Veenwijk 02
Onderweg naar huis raken Brechtje en Frits verstrikt in een woordenwisseling. Brechtje heeft zich geërgerd aan het gedrag van haar echtgenoot. ‘Waarom doe je zo vervelend tegen Chris. Het lijkt wel of je hem zijn nieuwe leven niet gunt.’
‘Ik begrijp niets van je broer. Waarom je kapitaal in Portugal over de balk smijten als je hier in Veenwijk de rest van je leven risicoloos op je lauweren kunt rusten.
Eerlijk gezegd vind ik dat beter bij hem passen. Tot hij werd ontslagen leek hij tevreden met zijn bestaan, maar sinds hij de loterij won is hij veranderd in een man van de wereld die een beetje met geld strooit als het zo uitkomt. Ik moet daaraan wennen.’ Brechtje blijft abrupt staan. Frits doet nog een paar stappen voor hij zich nors omdraait. ‘Wat nou weer?’
‘Frits Karsten, wat bazel je nou allemaal, ik denk dat je gefrustreerd bent dat je niet meeprofiteert van de prijs die Chris heeft gewonnen. Maar jij weet heel goed dat Chris nooit op zijn geld heeft gezeten. Ben je alle klussen vergeten die hij zonder betaling aan ons huis heeft gedaan? Als jij met jouw twee linker handen daar iemand voor had moeten inhuren, was je een slordige duit kwijt geweest. Weet je wat het is? Jij bent gewoon jaloers.’
‘Ja en, moeten we daar midden in de nacht op straat over bekvechten. Loop nou maar door ik wil naar bed.’
‘Als je maar weet dat hier het laatste woord niet over is gezegd. Jaloers omdat mijn broer de loterij heeft gewonnen. Koop zelf een lot wie weet levert het wat op.’
In de slaapkamer schopt Brechtje nijdig haar schoenen uit. Normaal hangt ze haar kleren keurig op een hangertje, maar nu smijt ze haar jurk en vest op de stoel in de hoek van de kamer. Als ze in bed wil stappen houdt Frits haar tegen. Hij slaat zijn armen om haar heen. ‘Brecht, we hebben een afspraak, nooit met ruzie naar bed.’
Zijn vrouw staat het huilen nader dan het lachen. ‘Ik weet niet wat jou mankeert, ik houd van je, we zijn gezond, financieel hebben we geen zorgen en dat geldt ook voor onze twee zonen. We hebben geen enkele reden tot klagen. Wil je soms ruilen met Chris?’
‘Nee, natuurlijk niet. Ik moet er niet aan denken om avonden in mijn eentje op de bank te slijten en de weekenden met een auto vol voetbaljunioren rond te rijden.’
‘Hoor je wat je zegt? Zo leuk was zijn leven blijkbaar niet, maar hij heeft er nooit over geklaagd. Ik gun hem zijn onderneming en hoop van harte dat die slaagt.’
De gedachten die Janneke haar in het oor fluisterde, houdt ze voor zich. De volgende ochtend moet Frits tempo maken om op tijd op zijn werk te zijn. Brechtje neemt zich voor die avond de draad van hun gesprek weer op te pakken.
Chris voegt zich op de trainingsavond van het seniorenteam ‘Veenwijk Vooruit’ als vanouds bij de voetballers aan de tap. Hij wordt enthousiast ontvangen. Iedereen is nieuwsgierig naar zijn Portugese avontuur. Chris vertelt van zijn belevenissen en de deal die hij in Portugal heeft gesloten. Door open kaart te spelen denkt hij de ergste roddels de kop in te drukken. Chris stapt op, nadat hij nog een rondje heeft gegeven. Wanneer de voetballers denken dat hij buiten gehoorafstand is, komen de tongen los. Jan Becker, de pestkop die op de lagere school Chris altijd het leven zuur maakte, heeft het hoogste woord. ‘Een zakelijke overeenkomst met een weduwe van zijn eigen leeftijd, dat gelooft geen hond. Altijd al gedacht dat die brave Faber de kat in het donker kneep. Nee, die is vast al met z’n Lustige Witwe van bil gegaan.'
De rechtsback heeft, zoals gewoonlijk na een training, een biertje te veel genuttigd.
Hij krijgt bijval van keeper Siem Lemstra. ‘Jammer voor de vrouwen in Veenwijk die hem maar een saaie vent vonden. Met dat kapitaal op de bank is Chris een stuk aantrekkelijker geworden, maar ze vissen nu mooi achter het net. Wees eerlijk, we hebben allemaal gedacht dat ie met hangende pootjes terug zou komen. Nee, die Portugese op haar portboerderij zit er straks warmpjes bij.’ De barman van dienst hoort het hoofdschuddend aan. ‘Jullie trappen nu wel lol om Chris Faber, maar ik ben benieuwd wie als eerste bij hem hengelt naar een goedkoop vakantieadres.’
Voor iemand daar iets op kan zeggen zwaait de deur open. Met een van woede vertrokken gezicht staat Chris in de opening. ‘Jan Becker als ik je ooit nog eens betrap op een opmerking over een Lustige Witwe komt brave Faber persoonlijk die steekneus van jou verbouwen.’ In de kantine valt een doodse stilte. Met zijn volle blaas had niemand rekening gehouden. ‘Succes verder met jullie oudewijvenpraat, ik ben hier voor het laatst geweest.’ Met een licht gevoel van triomf fietst Chris het terrein af. Dat hij die pestkop na jaren zijn vet heeft gegeven, stemt hem nog het meest tevreden.
Als hij twee dagen later aan het eind van de middag bij Hans Klunder een krant koopt, kan deze niet laten te vragen ‘Wat hoor ik nou van ‘Lopend Vuurtje’ heb je aangeboden Jan Becker zijn neus te verbouwen?’ ‘Hij vroeg erom en als hij dat nog eens doet als ik in zijn buurt ben, sla ik er echt op. Wat Jan Becker aangaat heb ik te lang mijn geduld bewaard. Trouwens die hele kantine kan me gestolen worden.
Lekker een gratis rondje achterover slaan en mooi weer spelen tot je uit zicht bent. Wie weet wat ze vroeger allemaal over me hebben gekakeld. Ik ben klaar met ‘Veenwijk Vooruit’.
Met zijn krant onder de arm steekt hij over naar de winkel van Gert en Janneke. Het is bijna sluitingstijd. Gert is bezig met een laatste klant. ‘Loop maar door, Janneke is al boven. De geur van verse koffie en appeltaart komt hem tegemoet. Janneke heeft hem de straat zien oversteken en staat hem bovenaan de trap op te wachten. ‘Gezellig Chris, je komt mooi op tijd om een bres in de taart te slaan. Terwijl ze koffie voor hem inschenkt vraagt ze. ‘En bevalt het je, terug op honk?’ Chris wacht met zijn antwoord tot zijn schoonzus tegenover hem zit. ‘Gek genoeg voelt het niet meer als thuis. Die tijd in Portugal met zijn afwisseling van armoede, pracht en praal en mooie landschappen heeft me geleerd dat ik niet echt gelukkig was met mijn gezapige leventje. Dat winnende lot was in alle opzichten een lot uit de loterij. Ik mis hier de hellingen van de Dourovallei en de schitterende sterrenhemel daarboven. Ik mis de kringelende rookpluimpjes waarvan ik inmiddels de betekenis ken. Ik heb zin om daar mijn handen flink uit de mouwen steken.’ Janneke krijgt niet de kans om op de ontboezemingen te reageren. Irene rent met twee treden tegelijk de trap op.
Ze wervelt de woonkeuken binnen en valt Chris om de nek. ‘Oom Chris wat fijn je te zien. Papa zei al dat je er was.’ Zijn nicht, in de groene bedrijfskleding van de supermarkt waar ze een baantje heeft, ploft op de stoel naast hem. Net geen twintig en zo dartel als een jong veulen. Daar moet nog flink aan geschaafd worden voor ze zelfstandig een bedrijf kan runnen.
‘Ik vind het zo tof dat ik een tijdje in je huis mag wonen, morgen ben ik vrij, mag ik dan langs komen?’
‘Irene, niet zo ongeduldig, oom Chris heeft meer zaken af te handelen. Jij staat vast niet als eerste op zijn lijstje.’
Chris begrijpt zijn nichtje wel. Hij zou ook liever aan zijn nieuwe onderkomen sleutelen dan hier aan het appelgebak zitten, hoe gezellig ook. ‘Je staat inderdaad niet bovenaan mijn lijstje, maar als ik morgen bij de bank ben geweest pik ik je op. Ik moet er om elf uur zijn.’
‘Kom hier lunchen, dan kunnen jullie daarna je gang gaan.’ stelt Janneke voor.
‘Prima. Dan hou ik de rest van de middag vrij. Intussen moet de jonge dame hier nadenken hoe zij denkt te gaan wonen. Wil je het komende jaar op het oubollige meubilair van je oom zitten of ga je eigen meubels aanschaffen? Ik hoop niet dat de tuin je afschrikt. Zelf heb ik het nooit zo mooi voor elkaar gekregen, tante Brechtje heeft hem voortreffelijk onderhouden tijdens mijn afwezigheid. De tuin wordt een onderdeel van de afspraken die wij samen gaan maken. Je mag gerust advies aan tante Brecht vragen, maar ik wil niet dat zij voor die tuin opdraait.’ Het klinkt Irene nogal logisch in de oren.
‘Jij bent grootgebracht op een bovenwoning met een dakterras, beetje plukken aan uitgebloeide plantjes in een bloembak is iets anders dan onkruid wieden dat ongevraagd de kop opsteekt.’
Janneke schiet in de lach. ‘Zelfs in dat plukken is ze niet erg bedreven. Ze ziet niet eens het verschil tussen een geranium en een fuchsia.’
‘Máááám.'
‘Nou dan laat ik het boek ‘Hoe onderhoud ik mijn tuin’, in de kast staan.’
‘Laat het Amsterdams kookboek ook maar staan, dat zou nog wel eens goed van pas kunnen komen.’
‘Jullie doen net of ik niets gewend ben, ik kook vaak genoeg.’
‘Natuurlijk’, zegt Gert die binnen komt lopen en haar woorden heeft opgevangen.
'Die aangebrande bietjes waren best lekker toen we er de korst hadden afgesneden. Chris ik vrees dat je keuken na een jaar wel een verfje kan gebruiken.’
Irene, opgegroeid met de plaagstootjes van haar ouders zegt. ‘Je hoort het oom Chris, mijn ouders hebben me schromelijk verwend, het is hun eigen schuld dat ik niks kan. Misschien kunnen we morgen meteen een kleurtje afspreken. Blijf je eten, het is mijn beurt om te koken. Ik ben gespecialiseerd in pasta.’









