In verzorgingshuis "Oosterhout" heeft een leerling verzorgende mevrouw Koster haar wasbeurt
gegeven en maakt aanstalten om haar de elastische kousen aan te trekken. Mevrouw is
vandaag in een dwarse bui en onder het motto dat het veel te warm is voor die
ondingen, staakt ze elke medewerking. De leerling doet haar best om haar op
andere gedachten te brengen, maar dat mislukt. Ze vraagt mij om hulp en ik
start een bemiddelingspoging.
“Mevrouw Koster u weet toch dat dokter de Vries u dringend
heeft geadviseerd elastische kousen te dragen.”
“Dokter de Vries kan me wat met zijn elastische kousen. Hij
heeft geen idee hoe die dingen knellen om je benen. Met dit warme weer is dat
geen doen.”
“Maar u weet toch welk risico u loopt als u ze niet draagt.
Over een dag of drie kunt u geen schoenen meer aan omdat uw voeten helemaal
zijn opgezet. Er is maar een klein stootje nodig om uw huid te beschadigen en
dan is Leiden helemaal in last want voor zo’n wondje dan weer dicht is bent u
weken verder en zit u al die tijd aan uw stoel gekluisterd.”
“Gut, gut, dat je nog niet zegt dat het voor mijn eigen
bestwil is. Met die opmerking staan jullie voortdurend klaar. Ik bepaal mijn
bestwil zelf wel, daar heb ik jou en je collega’s niet voor nodig.
Ik snap wel dat jij dat arme kind hier te hulp moet komen
omdat ze de verantwoordelijk nog niet mag dragen, maar ook jouw gezag zal me
een worst zijn vandaag. Ik doe die kousen niet aan.”
De strijdlustige blik waarmee ze me aankijkt spreekt
boekdelen en ik weet dat we de kousenstrijd vandaag niet gaan winnen. Ik stel
voor om de beensteunen van haar stoel horizontaal te zetten zodat haar benen
niet afhangen en dat ze dan vandaag zonder kousen de dag doorbrengt op
voorwaarde dat ze zoveel mogelijk blijft
zitten. Dat laatste klinkt haar als muziek in de oren, want bewegen is niet
haar favoriete bezigheid. Uiteindelijk laat ik mijn gezag toch even gelden en
zeg dat ik ervan uitga dat ze de volgende dag niet opnieuw de strijd aanbindt.
Voor dit moment ziet ze de winst en lichtelijk mokkend zegt
ze; ”Nou ja voor wat hoort wat.”
Heel diplomatiek van jou. ;o)
BeantwoordenVerwijderenDank je wel. Je was er alweer vroeg bij zie ik. Ik heb net nog een beetje geschaafd aan de inleidende zin.
VerwijderenKnap het zo duidelijk beschrijven vaan een voorval.
BeantwoordenVerwijderenZulke dingen zoals je beschrijft vind ik altijd heel lastig. Waar is iemand nou het beste mee af hè?
Maar ik vind dat je een mooie schikking maakte.
Mooi verhaal, verrassende ontknoping.
BeantwoordenVerwijderen