Beschrijf dit autoritje
zodat we begrijpen wat de hond voelt
Hondenbaan
‘Doorgaans verloopt het leven
van een reclamehond redelijk rustig, te rustig soms.
Onlangs nog moest ik met een
sullige soortgenoot een wandeling op de hei maken. We waren aangelijnd en aan
het andere eind van de riem liep een bejaarde man een cholesterolverlagende
margarine aan te prijzen die in combinatie met bewegen perfect zou werken.
Waarom ze ons daarbij nodig hadden is me een raadsel want van zo’n gezapige
wandeling wordt mijn conditie niet beter.
Ook lig ik op gezette tijden
vol overgave op een stinkend stuk zwoerd te knagen omdat het tandsteen van het
hondengebit zou tegengaan.
Dat spul is niet te kanen,
maar dat interesseert de reclamemakers niets.
Eerlijk gezegd is flink
rennen met flapperende oren en net doen of je een klein hondje opvreet meer
mijn ding.
Vandaag zit ik in een auto,
type koekblik, nota bene zonder gordel, naast een oude taart met een bril uit
de jaren tachtig op haar neus. Het fossiel heeft de bestuurdersstoel nagenoeg
tegen het stuur geklemd zodat ze met haar korte pootjes bij de pedalen kan.
Haar neus raakt bijna de voorruit. Natuurlijk ziet ze niets door de gedateerde
fok. Stotend trekt ze op in de eerste versnelling en trekt meteen door naar
zijn drie. Gloeiende, gloeiende wat gebeurt er?
De regisseur stuurt haar met opzet naar de verkeerde baan van de oprit richting snelweg. Cut man, Cut. We gaan spookrijden, zo dadelijk leggen die bejaarde en ik het loodje in een of andere bloedlinke commercial.
Als mijn baas dit had geweten had hij me nooit laten inhuren. Hij zou wel gek zijn om zijn beste kostwinner naar de eeuwige jachtvelden te helpen. Remmen mens, remmen, zie je dat bord niet. “Ga terug”
De regisseur stuurt haar met opzet naar de verkeerde baan van de oprit richting snelweg. Cut man, Cut. We gaan spookrijden, zo dadelijk leggen die bejaarde en ik het loodje in een of andere bloedlinke commercial.
Als mijn baas dit had geweten had hij me nooit laten inhuren. Hij zou wel gek zijn om zijn beste kostwinner naar de eeuwige jachtvelden te helpen. Remmen mens, remmen, zie je dat bord niet. “Ga terug”
Ik klauw mijn voorpoten in de
zitting van de stoel en hoor mezelf van angst de longen uit mijn lijf janken.
Plotseling trapt de blinde
pensionado grijnzend op de rem. Ik sproei mijn angstkwijl over haar trevira
jurkje. Als we stilstaan valt het me op dat er in de wijde omgeving geen
verkeer te bekennen is.
Dan zie ik de regie-assistente
in de berm staan. Ze houdt een bord omhoog met de tekst: ‘Take one: Was nou maar naar Specsavers gegaan’











