Graaf Heem van Dordogne was een trouw leenman van zijn zwager Karel de Grote. De graaf had vier zonen Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout. Reinout was de slimste, hij wist het driftige Ros Beiaard te temmen. Uitgevoerd als standbeeld of afgebeeld op een gevelsteen zijn de vier zonen tot op de dag van vandaag in diverse plaatsen in België en Nederland in het straatbeeld terug te vinden.
Volgens de legende bezoeken de broers op een dag hun oom Karel de Grote.
Een schaakpartij aan het hof loopt echter noodlottig af. Na een ruzie slaat Reinout hun neef Lodewijk dood met het zilveren schaakbord.
Gezeten op hun ros slaan de vier gebroeders op de vlucht voor Karel de Grote en verschansen zich in de Ardennen.
Tot zo ver het verhaal over de vier broers die in Alkmaar op twee plaatsen zijn te vinden.
Op de hoek van de Mient en het Waagplein is een kleine gevelsteen met hun afbeelding ingemetseld. De steen is afkomstig uit een huis dat oorspronkelijk aan het Verdronkenoord stond. Daar oefende Maerten Cornelisz het beroep van ‘Coeckebacker’ uit. Destijds was de gevelsteen een middel om je beroep aan te duiden, maar toen hij het huis kocht in 1609 zat de gevelsteen al in het pand. In dit geval was er geen overeenkomst tussen afbeelding en beroep. Maar dat de koekenbakker waarde aan de afbeelding hechtte is wel zeker.
Hij ligt samen met zijn vrouw begraven in de Grote Kerk. Op hun grafzerk prijken de Heemskinderen op hun ros. Het opschrift luidt: ‘Hier Leit Begraven Maerten Cornelisz Coeckebacker’.
Mocht u bij gelegenheid de kerk bezoeken, de grafzerk bevindt zich direct links van de ingang tegenover het buffet.
In 1707 moest het huis aan het Verdronkenoord met de gevelsteen worden afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe ingang van de Kapelkerk.
De steen is bewaard gebleven en na enige omzwervingen in andere panden in de stad uiteindelijk op zijn huidige plek beland.
In mei 2004 is de steen in kleur gezet.







































