In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

maandag, december 31, 2018

2018-2019

Met dit snijraam uit Deventer
wens ik iedereen een rustige jaarwisseling 
en een klinkende start van 2019
foto ferrara

donderdag, december 27, 2018

Pluvius

In de intercity naar Den Helder leunt een afgedankte paraplu van duistere afkomst tegen de halfvolle prullenbak. Het scherm is verschoten, maar aan de baleinen is nog geen sleetse plek te bekennen. Een passagier ziet hem staan en vindt na enige inspectie het geval goed genoeg om onder de arm te slaan. Hij kan niet veel anders want het draagriempje ontbreekt.
Zijn vrouw sputtert tegen. ‘Ted wat moeten we met nog meer paraplu’s? Onder de kapstok wemelt het van die dingen. Je kunt maar onder een tegelijk lopen en daarbij is dit een oud kreng, het ziet er niet uit.’
‘Emma, zoals gewoonlijk heb je gelijk, maar ik neem hem toch mee, al leg ik hem voor nood op de achterbank van de auto’
Eenmaal thuis achter de voordeur perst de man met enige moeite zijn vondst in een stevige tas die dienst doet als opvang voor paraplu’s. Zijn vrouw heeft gelijk, in die tas is het een drukte van belang. De ontvangst door de opeen gepropte soortgenoten heeft veel weg van een ijskoude stortbui.

‘He, sukkel kijk uit waar je je punt zet, je prikt mijn baleinen aan gort. 
Waar haal jij het lef vandaan hier onaangekondigd binnen te vallen?’ klinkt het van onderuit de tas.
‘Nou zeg, kan het ietsje minder Pietje Action. Niet zo gek dat je snel beschadigt. Ze verkopen bij Action nou eenmaal paraplu’s, die amper tegen een windstootje kunnen, laat staan een bak water.
En manieren ho maar, zo ontvang je toch geen nieuwkomer? Je kunt wel merken dat ik van goeden huize kom, ik weet hoe het hoort. Laat ik me voorstellen. Mevrouw Knirps is de naam, ik ben uit een gerenommeerd Zwitsers geslacht van paraplu’s. Klein, maar met een scherm dat er qua design zijn mag. Bruin met paarse bloemetjes. Met mij boven je hoofd ga je voor een chique uitstraling.’

 ‘Juist vanwege jouw ontwerp lig je voortdurend op de bodem en vang je geen buien meer af. Emma wil met zo’n tutgeval niet gezien worden. Het is dat je zo goed voor het permanentje van haar schoonmoeder hebt gezorgd, maar het liefst had ze je naar de kringloop gebracht.’

‘Zeg zwerver’, mengt een blauw gestreept scherm van aanzienlijke omvang, zich in de woordenwisseling. ‘Ik ben het voor een keer met Piet Action eens. Waar denk jij dat je mee bezig bent? Komt ongevraagd plek innemen, zo ruim is het hier niet.’

‘Ik ben Pluvius, kan ik het helpen dat jullie eigenaar me in de trein vond, waar ik voor oud vuil ben achtergelaten. Ik sta hier niet uit vrije wil. Jullie kunnen mij negeren en blijven mopperen, maar zolang het droog blijft zitten we met elkaar opgehokt.’

Een knaloranje gevaarte schiet in de lach. ‘Wat je zegt oud vuil, dat is goed te zien aan je vale scherm. Er zit geen kleur meer op. Als je denkt bij de volgend bui tot dienst te kunnen zijn, heb je het mis. Kieskeurige Emma gaat jou niet uit de tas tillen, ze houdt te veel van uiterlijk vertoon.’

‘Daar weet jij alles van’, komt Piet weer in actie. ‘Jij bent nooit meer buiten geweest sinds ze jou, na de reünie in haar geboortedorp, heeft binnengedragen. Sommige relatiegeschenken zijn het aanzien niet waard. Jij kunt hooguit dienst doen bij de kampioenschappen voetbal of op Koningsdag. We hebben je niet voor niets De Feestneus gedoopt.
Nee, dan maakt Mister Starwars met zijn kouwe kak meer kans. Je moet maar durven een nieuwkomer meteen voor zwerver uit te maken.
Hij denkt, op grond van zijn afkomst, intelligenter te zijn dan wij met z’n allen. Presentje voor Ted na een werkbezoek aan de sterrenwacht in Dwingeloo. Starwars denkt dat je onder zijn bescherming in hoger sferen loopt terwijl het hemelwater neervalt. Nou hij doet niets anders dan wij, de boel droog houden, niet meer en niet minder.’

‘Bij een ordinaire regenbui lukt dat inderdaad, maar met een beetje wind gaan jullie stuk voor stuk op tilt en waaien binnenste buiten. Dat kun je van mij niet zeggen.
Welkom meneer Pluvius, ik ben Frans Stormvast. Met mijn speciale model ben ik zeer geschikt bij stormachtig weer. Voor windkracht vier of meer draai ik mijn scherm niet om. Helaas kom ik weinig van de plek, dat is jammer want Ik heb al heel wat inferieure collega’s zien komen en nooit meer teruggezien. Verwaaid in een beetje wind.’

‘Laat ze allemaal maar kletsen, Pluvius. Tot je spreekt Joke Hema, klein van stuk maar oh zo stevig, kan tegen een stootje en past in elke rugzak. Als Ted en Emma weer eens op de benenwagen gaan mag ik altijd mee. Met jouw uiterlijk loop je kans op een plekje in de auto, altijd handig om ook daar bescherming in voorraad te hebben. In dit land is er altijd kans op neerslag.’

Dat ze dicht bij de waarheid zit ervaart Pluvius nog dezelfde avond. Emma en Ted maken zich op voor een wandeling naar het theater. Buiten sneeuwt het grote dikke vlokken. Ted trekt Pluvius tevoorschijn.
Emma protesteert. Ze wil onder bescherming van Mister Starwars de straat op, maar Ted bromt dat hem die te zwaar in de hand ligt. Grijnzend kijkt Pluvius naar zijn collega. Een omvangrijk scherm heeft ook zijn nadelen.
‘Doe je best, laat zien wat je waard bent’, roept Joke Hema.
Halverwege hun tocht lopen Emma en Ted dicht tegen elkaar romantisch onder Pluvius’ maagdelijke witte afdakje. Dat heeft hij toch maar mooi voor elkaar gebokst.

dinsdag, december 25, 2018

Tegenstelling

Aan-Uit
Oude Ambachten&Speelgoed Terschuur
foto ferrara

zaterdag, december 22, 2018

Wens

Ik wens al mijn lezers
Sfeervolle Kerstdagen en
Alle goeds voor 2019
foto ferrara
kathedraal Tours

donderdag, december 20, 2018

Kerststol

de amandelspijs
maakt dat ik een kerststol als
zoete broodjes slik

volgens de weegschaal
geeft een te veel aan kerststol 
bittere nasmaak

dinsdag, december 18, 2018

Tegenstelling

Kerst-Oud en Nieuw
Thuis in scène gezet
foto ferrara

zondag, december 16, 2018

Kattenpraat 7


Krols

Ik ben onrustig en draai me in allerlei bochten vanwege een vreemd gevoel in mijn buik. Als ik mijn bekje opentrek komt er een erbarmelijk gejank uit dat zelfs aan mijn eigen oren pijn doet, laat staan aan die van mijn bazin. 
Ook heb ik steeds meer zin om naar buiten te gaan. Ik lig dus regelmatig strategisch opgesteld achter de voordeur om ervandoor te rennen. 
Voeg daarbij Zwarte Karel die de laatste dagen op ons stoepje zit. Je wilt niet weten wat hij voor geluid maakt, ik raak er compleet opgewonden van. Ferrara zegt dat ik last heb van de roep van de natuur. In kattentermen heet dat krols en als Karel de kans krijgt om mij in deze toestand te bespringen zal dat waarschijnlijk niet zonder gevolgen blijven. Een nest nakomelingen is met mijn scheve bekken niet gewenst en dus gaat mijn mens overleggen met de witjas. Deze vindt mij wat aan de jonge kant voor een operatie, maar als Ferrara uitlegt dat zij en ik ’s nachts geen oog meer dichtdoen vanwege mijn onrustige gejammer dat beantwoord wordt door Karel die van geen wijken weet, maakt hij een afspraak voor een ingreep waarmee de krolse gevoelens tot herinneringen zullen worden. 

Voor het zo ver is zie ik mijn kans schoon om te ontsnappen.
De lokroep van Karel interesseert me bovenmate en is niet te weerstaan.
De poeslieve roep van Ferrara om naar huis te komen, negeer ik.
Ik ga met Karel aan de rol. Van een keurige binnenpoes transformeer ik naar een ordinaire straatkat. We vrijen onder krols gekrijs zo’n beetje de bessen van de struiken in de moestuin van Ferrara’s huisbaas. Vooral Karel weet van geen ophouden. Na twee dagen en een onstuimige nacht vind ik het wel genoeg en wordt de binnenpoes in me wakker.
Een overweldigende ervaring rijker en waarschijnlijk zwanger besluit ik Karel vaarwel te zeggen. Hij vindt het best want op de hoek van de steeg zit Nel op hem te wachten. Ook zij heeft last van de roep van de natuur en daar wil Karel maar wat graag gehoor aan geven.

Met het uiterlijk van een voddenbaal en de geur van doordringende katerpies in mijn vacht vat ik post op de stoep waar Ferrara mij na haar dagdienst met gejuich begroet. Daarna moppert ze dat ik er niet uitzie en dat ik stink. 
Vooral dat laatste neemt ze me niet in dank af. Een stinkende kat op een kleine bovenwoning is geen pretje. Bij gebrek aan balkon kan ze me niet even te luchten zetten.
Terwijl ik me hongerig op mijn volle etensbak stort, grijpt Ferrara naar de telefoon.
Ik hoor haar zeggen. ‘Ze is terug, waarschijnlijk zwanger van een leger katers, staat ze nog op het operatieprogramma? Fijn, dan kom ik haar morgen brengen.’

Wat een overdreven opmerking ‘zwanger van een leger katers’ zo ordinair ben ik nou ook weer niet.
Volgende keer vertel ik over mijn operatie.


Opmerking van Ferrara.

Ik lees op internet dat er tegenwoordig anticonceptiepillen voor poezen zijn. Ik kan me niet herinneren dat die er destijds waren.
En al waren ze er geweest, Tukker had ze waarschijnlijk uitgespuugd.

zaterdag, december 15, 2018

Berichtje

Beste Mensen,

Het gaat goed met me. Lezen en typen is nog wel lastig, maar met mijn computerbril kan ik  redelijk goed in de verte zien en dat is in de thuissituatie heel plezierig. Die bril is nu dus even mijn gewone bril. Achter de pc valt niet mee. Ik moet het scherm zo ver wegzetten dat mijn armen niet toereikend zijn om het toetsenbord te beroeren. Dit typ ik zonder bril en dat bevalt maar matig. Ik blijf dus nog wel even buiten beeld.

dinsdag, december 11, 2018

Tegenstelling

Bijeen-Gescheiden
Klompen belevingscentrum Gelrica
Beltrum Gelderland
foto Ferrara

maandag, december 10, 2018

Buiten beeld


Beste Mensen,

Woensdag word ik, in verband met staar, aan mijn linker oog geopereerd en in januari volgt het rechter oog. Ik hoor van iedereen dat de ingreep zelf een fluitje van een cent is. Ik zie daar dan ook niet tegenop. De overbrugging tussen beide ingrepen schijnt lastig te zijn. Ik heb geen idee hoe me dat zal vergaan en daarom neem ik een voorschot op een blogpauze. 
Mocht een en ander meevallen dan zien jullie mij wel verschijnen. 
Maar maak je geen zorgen over mijn afwezigheid.
Morgen plaats ik nog een tegenstelling en die voor volgende week zet ik in de planning. Kattenpraat 7 staat gepland voor zondag 16 december.
De kerstkaarten zijn af en liggen klaar voor verzending, dat kan in elk geval niet meer misgaan. Ik verheug me op een hernieuwde heldere kijk. 
We gaan het zien!


vrijdag, december 07, 2018

De Kersthaas die weerbaar maakt

Zoals beloofd de definitieve versie van het kerstverhaal. 

De Kersthaas die weerbaar maakt

Op speurtocht naar een opblaasbare kerstman bezoekt Sander de Kleine, samen met zijn zoontje Tim, alle tuincentra in de buurt. Overal krijgen ze nul op hun rekest. Alle kerstmannen zijn uitverkocht. De laatste tuinman heeft in het magazijn nog een paashaas liggen en die mag mee voor een zacht prijsje. Sander, het type dat van de nood altijd een deugd weet te maken, mikt de slappe haas in de achterbak van de auto. Moedeloos en met hangend hoofd gaat Tim naast hem zitten. Onderweg naar huis doet hij er het zwijgen toe. Demonstratief blijft hij uit het zijraampje kijken. Zijn vader vraagt wat er in hem is gevaren. ‘Sinds die haas in de achterbak ligt kijk je chagrijnig. Wat is er mis met die aankoop?’

‘Pap, er is van alles mis met die haas. Hij is bruin, met Kerst heeft het niets te maken en ik heb op school verteld dat je een levensgrote Kerstman in de tuin gaat zetten. Klaas Terpstra zal me vast pesten. Ik hoor hem nu al zeggen. Heeft die halve gare vader van je weer iets geks bedacht? Wie zet er nou met Kerst een haas in zijn tuin? Echt Pap, ik schaam me dood.’ 
‘Schaam jij je voor je vader of voor die haas? Of voor beide? Het spijt me jongeman, maar je zult het toch echt met mij moeten doen. Over de haas kunnen we nog praten. Laten we maar eens zien wat je moeder ervan vindt. En verder moet jij je van dat vervelende klasgenootje niets aantrekken. 
Het ene oor in en het andere oor uit met klierige opmerkingen.’

Tim begrijpt dat hij aan het kortste eind trekt.
Zijn moeder zal de komst van de vervangende haas alleen maar toejuichen. Die vindt alles leuk wat zijn vader verzint. Ze heeft Tim ooit eens verteld dat ze verliefd werd op zijn vader omdat hij voor elk probleem wel een oplossing vond. Voorlopig kan zoonlief haar gevoel niet delen.

Als Tim ’s avonds in bed ligt blaast zijn vader met behulp van de elektrische pomp van het luchtbed leven in de haas, met de sproeikop van de tuinslang maakt hij het bruine gevaarte nat. De nachtvorst doet de rest. De volgende morgen weet zijn zoon niet wat hij ziet. Een enorme Kersthaas staat onder een prachtige witte laag rijp de tuin op te vullen.
In de garage heeft Sander blokken piepschuim en lege dozen in allerlei kleuren geverfd. Op verzoek van zijn vader veegt Tim, die nog steeds de pest in heeft, met de sneeuwschuiver de ruimte om de haas mooi glad. Zijn vader drapeert de dozen en het piepschuim, alsof het cadeautjes zijn, om de haas heen. Tot slot hangt hij kerstverlichting tussen de opstaande oren. 
Tim’s zorgen over zijn plaaggeest nemen toe. Het ontbreekt er nog maar aan dat de lichtjes knipperen. Opnieuw zeurt de treiterende stem van Klaas in zijn oren. ‘He, Tim was alleen de haas niet genoeg, moest je vader nog meer de clown uithangen. Wat een circusattractie staat er in jullie tuin, de hele buurt praat erover.’

Later, tijdens het ontbijt roert Tim lusteloos in zijn bord havermout.  Hij ziet er als een berg tegenop om naar school te gaan.
Zijn moeder ziet het aan. Het liefst zou ze die pestkop van Terpstra de wacht aanzeggen, maar dat probleem moet Tim toch echt zelf oplossen.
‘Klaas is waarschijnlijk jaloers dat jij zo’n leuke vader hebt. Jij zou daar ook wel blijer mee mogen zijn. Hij moet het doen met een saaie vader die er in zijn boekhouderspak uitziet als een grijze muis. Laat die knul kletsen. 
Zwijgen en er bovenstaan.’
Ze besluit het opvoedkundige praatje met de geheimzinnige belofte dat hij aan het eind van de schooldag zorgeloos aan de kerstvakantie kan beginnen.

Onderweg naar school overdenkt Tim het gesprek met zijn moeder.
Ze heeft makkelijk praten, zij staat straks niet voor joker op het schoolplein.
Dat je in zijn klas beter af bent met een saaie vader, willen zijn ouders niet begrijpen.
Tim denkt terug aan het schoolkamp waar ook zijn vader als begeleider mee was en hoe hij uit een grijze vuilniszak een poncho voor hem knipte omdat hij zijn regenkleding was vergeten. Klaas was er als de kippen bij om te vragen of zijn vader hem bij de vuilnis had gevonden.
De herinnering maakt hem zo kwaad dat hij in zijn broekzak zijn handen tot vuisten balt. Strijdlustig neemt hij zich voor zich niet nog eens te laten vernederen. Met opgeheven hoofd loopt hij het schoolplein op waar Klaas hem, omringd door zijn vaste vriendenclubje, al staat op te wachten.
‘Tim zijn vader is een dwaas, Tim zijn vader is een … Voor Klaas het woord haas kan scanderen raakt de rechter vuist van Tim hem vol op zijn linker oog. Verbaasd door de uithaal tuimelt hij in de sneeuw.
Tim duikt bovenop hem. Hij hoort zijn moeder zeggen. ‘Je moet er boven staan.’ Er bovenop zitten, zal ze bedoelen.
Voor zijn vuist het gezicht van Klaas opnieuw raakt wordt hij door meester Bolks, die pleinwacht heeft, aan zijn rechter arm omhoog gesleurd. Vervolgens helpt de man Tim’s slachtoffer overeind. ‘Meekomen allebei.’

Terwijl meester Bolks tussen de vijanden in richting schooldeur beent, vraagt hij zich af wat hij heeft gemist.
Hoe kan het dat de meest verlegen leerling de brutaalste klasgenoot neerhaalt? Blijkbaar is Klaas niet de enige die een lesje moet leren.

Als Tim die middag uit school komt, schitteren hem de twinkelende oren van de Kersthaas tegemoet. Hij vindt zijn ouders druk doende in de garage.
Zijn vader roert in een ketel glühwein en op een andere gaspit staat een enorme pan chocolademelk langzaam op te warmen. Op de werkbank ontwaart Tim een doos kartonnen bekers en een aantal strooibussen poedersuiker. 
Zijn moeder vult emmers met oliebollen die ze die dag heeft gebakken.
‘Je moeder heeft voor vanavond een buurtfeest georganiseerd, ze heeft iedereen uitgenodigd om bij de Kersthaas de vakantie in te luiden. 
Sjoerd Koedijk van de Klaroen komt ook. Hij maakt foto’s en gaat een verslag voor de krant schrijven.’

Tim begrijpt dat dit het feest is dat zijn zorgen moet laten verdwijnen. Niets is minder waar. Om de vrolijke stemming van zijn ouders niet te bederven zet hij het plan, om de vechtpartij van die ochtend op te biechten, uit zijn hoofd.
Ze zijn zo druk met de voorbereidingen dat het ze niet opvalt dat Tim zich op zijn kamer terugtrekt. Daar ziet hij aan het eind van de middag de eerste gast komen. Gehuld in een dikke grijze jas en met een weinig flatteuze pet op zijn hoofd, komt een nors kijkende Terpstra het tuinpad op. Hij duwt zijn onwillige zoon voor zich uit.
Tim hoort de voordeur opengaan. ‘Welkom in huize de Kleine wat gezellig dat jullie er zijn’, zegt zijn vader.
‘De vader van Klaas antwoordt ijzig. ‘Jij denkt zeker, ik doe alsof mijn neus bloedt, mijn naam is haas, zo gemakkelijk kom je er niet van af, de Kleine…

Vader Terpstra wijst op het gezicht van zijn gehavende zoon. ‘Over dit gevalletje gezichtsverlies dat jouw zoon heeft aangericht wil ik eerst zijn excuses, eerder kom ik hier geen feest vieren.’
Sander de Kleine kan een grijns van trots nauwelijks onderdrukken.
‘Tim moet een reden hebben gehad om je zoon zo toe te takelen. Vertel eens Klaas wat is er precies gebeurd?’
 ‘Dat kan een blind paard zien, jouw zoon heeft hem een blauw oog gemept. Dat is er gebeurd.’
Sjoerd Koedijk, de verslaggever van de Klaroen ruikt een vette roddel voor zijn krantje. Hij ziet de kop al voor zich. 
“Kerstborrel begint met burenruzie.”
‘Sjoerd als je foto’s wilt maken, de haas en alle lekkernijen staan achter in de tuin.’  Met een vriendelijke glimlach voorkomt Tim’s moeder dat het mishandelde slachtoffer en de ruziënde vaders de volgende dag de voorpagina van de Klaroen sieren.

Nadat Koedijk wat bedremmeld is weggelopen dirigeert ze het trio, dat nog steeds op de stoep staat, naar de keuken.
Voor Klaas staat er een beker warme chocolademelk en twee oliebollen met extra suiker klaar. ‘Hier knul eet dat maar eens lekker op.’
‘Sander haal jij Tim van zijn kamer dan kan voor het feest losbarst hier in de keuken de vrede worden getekend.’
Vriendelijk knikt ze de vader van Klaas toe, maar deze is steevast van plan zijn gram te halen.
‘Als jij denkt dit probleem met een paar oliebollen op te lossen, heb je het mis. Als die zoon van jullie geen goeie verklaring heeft en geen excuses maakt voor zijn gedrag, doe ik aangifte van mishandeling.’
‘Kom op Terpstra, je gaat van een handgemeen tussen twee jongetjes toch geen politiezaak maken. Ik ben het met Sander eens dat Tim vast een goede reden heeft gehad, Klaas een blauw oog te slaan.’
‘Ja, lekker samen onder een hoedje, daar staat de familie de Kleine om bekend. Jullie willen dus beweren dat de schuld bij Klaas ligt, dat geloof ik niet. Mijn kind is de vredelievendheid zelf. Of niet soms?’
Vader Terpstra kijkt zijn zoon doordringend aan. De rood aangelopen Klaas zwijgt in alle talen.

Op zijn kamer gooit Tim alle opgelopen frustraties, waar zijn vader geen weet van heeft, eruit. Daaronder zijn ook de uitlatingen die tijdens het zomerkamp zijn gedaan. Tot slot biecht hij de vechtpartij op, inclusief het rijmpje dat hij Klaas niet liet afmaken.
Opnieuw raakt Sander de Kleine vervuld van trots. De zoon die niet echt blij met zijn vader is, heeft het toch voor hem opgenomen.
Hij knuffelt zijn kind. ‘Goed gedaan, man. Ik ben trots op je, maar dat gaan we ze beneden niet vertellen. Wij gaan nu naar de keuken en daar vertel je waarom je zo boos bent geworden. Dat rijmpje laat je Klaas zelf opzeggen. 
Ik wil het gezicht van zijn vader dan wel eens zien. Ha, ha, mijn naam is haas, zat die even dicht bij de waarheid.’
‘Toe nou Pap, kun je niet één keer serieus zijn. Meneer Terpstra is hartstikke kwaad op me. Ik heb heus wel gehoord dat ik mijn excuses moet maken.’
‘Welnee joh, jij hoeft helemaal geen excuses te maken, dat gaat Klaas doen. Wedden om een oliebol?’

Schoorvoetend daalt Tim in het kielzog van zijn vader de trap af.
In de keuken staat zijn moeder nog steeds met vader Terpstra in discussie terwijl Klaas met gloeiende wangen voor zijn oliebollen zit, de chocolademelk heeft hij koud laten worden.
Alsof hij een optreden gaat geven zet Sander, Tim in het midden van de keuken. Zijn vrouw geeft hij een seintje zich er even niet mee te bemoeien.
‘Meneer Terpstra en Klaas ik vraag jullie aandachtig te luisteren naar wat mijn zoon heeft te vertellen. Hij zal aan het eind van zijn verhaal Klaas vragen een rijmpje op te zeggen, daarna Terpstra mag je aangifte doen als je dat dan nog wilt, maar ik wil eventuele excuses van Klaas ook graag in ontvangst nemen’.
Tim’s moeder geeft zijn vader een knipoog en steekt stiekem haar duim op. 
Ze vindt dat hij de situatie goed aanpakt. Tim ziet het gebeuren. Zij zal eens niet trots zijn op haar man. Klaas durft nauwelijks op te kijken en meneer Terpstra kijkt verbaasd van de een naar de ander.
Tim haalt diep adem en met een bibberende stem begint hij de pesterijen van Klaas en zijn maatjes op te sommen. Het varieert van het pikken van knikkers tot het uitsluiten bij de spelletjes op het schoolplein en dat Klaas veelvuldig Sander de Kleine een halve gare noemt. Als hij bij de vuilniszak als poncho komt neemt zijn stem in kracht toe. Opnieuw voelt hij woede in zich opkomen, het maakt dat hij Klaas recht in zijn in gehavende gezicht durft te kijken als hij bij de slotfase komt die aanleiding gaf tot de vechtpartij.
Op dat punt legt Sander hem het zwijgen op. ‘Aan jou Klaas om het rijmpje op te zeggen en nu helemaal.’

Angstig kijkt Klaas naar zijn vader, die tot dan toe zwijgend heeft staan luisteren. Deze knikt dat hij de gifbeker moet leegdrinken.
Huilend herhaalt Klaas de woorden: ‘Tim zijn vader is een dwaas, Tim zijn vader is een haas.’
Voor iedereen er erg in heeft geeft Terpstra zijn zoon een fikse draai om zijn oren. Tim’s vader grijpt in. ‘Stoppen Terpstra, maak het drama niet groter dan het is, je weet nu wat er echt is gebeurd, als er één excuses moet maken is het je zoon, zowel aan Tim als aan mij. Sorry, zeggen mag ook.’
Terpstra neemt zijn huilende zoon bij de arm en laat hem Tim’s hand schudden, daarna is Sander aan de beurt. Deze aait Klaas over zijn hoofd.
‘Zo zand erover, echte vrienden hoeven de jongens niet te worden, maar ik ga er vanuit dat de pesterijen hiermee tot het verleden behoren. Blijven jullie voor het buurtfeest of gaan jullie liever naar huis?’

Klaas gaat liever naar huis, zijn vader wil met Tim’s ouders graag een bekertje glühwein drinken om vrede te sluiten.
Buiten hebben zich rond de Kersthaas heel wat buurtgenoten verzameld, de schalen oliebollen gaan van hand tot hand en er wordt geklonken op een vredig kerstfeest.

Sjoerd Koedijk doet de volgende dag verslag van een sfeervol buurtfeest, inclusief foto.
Sander de Kleine heeft, zonder dat Terpstra het in de gaten heeft, de opstelling voor de Kersthaas zo gemanipuleerd dat hij en vader Terpstra samen proostend de voorpagina halen.

dinsdag, december 04, 2018

Tegenstelling

Lente-Herfst
op het terrein van 
Quinta dos Moinhos
Vila Nune Portugal
foto ferrara

zaterdag, december 01, 2018

Gastblog

Gedicht van Grietje Holthuis


Voor even

Ik wil graag een dik pak sneeuw.
Een zachte deken die alles bedekt
en de wereld ongerept laat lijken.

Ik weet het, als de dooi invalt,
dan zwoeg ik weer door de prut.
en wordt al dat wit grijs en grauw

Maar toch. Straks is het kerst.
Het feest van licht en vrede.
Ik hoop op dwarrelende sneeuwvlokken

Voor even

Lieve Lezers,

Met dit gedicht neem ik afscheid van jullie als vaste gast van het blog van Ferrara. Fijn dat jullie me de afgelopen tijd gevolgd hebben en dank voor jullie reacties. Het ga jullie goed.

Hartelijke Groeten,
Grietje

vrijdag, november 30, 2018

Op en Rond de Deur

Muurschilderingen Reclame.
klik voor het blog op de deurklink rechts op de pagina
of:http://ferrara-openronddedeur.blogspot.com/

Morgen zou Taalcuriosa geplaatst moeten worden, maar dat valt samen met het laatste gastblog van Grietje Holthuis. Daarom sla ik in december die rubriek een keertje over. 

In  2019 is Taalcuriosa elke eerste van de maand weer te lezen. 

dinsdag, november 27, 2018

Tegenstelling

Gekleurd-Kleurloos
vogelhuisjes in Sjötorp Zweden
foto ferrara

maandag, november 26, 2018

Schrijfcursus

9 november konden jullie de scènes lezen die ik over het jongetje Tim heb geschreven.
De volgende opdracht was om het verhaal volgens de Piramide van Freytag tot de climax te schrijven. Die piramide ziet er als volgt uit.


Hieronder volgt de ruwe versie van het verhaal dat ik schreef. De adviezen die ik heb gekregen zijn hierin nog niet verwerkt. Ik heb er namelijk voor gekozen het verhaal voor de volgende en laatste bijeenkomst helemaal te schrijven. Aan de definitieve versie wordt nu gewerkt, op het eindresultaat moeten jullie nog even wachten. Daarom alvast een voorproef.


foto internet

De Kersthaas die weerbaar maakt

Op speurtocht naar een opblaasbare kerstman bezoekt Sander de Kleine, samen met zijn zoontje Tim, alle tuincentra in de buurt. Overal krijgen ze nul op hun rekest. Alle kerstmannen zijn uitverkocht. De laatste tuinman heeft in het magazijn nog een paashaas liggen en die mag mee voor een zacht prijsje. Sander, het type dat van de nood altijd een deugd weet te maken, mikt de slappe haas in de achterbak van de auto. In zijn hoofd hoort Tim zijn klasgenootje Klaas al schamperen. ‘Heeft die halve gare vader van je weer iets geks bedacht? Wie zet er nou met Kerst een haas in zijn tuin?’ Onderweg naar huis deelt hij die zorgen, zonder resultaat, met zijn vader.

‘Je moet je van dat vervelende klasgenootje niets aantrekken. Het ene oor in en het andere oor uit met klierige opmerkingen.’ Tim begrijpt dat hij aan het kortste eind trekt. De Paashaas wordt Kersthaas punt.

Als Tim ’s avonds in bed ligt blaast zijn vader met hulp van de elektrische pomp van het luchtbed leven in de haas, met de sproeikop van de tuinslang maakt hij het bruine gevaarte nat. De nachtvorst doet de rest. De volgende morgen weet zijn zoon niet wat hij ziet. Een enorme Kersthaas staat onder een prachtige witte laag rijp de tuin op te vullen. In de garage heeft Sander blokken piepschuim en lege dozen in allerlei kleuren geverfd. Op verzoek van zijn vader veegt Tim met de sneeuwschuiver de ruimte om de haas mooi glad. Zijn vader drapeert de dozen en het piepschuim, alsof het cadeautjes zijn, om de haas heen. Tot slot hangt hij kerstverlichting tussen de opstaande oren. Tim’s zorgen over zijn plaaggeest nemen toe. Het ontbreekt er nog maar aan dat de lichtjes knipperen. Opnieuw zeurt de treiterende stem van Klaas in zijn oren. ‘Hé Tim,  was alleen de haas niet genoeg, moest je vader nog meer de clown uithangen. Wat een circusattractie staat er in jullie tuin, de hele buurt praat erover.’

Later, tijdens het ontbijt roert Tim lusteloos in zijn bord havermout. Zijn moeder ziet het aan. Ze begrijpt zijn zorgen maar al te goed. Het liefst zou ze die pestkop van Terpstra de wacht aanzeggen, maar dat probleem moet Tim toch echt zelf oplossen. Ze legt haar zoon uit dat Klaas waarschijnlijk jaloers is op het feit dat Tim zo’n leuke vader heeft. Klaas moet het doen met een saaie vader die er in zijn boekhouderspak uitziet als een grijze muis. 
Zo te zien zit er geen greintje humor in Terpstra sr. laat staan dat hij zijn geld uitgeeft aan zoiets frivools als een Kersthaas. Eigenlijk is het sneu voor Klaas dat hij zo’n vader heeft. Tim zou beter moeten weten. 
‘Zwijgen en er boven staan’ is haar advies. Ze besluit het opvoedkundige praatje met de geheimzinnige belofte dat hij aan het eind van de schooldag zorgeloos aan de kerstvakantie kan beginnen.



Onderweg naar school overdenkt Tim het gesprek met zijn moeder.
Vooralsnog ziet hij er de logica niet van in.
Ze heeft makkelijk praten, zij staat straks niet voor joker op het schoolplein.
Tim denkt terug aan het schoolkamp waar ook zijn vader als begeleider mee was en die uit een grijze vuilniszak een poncho voor hem knipte omdat hij zijn regenkleding was vergeten. Klaas was er als de kippen bij om te vragen of zijn vader hem bij de vuilnis had gevonden. De herinnering maakt hem zo kwaad dat hij in zijn broekzak zijn handen tot vuisten balt. Strijdlustig neemt hij zich voor zich niet nog eens te laten vernederen. Met opgeheven hoofd loopt hij het schoolplein op waar Klaas hem, omringd door zijn vaste vriendenclubje, al staat op te wachten.
‘Tim zijn vader is een dwaas, Tim zijn vader is een … Voor Klaas het woord haas kan scanderen raakt de rechter vuist van Tim hem vol op zijn linker oog. Verbaasd door de uithaal tuimelt hij in de sneeuw. Tim duikt bovenop hem. 
Hij hoort zijn moeder zeggen. ‘Je moet er boven staan.’ Er bovenop zitten, zal ze bedoelen. Voor zijn vuist het gezicht van Klaas opnieuw raakt wordt hij door meester Bolks, die pleinwacht heeft, aan zijn rechter arm omhoog gesleurd. Vervolgens helpt de man Tim’s slachtoffer overeind. 
‘Meekomen allebei.’ Terwijl meester Bolks tussen de vijanden in richting schooldeur beent, vraagt hij zich af wat hij heeft gemist.
Hoe kan het dat de meest verlegen leerling de brutaalste klasgenoot neerhaalt. Blijkbaar is Klaas niet de enige die een lesje moet leren.

Als Tim die middag uit school komt, schitteren hem de twinkelende oren van de Kersthaas tegemoet. Hij vindt zijn ouders druk doende in de garage.
Zijn vader roert in een ketel glühwein en op een andere gaspit staat een enorme pan chocolademelk langzaam op te warmen. Op de werkbank ontwaart Tim een doos kartonnen bekers en een aantal strooibussen poedersuiker.
Zijn moeder vult emmers met oliebollen die ze die dag heeft gebakken.

‘Je moeder heeft voor vanavond een buurtfeest georganiseerd, ze heeft iedereen uitgenodigd om bij de Kersthaas de vakantie in te luiden. 
Sjoerd Koedijk van de Klaroen komt ook. Hij maakt foto’s en gaat een verslag voor de krant schrijven.’

Tim begrijpt dat dit het feest is dat zijn zorgen moet laten verdwijnen. 
Niets is minder waar. Om de vrolijke stemming van zijn ouders niet te bederven zet hij het plan om de vechtpartij van die ochtend op te biechten uit zijn hoofd. Ze zijn zo druk met de voorbereidingen dat het ze niet opvalt dat Tim zich op zijn kamer terugtrekt. Daar ziet hij aan het eind van de middag de eerste gast komen. Gehuld in een dikke grijze jas en met een weinig flatteuze pet op zijn hoofd, komt een nors kijkende Terpstra het tuinpad op. Hij duwt zijn onwillige zoon voor zich uit.
Tim hoort de voordeur opengaan. ‘Welkom in huize de Kleine wat gezellig dat jullie er zijn’, zegt zijn vader.
De vader van Klaas antwoordt ijzig. ‘Jij denkt zeker, ik doe alsof mijn neus bloedt, mijn naam is haas, zo gemakkelijk kom je er niet van af, de Kleine…

donderdag, november 22, 2018

Overhemd

na ontelbare omwentelingen
opgepropt met soortgenoten
strijkt weldadige warmte
de plooien glad

meneer is
weer het heertje

dinsdag, november 20, 2018

Tegenstelling

Enthousiast-Gereserveerd
foto ferrara

Alkmaar 2013 heropening
Taqa Theater De Vest 
Ballet Krisztina de Châtel
in samenwerking met de Brandweer

zondag, november 18, 2018

Kattenpraat 6

Flip en Ferrara

Vandaag stel ik u voor aan een twee poezenkennissen van Ferrara.
Ze wonen bij een stel vrienden van haar die dol zijn op hun huisgenoten.
Flip kwam als eerste het huishouden versterken. Hij is een kater van gemengde makelij. Zijn ouders zijn raskatten van een verschillend soort, die elkaar in een onbewaakt ogenblik tegenkwamen en die ontmoeting is niet zonder gevolgen gebleven. Flip heeft iets aristocratisch over zich. Hij heeft een prachtige vacht. Voor een gewone kat zou het de term rood meekrijgen, maar bij Flip heet dat zalmkleurig. Een zalmkleurige kat, hoe zot is dat.
Met zijn goudkleurige ogen kan hij je indringend aankijken. Respect man, respect dat is wat ik verlang. Je zou zeggen dat zo’n kat de hele dag in zijn luxe mand met dik kussen vertoeft, maar niets is minder waar. Ooit is een leeg doosje, wat langer dan de bedoeling was, in de kamer blijven staan. Sindsdien propt Flip zijn iets te dikke lijf in dat verpakkingsmateriaal.
Lange tijd heeft hij alleen kunnen genieten van het gezelschap van zijn bazen die hem tot op zijn skelet verwend hebben.

Op een dag wordt hij naar de dierenarts gebracht die hem van zijn mannelijkheid berooft en vanaf dat moment gaat Flip als ‘je weet wel’ kater door het leven. Reden van die ingreep is de komst van Ferrara.
Een boerderijkatje dat naar mijn mens wordt genoemd. Alleen de menselijke soort kan zoiets geks bedenken. Een aristocraat met de naam Flip en het plattelandsvrouwtje krijgt de naam Ferrara. Mijn mens is er nog trots op ook.

Ferrara komt samen met een handvol broertjes en zusjes op een dag onder het hooi vandaan stappen. Blijkbaar heeft ze knel gezeten want haar staart vertoont een knik en haar voorpootjes zijn opvallend kort en krom. Ze lijkt een kneusje maar niets is minder waar. Ze kijkt brutaal de wereld in en is voor niets en niemand bang.
Stel u voor wat dat voor Flip betekent als dat ordinaire dragondertje zijn rustige bestaan komt verstoren. De arme ziel is dagen van zijn stuk geweest en heeft zich in een slaapkamer opgeborgen. Inmiddels kan hij veel van haar verdragen, maar als ze te ver gaat in haar aanhaligheid maait hij Ferrara met een fikse haal van zijn voorpoot tot rust. Mokkend trekt ze zich dan een uurtje terug in het chique onderkomen wat ooit voor Flip bestemd was.

Wat Flip nooit heeft gepresteerd, doet Ferrara met gemak. Flip is te netjes om via de gordijnen naar een open raampje te klauteren en naar buiten te klimmen. Ferrara draait er haar pootjes niet voor om en verkent, haar huisgenoten in verwarring achterlatend, de galerij aan de voorkant van hun flat. Verder dan de lift komt ze niet. Daar wordt ze door een van haar bazen onderschept. Bang dat ze toch een keer de kans neemt de lift te gebruiken staat dat raampje alleen nog open als haar bazen thuis zijn. En zo krijgt het boerderijkatje de gelegenheid om af en toe een frisse neus te halen. 
Een keer heeft Flip op de drempel van de deur zitten kijken hoe zij over de galerij paradeert. Frisse lucht … hij haalt er zijn aristocratisch neus voor op. Hij zit liever in de vensterbank op de uitkijk.

’t Is een wonderlijk stel. Net de Lady en de Vagebond, maar dan omgekeerd.
Wat betreft eetgewoontes doen ze voor elkaar niet onder. Ze eten alleen vlees en gekookte vis. Daarnaast zijn ze dol op Franse kaas. 
Ik klaag niet hoor, maar het is toch iets anders dan de blikjes van ‘Tom Poes’.

dinsdag, november 13, 2018

Tegenstelling

Nat-Droog
Tweede Maasvlakte
foto ferrara

vrijdag, november 09, 2018

Schrijfcursus

foto internet


De foto laat een jongetje zien dat, onder toeziend oog van een enorme haas, bezig is sneeuw te scheppen.
De opdracht: schrijf 5 scènes over het jongetje waarin ook de haas een rol speelt. 

 Hieronder volgen de scènes zoals ik ze heb ingeleverd.

Scene 1:

Samen met zijn vader bezoekt Tim alle tuincentra in de buurt om een opblaasbare kerstman te kopen. Overal krijgen ze te horen dat ze laat zijn met hun aankoop en dat de kerstmannen zijn uitverkocht. De laatste tuinman heeft in het magazijn nog een Paashaas liggen en die mag mee voor een zacht prijsje. Tim’s vader, het type dat van de nood altijd een deugd weet te maken, mikt de slappe haas in de achterbak van de auto. In zijn hoofd hoort Tim zijn klasgenootje Klaas al schamperen. Onderweg naar huis deelt hij die zorgen, zonder resultaat, met zijn vader. De Paashaas wordt Kersthaas punt.

 Scene 2:

Als Tim ’s avonds in bed ligt blaast zijn vader met hulp van de elektrische pomp van het luchtbed leven in de haas, met de sproeikop van de tuinslang maakt hij het bruine gevaarte nat. De nachtvorst doet de rest. De volgende morgen weet Tim niet wat hij ziet. Een enorme Kersthaas staat onder een prachtige witte laag rijp de tuin op te vullen. In de garage heeft zijn vader blokken piepschuim en lege dozen in allerlei kleuren geverfd. Op verzoek van zijn vader veegt Tim met de sneeuwschuiver de ruimte om de haas mooi glad. Zijn vader drapeert de dozen en het piepschuim, alsof het cadeautjes zijn, om de haas heen. Tot slot hangt hij kerstverlichting tussen de opstaande oren. Tim’s zorgen over zijn plaaggeest nemen toe.

Scene 3:

Tim zit met zijn ouders aan de keukentafel. Hij roert lusteloos in zijn bord met havermout. Zijn moeder ziet het aan. Ze begrijpt zijn zorgen maar al te goed.
Haar echtgenoot is een doodgoede vent met originele ideeën, die voor hun kwetsbare kind nog niet te vatten zijn. Zelf ziet ze de lol van de Kersthaas wel en ze smeedt alvast een plan om Tim’s zorgen als sneeuw voor de zon te doen verdwijnen. Het probleem met de klasgenoot moet hij zelf oplossen.

Scene 4:

Tim’s vader brouwt een grote ketel glühwein voor volwassenen en voor de kinderen maakt hij liters chocolademelk. 
Tim’s moeder staat uren oliebollen te bakken.

Scene 5:

Rond de Kersthaas heeft het halve dorp zich opgesteld en doet zich vrolijk tegoed aan de lekkernijen. Sjoerd Koedijk, fotograaf en verslaggever van de Klaroen is uitgenodigd om verslag te doen van de gezellige bijeenkomst. Ergens in het publiek staat tussen zijn ouders in, Klaas Terpstra. Zijn rechter oog zit dicht en een blauwe plek reikt tot de zijkant van zijn neus. 
Tim’s moeder brengt hem, met een veelzeggende glimlach, een extra grote beker chocolademelk en twee oliebollen. 


Het commentaar op het huiswerk luidde: er zitten losse eindjes in je scènes.
Maar niettemin is het een basis voor een goed verhaal. 

Ik noem wat voorbeelden van losse eindjes.
scène 2: Waarom nemen Tim’s zorgen toe.
scène 5: Heeft moeder het feest georganiseerd en heeft zij de verslaggever uitgenodigd? Waarom zouden Tim’s zorgen hierdoor verdwijnen.

Zoals te verwachten was moet voor volgende keer aan dit verhaal gewerkt worden.

dinsdag, november 06, 2018

Tegenstelling

Oud-Nieuw
nieuw wacht voor oud
in de buurt van Neuf-Brisach Elzas
foto ferrara

zaterdag, november 03, 2018

Taalcuriosa

Para/Medisch








donderdag, november 01, 2018

Gastblog


Gedicht van Grietje Holthuis

Zichtbaar verborgen

Je kijkt me aan en zegt:
“Ik zie de littekens in je ogen.”
Je ziet mij, de ongeziene.

Achter die tekens
verbergt zich
een verward kind
dat klopt op deuren
die niet opengaan.
Ze heeft geen zakdoek
voor tranen die
niet gehuild worden.

Onder die tekens
schuilt een kind
dat verlangt naar
zachte woorden,
een aanraking
die haar vertelt
dat ze niet iemand
anders hoeft te zijn.

Ik kijk naar buiten en zie
een scheefgegroeide boom.
De takken zoeken de hemel.