In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

maandag, september 07, 2026

Terugblik

Mokkend stamp ik de trap op naar mijn slaapkamer die nog in oude staat is en zoek wat kleren uit.
Smalend herhaal ik mijn moeder’s woorden: ‘Trek iets gezelligs aan.’
Als ik beneden kom staat de pot thee op tafel en is mijn moeder bezig het scrabblebord in stelling te brengen.

‘Zo te horen aan je stampen ben je niet tevreden met mijn antwoord.’
‘Nee natuurlijk niet, jij hebt makkelijk praten.
Jij hoeft niet voor zes uur je bed uit om flesjes warm te maken en tien boterhammen in kleine blokjes te snijden om ze daarna aan slaperige kleuters te voeren die nergens zin in hebben. Jij hoeft niet bij zuster de Vries op het matje te komen.’
‘Lieverd, die kinderen zijn ziek. En als jij een fout hebt begaan heeft die hoofdzuster alle recht van spreken. Van fouten leer je.’
‘Ja dat weet ik ook wel, maar het werk op deze afdeling ligt me nou eenmaal niet. Ik ben geen liefhebber van kindergeneeskunde. Ik werk liever met volwassen zieken.’
‘Daar kunnen die kinderen niks aan doen en die stage hoort nu eenmaal bij je opleiding. Je bijt maar door die zure appel heen. Ik zeg het nog een keer.
Je leert hoe dan ook een vak waarmee je jezelf kunt onderhouden.’

Terwijl ik met trage bewegingen zeven letters op het plankje zet, schenkt mijn moeder een kop thee voor me in.
Ook dat nog, ik heb bij de eerste ronde de Q al voor mijn neus. De U zal zoals gewoonlijk wel weer op zich laten wachten. Ook bij scrabble is vandaag geen winst te behalen.
Ik graai nog een keer in het zakje met letters, wie het dichst bij de A is mag beginnen. ‘Ik heb de B en jij?’
‘De U, jij begint.’ zegt mijn tegenstander. Beide letters gaan terug in het zakje.
Ik schuif wat met de blokjes en leg midden op het bord het woord droom.
De Q en de F hou ik over.
In de verte hoor ik vaag de stem van mijn moeder zeggen: ‘Twee keer letter en twee keer woordwaarde dat is 20 punten.’ Ik reik naar het zakje met letters.
Het ligt niet meer op tafel. Mijn hand maait de rinkelende wekker van het tafeltje naast mijn bed.

Voor de duidelijkheid. Ik heb dit verhaal, dat volledig op waarheid berust, als droom beschreven. Ik haalde in 1970 mijn diploma verpleegkunde met een 7 voor kindergeneeskunde. Het was het laagste cijfer op de eindlijst.
Het blauwe kruisje staat voor een opleiding in de psychiatrie die ik in de jaren 80 afrondde. En ja mijn moeder had gelijk. 

zondag, september 06, 2026

Terugblik

Ik sta op de stoep van het ouderlijk huis waar ik een deel van mijn puberteit heb doorgebracht. De voordeur staat op een kier. Met mijn voet duw ik de deur verder open. In de smalle gang hangt mijn groene jagersjas aan de kapstok.
In de kledingkast op de kleine kamer in het zusterhuis waar ik woon is geen plek voor mijn hele garderobe. Ik voel weer de steek van jaloezie.
Mijn vriendin had een originele loden jas, maar die kon mijn moeder zich niet permitteren dus kreeg ik een namaak. Ik kijk voorbij de kapstok, de deur naar de woonkamer staat open, daar zit mijn moeder aan de ronde eettafel.
Haar donkere haar met natuurlijke grijze strepen ligt in een knot op haar achterhoofd. In haar voorhoofd staan diepe denkrimpels. Vanuit de asbak op tafel kringelt de rook van een sigaret. Mijn moeder wijdt al haar aandacht aan een moeilijk cryptogram. Ze merkt niet dat ik stilletjes tegenover haar ga zitten. Pas als ze een trek van haar sigaret neemt ziet ze me.
‘Wat doe jij hier? Je hebt je uniform nog aan, ik dacht dat jullie daarin niet de straat op mochten. Laat ze er maar niet achter komen dat je in dat blauwe jurkje in de trein hebt gezeten. Wat maakt dat je hier zit, zo te zien kom je niet voor de gezelligheid, je hebt gehuild.’ Ze legt het cryptogram opzij.

Ik slik de opkomende tranen weg. ‘Ik heb weer mot gehad met de hoofdzuster, dat mens heeft de pik op me, ik kan geen goed bij haar doen.
De kinderafdeling is al niet fijn om te werken, niks voor mij al dat jengelende grut, maar dat mens maakt het echt tot een hel. Gisteravond een late dienst gedaan en zij laat mij vandaag weer opdraven in de vroege dienst van zes uur. Volgens mij mag dat niet eens, maar dat zal haar een zorg zijn, als het dienstrooster maar klopt. Ik moet de flesjes voeding voor de baby’s maken en laat met mijn slaperige hoofd de melk aanbranden met gevolg dat de voedingsschema’s in de war liggen en voor twee baby’s met een streng dieet is dat niet goed. De collega in de nachtdienst moet dat overdragen aan de dagdienst, nou en toen kookte zuster De Vries over. Ik zit binnen de kortste keren bij die draak voor het bureau en krijg ze uitgemeten.
Ik ben onverantwoord bezig geweest en opgeteld bij een urineproef die ik bijna heb laten mislukken ben ik geen knip voor de neus waard. Als ik mijn leven niet beter kan ik op een vette onvoldoende rekenen. Ik krijg niet de kans me te verdedigen. Ze knikt met haar hoofd naar de deur en zegt;  ‘Je kunt gaan, laat het niet nog eens gebeuren.’
‘Ik ben het zat, ik stop met die opleiding en ga wat anders doen.’

Mijn moeder zegt niets, steekt een nieuwe sigaret op en schuift het pakje in mijn richting. Als ze een lucifer bij mijn sigaret houdt zegt ze; ‘Ik vind dat je er een te groot drama van maakt. Je mag hier elke dag komen uitrazen als zuster De Vries je weer eens te grazen neemt, ik wil zelfs het treinkaartje wel betalen, maar je stopt in geen geval. Zo heb ik je niet opgevoed. Bij de minste tegenslag de bijl erbij neergooien, je lijkt je vader wel. Die was ook goed voor twaalf ambachten en dertien ongelukken. Nee, dame je maakt die opleiding af. Die stage op de kinderafdeling duurt een paar maanden, je doet je best maar. Je leert een vak zodat je voor jezelf kunt zorgen. Je hebt gezien hoe het mij is vergaan. Ik heb me een slag in de rondte gewerkt in allerlei baantjes om jou en je broer een goed leven te bezorgen, dat zal jou niet gebeuren.
Al je andere stages zijn prima verlopen dus op die kinderafdeling zal het ook wel los lopen. Beetje meer vertrouwen in jezelf kan geen kwaad. Ik ga thee zetten, trek dat uniform uit en doe iets gezelligs aan. Wat zou je zeggen van een stevig partijtje scrabble?’ 

Dit was vorig seizoen een opdracht voor de schrijfcursus. Schrijf over wat je moeder ooit zei. In verband met de lengte heb ik er voor het blog twee afleveringen van gemaakt.

vrijdag, januari 29, 2021

Sonnet

Naast dat ik Chris Faber in goeie banen probeer te leiden sleutel ik ook aan een tweede boek van mijn blog.  
Zodoende kwam uit mijn werkzame leven Sonnet voorbij. 
Zij gaat zeker een pagina krijgen.

Voor de zoveelste keer heeft het frêle lijfje van mevrouw Voorst een wervelverzakking doorstaan. De orthopeed meet haar een onmogelijk korset aan en snijdt daarmee voor lange tijd de weg naar zelfstandig wonen in haar kamer af.
Mevrouw Voorst belandt op de ziekenafdeling van het verzorgingshuis.
De pijnstillers die ze krijgt helpen niet voldoende en er wordt naar een zwaarder middel gegrepen. Morfinepleister lijkt de oplossing, maar voor haar zwakke gestel blijkt dat al snel teveel van het goede. Ze wordt nog vrolijker dan ze van zichzelf al is en op een dag maakt ze melding van een poes die bij haar bed zit.
Ik vraag mevrouw: ‘Zag u die poes zonet?’ Haar antwoord is verrassend. ‘Oh heet ze Sonnet, wat een leuke naam voor een poes. Het is een mooi dier.’
Ik doe geen poging de dwaling van haar geest te verwijderen want ze vindt het aangenaam gezelschap. Wel vraag ik de huisarts, voor Sonnet een angstaanjagende zwarte panter wordt, de dosering van de medicijnen aan te passen. 

Mocht ik ooit een poes aanschaffen dan weet ik al de naam van het beest.

donderdag, december 08, 2016

Woede

Razend is ze op de collega, die haar onheus heeft bejegend.
De woordenwisseling is hoog opgelopen. In het heetst van de strijd heeft ze zich op haar hielen omgedraaid en is in tranen de spoelkeuken ingevlucht.
Daar probeert ze tot rust te komen. Ze maakt van de nood een deugd en begint de waskommen en po’s te soppen. Ze kan niet nalaten flink wat herrie te maken. Met een smak belanden de podeksels extra hard op het metalen aanrecht. Iedereen buiten op de gang moet horen hoe boos ze is.  
Als iemand het waagt de spoelkeuken te betreden loopt hij of zij de kans een deksel naar het hoofd krijgen.
Ze krijgt het warm boven het hete sop en opent het raam dat op een binnentuintje uitkomt. 
Frisse lucht stroomt de keuken binnen. Het lijkt haar te kalmeren. De woede neemt af evenals het lawaai dat ze maakt.
Als de spoelkeuken er blinkend uitziet en er echt niets meer valt schoon te maken besluit ze de afdeling weer op te gaan. Terwijl ze de deur wil sluiten waait deze uit haar handen en valt met een klap dicht. Ze kan nog net het brekende raam ontwijken en komt met de schrik vrij.
Het volgende moment staat de hoofdzuster voor haar neus. ‘Meekomen.’
Als een lammetje loopt ze mee naar het kantoor waar ze alle overredingskracht nodig heeft om uit te leggen dat het dichtslaan van de deur geen deel uitmaakt van de woede die, met behulp van het rinkelende glas, tot nul is gezakt.

Opdracht: schrijf over een emotie en hoe je ermee omging. 
Een ouwetje (schrijfveer ruzie) uit januari 2013. 
Ik heb de titel veranderd, het verhaal hier en daar bijgewerkt en in de tegenwoordige tijd gezet. 

woensdag, september 21, 2016

Wereld Alzheimer Dag

Jaren geleden werkte ik als zorgmanager in een verzorgingshuis, waar je toen nog met een beginnende dementie kon worden opgenomen. 
Meneer Bakker was een van de bewoners die ons een benauwd uurtje bezorgde. Onderstaand verhaal is waar gebeurd. 
Ik was in de veronderstelling dat ik het al eens had geplaatst, maar op mijn blog kan ik het niet terugvinden en daarom plaats ik het alsnog in het kader van bovengenoemde dag.

Uitstapje

Omdat zijn brein een deal heeft gesloten met meneer Alzheimer is meneer Bakker noodgedwongen in een verzorgingshuis gaan wonen. Dagelijks gaat hij  het dorp in voor een boodschapje of om een borreltje te drinken in zijn stamcafé. Doorgaans komt hij zonder problemen thuis en als hij al het spoor bijster raakt, is er altijd wel een dorpsgenoot die hem op de juiste plaats brengt. Wat hem bewogen heeft zal een raadsel blijven, maar op een ochtend stapt meneer Bakker in de bus en belandt in de naburig gelegen stad.
Tegenover het busstation wandelt hij een café binnen en bestelt een jonge jenever, het drankje dat hij gewend is te drinken.
Na het nuttigen van enige consumpties stapt hij op en komt al snel tot de ontdekking dat er iets niet klopt. Hij herkent de omgeving niet en dat hij een busreis heeft ondernomen is uit zijn geheugen gewist. Geen dorpsgenoot te bekennen die het probleem wel even voor hem oplost.

De kastelein, die de klant vanachter de tapkast in de gaten houdt, vertrouwt het niet en besluit hem weer binnen te halen. Vervolgens belt hij het politiebureau om aangifte te doen van een bejaarde man die letterlijk en figuurlijk de weg kwijt is.
De heer Bakker wordt meegenomen naar het bureau en ondervraagd over zijn woon en/of verblijfplaats.
De verdwaalde weet te melden dat hij in een verzorgingshuis woont maar geen idee heeft in welke plaats zich dat bevindt en hoe hij in de stad is beland is hem helemaal een raadsel.
Nu kun je alle verzorgingshuizen afbellen om te vragen of ze een op drift geraakte bejaarde missen, maar voor alle kamers gecontroleerd zijn is de dag een eind op weg en wachten op aangifte van een vermissing gaat uren kosten. 
Om de man een nachtje in een cel te laten slapen gaat de agenten te ver.
De politie is je beste vriend en dus rijdt de gewapende macht met meneer Bakker op de achterbank door de stad, waar de zoektocht niet tot resultaat leidt. Er zit niets anders op dan in de regio langs alle verzorgingshuizen te rijden en rustig af te wachten of de vondeling enige herkenning ziet.
De missie slaagt. In een van de dorpen roept meneer Bakker bij het zien van zijn tehuis: “Stop hier woon ik.”
Binnen heerst een paniekerige sfeer want er wordt een bewoner vermist. 
Er is discussie over al of niet de politie bellen, maar dat hoeft niet meer.
De opluchting is groot als men de vermiste tussen twee agenten in de hal ziet verschijnen.
Meneer Bakker begrijpt de commotie niet, hij is gewoon een borreltje gaan drinken en wordt netjes door de heren in uniform thuis gebracht. Wat is daar nou mis aan?

Met een grijns neemt hij afscheid van zijn begeleiders en zet koers naar zijn kamer. 

zaterdag, augustus 15, 2015

De allermooiste dag

27 november 1970, is voor mij de allermooiste dag. Die dag kreeg ik het insigne opgespeld dat bij het A-diploma voor verpleegkunde hoort. 
Wat was ik trots op die speld en een mooie cijferlijst.
Het betekende de springplank naar een zelfstandig leven. Ik had een vak geleerd en kon voortaan voor mezelf zorgen. Na drie en een half jaar hard werken, studeren, vallen en opstaan, eindelijk het fel begeerde kruisje onder de kin op de stijf gevouwen witte kraag van het blauwe uniform. 
Ik heb in de loop der jaren nog het een en ander aan diploma’s en certificaten bij elkaar gesprokkeld, waaronder het B-diploma, waar een pittige opleiding in de psychiatrie aan voorafging. Die diploma-uitreiking vond plaats op 28 augustus 1979 en is ook een mijlpaal in mijn leven, maar 27 november 1970 blijft de allermooiste dag.


Natuurlijk was mijn trouwdag een topdag, maar de prestatie die ik daarvoor heb geleverd was, voor mijn gevoel, minder groot.


foto internet

donderdag, oktober 10, 2013

Bemiddelen

In verzorgingshuis "Oosterhout" heeft een leerling verzorgende mevrouw Koster haar wasbeurt gegeven en maakt aanstalten om haar de elastische kousen aan te trekken. Mevrouw is vandaag in een dwarse bui en onder het motto dat het veel te warm is voor die ondingen, staakt ze elke medewerking. De leerling doet haar best om haar op andere gedachten te brengen, maar dat mislukt. Ze vraagt mij om hulp en ik start een bemiddelingspoging.

“Mevrouw Koster u weet toch dat dokter de Vries u dringend heeft geadviseerd elastische kousen te dragen.”
“Dokter de Vries kan me wat met zijn elastische kousen. Hij heeft geen idee hoe die dingen knellen om je benen. Met dit warme weer is dat geen doen.”
“Maar u weet toch welk risico u loopt als u ze niet draagt. Over een dag of drie kunt u geen schoenen meer aan omdat uw voeten helemaal zijn opgezet. Er is maar een klein stootje nodig om uw huid te beschadigen en dan is Leiden helemaal in last want voor zo’n wondje dan weer dicht is bent u weken verder en zit u al die tijd aan uw stoel gekluisterd.”
“Gut, gut, dat je nog niet zegt dat het voor mijn eigen bestwil is. Met die opmerking staan jullie voortdurend klaar. Ik bepaal mijn bestwil zelf wel, daar heb ik jou en je collega’s niet voor nodig.
Ik snap wel dat jij dat arme kind hier te hulp moet komen omdat ze de verantwoordelijk nog niet mag dragen, maar ook jouw gezag zal me een worst zijn vandaag. Ik doe die kousen niet aan.”

De strijdlustige blik waarmee ze me aankijkt spreekt boekdelen en ik weet dat we de kousenstrijd vandaag niet gaan winnen. Ik stel voor om de beensteunen van haar stoel horizontaal te zetten zodat haar benen niet afhangen en dat ze dan vandaag zonder kousen de dag doorbrengt op voorwaarde  dat ze zoveel mogelijk blijft zitten. Dat laatste klinkt haar als muziek in de oren, want bewegen is niet haar favoriete bezigheid. Uiteindelijk laat ik mijn gezag toch even gelden en zeg dat ik ervan uitga dat ze de volgende dag niet opnieuw de strijd aanbindt.
Voor dit moment ziet ze de winst en lichtelijk mokkend zegt ze; ”Nou ja voor wat hoort wat.”

zaterdag, februari 02, 2013

Vacuüm van hoop en vrees

Het is voorjaar van het jaar 1977. In de neurologische kliniek wordt je komst aangekondigd.
Jonge man motorongeval, ernstig hersenletsel. We brengen alles wat nodig is voor je in gereedheid.
Puntgaaf zie je er uit, geen breuken, geen wonden. Alleen aan de binnenkant van je schedel is het een puinhoop.
Weken zorgen we voor je, noteren alles wat er maar te noteren valt aan reacties, hoe gering ook.
Wat we zien en de scores die we daarvan bijhouden baren grote zorgen.
Komt het ooit nog goed met je, dat antwoord moeten we aan je verloofde en je ouders voorlopig schuldig blijven.
We vangen hen zo goed mogelijk op. Het verdriet en de zorgen zijn groot.
Je verloofde vertelt dat jullie op de dag van het ongeluk net de laatste afspraken hadden gemaakt voor jullie voorgenomen huwelijk.
Was je er met je hoofd niet bij toen je die bocht, waar je elke dag langskwam, verkeerd nam?
Na drie weken adviseert de zaalarts je verloofde het huwelijk voorlopig af te blazen.
Diep in ons hart vermoeden wij dan al dat het voor altijd zal zijn.
De uitslagen van het hersenonderzoek zijn zo slecht dat van een normaal leven mogelijk geen sprake meer kan zijn. Maar om te kunnen zeggen hoe groot de schade echt is zal er nog veel tijd verstrijken en moeten diverse onderzoeken herhaald worden.
Na 12 weken word je overgeplaatst naar een verpleeghuis waar je mogelijk de rest van je leven als een kasplantje zult voortleven.
Je verloofde reist met je mee in de ambulance, een heel andere rit dan die jullie je een paar maanden geleden hadden voorgesteld.

zaterdag, januari 26, 2013

Uitvinding

In 1967 begon ik mijn loopbaan in de verpleging en tot 2003, in mijn laatste baan als zorgmanager in een verzorgingshuis, heb ik uitvindingen voorbij zien komen.
Zo waren in 1967 alle spuiten van glas en gingen na gebruik naar de sterilisatieafdeling. Het laat zich raden hoeveel werk het was om die dingen eerst huishoudelijk schoon te maken voor ze naar de autoclaaf konden.
Maagsondes en blaaskatheters waren van rood rubber en gingen dezelfde weg.
Infuusnaalden waren dikke poken en de vloeistof die werd toegediend zat in glazen flessen met een rubber dop die je moest desinfecteren voor de naald kon worden ingeprikt. Het infuussysteem was wel van plastic en voor eenmalig gebruik bedoeld.
Tegenwoordig is bijna alles van wegwerpmateriaal gemaakt. Ik heb het zien komen en het gemak ervan mogen ervaren.
Verbandartikelen werden steeds beter en vooral de pleisters, gebruiksvriendelijker.
De steriele trommel waarin de gazen waren opgeborgen en die met een zogenaamde korentang tevoorschijn werden gehaald verdween geleidelijk aan omdat de gazen apart werden verpakt.
Voor de steriliteit was dit een enorme vooruitgang.
Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar ik heb in mijn opleidingsziekenhuis de eerste monitor zien komen. De cardioloog was er apetrots op.
Als je een heup brak lag je weken in een onmogelijke houding in een kleefpleisterrekverband en kon je op doorligwonden wachten. Tegenwoordig krijg je zelfs op hoge leeftijd een kunstheup en ben je na een kort revalidatieprogramma snel weer thuis, dat je het daar dan in je eentje moet zien te redden is van ondergeschikt belang. Niet alle verandering is verbetering…
Er verschenen tilliften, hoog/laagbedden enz. eerst nog met hand en voetbediening maar ook dat is inmiddels achterhaald. Alles gaat elektrisch.
Het looprekje werd vervangen door een driehoekig geval op wieltjes wat weer de voorganger van de rollator was. De eerste rollator die ik binnen de muren van het verzorgingshuis zag verschijnen was groen van kleur en kostte 1.100 gulden. Een bedrag dat destijds door de ziektekostenverzekering en later door de gemeente werd betaald. Inmiddels kun je dit hulpmiddel zelfs bij de Gamma aanschaffen en zijn de prijzen fors gedaald.
Technische uitvindingen zijn de zorg ten goede gekomen. Of je dat van marktwerking en concurrentie ook kunt zeggen is de vraag.

donderdag, januari 24, 2013

Ruzie

Razend was ze op de collega, die haar onheus had bejegend.
De woordenwisseling was hoog opgelopen en in het heetst van de strijd had ze zich op haar hielen omgedraaid en was in tranen de spoelkeuken ingevlucht.
Daar probeerde ze tot rust te komen en de situatie te overzien. Ze maakte meteen van de nood een deugd en begon de waskommen en po’s te soppen. Ze kon niet nalaten met de metalen bakken flink wat herrie te maken. Ze smeet ze met een smak op het aanrecht en rammelde extra hard met de podeksels. Iedereen buiten op de gang moest horen hoe boos ze was. En als iemand zou wagen de spoelkeuken te betreden kon hij een deksel naar zijn hoofd krijgen.  Ze kreeg het warm boven het hete sop en opende het raam dat op een binnentuintje uitkwam. Frisse lucht stroomde de keuken binnen en het leek haar wel te kalmeren. Haar woede nam af evenals het lawaai dat ze maakte.
Toen de spoelkeuken er blinkend uitzag en er echt niets meer viel schoon te maken besloot ze de afdeling weer op te gaan. Terwijl ze de deur wilde sluiten waaide deze uit haar handen en viel met een klap dicht. Ze kon nog net het rinkelende glas ontwijken en kwam met de schrik vrij.
Het volgende moment stond de hoofdzuster voor haar neus. “Meekomen nu.”
Als een lammetje liep ze mee naar het kantoor waar ze alle overredingskracht nodig had om uit te leggen dat de woede was gezakt en dat het dichtslaan van de deur daar geen deel van uitmaakte. 

dinsdag, mei 01, 2012

Idealen

Mevrouw Poelstra wandelt binnen voor haar dagelijkse praatje.
“Dag zuster zit je lekker in je kantoortje?”
“Bijna elke dag toch?”
“Ja, dat weet ik wel, ik kom hier wel vaker.”
“Gaat het goed met u mevrouw Poelstra?”
“Nee, ik ben ontevreden. Vanmorgen werd ik geholpen door een zuster en die gaf me een grote mond. Ik laat me niet de les lezen door zo’n leidster wat denkt ze wel. Ik ga straks naar mijn moeder, die woont in Purmerend, dan zal ik zeggen dat ik wil verhuizen. Dat zal ze wel niet goed vinden, maar ik doe het toch. Trouwens ik vind dat mijn moeder onderhand ook naar een verzorgingshuis moet. Dat wil ze niet, maar ze is er wel aan toe.”
“Waar woont u nu mevrouw Poelstra?”
“Hier op de gang dat weet je toch zuster.”
“Jawel, maar wat is dit voor een gebouw?”
“Een verzorgingshuis toch?”
“Ja, precies en als u in een dergelijk huis woont, zou het dan kunnen dat uw moeder daar ook gaat wonen?”
“Ja, hoor want ik kwam hier al wonen toen ik 51 was”
“Dat is wel jong mevrouw Poelstra.”
“Ja, maar toen kon dat nog.”
“En hoe oud bent u nu als ik vragen mag?”
“Ze hebben me ingeschat op 91 en mijn moeder leeft nog, ze vertellen me allemaal dat dat niet kan als ik zeg dat ik 91 jaar ben. Ik word een dagje ouder merk ik, soms weet ik het allemaal niet zo goed meer. Dat ga jij ook nog wel krijgen. Maar kom ik ga verder. Ik moet naar Purmerend, naar mijn moeder, ik ga zeggen dat ik wil verhuizen dat vindt ze natuurlijk niet goed, maar ik wil het toch. Dag zuster leuk je weer eens te hebben gesproken.”
“Dag mevrouw Poelstra, het beste met uw moeder.”

vrijdag, oktober 14, 2011

Ga rustig zitten

De aanstaande vader ijsbeert heen en weer.
Zijn vrouw heeft flinke weeën en staat dapper haar mannetje.
Dat kun je van hem niet zeggen, hij weet zich met de situatie geen raad.
Rondjes lopend in de verloskamer werkt hij de verloskundige enigszins op de zenuwen.
Ze probeert de man aan het hoofdeind van het bed te krijgen, waar vrouwlief de zweetdruppels op het voorhoofd heeft staan. Hij zwabbert ongericht met de natte washand die hij in zijn handen krijgt gedrukt en na wat lauwe halen probeert hij voorzichtig de deur van de verloskamer te bereiken.
Ik onderschep hem en zeg dat zijn vrouw hem toch echt nodig heeft, hij kan haar niet alleen laten onder deze omstandigheden. Ik zeg: “Ga rustig bij uw vrouw zitten, u hoeft niet mee te kijken als u dat niet durft, maar weggaan, nee, dat kunt u haar niet aandoen.”
Met een bleek gezicht en een grote zucht neemt de kraamvader weer plaats naast zijn vrouw, die van hem niet echt steun kan verwachten. Bij de volgende perswee wordt het hem te machtig en is er van rustig zitten geen sprake meer. Langzaam glijdt hij van de stoel op de grond waar hij stil blijft liggen.
Ik druk op de noodknop voor assistentie want de baby besluit op dat moment het levenslicht te aanschouwen.
Terwijl de vader bij zijn positieven wordt gebracht krijst zijn zoon de hele verloskamer bij elkaar.

maandag, april 04, 2011

Ieder vervoert zijn eigen doden

Ik ben werkzaam geweest als zorgmanager in een verzorgingshuis en tekende daar de volgende anekdote op.
De grafdelver van de gemeente stapt mijn kantoor binnen en zegt:

“Ik ben bezig met het graf van meneer van E. Het is daar in de hoek aan de krappe kant, kan ik even de maat van zijn kist nemen, ik kan niet maken dat hij straks ruimte tekort komt.”
Samen gaan we naar de koelruimte waar meneer van E. in zijn kist op zijn uitvaart ligt te wachten.
De grafdelver trekt zijn duimstok en neemt vakkundig de maat terwijl hij mompelt: ”10 centimeter meer moet toch kunnen.”
Vervolgens tast hij onder het gedrapeerde satijn en zegt: “O jé, koperen hengsels, toch maar 20 centimeter extra graven. Ja hoor dat red ik.”
Opgewekt vertrekt hij weer naar zijn klus op de begraafplaats.
Meneer van E. wordt die week op “gepaste” wijze ter aarde besteld.

woensdag, maart 30, 2011

Doodzonde

Nadat ik in een provinciaal ziekenhuis mijn opleiding tot verpleegkundige heb voltooid, ga ik werken in een academisch ziekenhuis. Ik begin mijn carrière in één van de klinieken op de klassenafdeling.
De werkkamer van professor K. bevindt zich op dezelfde verdieping. De hoofdzuster en mijn collega’s spreken met ontzag over deze man. Nou ben ik, vanuit het vorige ziekenhuis, wel gewend dat de heren specialisten met de nodige egards behandeld worden maar ik begrijp dat een professor nog meer eer verdient.

Op een dag vraagt de hoofdzuster mij of ik de hooggeleerde man zijn soep voor de lunch wil brengen. Een handeling die zij meestal zelf verricht.
Oef, ik moet dus die knappe kop onder ogen komen. Hij staat vast op een sokkel midden in zijn kamer. Op mijn kloppen nodigt een rustige stem mij binnen. Achter een gigantisch houten bureau zit een man met een vriendelijk gezicht en ik ben verbaasd dat hij er blijk van geeft mij niet te kennen.  Ik stel mij voor en beantwoord de vragen die hij stelt. Professor wil weten waar ik vandaan kom en in welk ziekenhuis ik heb gewerkt. En hij vertelt op zijn beurt welke specialisten hij daar kent. Kortom we hebben een aardig gesprek.
Waar ik de moed vandaan haal weet ik niet maar ik vraag of professor K. straks de lege kom in de afdelingskeuken wil zetten.

In die keuken tref ik de hoofdzuster en mijn collega’s eveneens aan de soep. Na enige tijd verschijnt de professor en zegt dat de nieuwe zuster hem heeft gevraagd de lege kom terug te brengen.
De hoofdzuster stikt bijna in de hap die ze net heeft genomen en mijn collega’s tonen enige verwarring. Ik begrijp dat ik een doodzonde heb begaan.
Tot ieders verbazing vraagt de prof of wij altijd op dat tijdstip een soepje nemen en als blijkt dat dit inderdaad het geval is, vraagt hij toestemming voortaan zijn soep samen met ons te nuttigen.
Het lijkt hem veel gezelliger.
Een dergelijk verzoek kun je niet weigeren dus vanaf die dag is de professor, als hij in de kliniek is, tijdens de lunchpauze in de afdelingskeuken te vinden. Hij geniet van de soep en een praatje met ons. Aardige man professor K.

woensdag, maart 23, 2011

Ik begrijp niet wat je zegt

Ze zat voor het bureau van de huisarts.
Stokdoof en licht dement.
Hij legde haar op luide toon uit wat de bedoeling van de medicijnen was.
Ik vroeg haar: “Kunt u verstaan wat de dokter u vertelt?”
Haar antwoord was: “Ik versta het wel maar begrijp het niet.”

maandag, maart 07, 2011

Sonnet

Mevrouw V. met haar frêle lijfje heeft de zoveelste wervelverzakking doorstaan.
De orthopeed hijst haar in een onmogelijk korset en snijdt daarmee de weg naar zelfstandig wonen in haar kamer voorlopig af.
Mevrouw V. belandt op de ziekenafdeling van het verzorgingshuis. De pijnstillers die ze krijgt helpen niet voldoende en er wordt naar een zwaarder middel gegrepen. Morfinepleister lijkt de oplossing, maar voor haar zwakke gestel blijkt dat al snel teveel van het goede. Ze wordt nog vrolijker dan ze van zichzelf al is en op een dag maakt ze melding van een poes die bij haar bed zit.
Ik vraag mevrouw: “Zag u die poes zonet?” Haar antwoord is verrassend…”Oh heet ie Sonnet, wat een leuke naam voor een poes. Het is een mooi beest.”
Ik doe geen poging de dwaling van haar geest te verwijderen want ze vindt het aangenaam gezelschap. Wel vraag ik de huisarts de dosering van de medicijnen aan te passen. 
Mocht ik ooit een poes aanschaffen dan weet ik nu al de naam van het beest.