Jaren geleden, om precies te
zijn in 2010, kocht ik het boekje Klein Leed en ander Ongemak. Geschreven
door een medeschrijver op Column X, een schrijfsite waarop ik destijds actief
was. Na lezing moest het boekje
een plek krijgen in de boekenkast. Op de plank Gein en Ongein werd ruim baan gemaakt.
Ik schreef er voor Column X onderstaand verhaal over.
Het past goed in “Klinkklare
Nonsens” de schrijfveer voor vandaag.
‘Hé jongens, een nieuwkomer, dat is lang
geleden dat er hier werd aangevuld. Hallo, welkom hier. Mag ik me
voorstellen, Neo-Turbo van Jan
Kuitenbrouwer en naast mij staat De
Dikke Van Dale Is Mijn Beste Vriend van Driek van Wissen, ooit dichter des
Vaderlands. Hij leeft helaas niet meer.
Ja, die Van Dale is hier goed
vertegenwoordigd want naast Driek troont Leve
De Dikke Van Dale van Kadé
Bruin.
Peter van Straaten met zijn serie Vader
en Zoon staat hier ook maar die heeft een beetje status aparte vanwege de
omvang van zijn boekjes.
Met jouw formaat pas je goed in
dit deel van de kast. Je ziet je komt hier in goed gezelschap. Maar vertel eens
wie ben je en wie heeft je geschreven.
Klein Leed En Ander Ongemak, zeg je. En Nurks heeft je geschreven? Nooit van
gehoord, klinkt een beetje, ja wat zal ik zeggen…nurks.
Heb je leuke verhalen in dat
gele kaftje? Of is het echt allemaal leed en ongemak? Het leven van alle dag,
komisch beschreven. Dat is goed, daar houden wij van op deze plank. Zie het
leven vooral niet te moeilijk.
Wat zeg je? Hebben je verhalen op schijfsites op
internet gestaan.
Hoor je dat Oneliners
en Soundbites, dit is er één uit jouw wereld, ben je eindelijk niet meer zo
alleen.
Als de tweeling Stof Genoeg en Spelen met Woorden van Wim Meyles nou een beetje opschuift dan kan Klein
Leed met gemak naast jou komen staan.
En als hij ons nou elke avond
een verhaaltje vertelt dan wordt het vast gezellig. Eindelijk weer eens leven
in de brouwerij.
Wat zeg je wil je beginnen met de recensies, omdat die zo goed
zijn.
Nou dat bepalen wij zelf wel
of wij iets goed vinden. We hebben immers allemaal verstand van taal. Begin nou
maar gewoon bij het eerste verhaal. Zestig stukjes? Toe maar! Nou lui, zijn we
zestig dagen onder de pannen, dat belooft wat.’