In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

Posts tonen met het label jeugdherinnering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugdherinnering. Alle posts tonen

woensdag, april 08, 2026

Creatieve Bloghop 15

 Voorouders

klik aan voor vergroten

Dit zijn ze van mijn moeders kant. Een foto van mijn overgrootouders en hun gezin. Waarschijnlijk is de foto gemaakt tere van hun 40-jarig huwelijk. 
Behalve de overgrootouders heb ik alle personen op deze foto gekend.
Het zijn de broers en zussen van mijn opa met hun echtgenotes.
Ik herinner me al hun namen en weet nog waar ze woonden in ons dorp.
Mijn grootouders staan links boven. Mijn opa was de derde zoon in dit gezin en hij trouwde in 1920 op 23 jarige leeftijd met mijn oma die toen 19 jaar was. Zij is op de foto nog een slanke deerne, maar dat was na 5 kinderen wel over. Zij is de oma die mij in de fietstas van haar solex mee uit rijden nam.
Op de foto draagt zij een speldje wat nu in mijn bezit is. Mijn moeder was de oudste van de vijf. Zij heeft altijd gezegd dat ze op haar grootmoeder leek.
De vrouw met de knipmuts en oorijzers dus. Bij het bestuderen van de foto kan ik dat wel met haar eens zijn. Sterker nog ik herken bij mezelf, nu ik op leeftijd raak, hetzelfde smalle mondje en de diepe plooien ernaast. 




De Creatieve Bloghop is bedacht door Conny hier kijk bij haar wat andere deelnemers hebben bedacht.

vrijdag, oktober 25, 2024

Aardappelverlof

Vanuit het aanrechtkastje waarin de bak met aardappelen staat slaat een verstikkende rotte walm in mijn neus. Ik herken de geur meteen en plons jaren terug in de tijd. Mijn lagere school heeft een soort najaarsvakantie, ook wel aardappelverlof genoemd. Terwijl een aantal van mijn klasgenootjes dagelijks mee moet naar het land om aardappelen te rapen, mag ik een keer in de aardappelschuur van mijn opa aan de schudmachine helpen. De verse oogst moet van rotte exemplaren worden ontdaan. Mijn beide volwassen ooms Herman en Klaas staan in blauwe overalls aan weerszijden van de machine. Op een omgekeerd aardappelkistje sta ik naast oom Klaas toe te kijken.
Op het ratelende, oorverdovende ritme van de machine springen de verse aardappelen vrolijk op. Al schuddend rollen ze van boven naar beneden over een trillend rooster in een jute zak.  Als de zak bijna vol is schakelt Herman de machine uit en tilt Klaas de zware handel op de bascule. Nu het even stil is in de schuur lijk het of ik de muffe geur van aardappelen en vochtige klei meer ruik. Naast de bascule ligt een rolletje stevig touw en een grote kromme naald.
Bij het juiste gewicht naait Klaas met grote steken de zak dicht.
Ondertussen hangt zijn broer een nieuwe zak op en zet de schudmachine weer in beweging. Aandachtig kijk ik toe hoe oom Herman vliegensvlug een aardappel grijpt die niet opspringt en rolt. De toppen van zijn vingers verdwijnen in de aardappel. Uit de schudmachine rijst een misselijk makende verstikkende stank op. Kokhalzend spring ik van het kratje en ren onder plagend gelach van mijn ooms de schuur uit regelrecht naar de warme keuken van mijn oma.

'Wat is er met jou, ben je ziek?' Ik schud mijn hoofd. 'Misselijk', piep ik. 'Een stinkende aardappel, zo vies.'  'Volwassen kerels die jou plagen met een rotte aardappel. Als ze straks brood komen eten zal ik ze even flink de waarheid vertellen. Stelletje mispunten.'
Ha, er zwaait wat voor mijn ooms. Langzaam trekt de misselijkheid weg.
Oma reddert bij het fornuis waarop de ketel met warm water gezellig staat te zingen. Op de melk die staat op te warmen trekt langzaam een vel. Ze port het fornuis op om de melk aan de kook te brengen. Oma trakteert me op warme chocolademelk. In een beker met boerenbontopdruk strooit ze twee flinke lepels bruine cacaopoeder, daarop gaan twee scheppen suiker en een klein scheutje koffiemelk. Ze roert met een theelepeltje tot een bruin papje, dat glinstert van de suiker, op de bodem verschijnt. Ze vult de beker tot de helft met de melk die aan de kook is gekomen en roert net zo lang tot het bruine goedje is opgelost. Daarna gaat de zoet ruikende volle melk erbij. Ongeduldig wacht ik tot de loeihete drank zover is afgekoeld dat ik voorzichtig een slok durf te nemen. De bitterzoete lekkernij glijdt warm en zacht over mijn tong naar mijn maag waar ik het voel aankomen. De geur van de warme chocolade verdringt de stank van de rotte aardappel. Ik neem me voor nooit meer aan de schudmachine te helpen.

Terwijl ik met de bak naar de groenbak loop bereid ik me voor op de greep in de rottende aardappel. Bij gebrek aan een schudmachine ben ik genoodzaakt elke aardappel op te pakken. Onder een schimmelende schil voel ik mijn vingers wegzakken in vochtige brij. Hebbes. Ook al was ik mijn handen vandaag nog tien keer, het zal niet helpen. In een van de aanrechtkastjes vind ik een doos Droste cacaopoeder.

Schrijfcursus: oefening zintuigelijk schrijven.

woensdag, december 20, 2023

Voetstapjes in de sneeuw

Kerstmis komt met rasse schreden nader. Terwijl ik een klein kerstboompje optuig gaan mijn gedachten terug naar mijn vroege jeugd. Ik kan me niet herinneren dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw veel spektakel van het kerstfeest wordt gemaakt. Kerst is een christelijk feest waarbij de geboorte van Jezus, redder van de wereld, wordt gevierd. Op zondagsschool is er warme chocolademelk, een sinaasappel en niet te vergeten het boek van W.G. van der Hulst “Voetstapjes in de sneeuw”.
Voor in de kerk staat een enorme kerstboom. Het is een indrukwekkend gebeuren als je als kind mee mag naar de kerstnachtdienst waar ”echte“ kerstliederen worden gezongen. De nacht is stil en heilig, herdertjes liggen in het veld, engelen zingen een loflied en de organist gaat tot slot vol op het orgel met "Ere zij God". Je kinderbrein kan het amper vatten, maar het blijkt een onuitwisbare ervaring.

Thuis wordt Kerstmis sober gevierd met een boom met echte kaarsjes in metalen knijpertjes. Dunne gedraaide kaarsjes met weinig branduren en lekken als de beste. In verband met brandgevaar staat een emmer met water binnen handbereik. Aan cadeautjes en overdadig eten doen we niet.
Het eten is wel ietsje luxer dan normaal maar van ingewikkelde recepten en overdreven tafelversiering is geen sprake.
Gestoofde peertjes is een vast onderdeel op het menu. Als toetje komt uit de stenen puddingvorm Griesmeelpudding met bessensap.

In mijn herinnering ligt er in die tijd rond de kerstdagen ook altijd sneeuw. Sneeuw is feest. Grote vlokken die niet meteen smelten. De hele straat ziet wit, alle geluid wordt gedempt. Tijd voor een sneeuwpop, glijbaan en elkaar bekogelen met sneeuwballen. Wij kinderen mogen ‘s avonds nog even buiten spelen en doen dat naar hartenlust. Wie op het onzalige idee is gekomen weet ik niet meer maar we besluiten met een stel buurtkinderen een stapel sneeuw te bouwen tegen de voordeur van de overburen. Als de berg hoog genoeg is belt een van ons aan en rent naar de schuilplaats (de zijkant van de huizenrij aan de overkant) waar de rest van de deugnieten zich al heeft verschanst.
De voordeur draait naar binnen open en het laat zich raden wat er met de berg sneeuw gebeurt. Stikkend van de lach zien we hoe het drama zich voltrekt. Maar de lol verdwijnt als sneeuw voor de zon.
De buurman doet niet eens een poging om te ontwaren wie deze grap met hem heeft uitgehaald en waar die vandalen uithangen. In het schijnsel van de lantaarnpaal voor zijn huis veegt hij zwijgend de berg sneeuw zijn voortuintje in. Wij zijn nog zo naïef dat we niet bedacht hebben dat "voetstapjes in de sneeuw” verraden waar wij ons verstopt hebben.


foto internet

zondag, mei 14, 2023

Don Juan (slot)

De jaren verstrijken. Met Mieke heeft ze sporadisch contact, ze vergeten elkaars verjaardagen niet en met kerst gaat er een kaart over en weer met daarin het laatste nieuws. En dan valt er na 35 jaar een uitnodiging voor een reünie op de deurmat. Ze denkt meteen aan Maurits. De jongen waarmee ze een kortstondige kalverliefde beleefde. Je eerste vriendje vergeet je niet.
Hem zou ze nog wel eens terug willen zien.
Al is ze al lang niet meer dat naïeve, preutse kind van toen, toch stapt ze met enige spanning in haar lijf de feestzaal binnen. Daar staat hij in volle lengte met een brede grijns op zijn gezicht. Razend snel registreert ze dat hij nog steeds een leuke vent is. Meteen is er die klik, het voelt vertrouwd. Dit keer hoeft Marius niet subtiel te bewegen, ze omhelzen elkaar als oude vrienden en heffen het aangereikte glas op het weerzien.
Ze vertellen elkaar over hun carrières en de keuzes die ze hebben gemaakt, hun huwelijken en de inmiddels volwassen kinderen. Trots vertelt ze dat haar eerste kleinkind in aantocht is.

Wanneer haar oude hartsvriendin Mieke in de deuropening verschijnt, kan het feest niet meer stuk. Voor haar is, met deze twee belangrijke mensen uit haar jeugd, de reünie al meer dan geslaagd. Natuurlijk wordt er met een flink aantal oude bekenden langdurig bijgepraat, maar uiteindelijk staan ze samen aan het buffet een maaltijd op te scheppen en strijken met Mieke aan hetzelfde tafeltje neer. Heel even ziet ze de cafetaria weer voor zich. Fats Domino ontbreekt vandaag. Na afloop van de reünie omhelzen ze elkaar opnieuw.
Een fantastisch weerzien. Voor herhaling vatbaar, zeggen ze.
Daar blijft het bij. Gelukkig heeft ze de foto’s nog.

Om misverstanden te voorkomen. Het kleinkind is inmiddels 23 jaar.
Met Mieke is er nog steeds contact zoals boven beschreven.
Met Maurits zijn de banden niet meer aangehaald.

donderdag, mei 11, 2023

Don Juan (vervolg)

Na een rusteloze nacht vol Maurits rijdt ze de volgende dag, samen met Mieke, nerveus naar school. Ze durft niet te vertellen van haar verovering, laat staan dat ze om advies vraagt wat ze straks op het schoolplein moet doen en zeggen als haar verkering daar staat. Moet ze hem zoenen waar de hele school dan getuige van is? Ze ziet de jaloerse blikken al voor zich.
Misselijk van de zenuwen fietst ze het schoolplein op. Op het hoekje van de fietsenstalling staat Maurits. Hij zwaait naar haar en knipoogt. Ze bloost en geeft een verlegen grijns terug. De eerste hindernis is genomen. Opgelucht loopt ze met Mieke naar hun klaslokaal.

Vanaf die dag is ze regelmatig in gezelschap van Maurits. Ze zitten meestal tussen de klasgenoten in de cafetaria, waar Fats Domino uit de jukebox knalt. Soms zitten ze apart en smoezen, onder het wakend oog van de cafetariahouder, met hun hoofden dicht bij elkaar. Naïef laat ze Maurits niet verder komen dan een arm om haar schouder, hand in hand lopen en een beetje zoenen.
Hoe verliefd ze ook is na een aantal weken wordt de druk haar te groot, ze is te jong en nog niet aan een verbintenis toe ook al is dat met de leukste jongen van de school. Ze wil zich vrij met iedereen kunnen bewegen zonder gevoelens van verplichtingen naar één persoon. Wanneer Maurits ook nog eens aangeeft wel steviger te willen zoenen maakt ze met een bezwaard hart een einde aan de vrijage. Mieke krijgt gelijk, ze is een schijtebroek in de omgang met jongens. Maurits toont begrip en daar is ze maar wat blij mee. Er gaat een tijdje overheen voor zij weer een onbevangen houding vindt, maar uiteindelijk trekken ze als schoolvrienden met elkaar op. 

Als Maurits zijn diploma haalt en voor een vervolgstudie naar school in de naburige stad gaat, verdwijnt hij van haar dagelijkse radar.  Af en toe ziet ze hem nog op zijn bezorgfiets met rieten mand tijdens zijn zaterdagbaantje als bezorger bij de bakker in het dorp. Hij blijft een aardige vent, maar van verliefdheid is geen sprake meer. Wanneer ze zelf, met het diploma op zak het dorp verlaat om de opleiding tot verpleegkundige te volgen en verplicht in een zusterhuis gaat wonen, verdwijnt Maurits voor goed uit het zicht. 

Aanstaande zondag de slotaflevering.

zondag, mei 07, 2023

Don Juan (vervolg)

Maurits vertelt over zijn vorige woonplaats.
De drukke straten, de grote winkels, het huis waarin hij woonde met uitzicht op de tuin van de overburen en hoe hij moet wennen aan het weiland met koeien aan het eind van de straat waar hij nu woont.
Hoewel het eerste industrieterrein een feit is, wordt het dorp nog omringd door weilanden. Het enige vertier voor de jeugd zijn de sportverenigingen en de plaatselijke cafetaria inclusief jukebox. Voor een jongen uit een middelgrote stad is het een saaie bedoening.

Veel te snel stoppen ze bij het tuinhek van haar huis. Mieke was vast nog kilometers met hem omgefietst, maar in haar komt dat niet op.
Ze stappen af en dan pakt Maurits haar stuur vast, hij kijkt haar aan en vraagt of ze verkering met hem wil. Ze bloost tot in haar nek. De knul die er zo heel anders uitziet dan haar mannelijke klasgenoten in hun ouderwetse gebreide truien. Maurits in zijn moderne geblokte blouses en spijkerbroek wil verkering met haar. Het is te mooi om waar te zijn. Schuchter zegt ze dat het goed is.
Hij drukt een zoen om haar wang en stapt op zijn fiets. Op de hoek van de straat zwaait hij nog even en verdwijnt uit beeld. Meer is het niet, maar zij staat nog een tijd verdwaasd tegen het hek geleund. Ze heeft verkering, wie had dat gedacht.

Haar moeder blijkt niet thuis te zijn. Ze is er niet rouwig om. Die zou aan haar rode wangen en glazige kijkers meteen zien dat ze totaal in de war is en op de dagelijkse plagerijen van haar broer zit ze al helemaal niet te wachten. Onzeker als ze is besluit ze niemand deelgenoot te maken van haar prille geluk. Het huiswerk van die dag verhoogt haar, toch al povere schoolprestaties, niet.

woensdag, februari 01, 2023

Herinnering

De laatste weken worden we via kranten, radio en televisie herinnerd aan de vreselijke rampnacht die zeventig jaar geleden een deel van Nederland onder water zette. Een van mijn vroegste heldere herinneringen uit die tijd heeft te maken met die nacht. Ons gezin woont in een rijtjeshuis dat vlak na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd. Zittend op de divan beleef ik samen met mijn moeder en vier jaar oudere broer in een stormachtige nacht een paar angstige uren. Mijn moeder heeft ons uit bed gehaald, we zitten warm aangekleed in onze donkere regencapes met laarzen aan elk aan een kant naast haar. Ook zij heeft haar winterjas en laarzen aangetrokken. De regen stroomt met bakken naar beneden en de wind giert om ons hoekhuis. Het is een angstaanjagend geluid. Het feit dat mijn moeder, waar ik onbevangen op vertrouw, ons uit bed heeft gehaald en zelf in haar dikke jas tussen ons inzit maakt mij extra angstig. Is ze bang dat het dak van ons huis waait en dat we naar buiten moeten? Wat weet ik als kind van snelle naoorlogse bouw. 

Gek genoeg weet ik niet hoe we lang we op de divan hebben gezeten en of ik weer naar bed ben gebracht, maar de volgende dagen merk ik aan de volwassenen om mij heen dat er iets vreselijks is gebeurd. Ze praten over doorgebroken dijken en een watersnoodramp. Uit de radio die aan de muur hangt komen onheilspellende berichten. Op een foto in de krant staat een mevrouw in een bontjas, net zo een als mijn liefste oma heeft. Alleen heeft mijn oma nooit laarzen aan. Ik begrijp er niet veel van. Daarbij heb ik belangrijker zaken aan mijn kleine hoofd. Ik verheug me al een tijd dat ik binnenkort vier jaar word en dat ik dan naar school mag. Enkele jaren later als mijn brein zich wat meer heeft ontwikkeld kijk ik in het boek met zwart-witfoto's met de titel "De Ramp". Pas dan begrijp ik een beetje wat zich die nacht aan de andere kant van ons land heeft afgespeeld. Zeventig jaar later en na een indrukwekkend bezoek aan het museum in Ouwekerk weet ik heus beter.


Vannacht werd ik wakker van stormachtig weer en dacht even terug aan die angstige uren op de divan in mijn geboortedorp in Overijssel en hoe veilig het daar achteraf was.

woensdag, december 21, 2022

Mijn oma's

Een paar weken geleden moesten we voor de schrijfcursus een gedicht maken met tegenstellingen. Ik schreef een jeugdherinnering over mijn beide oma's en besloot het hier niet te plaatsen totdat ik gisteren onderstaande foto vond. Te mooi om niet te gebruiken. De foto is gemaakt in 1943 op de trouwdag van mijn ouders. Mijn grootouders zijn hier net uit het koetsje gestapt. Je zou het niet zeggen aan haar strenge blik, maar de oma met de bril is de leukerd. Zo jammer dat ik haar maar kort heb meegemaakt.
Ze overleed toen ik negen jaar was, maar dat neemt niet weg dat ik warme herinneringen aan haar heb. De andere oma werd 90, tussen haar en mij is het nooit echt hartelijk geworden, mogelijk ook veroorzaakt doordat het huwelijk van mijn ouders uiteindelijk geen stand hield.

Mijn oma's

De oma van mijn moeders kant
verknoeit geen tijd met poetsen
zij houdt meer van gezelligheid
laat alles vallen als ik kom
De oma van mijn moeders kant
koopt kaartjes voor het circus
met ranja toe op een terras
mijn oma van mijn moeders kant
gaat altijd met me mee
ik ben naar haar vernoemd

De oma van mijn vaders kant
maakt voor zichzelf en mij geen tijd
fornuis gepoetst, het huis aan kant
het pluche kleed beschermd met plastic
De oma van mijn vaders kant
houdt niet van malle fratsen
haar ranja is ook minder zoet
alleen op zondag zonder schort
de oma van mijn vaders kant
ik ga er heen omdat het moet

zondag, september 18, 2022

Wens

Ik had zo graag een fiets gewild
een hele snelle,
zo eentje met een trommelrem
en op het stuur een handeltje
om trappend te versnellen
met links daarvan een ferme bel
om luidruchtig mee te schellen
het budget stokt bij een tweedehands brik
met roestige spaken, in de ketting een tik.
wat had ik graag als een Piet Pelle
willen rijden op Gazelle

De opdracht: schrijf een gedicht over iets wat je heel graag wilde hebben en dat met iets anders werd gecompenseerd.

zaterdag, augustus 20, 2022

Warme deken

Alle berichten over klimaatverandering, bezuinigen en de dreigende armoede, brengen me terug naar mijn jeugd waarin we weinig tot geen luxe kenden.
Ik stam uit de tijd van de kolenkachel en dikke gordijnen voor het dunne glas.
In de koude wintermaanden stap ik ’s avonds in mijn bed dat door middel van een warme kruik al een beetje is opgewarmd. Om mijn schouders warm te houden gebruik ik een flanellen dekentje. Lichtblauw met witte stippen.
Om te voorkomen dat de randen gaan rafelen zijn de zijkanten met blauw garen omgehaakt. ’s Morgens als de ijsbloemen dik op de ramen staan en mijn warme adem een wolkje vormt, biedt het dekentje tot voor de wasbak in de badkamer mij nog enige warmte. Het elektrisch straalkacheltje aan het plafond doet er lang over de badkamer een beetje op temperatuur te brengen.
Snel was ik me en sla het dekentje weer om als ik terugloop naar mijn bed waarvan ik het beddengoed keurig heb opengeslagen om te luchten.
Als ik me heb aangekleed vouw ik mijn pyjama samen met het dekentje onder het hoofdkussen zodat ik zeker weet dat ik dit warmhoudertje vanavond niet hoef te zoeken. Daarna trek ik het onderlaken glad en vouw het bovenlaken samen met de dikke wollen deken terug. De afgekoelde kruik neem ik mee naar beneden waar mijn moeder, naast een opgeporde kolenkachel die de kamer aangenaam verwarmt, wacht met het ontbijt.

vrijdag, mei 27, 2022

Ons Bootje

De gemeente Súdwest-Fryslân is de grootste gemeente van Nederland.
Een gebied tussen Sneek, Stavoren en de Afsluitdijk. Uniek door het groene landschap en het mooie water. Zes van de elf steden liggen binnen de grenzen van deze gemeente. (Tot zover Wikipedia) Op redelijke afstand van elkaar liggen talloze dorpen in het vlakke landschap verspreid. Bij helder weer kun je eindeloos ver over de weilanden en bouwgronden kijken en dan valt op dat al die plaatsen, hoe klein ook, een eigen kerkgebouw hebben. Het is net of er iemand in een ver verleden met ruime hand kerktorens heeft gestrooid.
Ik moet denken aan de liedbundel uit mijn jeugd: 'Kun je nog zingen zing dan mee'. Fietsend door deze waterrijke provincie begrijp ik eindelijk na al die jaren pas goed de tekst van het lied. 'Ons Bootje'  

Hoe zachtkens glijdt ons bootje
Daar op het spieg'lend meer
De riempjes net en proper
Gaan luchtig op en neer
De golfjes kabb'len spelend
Al tegen 't bootje aan
En ginds zien wij de toren
In groene bosjes staan


Lytsewierrum
klik voor vergroten op de foto

Zo moet dat er ongeveer hebben uitgezien. Nee, zo ziet het er nog uit. Al die kerkjes zien er verzorgd uit. De heggen geschoren, de hekken goed in de verf en op de begraafplaatsen zijn de paden aangeharkt. De gemeenschap onderhoudt het erfgoed naar behoren. Ze doen niet allemaal meer dienst als kerkgebouw, sommigen hebben een culturele bestemming gekregen.
Jammer dat van de kerkjes die wij passeerden er niet één open was.
Nou ja, de mens kan niet alles hebben.

zondag, maart 27, 2022

Stoofpeertjes

Bij het woord stoofpeertjes valt een herinneringsluikje open.
Op een zondagochtend in de jaren zestig van de vorige eeuw krijgt mijn moeder het onzalige idee nog één keer ter kerke te gaan met het voornemen, als het haar weer niet bevalt, het voor eens en voor altijd is afgelopen.
Ze vindt het een mooie gelegenheid mij wat kookkunsten bij te brengen en sommeert me tijdens haar afwezigheid de stoofpeertjes, die op een petroleumstelletje staan, in de gaten te houden. Af en toe onder het deksel kijken en zorgen dat ze niet droog koken. Hoe simpel wil je het hebben.
Voor de zekerheid posteer ik mezelf met een boek op schoot in de keuken. Gek genoeg wil de titel me niet meer te binnen schieten, maar het moet boeiende lectuur geweest zijn. Als moeder na haar kerkbezoek thuiskomt vindt ze mij verdiept in het boek terwijl een lichte brandlucht de keuken vult. Het is een van de weinige keren dat ze niet in de lach schiet na een stommiteit van mijn kant. Haar doorgaans goede humeur is door de predikant verpest, die ziet haar nooit meer terug en dan heeft ze ook nog een kind dat te stom is om op stoofpeertjes te letten. Dominee en ik hebben haar zondag vakkundig naar de filistijnen geholpen. De peertjes zijn niet meer te redden en op de bodem van de pan zijn de donkere sporen, ondanks een badje met soda, nog lang zichtbaar. Die dag eten we slappe weckboontjes uit de keldervoorraad.
Dat stoofpeertjes, sinds ik een eigen huishouding voer, kant-en-klaar uit een glazen potje komen kan ik moeilijk op het bordje van de dominee schuiven. 

zondag, januari 30, 2022

Opsmuk

Van alle losse spulletjes op het houten kastje in de slaapkamer van mijn moeder is alleen het setje sieraden bewaard gebleven. De geslepen hanger van carneool en de bijpassende oorknoppen liggen al jaren in mijn sieraadkistje.
Gekleed in haar eigengemaakte jurk van grijsblauwe glanzende stof en met het donkere haar in een enorme knot op haar achterhoofd komen de bruin gekleurde  sieraden mooi tot hun recht. In mijn ogen ziet ze eruit als een rijke mevrouw. Op dat moment in haar leven is het echter haar enige set sieraden dat ze bezit. Ze draagt het alleen op zondag en bij een enkel feest dat ons gezin te beurt valt. Op het kastje ligt ook een goudkleurige poederdoos met een zacht sponsje waar ik mijn frisse wangen wel eens mee mag insmeren. Ze gaan er prompt dof van zien. Naast de poederdoos is er de knalrode lippenstift die ik met graagte hanteer, hoewel dat goedje op mijn lippen niet lang blijft zitten. Met de paarse bus waarin Vinolia talkpoeder zit weet mijn kinderhand wel raad. Ik strooi er zo rijkelijk mee rond dat het zeil op de slaapkamervloer er wit van ziet. Mijn moeder maakt geen bezwaar tegen mijn drang tot versieren, maar op de sieraden ligt een verbod. Natuurlijk probeer ik op een dag stiekem de oorknoppen uit. Met de schroefdraad aan de achterkant draai ik de bruine bolletjes zo stevig vast dat mijn oorlelletjes er paars van kleuren. Pijnlijk zijn ze ook. Ik probeer de opsmuk los te draaien, maar in paniek draai ik de schroefjes nog strakker aan. Huilend van pijn roep ik mijn moeder te hulp. Zoals wel vaker gebeurd als ik iets doms uithaal, schiet ze eerst in de lach voor ze me van de pijnduiveltjes verlost. Met een nat washandje koelt ze mijn pijnlijke oren en leert me het gezegde. ‘Wie mooi wil gaan, moet pijn uitstaan.’ Af en toe gebruik ik de oorknoppen nog. Het laat zich raden waar ik aan denk als ik de schroefdraad voorzichtig aandraai.


foto ferrara

De schrijfveer voor vandaag schuift een herinneringslade open.
Wie meer wil weten over dagelijkse schrijfveren klik op het schrijfveertje rechts op de pagina.

zondag, december 27, 2020

Zacheüs

In het dorp van mijn jeugd zet het Leger Des Heils jaarlijks een grote tent op.
Een vijftal heilsoldaten in donkere uniformen waaiert uit over het dorp om het evangelie te verkondigen en te collecteren. De mannen dragen een pet met een rode band en de vrouwen hebben een charmant hoedje met rode strik op hun hoofd.
Voor de kinderen levert het vrolijke middagen op met mooie, spannende verhalen en veel zingen. De tekstboekjes staan, naast de vrolijke liederen, vol met prachtige plaatjes met glitterbloemen. Na de zangdienst mogen de boekjes mee naar huis en ook daar zing ik: ‘Blij, blij, mijn hart is altijd blij, want Jezus is een vriend van mij, daarom is mijn hartje blij.’ 

Naast het zingen worden ook verhalen uit de Bijbel verteld waarbij ongetwijfeld het viltbord met afbeeldingen is gebruikt. Tijdens één van die middagen wordt de geschiedenis van Zacheüs in de vijgenboom verteld. Hij wilde Jezus zien om te weten wat voor iemand dat was, maar dat lukte niet vanwege de menigte. Zacheüs was klein van stuk en daarom liep hij vooruit en klom in een vijgenboom. Om het verhaal nog meer aanschouwelijk te maken mag klasgenootje Benny als Zacheüs in de tentpaal klimmen. Echt een klusje voor Benny, die bij ons als waaghals bekend staat.
Benny met zijn blonde kuif en staalblauwe ogen durft alles. Behendig klimt hij met beide armen en benen om de houten paal geklemd naar boven. Wij kijken hem vol ontzag na. Benny is Benny niet meer, voor mij is hij Zacheüs.
Maar de gladde tentpaal is geen vijgenboom en blijkbaar heeft onze verspieder niet voldoende grip op de materie want hij valt, na enige hoogte te hebben bereikt, pardoes naar beneden. Grote schrik bij zowel de kinderen als de heilsoldaten want Zacheüs blijft liggen en kermt van de pijn. Zijn ene been ligt er wat verwrongen bij.
Al snel zien de heilsoldaten er weinig heil in de voorstelling voort te zetten want dat er iets grondig mis is met Benny is wel duidelijk. Het lijkt erop dat zijn been is gebroken.
Het jeugdige publiek dat behoorlijk onder de indruk is, wordt naar huis gestuurd.
Het slachtoffer wordt met een ambulance van het plaatselijke taxibedrijf afgevoerd naar het ziekenhuis in de naburige stad.

Hevig snikkend kom ik thuis en moet met een glaasje water tot bedaren worden gebracht. Gevoel voor drama is mij blijkbaar niet vreemd. Mijn moeder wacht rustig af tot ik in staat ben te vertellen welk een verdriet mijn ziel beroert. Uiteindelijk weet ik uit te brengen; ‘Zacheüs klom in de vijgenboom, hij wilde Jezus zien en toen viel hij uit de boom en nu heeft hij zijn been gebroken.’ Voor mij is Benny op dat moment blijkbaar nog steeds Zacheüs. 
Mijn goedlachse moeder houdt met grote moeite haar gezicht in de plooi. Ze spreekt me troostend toe en zegt dat het met mijn klasgenootje vast helemaal goed zal komen.

Bureau slachtofferhulp zou vandaag de dag behoorlijk wat nazorg moeten bieden aan al die geschokte kinderzieltjes. Maar dat bureau bestond toen niet en bij mijn weten heeft niemand, behalve Benny, er een trauma aan overgehouden. Onze klas stuurt de held in het ziekenhuis regelmatig een kaartje en als hij na enkele weken weer in zijn bank plaatsneemt hangt de roem nog geruime tijd om hem heen. Of Benny na dit avontuur ooit nog tot De Heer is gekomen vertelt de geschiedenis niet.


Edward McDunn plaatste een foto m.b.t. het Leger des Heils. hier
Het opende bij mij een herinneringsluikje. Ik dacht dat ik dit verhaal al eens had geplaatst maar kon het op mijn blog niet vinden. Gelukkig bewaar ik alles dus na een speurtocht in mijn archief vond ik het terug.

woensdag, december 02, 2020

Snaaien

In de steeg achter de winkels hier om de hoek scharrelt een katje bij de vuilcontainer van de slager. Ik denk terug aan de visboer uit mijn jeugd en hoor de roep uit mijn verleden. ‘Nu kan je bakken en braden.’
Onze poes zat als eerste op de stoeprand.


Dit UKV is geschreven voor de wekelijkse schrijfuitdaging Tikken.
Opdracht: schrijf een jeugdherinnering in 50 woorden.
De uitdaging is hier te vinden.

woensdag, juni 24, 2020

Sentimental journey

Tijdens een korte vakantie in Overijssel fietsen we in de omgeving van mijn Sallands/Twentse geboortegrond. Het levert verrassende plaatjes op.
De knooppuntenroute die we volgen voert ons langs een van de gedempte oude sluizen in het Zwolsekanaal wat niet meer wordt bevaren. 

Ik wijs meneer F. op een huis. Daar op de oprit kocht ik zo’n 50 jaar geleden mijn eerste tweedehands auto. Het huis zit goed in de verf, maar oogt nog als vroeger. Fietsend tussen weilanden en maisvelden kom ik tot de ontdekking dat er van de heidevelden geen enkel struikje is overgebleven.
Laat staan dat de herder met zijn schaapskudde nog ronddwaalt. 
Opgestuwd in de vaart der volkeren hebben hier boerenbedrijven hun domicilie gevonden. Maar kijk, op de glooiende es van Daarle torent de watertoren als vanouds boven de omgeving uit. 
Hier lijkt al die jaren niets te zijn veranderd. Het gebouw straalt nog dezelfde magie uit die ik vroeger als kind ervoer. Het bloeiende aardappelveld maakt de herinnering compleet. Even ben ik weer het kleine kind op het paarse doortrappertje dat hier zo vaak heeft gefietst. hier

Als we een paar dagen later de Lemelerberg op fietsen denk ik aan dat fietsje terug. Voor mijn kleine beentjes was dat toen een hele klim. Nu met al wat aardig kilometers in de benen is die klim op de E-bike zelfs in tourstand, een eitje. Eenmaal boven zie ik dat de ijskiosk er nog staat, weliswaar afgezet met rood-witte linten i.v.m. corona. Het ijs dat wordt verkocht is van een andere kwaliteit dan het schepijs van een dubbeltje uit mijn jeugd. 
Achter het theehuis waakt de, uit rode steen opgetrokken, Nederlandse Leeuw nog altijd over de omgeving. Zijn chagrijnige uiterlijk is in de afgelopen 60 jaar niet veranderd. hier
De afdaling naar het dorp Lemele gaat, net als vroeger, supersnel. 
Tot slot fietsen we langs De Regge die in oude glorie is hersteld. 
Het riviertje meandert weer ouderwets door het prachtige landschap en voorziet ons van doorkijkjes op ‘Oale Groond’.




foto's ferrara
klik voor vergroten op de afbeelding
Wie over de eerste auto wil lezen klik hier

zondag, maart 15, 2020

De Dom van Keulen

Bij mijn grootouders van vaders kant staat op de schoorsteenmantel een koperkleurig miniatuurtje van de Dom van Keulen. Kleine spitse torentjes steken venijnig omhoog. Het past geheel bij het donkere interieur met zware gordijnen en pluche tafelkleden.
Mijn broer en ik vinden het geval spuuglelijk en spreken spottend over “Het Dommetje.”
Ook mijn moeder kan het kleinood niet waarderen. Zij laat weten: 
‘Mochten jullie de moed hebben mij ooit een dergelijk kreng cadeau te geven dan zal ik de gift met een groots gebaar in het kanaal doen belanden.’  
Wij zijn dus gewaarschuwd ons schaarse zakgeld niet te besteden aan dergelijke prularia.
Mogelijk heeft haar aversie te maken met het feit dat mijn vader, van wie zij gescheiden is, de schenker van dit wangedrochtje is.

Als Opa overlijdt, besluit Oma kleiner te gaan wonen. “Het Dommetje” verhuist mee naar een huisje met centrale verwarming. Op de vensterbank tussen de paarse cyclamen en roze begonia’s zinken de spitse torentjes in het niet.
Wij kinderen worden volwassen, krijgen banen en gaan zelfstandig wonen. “Het Dommetje” raakt geheel buiten beeld als ook Oma overlijdt. In het verdelen van haar erfenis spelen wij geen rol van betekenis, laat staan dat we rechten aan het miniatuurtje willen ontlenen. Het ding kan ons gestolen worden. Tot op een dag mijn broer voor zijn werk naar een bouwbeurs in Keulen moet. Daar komt hij in de verleiding tot een aanschaf die hij zorgvuldig bewaart.

Sinds we op ons zelf wonen, verzamelt zich elk jaar rond 5 december een vast gezelschap in mijn ouderlijk huis om Sinterklaas te vieren. Mijn moeder, mijn broer en ik als gezinsleden, de kameraad van mijn broer, mijn vriendje en ook de jongste zus van mijn moeder is met haar vriendin ieder jaar van de partij. Al of niet aan de hand van een verlanglijst kopen we voor elk lid van het gezelschap kleine presentjes.
Gedichten zijn verplicht met een minimum van vier regels. Humor en plaagstootjes worden zeer op prijs gesteld. Je maakt dik kans die avond bij de neus te worden genomen of je krijgt een blunder, die dat jaar is begaan, nog eens ruimschoots voor de kiezen. Zo kom ik een keer bepakt en bezakt voor de bewuste avond thuis. Ik heb ook een overgebleven kale staak van een Benjaminficus mee. Ik woon op kamers boven een verffabriek en denk dat de plant ter ziele is gegaan vanwege mogelijke giftige dampen. 
Moeder vraagt me het restant mee te nemen want de plaatselijke bloemist wil de plant, of wat er van over was, aan een onderzoek onderwerpen.
Tijdens pakjesavond pak ik, na het voorlezen van een gedicht over het gevaar van giftige stoffen en dampen, de overblijfselen van de ficus uit. 
Het hele gezelschap schiet in de lach omdat ik voor mijn eigen surprise heb gezorgd. Als beloning staat een puntgave ficus in de gang op me te wachten.

Zelf krijgt moeder dat jaar een klein geschenkje met een hilarisch gedicht.
Met verstand van bouwen heeft mijn broer zijn best gedaan de facetten van een bouwwerk in puntige details te verwoorden. Hij schrijft over metselverbanden, spanningsbogen, steunberen en penverbindingen. 
Al rijmend legt hij verbanden naar de verhoudingen binnen de familie en ons gezin. Hij tovert een waar kunstwerk voor ogen dat de schoorsteenmantel tot in lengte van jaren moet sieren.
Met een brede grijns pakt moeder “Het Dommetje” uit en haar droge commentaar luidt; ‘Je weet wat ik destijds heb gezegd.’

Als de volgende ochtend een deel van het gezelschap laat aan het ontbijt verschijnt, vertelt moeder dat ze haar belofte die ochtend al vroeg heeft waar gemaakt en dat ze De Dom in het kanaal heeft gegooid. Jammer dat ze niet op ons heeft gewacht. Wij waren er graag getuige van geweest.
‘Hadden jullie maar vroeger moeten opstaan.’ is haar verweer.
Het volgende jaar is niet alleen de kameraad van mijn broer, maar ook mijn aanstaande schoonzus voor het eerst van de partij bij het Sinterklaasfeest en wat oorspronkelijk voor mijn broer bedoeld is, krijgt zij aangeboden.
Nu komt aan het licht dat moeder op haar beurt “Het Dommetje” een jaar heeft bewaard om er mijn broer nog eens flink mee te plagen. Haar wraak is extra zoet dat het via zijn vriendin kan.
Het treft doel want hij kent zijn geliefde… die zal uit pure plichtsgetrouwheid het lelijke cadeautje bewaren en het mogelijk een plek geven in hun toekomstige stulp. Haar echtgenoot in wording besluit daar ter plekke een stokje voor te steken. Onder licht protest van zijn vriendin, die vindt dat hij dat ten opzichte van zijn moeder niet kan maken, doet hij een poging het ding tot smelten te brengen, wat jammerlijk mislukt. De Dom blijkt uit het ‘goede hout’ gesneden.
Diezelfde avond laat broerlief, dit keer echter met ons allen als getuige, “Het Dommetje” afzinken in het kanaal. Na die gebeurtenis staat de Dom van Keulen, stevig verankerd in mijn geheugen, als symbool voor gezellige familieavonden.


Vorige week heb ik de Dom eindelijk in het echt kunnen bezichtigen, hoe dat was laat ik nog wel zien als de foto’s zijn bewerkt. De foeilelijke miniatuurtjes zijn nog steeds te koop.

foto internet

vrijdag, februari 07, 2020

Luister bijzetten

Het is zomer 1955. Ik ben zes jaar en ga voor het eerst op schoolreis. 
Met de eerste klas van de lagere school in de bus naar het Noorder Dierenpark in Emmen.
Ik begin die dag met de pest in omdat ik de rugzak van mijn broer mee moet.
Het is een cadeau van mijn grootouders dat ze hebben meegebracht van hun reis naar Zwitserland. Een origineel exemplaar van beigekleurige canvas met leren riempjes en metalen gespen om alles goed te kunnen afsluiten. 
Juist het uiterlijk maakt mij opstandig. Ik ben als de dood dat ik word gepest met dat malle ding, dat ik dan ook niet op mijn rug draag. Ik kijk wel uit en hou het geval zo laag mogelijk bij de grond.
Veel liever had ik mijn kleffe witte broodjes met gebakken ei in een kleurig, glad kartonnen koffertje gestopt, zoals veel van mijn klasgenoten hebben.
Maar mijn moeder is onverbiddelijk. Waarom zo’n koffertje kopen als een prachtige rugzak voorhanden is. Het geld groeit haar niet op de rug.

Mijn opa vindt dat hij de schoolreis wel wat luister bij kan zetten en zorgt voor het zakgeld. Ik krijg een gulden om die dag iets lekkers van te kopen. In die tijd, voor een zesjarige, een heel kapitaal. Zorgvuldig berg ik de buit in mijn knipbeursje. Dan zegt opa, die in de aardappelhandel zit. “Ik wil er wel iets van terugzien.” Ik versta het verkeerd en schuif hem de gulden weer toe en zeg: “Hou hem dan maar”. Opa zegt dat hij bedoelt dat ik niet alle geld in een keer hoef uit te geven.
Op deze manier probeert de handelaar in hem de kleindochter spaarzaamheid bij te brengen.

Van die dag herinner ik mij vooral dat het in de dierentuin voor de kiosk, waar ze snoep en ijs verkopen, enorm druk is. De lange rij duwende en trekkende kinderen schrikt mij af. Bovendien staat klasgenootje Jan, de treiterkop die het vaak op mij heeft voorzien, ook in die rij. Mijn opa heeft mij met zijn geldelijke bijdrage extra plezier willen bezorgen, maar onder de pesterige blik van Jan wordt de gulden een loden last. Toch sluit ik aan. Ik wil mijn gulle opa niet teleurstellen en vertellen wat ik heb gekocht als ik de rest van het geld terug ga brengen. Hij wil er immers iets van terug zien.
Wanneer ik eindelijk aan de beurt ben, staat Jan nog naast de kiosk en ik weet niets anders te bedenken dan een rolletje drop van 10 cent te kopen.

Eind van de dag stap ik uit de bus met een half rolletje drop in een voorvakje van de vreselijke rugzak en nog 90 cent in mijn knipbeursje.
Een dag na het schoolreisje stap ik op mijn fiets om opa zijn geld te brengen.
Hij is verbaasd dat ik zo weinig heb uitgegeven. Ik vertel hem van de lange rij. Over Jan zeg ik niets.
Mijn, door angst veroorzaakte zuinigheid, wordt rijkelijk beloond. Ik mag het kapitaaltje houden.
Gek genoeg kan ik me niet herinneren wat ik met dat geld gedaan heb.
Drop heb ik er vast niet van gekocht.

foto internet

maandag, mei 27, 2019

Jeugdsentiment

‘Ach kijk, daar staat Tante Lotje,’ zeg ik tegen meneer F. Natuurlijk wil hij weten wat ik bedoel. 
Tante Lotje was de wijkzuster in ons dorp. Gestoken in een leren jas, gewapend met een grote bruine dokterstas en een wapperende lange zwarte sluier op haar hoofd, tufte zij op haar solex langs de zieken in het dorp en de wijde omgeving. Voor de bevolking was zij zuster Z. maar aangezien ze ook de buurvrouw van mijn grootouders was, was ze voor mij Tante Lotje.

Precies zo’n figuur staat in het Openluchtmuseum in Arnhem naast het
Groene-Kruisgebouw. Als je de wijkzuster bent gepasseerd en het gebouw binnengaat, dringt de zware geur van het ontsmettingsmiddel lysol meteen je neusgaten binnen. Behalve de spoelkeuken met allerlei attributen, zoals urinaals en ondersteken die je vroeger bij het kruisgebouw kon lenen, tegenwoordig heet dat medipoint of zoiets, is er ook een kamer waar de dokter spreekuur houdt. Via een bandje hoor je de man zijn patiënt toe spreken.
In de kamer ernaast zit een streng ogende zuster achter een bureau. 
Zo eentje die geen enkele tegenspraak duldt. Volgens meneer F. kun je het haar op haar tanden zien zitten. Zijn opmerking doet vermoeden dat hij in zijn vroege jeugd traumatische ervaringen heeft opgedaan.
De zuster zwaaide de scepter in het consultatiebureau, waar je als jonge moeder tijdens de eerste levensjaren van je kroost regelmatig werd verwacht. In die zin is er niet veel veranderd, behalve dat de moeder van nu heel wat mondiger is geworden. Men laat zich niet meer zo gemakkelijk de wet voorschrijven. Tenslotte kun je tegenwoordig alles opzoeken op internet. 
Of dergelijke zoektochten altijd tot gezonde en weloverwogen besluiten leiden, waag ik te betwijfelen. 
Wie kent nog de leus: “Rust, reinheid en regelmaat?”

In de laatste kamer van het oude kruisgebouw wacht mij nog een verrassing.
Daar hangt de poster die in mijn jeugd in mijn slaapkamer hing. In ons ouderlijk huis hadden we nog geen douche en als ik me goed herinner waren er maar twee soorten tandpasta. Prodent en Colgate, waarvan de goedkoopste op onze wastafel stond. In de jaren 50 van de vorige eeuw was ik vast niet de enige met dergelijke hygiënische raadgeving boven mijn bed. Ik denk niet dat ik me altijd aan de regels heb gehouden. 
Hoewel … met tanden poetsen heb ik niet vaak de hand gelicht.
Ik vond het kunstgebit van mijn opa een angstaanjagend geval als ik het wel eens in een glas zag staan en nam me op jonge leeftijd al voor dat mij dat niet zou overkomen. Het is gelukt, de meeste van mijn eigen tanden en kiezen heb ik nog.

En Tante Lotje? Tante Lotje is vervangen door collega’s in kekke autootjes of op elektrische fietsen. De solex wordt enkel nog als recreatief vervoermiddel gebruikt.




klik voor vergroten op de foto

zondag, januari 13, 2019

Alles aan kant

ruime maat vloerkleed
onttrekt neerdwarrelend stof
aan een kritisch oog

Herinnering uit mijn jeugd

Ik had twee oma’s, die van moeders kant voor het gezellig en altijd bereid leuke dingen met haar kleinkinderen te doen. Helaas overleed ze toen ik acht jaar was.

Ik denk dat de senryu die ik schreef meer op haar van toepassing was dan op de oma van vaders kant. Zij was altijd overdreven bezig met huishouden, gunde zich nooit tijd voor zaken daarbuiten. Toen ik de schrijfveer las moest ik in eerste instantie aan die oma denken. Bij haar was altijd alles aan kant.

Als 14-jarige tiener mocht ik op zaterdag wel eens helpen om een extra zakgeldje te verdienen. Ik zie me weer bovenaan de brandschone trap zitten met een stofzuiger loeiend op volle sterkte. Toen ik vond dat het lang genoeg had geduurd zette ik het apparaat uit en zeulde het de trap af waar ik niet één trede van had gezogen.
Oma inspecteerde mijn werk en vond het er keurig uitzien. Of te wel de trap was aan kant. Nooit meer heb ik zo gemakkelijk geld verdiend.

Zelf heb ik geen vloerkleden waar ik stof onder kan vegen. Regelmatig moet ik aan de slag met zo’n handige stoffer en blik waar je staande de vlokken mee bij elkaar kunt vegen. Toegegeven bij mij is niet altijd alles aan kant, maar gezellig is het wel.
Ik kan stof letterlijk en figuurlijk goed zien liggen. Ik lijk meer op de oma van moeders kant en dat bevalt me wel.