijdag, augustus 18, 2023

Gulliver (1)

Zonder richting dobbert een bootje op de lichte deining van de blauw gekleurde golven van de oceaan. De zon schijnt onverminderd fel en weerkaatst haar stralen in de lege fles die een kind als een doorzichtige boei aan zijn kleine borst klemt. De schittering in het water tekent vlekken in het gezichtje dat steeds roder kleurt. Oververhit en dorstig raakt de peuter langzaam buiten bewustzijn. Het duurt niet lang voor het jongetje door een zwerm hongerige meeuwen wordt ontdekt. Ze vliegen in een steeds nauwer wordende cirkel boven het vaartuigje. Een enkeling waagt vijandig krijsend een duikvlucht en scheert rakelings over het doodstille kind.

De onrustige vogels trekken de aandacht in de stuurhut van het motorjacht 'Quo Vadis' dat op weg is naar de haven van Dubai. Dergelijk gedrag van vogels boven een kalme zee betekent dat er prooi in de buurt is.
Gekleed in een hagelwit shirt dat strak gespannen om zijn gebruinde lijf zit tuurt de stuurman door zijn kijker. Behoedzaam speurt hij over de oppervlakte van de spiegelende zee.
Zonnestralen vallen op de lege fles in de armen van het jongetje. Als een noodsignaal weerkaatst het licht in de verrekijker van de stuurman.
Gealarmeerd legt hij de kijker naast zijn stuurwiel en stoomt langzaam op naar het dobberende scheepje. Krijsend verlaten de meeuwen het jachtterrein. Vanaf zijn hoge positie ziet de stuurman hun prooi op de bodem van het bootje. Het kind, vastgeklemd aan zijn reddingsboei, geeft geen enkel teken van leven.
Opnieuw pakt de stuurman zijn kijker en tuurt de zee af. Ergens moeten er tekenen van een schipbreuk zijn. Een afgescheurde mast, stukken zeildoek. Maar de zee geeft haar geheimen niet prijs.

We kregen de volgende scene aangereikt: Tijdens een wereldreis lijden een echtpaar en hun drie-jarig zoontje schipbreuk  Vlak voor het schip zinkt besluiten ze het kind in een reddingsbootje te leggen in de hoop dat hij een kans heeft om te overleven. 
Opdracht: bedenk een verhaal over het jongetje. Ik had niet genoeg aan een A-viertje.

woensdag, juni 28, 2023

Terug naar de zolder

Als Marius de laatste krakende traptrede achter zich heeft gelaten, duwt hij met de neus van zijn schoen de kierende zolderdeur voorzichtig verder op. Door een scheur in het  donkere gordijn dat voor het enige raam hangt, glijdt een dunne streep zonlicht over de stoffige vloer. Voorzichtig stapt hij over de drempel. Zou het nog net zo benauwend zijn als vroeger toen hij er, tegen zijn zin, wel eens speelde met zijn neefje dat hem angst aanjoeg met enge verhalen over geesten die er zouden wonen. Om zijn vage angstgevoel te bedwingen laat hij de deur openstaan. Behoedzaam loopt hij naar het midden van de zolder. Het diepe profiel van zijn sneakers maken grillige patronen in het stof. Waar de lichtstreep eindigt blijft hij staan en geeft zijn ingehouden adem de vrije loop. Langzaam draait hij om zijn as. Het weinige aan huisraad dat hier tijdens zijn jeugd al stond staat nog op zijn vaste plek. De muffe geur van stro onder de zitting van de antieke stoel, dringt zijn neus binnen.
Vanaf  de plek waar hij staat ziet hij dat muizen gaten in de vergane stof hebben gevreten. Ongedierte ... meteen zet de vage angst die hij voelde zich vast in zijn lijf. De opgezette kop van het everzwijn hangt nog altijd naast de verweerde spiegel. De donkere ogen kijken hem bloeddorstig aan. Op de vacht van de jachttrofee van zijn opa bewegen een paar zwarte bromvliegen. Bij een van de de oren vormen de afgezette eitjes een witte laag. De geur van verrotting valt niet te ontkennen. Tussen de slagtanden hangt een harige spin van formaat roerloos in het centrum van zijn web op prooi te wachten. 
Boven Marius zijn hoofd maakt een kleine vleermuis zich los van de hanenbalk. Verstijfd van angst staat hij aan de rand van een opgerold tapijt. Zijn gespannen zenuwen zetten alle zintuigen op scherp, maar zijn reactievermogen is tot het nulpunt gedaald.  Marius slikt en strijkt met zijn tong over zijn bovenlip, angstzweet laat een zoute smaak achter. Hij merkt dat de streep zonlicht in felheid toeneemt en de verweerde spiegel in een spookachtige glans zet. Ziet hij het goed? Zweeft het vage contour van zijn grootmoeder vanaf de spiegel naar hem toe? Ze strekt haar doorzichtige handen naar hem uit.  Met een ijzige gil komt hij uit zijn starre houding en neemt een sprong naar de deur. Zijn schoen haakt in een losgeraakte rafel van het tapijt. Voor zijn lichaam met een doffe klap het stof op de houten vloer doet opdwarrelen gaat bij Marius het licht uit.  

De schrijfveer van vandaag is "Weerzinwekkend"
Een opdracht voor schrijfcursus van het afgelopen seizoen moest gaan over een enge zolder. Ook dit stuk lag te wachten op een geschikt moment om te plaatsen.