'Hallo, ik ben Serpentina Infectiosa, vooraanstaand lid uit de familie van het griepvirus. Ik heb de supervisie over de slijmsectie en ben gespecialiseerd in het vullen van neus en bijholtes. Ook de bronchiën en longen worden door mij graag van dat goedje voorzien. Ik kom kijken hoe het met je gaat sinds ik de aanval op je heb geopend. Dat je hier zo zielig ligt te zijn, heb je geheel aan jezelf te danken. Je hebt je namelijk met mijn planning bemoeid en daar heb ik een pesthekel aan. Zeggen dat je verkoudheid wel met een sisser zal aflopen, neem ik je niet in dank af. Wie Serpentina niet serieus wenst te nemen, verdient straf. Je wilt niet met me praten. Kinderachtig, maar ik begrijp het wel.
Praten wekt een hoestprikkel op die bij jou uit je grote tenen lijkt te komen en die zich vervolgens schurend een weg baant naar je luchtpijp om in je rauwe keel te eindigen. Zo te zien een benauwde ervaring. Over de spierpijn die het veroorzaakt zullen we het maar niet hebben. Ik wil niet in alle wonden zout strooien.
Hoe vind je het carnaval onder je schedeldak? Dat is het werk van neef Bonne Sinusitis, hij is verantwoordelijk voor de akoestiek. Hij zorgt ook voor de sterretjes en gekleurde ballen tijdens een hoestbui. Mijn neef is de Armin van Buuren in onze familie. Hij verstaat zijn vak. Zo te zien aan de rommel op je nachtkastje heb je alles uit de kast getrokken. Glaasje koud drinken, stripje paracetamol, papieren zakdoekjes, een neusspray waar je niets aan hebt, want voor dit merk is Bonne ongevoelig, hij wordt er niet koud of warm van. Die hoestsiroop doet wel iets aan het vastzittend slijm, maar hoesten zal je. Nou, ik heb genoeg gezien en ben wel tevreden met wat ik heb aangericht. Beterschap, hè. Oh ja, er is tegen mijn vileine streken maar één remedie. Uitzieken.’

voor de gelegenheid geschikte reclame
uit de oude doos
Dit is een schrijven uit 2014, momenteel voor mij actueel. Ik duik zo meteen weer onder het dekbed.