Sportclubs, ik moet er niet aan denken. Van kindsbeen af
houd ik niet van gezamenlijk sporten. Vroeger op school had ik al de pest aan
teamsporten. De competitie, het afdekken, het rennen, de bal over een net
smashen, homeruns maken, ik vond het allemaal niks en stelde me verre van
fanatiek op. Het gevolg was dat ik altijd als laatste werd gekozen bij het
samenstellen van de teams, want met mij in je team had je dik kans op verlies.
Lid worden van een sportclub kwam in mijn gedachten dan ook
niet op.
Voer voor psychologen?
Zal best, maar ik heb er niet onder geleden en voor mijn ontwikkeling is
het geen ramp gebleken. In mijn opleidingen en werksituaties heb ik altijd te
horen gekregen dat ik aangenaam gezelschap was in groepsverband.
Ach, ik heb nog eens een tijdje regelmatig op de tribune
gezeten bij basketbalwedstrijden, je doet wat met een verliefd hoofd.
Nee, leg mij in een zwembad, bind me ski’s onder of zet me
op een paard, ik ga ervoor. Hoewel, dat laatste is niet helemaal waar, skiën en
paardrijden zijn helaas verleden tijd.
Voor mijn fysiek is zwemmen de ultieme sport. Al moet ik
eerlijk bekennen dat het gehannes in zo’n te krap badhokje een pracht excuus is
om niet te water te gaan.
Ook op mijn ouwe dag ben ik, wat betreft sporten, nog steeds
niet fanatiek.
Sterker nog, ik ben een luilak.
Mijn infrarood sauna valt vast niet in de categorie sport.
Die is voor het welbevinden, daarnaast doe ik keurig iedere dag mijn oefeningen
voor spieren en gewrichten.
Nee, niet in de sportschool. Ik voel me goed, dank u.
foto internet