De afsluiter van dit jaar
Allen een rustige jaarwisseling gewenst
en op naar een inspirerend 2022
foto ferrara
klik voor vergroten op de foto
In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.
vrijdag, december 31, 2021
Wens
donderdag, december 30, 2021
Ik vertrek 5
We brengen structuur aan in de dagen door ‘s morgens al vroeg een ronde over het eiland te lopen in de hoop bruikbare waar te jutten. We bouwen een paar uur met stenen en schelpen aan een noodkreet en na drie dagen ligt er in grote letters S.O.S. in het zand. Op de terugweg naar ons bivak verzamelen we in het boekenkrat vruchten voor het ontbijt en de lunch. Het eiland biedt meer dan voldoende fruit om het vochtgehalte op peil te houden. We plukken rode bessen en slaan ananas met lange stokken uit de bomen. Het Zwitsers zakmes van Henk weet raad met de harde schil en gaat als een mes door de boter bij het sappige vruchtvlees. Als de zon haar hoogste punt heeft bereikt zoeken we de schaduw op. Terwijl Henk siësta houdt, schrijf ik in mijn dagboek en maak schetsjes van het fruit dat we niet bij naam kennen en noteer hoe het smaakt. Erg avontuurlijk zijn de notities niet, maar ik hoop ooit in de gelegenheid te zijn er een goed leesbaar verhaal van te maken.
Op gezette tijden seinen we vanaf verschillende plekken op het strand met behulp van het spiegeltje uit de survival kit en de zon lichtsignalen uit over de zacht golvende zee. Hoewel er regelmatig een vliegtuig hoog over komt lijkt het erop dat geen enkel noodsignaal wordt opgepikt. Als we al een schip ontwaren vaart het met de grootte van een lucifersdoosje over de strakke lijn van de horizon. Naast het fruit dat we eten leven we van de schaal en- schelpdieren die de zee op het strand achterlaat. Af en toe zie ik in gedachten de schotel fruits de mer op het terrasje aan de haven in Saint-Malo. Ik had nog nooit zoiets gezien, laat staan gegeten. Voor het eerst op vakantie met een serieuze vrijer die me Frankrijk leerde kennen. Met de vriend is het niets geworden, maar fruits de mer bleef op mijn menu. Met spiesen die Henk van dunne takken heeft gesneden vangen we tussen de rotsblokken kleine visjes die we op een vuurtje roosteren. Aanvankelijk kost die handeling me grote moeite maar ik realiseer me dat de angsthaas in mij slecht gezelschap is. Opgegroeid aan een kanaal leerde ik zittend naast mijn oudere broertje al vroeg vissen, maar bij elke vangst moest hij in de benen komen om het spartelende visje de vrijheid terug te geven. Hier gaat die vlieger niet op. Henk is niet van plan de grote broer uit hangen als het niet nodig is. Terwijl ik zorg voor leeftocht oogst ik ook zeegras om te drogen; als ik genoeg voorraad heb wil ik er samen met stroken palmbladeren twee strohoeden van vlechten. Met de vondst van een leeg olijfolieblik zijn we de koning te rijk. Door de bovenkant eraf te snijden tovert Henk het blik om tot een pan. Die avond eten we in zeewater gekookte mosselen. Om het een beetje leuk te maken leg ik ze op een bedje van gedroogd zeegras. Henk walst een scheutje klappermelk in het kroesje, ruikt eraan, sluit zijn ogen en zegt. ‘Met een beetje fantasie smaakt het als een koele witte wijn.’ Inmiddels ga ik zijn humor en creatieve geest steeds meer waarderen en zeg. ‘Oh heerlijk, geef mij ook een slok.’ Zo spelen we, tegen beter weten in, alsof we aan een vorstelijk maal zitten.
dinsdag, december 28, 2021
zondag, december 26, 2021
Ik vertrek 4
‘Tijd genoeg? De universiteit zal toch wel een zoekactie op touw zetten als ze van de schipbreuk horen.’
‘Ik help het je hopen. De kans is groot dat wij de enige overlevenden zijn, niemand weet dat wij op een onbewoond eiland zijn aangespoeld. Moderne middelen om onze aanwezigheid hier kenbaar te maken hebben we niet. Geef mij een reden waarom ze ons zouden zoeken, je bent na een schipbreuk al snel prooi voor de haaien.’
Lijkbleek kom ik overeind en ren bij Henk vandaan om de weinige inhoud van mijn maag uit te kotsen. Ondanks de warmte zak ik even later, trillend en met klam zweet op mijn voorhoofd, weer naast hem in het zand. Als hij een troostende arm om me heen slaat laat ik mijn tranen de vrije loop. Met gierende uithalen jaag ik alle opgebouwde spanning uit mijn lijf. Zachtjes klopt Henk op mijn schokkende rug. ‘Toe maar, Frida gooi het eruit. Stop maar even met flink zijn, het is tenslotte niet niks wat ons is overkomen.’ Langzaam kom ik tot bedaren. Als een klein kind snik ik nog wat na, maar dan raap ik mezelf weer bij elkaar en kruip voorzichtig onder Henk zijn beschermende arm vandaan. ‘Sorry, maar die haai was net iets teveel van het goede.’
‘Juist goed, zo’n huilbui geeft ruimte voor nieuwe moed.’
Even verdenk ik hem van opzet, maar laat die gedachte meteen weer varen. Door negatief over mijn gezelschap te blijven denken maak ik het noodgedwongen verblijf op dit zonovergoten eiland er niet beter op. Om de vieze smaak in mijn mond kwijt te raken reikt Henk een bekertje klappermelk aan. Ik pulk een dunne haar los van de kokosnoot en beweeg er voorzichtig mee tussen mijn tanden en kiezen. ‘Prima flosdraad. We moeten maar zuinig zijn op die haren, wie weet waar we ze meer voor kunnen gebruiken.’
Henk knikt goedkeurend. ‘Dat geldt voor meer zaken, we moeten spullen zoeken om een beetje beschermd te kunnen zitten en te slapen. Op het strand is het nu al te warm en te zonnig, laten we die groene jungle achter ons maar eerst verkennen. Hopelijk vinden we ook meer aan eetbare vruchten. Als de zon vanmiddag lager staat doen we een rondje langs het strand om te kijken of er materiaal is aangespoeld dat we kunnen gebruiken. Best kans dat er inventaris van het gezonken schip ligt. We deden aan boord verantwoord onderzoek naar plastic soep en spraken er schande van, maar ik denk dat we nu heel blij zijn met aangespoelde blikken en flessen.’
Henk staat op en hangt de survival kit aan zijn schouder. ‘Ga je mee?’ Aarzelend volg ik hem door het lage struikgewas. De schoonheid van de exotische omgeving gaat op deze eerste tocht volledig aan me voorbij. Angstvallig blijf ik naar de grond kijken. Ik durf niet te zeggen dat ik met mijn blote voeten in sandalen bang ben voor alles wat er kruipt. Ondertussen raapt Henk een paar grote afgevallen palmbladeren op. Hij houdt ze omhoog.
‘Kijk dat wordt een mooi dak boven ons hoofd, misschien kun jij er ook paar meenemen?’
Als ik buk, zoekt een felgroene hagedis over mijn voeten een veilig heenkomen. De gil die ik slaak doet een paar bontgekleurde vogels krijsend opvliegen. Henk draait zich om. ‘Arme beesten, hun rust is compleet verstoord. Nou ja op den duur zullen we wel aan elkaar wennen.’ Ik vraag me in stilte af of het voor mij, wat betreft Henk zijn humor, ook zal opgaan.
donderdag, december 23, 2021
dinsdag, december 21, 2021
Tegenstelling
maandag, december 20, 2021
Ik vertrek 3
Iemand roept: ‘Frida wakker worden.’ Met een ruk schiet ik overeind. ‘Het vuur, brandt het nog?’
‘Nee, maar het is niet erg, er is genoeg materiaal om dat weer nieuw leven in te blazen. Ik had die wacht niet van je mogen vragen, jij was net zo goed moe, het spijt me. Ik heb een ontbijtje voor je.’ Op het emaille bordje dat Henk me aanreikt ligt een stapeltje gesneden vruchtvlees van een kokosnoot, er naast staat een emaille kroesje met een melkachtige vloeistof. ‘Drink eerst die melk op dan tap ik je meteen bij, het wordt tijd om het vochtgehalte op peil te brengen. We zijn behoorlijk aan het uitdrogen.’ Ik sla de inhoud van het kroesje in twee teugen achterover, nu pas heb ik in de gaten hoe dorstig ik ben. Vanuit een gaatje in een kokosnoot, die verder nog helemaal in takt is, schenkt Henk het kroesje opnieuw vol. Gulzig drink ik het bekertje tot op de bodem leeg. Dan begin ik aan het vruchtvlees en houd Henk ook het bordje voor, maar hij blijkt zijn portie al op te hebben. Ik heb zo diep geslapen dat ik niet heb gemerkt dat Henk, nadat hij eerst flink wat klappermelk heeft gedronken, een kokosnoot op een rotsblok heeft staan kraken. Hij laat me de drie dunne plekken in de noot zien. ‘Als je in de dunste plek een scherp voorwerp boort loop de melk vanzelf naar buiten. Daarna kun je de noot met een hamer op een rotsblok kraken.’
‘En jij hebt dat gereedschap bij je?’
‘Ik ben nog nooit zo blij geweest dat ik niet heb bezuinigd op de aanschaf van een survivalkit. Ik zal het je vandaag bij de volgende maaltijd demonstreren, want voorlopig staan we op een kokosdieet. Neem nog een beker melk, dan drink ik de rest op. Daarna moeten we aan de slag met praktische zaken. Te beginnen met de notitie van dag en datum.’
Omdat de zon al vroeg begint te branden zoeken we de schaduw van de bosjes op. Voorzichtig vul ik de pen met inkt en schroef het flesje weer zorgvuldig dicht. Om inkt te sparen besluit ik mijn notities kort te houden. Op de eerste bladzij noteer ik. Dinsdag 16 maart 2010 schipbreuk, één nacht rondgedobberd, op woensdag samen met Henk Voortman aangespoeld op onbewoond eiland. Donderdag 18 maart start dagboek 1.
‘Goed, dat is duidelijk voor de rest van ons verblijf. Wat je ook schrijft, noteer in elk geval dagelijks de datum. Concentreren we ons nu op de tijd. Onze horloges en telefoons zijn niets meer waard nadat ze zolang in het zeewater hebben gelegen. Het hoeft niet op de minuut nauwkeurig, maar het zou handig zijn als we bij benadering weten hoe laat het is. Ik stel voor dat we een zonnewijzer maken.’
‘Een zonnewijzer, hoe denk je dat te doen?’
‘Jij denkt waarschijnlijk aan een ingewikkelde stalen constructie in het midden van een groot grasveld, maar dat hoeft helemaal niet. Het kan heel simpel met een stokje en een handvol stenen.’
Zijn wijsneuzige toontje irriteert me, ik weet heel goed dat het niet fair is maar zeg toch met spottende ondertoon; ‘Ik lijk wel te zijn aangespoeld met een padvinder.’
‘Klopt Frida, alleen heet dat tegenwoordig scouting, de hopman met stok en deukhoed bestaat al jaren niet meer.’
Ik bloos en voel me opnieuw op mijn nummer gezet. Henk schiet in de lach. ‘Mijn gevoel voor humor is niet helemaal het jouwe geloof ik. Nou ja we hebben de tijd en er is weinig keus. Het zal tussen jou en mij heus wel goed komen.’
donderdag, december 16, 2021
Ik vertrek 2
Al snel ontdek ik dat ik Henk te veel op zijn uiterlijk heb beoordeeld. Hij mag dan niet moeders mooiste zijn, hij blijkt over leidinggevende capaciteiten en een creatieve geest te beschikken. Waar hij aan boord een afwachtende houding aannam neemt hij hier de leiding. Hij rommelt wat in de survivalkit en tovert een loep tevoorschijn. ‘Zou je een paar droge blaadjes uit een van je boeken willen offeren zodat ik met de loep als brandglas het begin van een vuurtje kan maken. Ik denk dat de zon nog voldoende kracht heeft. Er ligt hier genoeg droog hout om jaren mee vooruit te kunnen. Ik hoop niet dat we het zo lang nodig hebben, we moeten eerst maar eens zien de komende nacht door te komen. We hebben tenslotte geen idee of de nachten koud of aangenaam warm zullen zijn.’ Henk stapelt kleine takjes op elkaar. Om het vergrootglas zo stabiel mogelijk te houden steunt hij met zijn rechter elleboog op een rotsblok. Gefascineerd zie ik hoe zich na verloop van tijd een donkere plek in het papier vormt. Opeens vat het vlam. Als het vuurt goed brandt verzamelen we flink wat losse bladeren waarmee we ons voor de nacht kunnen toedekken. Henk fluit zachtjes tussen zijn tanden ‘Wie rusten wil in het groene woud.’ Ik kan er de humor niet van zien.
Om het vuurtje brandend te houden spreken we af om beurten te gaan slapen. Je weet nooit of de gloed en de rook worden opgemerkt aan boord van een vliegtuig of een schip. ‘Ik zou er maar niet op rekenen Frida, dat we de eerste beste nacht al gespot worden. Ik vraag me zelfs af of de wereld al in de gaten heeft dat ons schip van de radar is verdwenen. We voeren niet bepaald in een drukke zeestraat.’ Tot nu toe heb ik het hele gebeuren nogal kalm ondergaan, maar zijn weinig opbeurende woorden laten mijn humeur tot het vriespunt dalen. Nijdig bijt ik hem toe: ‘Bespaar me je negatieve bespiegelingen, ik wil niet nu al bij de pakken neerzitten.’
‘Heb je liever dat ik onze situatie mooi voor je inkleur om vervolgens tot de conclusie te komen dat het allemaal zo leuk niet is. Om teleurstelling te voorkomen kun je beter de nuchtere feiten onder ogen zien. Met ruziemaken lossen we nu niets op. Wie weet hoeveel tijd we nog krijgen om elkaar in de haren te vliegen. Ik ben moe en wil slapen. Ik stel voor dat jij de eerste wacht neemt. Het enige wat je moet doen is het vuurtje smeulend houden. Denk je dat je dat lukt?’ De lichte spot in zijn stem neem ik voor lief. Hij heeft gelijk, ruziemaken is zinloos. Na een paar minuten stijgt er een licht snurken uit de hoop bladeren. Ik por wat met een stok in het vuurtje en zie me weer op schoolkamp, jammer dat de marshmallow ontbreekt. Bij die gedachte loopt het water me in de mond. Het wordt tijd voor de truc die me mijn hele leven bij belangrijke beslissingen heeft geholpen. Ik spreek mezelf hardop toe. ‘Helder blijven Frida, niet wegdromen, zie de feiten onder ogen.’ Ik kijk van het zacht gloeiende schijnsel naar de berg bladeren waaronder mijn gezelschap in diepe rust is. Als hij me morgenochtend vertelt dat hij in zijn jeugd hopman bij de padvinderij is geweest, zal mij dat niet verbazen. Jammer dat het te donker is om mijn pen een echte stem te geven en de eerste bevindingen op papier te zetten.
Reuze aardig dat jullie om een vervolg vragen. In eerste instantie was ik niet van plan nog een keer zo'n verbond aan te gaan. Maar tijdens het uitwerken van dit hoofdstuk kwam er vanzelf meer bovendrijven, zodat ik de smaak toch weer te pakken kreeg. We zullen zien hoe het Frida en Henk vergaat.
zaterdag, december 11, 2021
Ik vertrek
Doodmoe lig ik in het zachte warme zand, de laatste rustige golf van de diepblauwe zee liet me hier achter. Ik hoor geen stemmen of de snelle ademhaling van andere drenkelingen. Blijkbaar ben ik de enige die hier is aangespoeld. Steunend op mijn ellebogen neem ik de omgeving in mij op. Aan mijn voeten ligt mijn reddingsboei, het krat met doorweekte onbeschreven notitieboeken, het doosje met mijn vulpen steekt er half uit. Vijf flesjes inkt staan nog keurig op een rij op de bodem van het krat. Voor me ligt een kalme zee, er is water voor zo ver mijn oog kan zien. In de verte raakt de wolkenloze hemel het wateroppervlak. Op zoek naar vis snijdt een pelikaan als een geodriehoek door het spiegelende water. Links en rechts van me zie ik enkel maagdelijk wit zand, warm gestoofd door de zinderende zon. Uit mijn kleren stijgt een lichte damp op, het zoute water verdampt in razend tempo. Als ik hier onbeschermd blijf zitten ben ik over een paar uur veranderd in een vuurrode kreeft met brandblaren. Ik rol op mijn buik en zie wat zich achter mij bevindt. Het smalle strand eindigt in een rij robuuste rotsblokken met daarachter donkergroene palmbomen waaronder ik schaduw kan zoeken. Langzaam kom ik overeind en loop over het witte zand naar de bomenrij, mijn sandalen behoeden mijn voeten enigszins voor de hitte die uit het zand omhoog komt. Eenmaal in de schaduw van de palmbomen strek ik mijn vermoeide lichaam uit en val in een diepe slaap. Als ik wakker word is het felle daglicht afgenomen, de zon zakt in roze en oranje schakeringen richting horizon. Ik moet minstens vijf uur hebben geslapen.
Starend over het lege strand blijven mijn ogen haken aan het kratje dat op kiezelsteentjes en gekleurde schelpen tussen strand en zee is achtergebleven. ‘Mijn notitieboeken’, mompel ik. Ik sta op om het krat naar de schaduwrijke plek te brengen. Vervolgens ben ik meer dan een uur bezig om alle boeken zo op de keien uit te spreiden dat ze gelijkmatig kunnen opdrogen. Terwijl ik het laatste boek zorgvuldig neerleg hoor ik een stem vanuit het doosje dat nu tussen de inktpotten ligt. ‘Wat een mazzel, aangespoeld op een onbewoond eiland met alleen mij en je krat met onbeschreven notitieboeken, je had het slechter kunnen treffen. Ik hoop wel dat er voldoende vulling in die flesjes zit en dat ik na al die nattigheid nog in staat ben om je belevenissen op te schrijven. Stel je voor dat je hier over een jaar of vijf vandaan komt met een bestseller onder je arm. Het is al eens eerder vertoond.’
Ik pak de pen uit het kletsnatte doosje en droog haar zorgvuldig af met een punt van mijn blouse, ze zwijgt in alle talen. Ik schud mijn hoofd. Dat belooft wat. Aangespoeld op een onbewoond eiland en zo kort na aankomst al last van hallucinaties, dat was niet mijn bedoeling toen ik besloot me aan te sluiten bij een onderzoeksexpeditie. Zittend op een klein rotsblok overdenk ik mijn situatie. Letterlijk in ‘the middle of nowhere’ en zo te zien geen levende ziel in de omgeving. Het verbaast me dat ik zo rustig ben. Stiekem hoop ik dat er meer opvarenden van het kleine onderzoeksschip de schipbreuk hebben overleefd. Al was het er maar een, het helpt allicht tegen eenzaamheid en hersenspinsels.
Er schuift een schaduw voor de dalende zon. ‘Hé, Frida ten Have, jij bent hier dus ook komen aandrijven. Het lange, maar iets te zware lijf van Henk Voortman torent boven me uit. Zijn buikje hangt over de gescheurde afritsbroek. De stoppels op zijn kin verdoezelen zijn blotebillen gezicht. Aan zijn linkerschouder hangt een survivalkit. Aan hem heb ik bij mijn wens om gezelschap niet gedacht. Opgescheept met het minst charmante lid van het onderzoeksteam. ‘Het lijkt erop dat jij en ik op elkaar zijn aangewezen. Ik heb het hele eiland doorkruist, je bent in een uurtje rond, buiten jou en mij is er geen mens te bekennen. Het stikt hier van de gekleurde vogels en ik heb ook een paar flamingo’s gezien. Aan de paarse bessen die hier groeien heb ik me nog niet gewaagd, als ik dan toch die schipbreuk heb overleefd wens ik niet alsnog dood te gaan aan een voedselvergiftiging. Wat denk je zouden wij samen een goed span vormen om hier een tijd te overleven?’ Ik kijk hem aan probeer mijn weerzin tegen hem opzij te zetten. ‘Het lijkt me dat we met samenwerken het verst komen.’ Ik hoor zelf hoe afgemeten mijn stem klinkt.
donderdag, december 09, 2021
Waterman
nog lig je
zonder inkt
je ranke lijf
blauwzwart gemarmerd
op zacht fluweel
in je doosje
je houdt van
nijdige woorden
zinnen vol spijt
verhalen van liefde
avonturen op een
onbewoond eiland
je wacht op eerste letters
die je in sierlijk schrift
op maagdelijk papier
kunt vastleggen
voor de eeuwigheid
ga jij dat voor me doen?
De laatste opdracht voor de schrijfcursus was in twee delen.
1: Schrijf een gedicht over een pen die de eerste woorden van een verhaal nog moet schrijven.
2: Maak een verhaal over overleven op een onbewoond eiland.
Hoe is het na 5 uur, 5 weken en 5 jaar. Ik nam in het gedicht alvast een aanloop naar de tweede opdracht.
Het gedicht was meteen geschikt om hier te plaatsen. Aan het verhaal moet ik nog schaven. Als het klaar is plaats ik het in twee aflevringen.
In verband met de aangescherpte maatregelen koos ik ervoor de laatste lessen online te volgen. Eerlijk gezegd is dat toch minder leuk. In je eentje achter de laptop mis je het contact met de coach en de medecursisten. Vooral het onderlinge plezier en de inspiratie die je van elkaar ondervindt maakt zo'n cursus tot een klein feestje. Hopelijk kunnen we in januari weer gezellig in de klas zitten.
dinsdag, december 07, 2021
Tegenstelling
zaterdag, december 04, 2021
Op en Rond de Deur
Jugendstil
Klik voor het blog op de deurklink rechts op de pagina
of:https://ferrara-openronddedeur.blogspot.com/2021/12/jugendstil.html
woensdag, december 01, 2021
dinsdag, november 30, 2021
donderdag, november 25, 2021
Piece of Cake
In de hoop wat bruikbare ingrediënten op te lepelen voor een column heb ik naar een aflevering van “Heel Holland Bakt" gekeken. Het programma waar omroep Max maximaal succes mee heeft. Zelf heb ik niets met hogere bakkunst. Tot groot vermaak van mijn kleindochter willen bij mij zelfs de simpele cupcakes van Dr. Oetker in hun fraaie voorgevouwen bakjes niet opstijven. De kraaltjes voor de garnering drijven als gekleurde balletjes in de vanillesoep. Een beter excuus om me aan bakkunsten te onttrekken is er niet. Kijken naar die hobbybakkers is op zich al een zenuwslopende bezigheid. Maar voor de schrijverij gaat geen zee te hoog. Ik geef mij over aan de fanatieke koks die in een tochtige tent aan een klein aanrecht ingewikkelde baksels in elkaar proberen te knutselen. Ingezakte chocoladezoenen, romantische truffeltaart die niet wil rijzen of gesuikerde schijven die aan gruzelementen vallen, bezorgen mij in mijn makkelijke stoel het klamme zweet. Voeg daarbij Kampioen Moppentapper André van Duin, die alles aan flauwe kul uit de kast mag halen, en de nachtmerrie is compleet. Terwijl jij met je kleverige vingers garnering op je taart probeert te spuiten, komt die grapjas vanachter zijn draagbare spatscherm je extra op de proef stellen.
Meester Taartenbakker Robèrt vindt het nodig om er fijntjes op te wijzen dat je netjes moet werken. Hij moest de puinhoop op mijn aanrecht eens zien als ik lasagne sta te koken. De worsteling met kleffe bladeren die nooit als één stuk uit de pan komen en altijd in het midden tot een klont plakken. Zelfs bij voldoende aflegruimte pulkt deze Patissier de bladen niet netjes uit elkaar. Aan het eind van het (be)slagveld volgt het vorkje prikken en de beoordeling. Met een kolossaal mes wordt feilloos een punt uit een Hans en Grietje huisje gesneden. Er valt niets om, er blijft niets kleven. Alsof het om een eenvoudig rekensommetje gaat horen we Robèrt zeggen. ‘Het is plussen en minnen met deze taart.’ Mijn kleinkorrelig bakbrein ziet alleen maar plussen. Collega jurylid Janny, die per aflevering strakker in haar jurkje lijkt te zitten, beoordeelt de structuur van het baksel. Het is al of niet te vast of te zwaar om lekker te zijn. Ik rijm het niet met een ander oordeel dat ze geeft nadat ze aandachtig een hapje weg smikkelt. ‘Gewoon een heel lekkere zware taart.’ Vol bewondering kijk ik naar een sprookjesachtig opgebouwd kunstwerk. Afgewerkt met glad marsepein met een roze roos als decoratie. In een flits zie ik mijn kleindochter haar tanden in een puntgave cupcake zetten. Terwijl Janny haar wijsvinger bevallig onder haar neus houdt, blaast ze mijn visioen aan gort. ‘Er zit geen spanning in de taart.’ Nou ja, zit er na uren optimale inspanning geen spanning in je taart … je zou haar á la Laurel en Hardy de taart in haar gezicht smijten. Maar nee dat doet de kandidaat niet, die ondergaat met een teleurgestelde glimlach de afgang. Terwijl de koekenbakker naast haar met een stralend smoel de triomf viert. Meesterbakker van de week, met als beloning een lullig speldje op je kleverige schort.
Wat een beproeving, mijn maag draait ervan om.
Schrijfcursus opdracht: Schrijf een column over een zelf te bepalen onderwerp.
Bovenstaand verhaal is wat ik ervan bakte. Advies om de cupcake en kleindochter nog een keer op te voeren voor verbinding in de tekst heb ik opgevolgd. 't Was even puzzelen op welke plek de bewuste zin moest komen. De schrijfcoach heeft genoten van mijn vinnige pen.
dinsdag, november 23, 2021
donderdag, november 18, 2021
Zomer voorbij
in ijle ochtendmist
zweven koeien
boven nat grasland
strijkt laat zonlicht
over goudgekleurde bodem
en glimmende kastanjes
als zwarte bladeren
huizen rustende spreeuwen
op kale takken
dunne regen, die geen regen is
zakt uit loodgrijze hemel
langzaam wint herfst terrein
en verliest natuur haar glans
hopend op betere tijden
houdt in mijn tuin
het laatste roosje dapper stand
Het kostte moeite, maar het is gelukt
dinsdag, november 16, 2021
woensdag, november 10, 2021
Alles of niets 2
Als bij Desiree de woede wat is gezakt maakt ze aanstalten de kinderen naar bed te brengen. Vooral voor Robin wil ze de lieve vrede bewaren. Het joch is op een leeftijd dat hij heus in de gaten heeft dat het tussen haar en Johan niet altijd botert. Robin protesteert, hij wil dat ene spelletje afmaken, maar Desiree is onverbiddelijk. Met op haar ene arm Jozefientje duwt ze met de andere arm Robin de trap op. ‘Van pap had ik het spelletje wel mogen afmaken.’ Zal best, denkt Desiree verbolgen, het kind krijgt het door zijn vader voorgedaan, die zit ook te vaak voor zijn pc met een spelletje. Terwijl Robin zijn tanden poetst legt Desiree de slapende Jozefien in haar bedje. Robin onder zijn Batman dekbed wacht op het kwartiertje voorlezen. Halverwege het hoofdstuk valt haar zoontje in slaap. Hij merkt niet meer dat ze hem over zijn wang aait.
Beneden ploft ze neer op de bank. In haar verhitte hoofd voert ze een denkbeeldig gesprek met Johan over hun financiele situatie. Ze schrikt op van de bel. Twee agenten staan voor de deur. Ze vragen naar Johan. Desiree gaat hen voor naar de kamer. Nadat ze Robin zijn cadeau opzij heeft geschoven wijst ze de heren een zitplaats op de bank.
‘Wat is er aan de hand, dat u mijn man wilt spreken.’
‘Uw man heeft vanmiddag benzine getankt en hij is zonder te betalen weggereden. De beveiligingscamera heeft de beelden geregistreerd. De pomphouder heeft aangifte gedaan van diefstal.’ Verbijsterd hoort Desiree het verhaal aan. Ze belt meteen met Rens.
‘Stuur Johan naar huis er zitten twee agenten op hem te wachten. Ze beweren dat hij vanmiddag bij een tankstation is weggereden zonder te betalen. Geldgebrek kan het niet zijn want hij heeft vandaag een bonus van de baas gekregen. Hij moet nu thuiskomen om te vertellen dat het een vergissing is.’
Rens zwijgt een paar seconden, maar begrijpt direct dat er meer aan de hand is en zegt: ‘Johan is al een tijdje weg, ik kom naar je toe. Zeg tegen die agenten dat Johan zich zal melden zodra hij thuiskomt.'
Als Rens zijn auto parkeert ziet hij dat de politiewagen net wegrijdt. Hij is er blij om want zonder agenten praat het makkelijker met Desiree. Dat het met Johan niet goed gaat is hem wel duidelijk, maar hoe legt hij dat aan haar uit. Desiree reageert verontwaardigd, die agenten beweren min of meer dat Johan een oplichter is. Rens vat meteen de koe bij de hoorns en informeert naar de bonus. Desiree doet verslag van de cadeautjes en ook van haar gevoel dat ze de wasmachine liever had afbetaald. Nu weet hij zeker dat er iets niet deugt en hij vertelt Desiree over de lening van duizend euro.
‘Duizend euro, dat kost die wasmachine samen met de droger niet eens. Het is een aanbieding die we in termijnen kunnen afbetalen. Het was tegen mijn zin, maar Johan wilde van de aanbieding gebruikmaken. Waarom zou Johan duizend euro van jou moeten lenen?‘
‘Denk eens goed na, Desiree, is er de laatste tijd iets veranderd in zijn gedrag. Komt hij later thuis dan anders, is hij nerveus?’
Ze realiseert zich dat Johan de afgelopen weken nauwelijks thuis heeft gegeten. Hij heeft altijd aannemelijke redenen waarom hij later thuiskomt. File, uitgelopen vergadering, nog even bij een belangrijke klant langs. Ze vertelt dat hij in de weekenden ongedurig is. ‘Vroeger ging hij met jou naar de sportschool, maar daar is op de een of andere manier de klad ingekomen. Het enige dat hem lijkt te kalmeren is een spelletje op de computer. Echt blij ben ik er niet mee, want hij geeft Robin een slecht voorbeeld, maar alles is beter dan een gang naar de gokhal.' Haar stem stokt, dan dringt de volle waarheid tot haar door. ‘Hij gokt weer, dat is het. Allemachtig, dat ik dat niet heb gezien, hij gokt weer.’ Verslagen kijkt ze voor zich uit.
Rens slaat een arm om haar heen. Het troostende gebaar maakt bij Desiree de tranen los. Tegen zijn schouder huilt ze met lange uithalen haar verdriet uit. Wanneer Johan tegen middernacht thuiskomt is Desiree voldoende bedaard. Als hij zijn vriend op de bank ziet zitten, weet hij dat hij geen enkele smoes hoeft te verzinnen en maar beter alles kan opbiechten. Desiree geeft hem niet de kans iets te zeggen. Ze wil weten hoe lang hij alweer aan zijn verslaving toegeeft. Hoeveel geld hij vergokt heeft en of hij nog meer schulden heeft gemaakt. Ze gooit hem alles voor de voeten van de afgelopen weken. Het late thuiskomen, de redenen die hij heeft opgegeven, allemaal leugens, hij zat gewoon ergens te gokken. Als klap op de vuurpijl komt ze met de niet betaalde tankbeurt op de proppen. Hij heeft het dus goed begrepen, die politiewagen stond er voor hem. Als Desiree is uitgeraasd laat Johan zijn tranen de vrije loop en vertelt dat hij het gokken nooit helemaal heeft opgegeven, terwijl dat voor Desiree een voorwaarde is geweest, toen hij haar ten huwelijk vroeg. Al die jaren is het hem gelukt zijn verslaving in de hand te houden en geen schulden te maken. Het ging mis na de geboorte van Jozefientje, twee jaar geleden. De strenge kraamverzorgster die vond dat hij moest leren hoe je een baby de luier aandeed. Bij Robin was dat nooit aan de orde geweest en hield hij zich verre van dat soort handelingen. De doorwaakte nachten en de uren die hij met de huilbaby in zijn armen beneden rondliep, om Desiree haar rust te gunnen. Haar moeder met haar eeuwige verwijt dat hij niet genoeg verdient om een gezin met twee kinderen te onderhouden. Kortom de laatste twee jaar is het leven voor Johan niet gemakkelijk geweest, het heeft hem naar de gokhal en het casino gedreven. Het afrekenen van de benzine is hij gewoon vergeten. Desiree is niet onder de indruk van zijn tranen en zijn zielige verhaal. Ze maakt korte metten met hem. ‘Morgen neem je vrij en gaat die benzine betalen, daarna maak je een afspraak bij de huisarts en je vraagt een verwijzing voor de verslavingszorg. Eén kans geef ik je Johan, je laat je behandelen en als je dat niet doet pak ik mijn biezen en ben ik weg met de kinderen.’
Rens toont zich een ware vriend. ‘Johan, voorlopig hoef ik mijn geld niet terug, maar grijp de kans die Desiree je geeft, ga werken aan jezelf.’
Na een slapeloze nacht, waarin de discussies hoog oplaaien, belt Johan met de huisarts. Hij vertelt Desiree niet dat de assistente op het antwoordapparaat laat weten dat de huisarts met vakantie is. Hij neemt zich voor te zeggen dat hij ’s middags al terecht kan en als ze daarna naar de verwijsbrief vraagt zal hij zeggen dat hij die al heeft weggebracht en een afspraak heeft voor een intakegesprek. Als Johan die middag wegrijdt passeert hem een politiewagen. Even schrikt hij en houdt in, dan vindt zijn rechter voet het gaspedaal.
Jullie hebben even op deel 2 moeten wachten. Ik heb een aantal aanpassingen gedaan. Lange zinnen ingekort en informatie die niet echt van belang was verwijderd of aangepast.
De suggestie Rens een wat prominentere rol te geven heb ik niet overgenomen. In mijn beleving is Desiree nog veel te druk met haar gokkende echtgenoot. 'Misschien iets voor een derde deel?' vroeg ze. Voorlopig niet.
dinsdag, november 09, 2021
Tegenstelling
Overheen-Onderdoor
windwijzer in Lemele
foto ferrara
klik voor vergroten op de foto
Maandelijks laat ik een serie foto's zien uit mijn verzameling
'Op en Rond de Deur'
In de loop der jaren heb ik flink wat onderwerpen vastgelegd
waaronder windwijzers, deze met duif maakte ik
onder het motto, je weet maar nooit wanneer ik
hem kan gebruiken. Vandaag dus.
Voor de verzameling heb ik nog een tijdje moeten
wachten voor de duif weer op de vleugels ging.
zaterdag, november 06, 2021
Op en Rond de Deur
Ingangen
Klik voor het blog op de deurklink rechts op de pagina
of: https://ferrara-openronddedeur.blogspot.com/2021/11/ingangen.html
dinsdag, november 02, 2021
maandag, november 01, 2021
woensdag, oktober 27, 2021
Alles of niets
Johans mond voelt droog, zijn handen trillen en het klamme zweet loopt langs zijn rug. Vanuit zijn auto kijkt hij naar de deur die uitnodigend draait. De knipperende reclame op de gevel van het casino maakt hem duizelig. Het is hem een week lang gelukt niet toe te geven aan zijn drang tot gokken. Als het een week lukt, moet hij het langer ook kunnen. De ruzie gisteravond met Desiree en haar dreigende woorden over een echtscheiding hebben hun invloed niet gemist. Zij weet niet van de schuld die hij heeft bij hun beste vriend. Met één gokje wint hij misschien net genoeg om Rens van zijn lijf te houden. Johan besluit vijf minuten te wachten. Als hij in die tijd twee mensen naar binnen ziet gaan, mag hij ook. Johan kijkt om zich heen. Op de parkeerplaats blijft het stil. Hij zakt wat onderuit en pakt zijn mobiel voor een spelletje patience om de spanning te breken, maar hij kan zich slecht concentreren. Zijn mond lijkt wel droger te worden, hij slikt moeizaam. Johan voelt dat de duizeligheid toeneemt. Onrust maakt zich van hem meester. Als hij nou de afspraak met zichzelf maar kan nakomen. Hij heeft dringend geld nodig. Net als hij zijn vrouw wil bellen om te zeggen dat hij onderweg is naar huis, stopt er een auto naast de zijne. Een echtpaar stapt uit. Opgelucht haalt hij adem, eindelijk kans om zijn schuld af te betalen. Snel glipt hij voor het stel naar binnen. Hij sluit aan bij de roulettetafel en zet 100 euro aan fiches in op nummer zeven, het getal dat hem geluk moet brengen. Terwijl het balletje rolt voelt Johan zich opknappen. Weg is de droge mond, de duizeligheid neemt af en zijn handen leggen trefzeker de fiches op een stapeltje. Het geluk lacht hem toe en als hij 1000 euro rijker is vindt hij zowaar de moed om te stoppen. Hij laat zijn winst in kleine coupures uitbetalen en rijdt naar de stad waar hij nog snel even gebruik maakt van de koopavond. Bij een speelgoedzaak koopt hij voor zijn dochtertje een knuffel groter dan het kind zelf en voor zijn zoontje het nieuwste spel voor de playstation. Johan verheugt zich op de blijdschap van zijn oudste kind. Jozefientje heeft nog geen weet van cadeautjes. Bij de kiosk haalt hij vijf sloffen sigaretten voor zichzelf en daarna rijdt hij langs de bloemist voor een flinke bos van de duurste rozen. Hij rijdt huiswaarts in een betere stemming dan hij de laatste dagen is geweest. Desiree zal er blij mee zijn. Ze zal hem vast niet in dank hebben afgenomen dat hij vanmorgen zonder haar te zoenen de deur uitging. Hij zal haar geruststellen door te zeggen dat het etentje met een toekomstige klant succesvol is uitgevallen en zijn baas hem daarvoor met een bonus heeft beloond. Zijn winst is weliswaar geslonken tot 700 euro maar nog altijd een mooi bedrag om Rens mee tevreden te stellen. Als hij nou eens begint met 500 euro af te betalen dan houdt hij zijn vriend voorlopig buiten de deur met vragen die Johan liever niet gesteld krijgt. Onderweg stopt hij bij een cafetaria voor een kroketje en gooit en passant voor 20 euro in de fruitautomaat, jammer dat geld is hij kwijt. Nou ja, hij voelt zich gelukkig een stuk beter dan een paar uur geleden. Met een blij gezicht komt hij thuis waar hij een verbaasde Desiree in de bloemetjes zet. Robin neemt het nieuwste speeltje juichend in ontvangst en duikt er meteen mee op de bank. Zoonlief is voorlopig niet meer aanspreekbaar. Jozefientje in haar box zinkt naast de knuffel in het niet.
Terwijl Johan boven zijn pak verwisselt voor vrijetijdskleding schikt Desiree de rozen in een vaas. Ze is absoluut niet blij met de geldverspilling. Het liefst had ze de bos meteen in de vuilnisbak gekwakt, onverantwoord zoals Johan zijn bonus heeft gebruikt. Liever had ze er de wasmachine mee afbetaald. Ze heeft die opmerking ingeslikt omdat ze geen ruzie wil maken waar de kinderen bij zijn. Daarbij wil ze zijn stemming niet bederven, hij is zo trots op de extra beloning van de baas. Het zou ook wel eens tijd worden. Vorige week nog heeft ze Johan voor de voeten gegooid dat het verzekeringskantoor waar hij agent is, goede sier maakt met kortingen die waarschijnlijk ten koste van zijn salaris gaan. Ze heeft het maar wat vreemd gevonden dat Johan een reparatie aan de dienstauto cash heeft moeten voorschieten. Over het feit dat ze daardoor zelf in de rode cijfers kwamen wilde Johan niets horen. Dat geld zou heus wel verrekend worden met het volgende salaris. Desiree brengt de vaas met rozen naar de kamer en ziet dat Jozefientje naast haar knuffel in slaap is gevallen. Robin kijkt niet eens op van zijn nieuwe spelletje. Over het speelgedrag van Robin moeten ze ook eens praten. Zou een kind van acht al verslaafd kunnen zijn? Als Johan beneden komt geeft Desiree hem de boodschap door dat Rens heeft gebeld en dat zij heeft beloofd dat Johan terug zal bellen zodra hij thuis is. Hij weet zijn schrik te verbergen door te zeggen dat hij Rens al een tijd niet heeft gezien en dat hij wel even bij hem langs rijdt. Johan grist zijn autosleutels en portefeuille van tafel en is de deur uit voor Desiree kan protesteren. Zij voelt een woede opkomen. Lekker dan, is ie amper thuis, heeft niet eens meegegeten en gaat er meteen weer vandoor. Als hij denkt zijn gedrag met dure cadeaus te kunnen afkopen heeft hij het mis. Hier is het laatste woord niet over gesproken.
Op Johans bellen doet Rens de deur open. Hij reageert verbaasd als hij zijn vriend ziet staan. ‘Joh, ik heb vanmiddag Desiree gevraagd of jij en ik weer eens samen naar de sportschool kunnen gaan. Dat je zo snel op de stoep zou staan had ik niet verwacht. Kom binnen man, gezellig om weer eens bij te praten.’ Johan weet met de hartelijke ontvangst niet goed raad. Hij heeft verwacht dat zijn vriend eindelijk zijn geld zal opeisen. Razend snel besluit hij het onderwerp niet aan te roeren. Als Rens nergens over praat kan hij die vijfhonderd euro voorlopig in zijn zak houden. De wasmachine moet tenslotte afbetaald, misschien is het beter dat eerst te doen. Of zal hij Rens de helft van het bedrag betalen? Eerst maar eens afwachten wat Rens zijn plannen zijn. Als ze aan een biertje zitten herhaalt zijn vriend de vraag weer eens samen te gaan sporten. Johan, al lang blij dat het niet over geld gaat, hapt toe. Ze spreken af elkaar de volgende avond in de sportschool te ontmoeten. Als hij na een uurtje afscheid neemt zegt Rens: ‘We moeten dan ook maar eens overleggen over die duizend euro die ik je heb geleend. Ik zit er niet echt om verlegen maar ik wil het wel terug. Voor mijn part zonder rente, maar ik geef ze niet cadeau. Je had ze nodig voor een wasmachine, ik vond dat toen al veel geld voor een dergelijk huishoudelijk apparaat, maar met kinderen draai je extra was en dan moet je goede spullen hebben, dat begrijp ik zelfs als vrijgezel.’
Johan belooft zijn schuld zo snel mogelijk te voldoen. Hij is vast besloten het geld de volgende avond in de sportschool te overhandigen. Op weg naar huis bedenkt hij dat Desiree wel boos zal zijn over zijn snelle aftocht en dat hij niet, zoals afgesproken, de kinderen naar bed heeft gebracht. Johan haalt zijn schouders op. Liever ruzie met Desiree dan opbiechten dat hij bij Rens in het krijt staat. Als hij de straat indraait ziet hij een politiewagen op de parkeerplaats voor hun huis staan. ‘Beter maar even een blokje omrijden’, mompelt hij voor zich uit. Hij heeft vanmiddag getankt en dus benzine genoeg. Hij neemt de afslag naar het centrum van de stad en stalt zijn auto voor een gokhal. Wie weet heeft hij geluk en wint hij nog een leuk bedrag.
Bovenstaand is deel 1 van een langer verhaal dat we moeten schrijven.
Onderwerp mochten we zelf bedenken. Ik schreef al eens over dit stel, maar toen zat ik nog niet op schrijfcursus. Na beoordeling heb ik met kleine toevoegingen Johans gevoel en Desiree haar reactie wat meer uitgewerkt. Verder was het commentaar: Mooi en levendig verhaal met genoeg ijkpunten om er een prachtig slot aan te breien. Daar broei ik nu op.
dinsdag, oktober 26, 2021
Tegenstelling
dinsdag, oktober 19, 2021
donderdag, oktober 14, 2021
Respect
Onder het motto: “Respecteert elkanders standpunt” reizen Jan de Haan en zijn maat Driek Verbeek stad en land af om hun spandoeken met willekeurige teksten hoog te houden. Of het nou gaat om stikstofuitstoot of de cao voor het onderwijs, Jan en Driek maken gebruik van hun grondrecht tot demonstreren. Vooral Jan is een overtuigd protesteerder, hij blijft via Twitter op de hoogte waar wat valt te beleven. Driek is meer een meeloper en laat zich door Jan leiden. Wat betreft zijn uiterlijk is Jan in de jaren 70 blijven steken omdat hij dat nou eenmaal een prettige dracht vindt. Spijkerpak, geitenwollen sokken en sandalen zijn in de loop der jaren zijn handelsmerk geworden. Al naar gelang de attributen die worden uitgereikt voor een demonstratie tooit hij zich soms met een rood petje van de FNV of hij verruilt, in het belang van de boeren, zijn comfortabele sandalen voor klompen. In tegenstelling tot Jan is Driek met de tijd meegegaan. Voor een demonstratie hult hij zich in een sportbroek, onopvallende sneakers en een hoedie waarvan de capuchon dienst doet om niet herkenbaar in beeld te zijn. Soms weten ze niet eens waarover het gaat maar reizen ze toch af om, vanwege het respect voor welk standpunt dan ook, te demonstreren. Op een dag vraagt Driek zich af waartoe hij zich nu weer heeft laten verleiden. Als ze luidkeels eisen dat de Formule 1 race op het circuit van Zandvoort moet doorgaan realiseert hij zich dat hij daar twee weken eerder het overleven van de zandhagedis stond te promoten. Beschaamd trekt hij zijn houdie wat dieper over zijn gezicht. Het gebrek aan eigen mening begint hem tegen de borst te stuiten. Als hij in de trein naar huis Jan probeert te overtuigen van de tegenstrijdigheid maait deze alle bezwaren van het treintafeltje. ‘Daar moet je niet teveel over nadenken. Respect man daar gaat het om, elke mening telt, maar mij gaat het vooral om het recht tot demonstreren. Ik ben ervan overtuigd dat de mensheid ons nodig heeft om alert te blijven. Volgende week gaan we met de anti-vaxxers, vredelievend met z’n allen onder een gele paraplu door Amsterdam lopen.’
‘Anti-vaxxers? Jij en ik zijn toch gevaccineerd?’
‘Dat weten die lui toch niet en waarom zou je uit respect voor hun overtuiging niet meelopen?' Jan strekt zijn lange benen. Zijn, met zanderige sokken, gevulde sandalen versperren het gangpad.
Een week later loopt Driek, aan hevige twijfel onderhevig, met een gele paraplu onder zijn arm geklemd in het kielzog van Jan op het perron van het Centraal Station in Amsterdam. De demonstranten verdringen elkaar voor een plek vooraan in de optocht. Driek voelt een duw in zijn rug. Hij verliest zijn evenwicht en duikelt van het perron op de rails. Een bloedstollende gil haalt Jan uit zijn concentratie, hij draait zich om. Terwijl zijn ogen Driek in de menigte zoeken, ziet hij vanuit zijn ooghoek hoe een gele paraplu wordt vermorzeld onder de intercity uit Den Helder die traag tot stand komt. De toekijkende menigte houdt de adem in. Sommigen draaien zich om, bang voor de aanblik die ze te wachten staat.
De lijkbleke machinist weet zijn trein tot stoppen te brengen op een centimeter van Driek zijn lichaam dat van pure schrik verstijfd tussen de rails ligt. De toegesnelde spoorwegpolitie belet Jan op de rails te springen om zijn maat overeind te helpen. Met hulp van omstanders wordt de versufte demonstrant op het perron gehesen, waar hij de kans krijgt bij te komen van alle commotie. Zodra hij weer een beetje bij zijn positieven is wordt hij meegenomen voor onderzoek en verhoor. Jan en een handvol demonstranten worden terplekke onderworpen aan een getuigenverhoor. Al snel is duidelijk dat Driek slachtoffer is van een stompzinnig ongeval. Jan laat het er niet bijzitten. Verontwaardigd steekt hij zijn ongenoegen niet onder stoelen of banken. Op luide toon laat hij weten dat zijn vriend aangifte moet doen tegen het onrecht dat hem door mededemonstranten is aangedaan. Voor het gemak vergeet hij dat hij zelf haantje-de-voorste wilde zijn. Driek echter berust in het feit dat niemand echt schuldig is aan de val die hem voor de rest van zijn bestaan de ogen opent. Zijn leven is hem meer waard dan het recht tot demonstratie. Jan de Haan houdt voortaan zonder Driek Verbeek de mensheid wakker.
Beste Mensen, opnieuw een opdracht voor de schrijfcursus.
Dit keer was het de bedoeling over iemand te schrijven die een levensmotto uitdraagt en daar om de een of andere reden mee ophoudt. Soms zijn de aanwijzingen die je krijgt lastig uit te leggen. Hoe kleur je een personage wat meer in? De zinnen over Jan die zijn benen strekt en zijn verontwaardiging naar mededemonstranten zijn er voorbeelden van.
dinsdag, oktober 12, 2021
woensdag, oktober 06, 2021
Op en Rond de Kerkdeur
Heiligen
Klik voor het blog op de deurklink rechts op de pagina
of: .http://ferrara-openronddedeur.blogspot.com/2021/10/heiligen.html
dinsdag, oktober 05, 2021
vrijdag, oktober 01, 2021
dinsdag, september 28, 2021
vrijdag, september 24, 2021
Le Cygne
Onophoudelijk raast het autoverkeer over de periferique rond Parijs, stinkende uitlaatgassen hangen boven de stad. De vroege ochtendzon heeft amper kracht om door de vaalroze sluier van smog heen te breken. Het monotone geluid van de veegwagens van de stadsreiniging weerkaatst tegen de chique gevels van de Avenue de L’Opéra. Het spoelwater druipt van de stoepen naar de goten. Parijs maakt zich op voor een frisse start van de dag. In het metrostation, waar drie drukke lijnen samenkomen, is het al een komen en gaan van Parijzenaars op weg naar hun werk. Hoewel de toeristen nog slapen of aan hun ontbijt zitten, laten in de bedompte gangen van het station vroege muzikanten hun eerste klanken horen. De clochard op het bankje in de Jardin du Luxembourg draait zich nog eens om. Het duurt nog een paar uur voor eetbare waar in de prullenbakken is te vinden. Ontwakend Parijs heeft geen notie van de doodvermoeide danseres in het dakraam van de Opéra Garnier. Opgejaagd door de fanatieke balletmeester Ilje Smirnov ligt Prima Ballerina Giselle du Monde uit te hijgen van haar repetitie die voor dag en dauw stond gepland. Het is alsof haar kapot gedanste voeten vol naalden zitten. De roze linten van de frêle spitzen snijden in haar opgezette enkels. In haar oren klinkt de schelle stem van Ilje nog na. ‘Hoger dat been, ik wil passie zien. Beweeg je armen gracieus Gisele, je fladdert als een volgevreten Parijse duif. Zo heeft Saint Saëns het sterven van de zwaan niet bedoeld.’ Pas als ze voor de tiende keer is gestorven en huilend blijft liggen geeft hij haar eindelijk tijd om op adem te komen. In de hoop frisse lucht op te doen vlucht ze naar het dak van het operagebouw. Bij elke traptrede herhaalt ze als een mantra. ‘Ik geef niet op.’ Boven Parijs blijkt frisse lucht ver te zoeken, fijnstof en de penetrante geur van duivenpoep dringen haar neus binnen. Halverwege het raam legt ze haar afgepeigerde benen in ruststand en sluit de ogen. Ze merkt de duif die voor haar plaatsmaakt niet op.
‘Merdre, die Rus is te ver gegaan. Zo heb je het groen uitgeslagen dak van de Opéra voor je alleen, zo zit je opgescheept met een stervende zwaan. Kijk dat arme schaap liggen, afgejakkerd, lat mager en hijgend als een postpaard. Zo ziet Het Carnaval der Dieren er achter de coulissen uit. Je moet er wat voor over hebben om het applaus en juichende kritieken van de Fine fleur van Parijs in ontvangst te nemen. Ik heb van bovenaf een poosje zitten toekijken. Schandalig hoe ze wordt behandeld door die vent in zijn strakke balletmaillot en leren slofjes. Als hij straks naar de metro loopt kak ik zijn flamboyante hoed vol. “Je fladdert als een volgevreten Parijse duif.” Wij duiven pikken veel, maar er zijn grenzen.’
Beste Mensen, bijgaande foto is een schrijfopdracht. Schrijf een aannemelijk verhaal. Wat is hier gebeurd? Wat is de gedachte van de ballerina, schrijf tot slot een monoloog van de duif.
Gisteren kwam het verhaal retour. De suggestie over de smog heb ik ter harte genomen. Voor het geval jullie ernaar vragen. Dit stond eronder.
Prachtige beschrijving van Parijs,
om het mooie beeld van het begin af te hechten zou het fraai zijn om iets met
de smog te verwerken in je verhaal. Wil ze frisse lucht, ligt ze met haar neus
in de kak en worden haar moe gehijgde longen geprikkeld door de fijnstof.
Verder niets dan lof, ik zie Parijs, voel de met naalden gestoken voeten
en hoor de beledigde duif. Driewerf hoera voor je scherpe pen.
dinsdag, september 21, 2021
dinsdag, september 14, 2021
zondag, september 12, 2021
Beste Wind
Wanneer ik op mijn E-bike in standje turbo met gemak jouw windkracht zes wegpeddel denk ik nog wel eens aan de tijd dat je me regelmatig het leven zuur maakte door uit de verkeerde hoek te waaien. Hoe je in mijn jeugd, toen ik op een oude roestige fiets naar de middelbare school moest, altijd voor tegenwind zorgde. In mijn herinnering hing ik dagelijks, jouw kracht trotserend, gebogen over mijn stuur. Als het regende klapperde de in legergroen uitgevoerde poncho woest omhoog en waaide jij het water er onder. In de uren dat ik met natte knieën in de klas zat vond jij vaak een reden om van richting te veranderen met gevolg dat ik eind van de dag weer in jouw bek met tegenwind keek. In die jaren, beste wind, heb ik je vaak vervloekt. Naarmate ik ouder werd ging het tussen jou en mij wat beter. Toen ik eindelijk een brommertje kreeg had ik niet veel last meer van je en nog weer later toen ik naast mijn luxe fiets met drie versnellingen de beschikking kreeg over een auto en dus kon kiezen met welk vervoermiddel ik naar mijn werk wilde gaan, hebben we enigszins vrede gesloten, hoewel ik nog altijd vind dat jij je met een aantal vakanties te veel hebt bemoeid. Je had me best had kunnen waarschuwen toen je mij met je verkoelende bries uit zee te lang in de Spaanse zon hield. Het duurde dagen voor mijn rood getinte huid plaats maakte voor mediterraan bruin en die ene wintersportvakantie waarin je met je lauwwarme Föhn de sneeuw liet smelten ben ik ook niet vergeten. In plaats van soepeltjes de helling af te glijden bleven de lange latten aan de papsneeuw plakken. De natte skipakken waren in het kleine appartement nauwelijks droog te krijgen. In de zomer die volgde leerde ik je Franse variant kennen. In Avignon vond jij het nodig om als Mistral op te treden, behalve dat de terrastafels omvielen en de servetjes ons om de oren waaiden zorgde je ’s nachts voor oorverdovend lawaai met je ritselende ruis door de hoge populieren die rond de camping stonden. Windmoe vluchtten we naar windstille oorden. Dat je jaren later met een niet voorspelde stormachtige wind op een camping in Friesland de luifel en de stokken van de caravan aan gort waaide heb ik je nooit vergeven. Sindsdien wantrouwen we elke stevige zucht van jouw kant en controleren we de stormbanden nog eens extra voor we ter kooi gaan.
Gelukkig laat je vaak mildere kanten van jezelf zien en waai je regelmatig uit een vriendelijke hoek of ga je er zelfs lui bij liggen. Persoonlijk vind ik dat laatste je prettigste karaktertrek en dat brengt me op de metafoor waarin je in het dagelijks leven een rol speelt. Regelmatig wissel je van windrichting. Dan weer geef je me de wind van voren, dan weer krijg ik je in de rug en duw je me een beetje op. De periodes dat je me uit de wind hield, liggen als zorgeloos verwaaide kranten in mijn geheugen opgeslagen. Helaas steek je de laatste tijd de kop weer op met zo’n onrustige dwarrelwind waarvan jij niet weet uit welke richting je wilt waaien. Soms wanneer je kracht mij teveel dreigt te worden kijk ik naar het tegeltje wat ik ooit cadeau kreeg toen je mij omver dreigde te blazen. Ik steek mijn tong naar je uit en lees. ‘Wie sturen kan zeilt bij elke wind.’
Schrijfcursus opdracht: schrijf een brief aan een natuurfenomeen.
dinsdag, september 07, 2021
maandag, september 06, 2021
Op en Rond de Deur
Gereedschap
Klik voor het blog op de deurklink rechts op de pagina
of:https://ferrara-openronddedeur.blogspot.com/2021/09/gereedschap.html
woensdag, september 01, 2021
dinsdag, augustus 31, 2021
dinsdag, augustus 24, 2021
Tegenstelling
zondag, augustus 22, 2021
Wie wat bewaart ...
Er ligt nog wat oud werk van de schrijfcursus op de plank.
Opdracht: dit schilderij heeft als titel “nachtmerrie”. Beschrijf de nachtmerrie vanuit de spin. De afbeelding komt waarschijnlijk van internet. Het verhaal kreeg een andere titel.
Weblog
Samen met mijn moeder woon ik in een spinnenweb aan het plafond van een echtelijke slaapkamer. We hebben zicht op een groot tweepersoonsbed waar een bejaard echtpaar de nachten doorbrengt. Voor een puberspin is het een saaie bedoening. Ik zet mijn verveling om in het uitdunnen van een kolonie zilvervisjes dat achter een scheur in het bloemetjesbehang woont. Mijn moeder waarschuwt me regelmatig. ‘Schrok niet zo veel Aranea, straks hebben we extra bedrading nodig om ons web te versterken bij een aanval van de stofzuiger glip je met dat uitgedijde lijf niet snel uit de gevarenzone. In het ergste geval spat je uit elkaar.’ Ze is nog niet uitgepraat of ik voel een draad springen. Direct daarna knapt de volgende. Ik probeer met een scheutje superkleefpasta de boel te redden, maar tergend langzaam glijd ik richting het grote bed waarin het echtpaar, niets vermoedend, ligt te slapen. Oorverdovend gesnurk zwelt aan wanneer ik weer een beetje ben afgegleden. Koud angstzweet vindt zich een weg tussen de haren op mijn logge lijf. Oh, kijk er valt een kleverige druppel tussen de tanden van de man. Gottegot stel je voor dat ik langzaam in die open muil zak. Ik kan die snurker in één ademtocht naar de andere wereld helpen. Ik probeer een draad te spinnen, maar op de tocht uit het gapende gat onder mij verwaait het en het blijkt ook nog eens te dun om mijn overgewicht te dragen. Het spinsel breekt, de weg terug is afgesloten. Langzaam gaat het behangafwaarts. Paniek maakt zich van mij meester. Ik zie de krantenkoppen al voor me. ‘Niet giftige reuzenspin doodt slapende man.’ Reken maar dat de jacht op spidervrouw wordt geopend. Met mijn logge lijf ben ik onder een slappe pantoffel niet meer te vangen. Ze zullen met grof geschut komen. Uit alle macht pers ik zoveel kleefstof uit mijn achterlijf dat het langs de bloemetjes op het hoofdkussen van de slapende vrouw druipt. Zelf zit ik nu zo muurvast tegen het behang geplakt dat ik geen kant meer op kan. Ik ben in mijn eigen val getrapt. Wat een sukkel ben ik toch, ik had gewoon moeten abseilen dan had ik op mijn acht poten het vege lijf kunnen redden. De wekker zegt dat het zes uur is. Nog drie uur om tot een ontsnappingsplan te komen. Ik kom tot niets. Mijn brein hangt vol hersenspinsels die helder denken belemmeren. Versuft zak ik weg en sluit mijn ogen, tot ik word opgeschrikt door een harde mannenstem: ‘Wat een hardnekkig kreng, Marco. Spuit nog eens een beetje bij.’
Verschrikt open ik mijn ogen. Er staan twee mannen in witte pakken met maskers op. Eén van hen heeft een container vol vloeibaar gif op zijn rug. Hij richt een slang op me. De ander rolt een net uit om mij in op te vangen. Zacht sissend daalt er een stinkende nevel over mijn harige lijf. Ik verwacht minstens tot de helft te schrompelen, maar er gebeurt niets. Dankzij mijn superkleefpasta overleef ik de aanval. Ik zit nog steeds op dezelfde plek.
‘Nog maar een lading, Marco. Ik ben niet van plan dat monster levend van de muur te schrapen.’ De spuitgast doet er een extra plens bovenop.
Tegen zoveel vocht blijkt de behangerslijm niet bestand. Vastgeplakt word ik meegesleurd in het kleddernatte papier dat in een brede strook loskomt. De haren op mijn poten vermengen zich met de lijm van minder goede kwaliteit. Hulpeloos ga ik de verdrinkingsdood tegemoet.
‘Dat gaat goed, Marco. We rollen de dikzak in en brengen het vrachtje linea recta naar de vuilverbranding. Opgeruimd staat netjes.’
Hijgend probeer ik me los te wrikken. Tevergeefs ruk ik aan al mijn poten en vervloek de superkleefpasta die niet meegeeft. Krakend gaat één van mijn acht poten ten onder in het geweld dat ik zelf veroorzaak. Ik geef me over aan een verlammende pijn. Wat heb ik spijt van mijn schranspartijen. Ik vrees dat ik niet meer de kans krijg om de vette prooi die ik gisteren heb ingesponnen over boord te kieperen en op dieet te gaan. Net voor ik het bewustzijn verlies hoor ik in de verte de angstige roep van mijn moeder.
‘Aranea, hou eens op met dat geschommel, onze behuizing kan wel stuk.’
Terwijl de pijn uit mijn kapotte poot wegtrekt, glijden de witte pakken langzaam uit beeld. In de diepte beneden mij hoor ik zacht snurken. De ingesponnen vlieg hangt als ontbijt in mijn blikveld.
woensdag, augustus 18, 2021
Hoog Bezoek
Zeg kaas, zeg Alkmaar
‘Ik vind hem zielig’, zei Riet, die een dagje Alkmaar kwam
doen.
Haar vers gescoorde paraplu bracht zijn geld dik op en bood de kaasdrager voor een fotomoment bescherming. Lees haar verslag van een gezellige dag vol buien. Ik kan het haar niet
verbeteren.
dinsdag, augustus 17, 2021
zondag, augustus 15, 2021
Chris Faber epiloog
Als Chris Faber in zijn terreinwagen het zandpad van de wijngaard opdraait overvalt hem een gevoel van weemoed. Aan het eind van de oprit reiken de schoorsteentjes van de slecht onderhouden quinta naar de strakblauwe Portugese hemel. Hoe lang is het geleden dat hij in Pinhão neerstreek om met het geld dat in hij de Staatsloterij had gewonnen een bestaan in Portugal op te bouwen. Chris parkeert de wagen voor de veranda. Hij stapt uit, met in zijn ene hand de strohoed die zijn licht kalende schedel tegen de felle zon moet beschermen, met zijn andere hand drukt hij behoedzaam het portier van de auto dicht. Het is alsof hij de heersende stilte niet wil verstoren. De haveloze voorgevel van de ooit zo trotse woning staart hem bedroefd aan. De gesloten luiken hangen half uit hun verroeste scharnieren. Stroken afgebladderde verf omlijsten de kozijnen. Het doet hem pijn het huis zo verpauperd te zien. Toen hij destijds na het overlijden van zijn geliefde Jacintha het bedrijf verkocht aan de familie Flores die het bedrijf wilde voortzetten, heeft hij niet kunnen vermoeden dat hun woning er na een aantal jaren zo desolaat bij zou liggen. Traag loopt Chris naar de voordeur. Vergeefs hoopt hij dat Jacintha op de veranda verschijnt. Voorzichtig voelt hij aan de klink van de voordeur. Tot zijn verbazing is deze niet op slot. Aarzelend stapt hij over de drempel. Binnen is het donker en bedompt. De geur van stof en zand dringt zijn neus binnen. Zijn rubberen zolen laten een spoor achter in de dikke laag stof die de ooit zo glimmende plavuizen bedekt. Chris dwaalt door de kamers waar de verschoten gordijnen hem aan de stoffenmarkt in Barcelos doen denken. Het is niet de stof die hij daar samen met Jacintha heeft uitgezocht, maar toch komen er bij het zien van het vervaagde motief herinneringen aan die kleurrijke markt in hem boven. In het aangebouwde appartement waar hij in het begin van zijn Portugese avontuur heeft gewoond laaien de emoties hoger op. Hij moet moeite doen zijn tranen te bedwingen. In de grote woonkeuken waar hij met Jacintha uren aan tafel heeft gezeten om hun zaken door te nemen, zakt hij neer op een achtergebleven stoel en geeft zijn gedachten de vrije loop.
Hij herinnert zich het gesprek met Leo, de Nederlandse wijnboer waar hij een kamer heeft gehuurd. Leo weet dat Jacintha, na het overlijden van haar man Jaime samen met haar trouwe medewerkers Carlos en Vasco, met moeite de quinta draaiende houdt. Financiële steun aanvaarden van een rijke Nederlander stuit bij haar op emotionele bezwaren. Ze voelt het als ontrouw naar haar overleden echtgenoot. Door behoedzaam te werk te gaan weet hij haar vertrouwen en dat van haar werknemers te winnen. Hij ziet zich weer zijn intrek nemen in de aangebouwde woonruimte. Jacintha’s schuldgevoel tegenover Jaime en de vrees voor dorpsroddel maken uiteindelijk plaats voor verliefdheid. Dat de pastoor een jaar later hun huwelijk inzegent vervult Chris nog altijd met blijdschap. De jaren met Jacintha worden de beste van zijn leven. Hij was dol op haar bruine ogen, de donkere krullen en de weerbarstige lok op haar voorhoofd. Met veel geduld en proeven van verschillende soorten was het haar gelukt de bierliefhebber in hem te leren een goed glas port te waarderen. De bedrijfsgebouwen waren gerenoveerd en waar nodig was nieuwbouw gepleegd. Ook het huis zelf had een flinke opknapbeurt gekregen. Er was modern sanitair aangelegd en de keuken werd vernieuwd. De voormalige woonruimte van Chris bood regelmatig onderdak aan toeristen of pelgrimgangers op weg naar Santiago de Compostella. Wat waren ze gelukkig dat ze samen met Carlos en Vasco de wijngaard tot een bloeiend bedrijf wisten te maken. De port van de druiven van Quinta Rodrigues vond zowel binnen de Europese grenzen als daarbuiten gretig aftrek.
Het is ze een aantal jaren voor de wind gegaan tot het noodlot toeslaat. Jacintha wordt ongeneeslijk ziek en alle behandelingen in het ziekenhuis in Porto ten spijt wordt ze niet meer beter. Om zijn verdriet de baas te blijven stort Chris zich na haar overlijden vol overgave op hun bedrijf. Maar het echte plezier wil niet meer komen. Met zijn beide vaste werknemers en een makelaar heeft hij urenlange gesprekken over het voortbestaan van het wijngoed. Zakelijk gezien is er geen enkele reden de quinta op te geven, maar mentaal kan Chris het niet meer opbrengen. Zonder Jacintha is het hun bedrijf niet meer. Het liefst wil hij dat Vasco en Carlos de boel overnemen, maar dat zien de hardwerkende Portugezen toch anders. Portdruiven telen en oogsten is wat ze kunnen, investeren en de baas worden over een bedrijf met nieuw vast personeel is van een andere orde. Het voorstel dat Chris doet om zelf eigenaar te blijven en Carlos en Vasco tot bedrijfsleiders te maken wijzen ze van de hand. Zij durven die verantwoording niet op zich te nemen. En zo komt het dat Chris de quinta verkoopt aan de familie Flores. Hij laat schriftelijk vastleggen dat ze Carlos en Vasco in dienst houden tot hun pensionering. Als beloning voor hun jarenlange trouwe dienst lost hij de hypotheken van hun huizen af. Na de overdracht besluit Chris terug te gaan naar Nederland. Elk jaar keert hij naar Tua terug om het graf van Jacintha te bezoeken, daarna rijdt hij door naar het wijngoed, maar die gang valt hem steeds zwaarder. Als Carlos en Vasco wegens hun pensionering het bedrijf verlaten neemt hij zich voor de confrontatie niet langer aan te gaan en blijft weg uit Portugal. Gewaarschuwd door de zoon van de makelaar die de geschiedenis kent is Chris toch weer gaan kijken. De familie Flores exploiteert nog steeds de wijngaard maar het huis laten ze al een paar jaar over aan de elementen met alle gevolgen van dien. De nieuwe bedrijfsleider gaf er de voorkeur aan in Villa Real te gaan wonen.
Alleen met zijn verdriet blijft Chris nog een tijd in de keuken zitten. Hij voelt de nabijheid van zijn vrouw in het vertrek waar zij het liefst haar tijd doorbracht. Als hij zijn emoties weer de baas is maakt hij een korte rondgang over het terrein. In gedachten verzonken staat hij aan het begin van de wijngaard. Hij plukt een halfrijpe druif, uit gewoonte ruikt hij er even aan. Dan draait hij zich om en loopt terug naar de auto. Nadat hij mimosa op het graf van Jacintha en Jaime heeft gezet, rijdt Chris naar de makelaar om het voorstel te doen het woonhuis terug te kopen. Quinta Rodrigues verdient het om haar oude grandeur terug te krijgen. Hij vindt ongetwijfeld een liefhebber die er graag wil wonen.
--------
Bovenstaand stuk was een schrijfopdracht: ‘Schrijf over een verlaten gebouw’. Ik gebruikte daarvoor als kapstok een verhaal dat ik in 2012 naar aanleiding van een aantal titelsongs uit de Top 2000 had geschreven. Er stonden overbodige zinnen die ik op advies van de schrijfcoach heb verwijderd. Toen ik dat stuk op mijn blog wilde plaatsen realiseerde ik me dat het weinig zinvol was als je de voorgeschiedenis niet kent. Dat het herschrijven van Chris Faber een feuilleton zou worden met 30 afleveringen is te danken aan jullie enthousiaste reacties. Reuze bedankt daarvoor. Voor mij was het een leerzaam proces. Ik heb behoorlijk gesleuteld aan het oorspronkelijke verhaal. Verkeerde benamingen zijn verbeterd, namen en situaties zijn veranderd of verdwenen.
Hoe vaak heb ik niet gehoord dat een verhaal zichzelf schrijft, ik geloofde daar niet erg in. Inmiddels weet ik dat het wel degelijk kan gebeuren. Chris zijn dingen overkomen die ik van te voren niet had bedacht. Vera van Dam bijvoorbeeld dook zomaar op en de ontmoeting met Joost Postma en zijn ongeluk daarna had ik niet voorzien. Nichtje Irene en ook timmerman Tonio zijn nieuwe personages in dit verhaal. De hele geschiedenis is fictie. Alleen Leo en Maaike bestaan echt. Bij dit Nederlandse stel met een wijngoed en kamerverhuur in de Dourovallei hebben meneer F. en ik jaren geleden een paar dagen gelogeerd. De naam van het bedrijf en hun eigennamen zijn hier niet gebruikt. De locaties die ik beschreef hebben we tijdens onze reizen door Portugal allemaal bezocht. Na vandaag moet ik Jacintha en Chris uit mijn denkwereld zien te bannen, ze hebben me de afgelopen dertig weken dagelijks en soms ’s ook nachts beziggehouden. Neemt niet weg dat ik veel plezier heb beleefd aan het schijven en zoals jullie regelmatig lieten merken, was ik daar niet de enige in. Mijn dank is groot!





































