In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

Posts tonen met het label deels fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label deels fictie. Alle posts tonen

donderdag, maart 05, 2026

Serpentina Infectiosa (slot)

Met achterlating van enig gebrek aan conditie, heeft Serpentina eindelijk haar koffer gepakt. Op weg naar de voordeur zei ze vals grijnzend: ‘Mijn klus is geklaard. Die gebrekkige conditie los je zelf maar op. Maak ’s morgens weer werk van je oefeningen. Stap op de fiets of maak een flinke wandeling.
Frisse lucht zal je goed doen. Succes ermee.’

Alleen neef Bonne snuffelt nog rond. Op zoek naar schroefjes die verloren zijn gegaan bij het afbreken van de geluisapparatuur. Ik hoop dat hij ze snel vindt. Ik ben wel klaar met ziek en zeer.  Allemaal reuze bedankt voor jullie meeleven en steun. Daar kikkert een mens ook van op.


foto ferrara
klik aan voor vergroten

vrijdag, februari 27, 2026

Serpentina Infectiosa (vervolg)

 ‘Hallo, daar ben ik weer even. Ik heb je nu bijna een week in mijn greep.
Heb je gemerkt dat ik sinds gisteren de teugels wat heb laten vieren? Ja, ja, ik weet het. Je hoofd zit nog vol snot en je bronchiën zijn ook nog niet schoon, maar dat hele zieke gevoel is toch wat minder? Ik heb neef Bonne namelijk opdracht gegeven de carnavalsattracties langzaam af te breken. Of het niet wat sneller kan? Dacht het niet …
Ik ga voorzichtig met je om zodat je flink kunt uitzieken. Ik verdenk jou er namelijk van dat je te snel je bezigheden weer oppakt dus hou ik je nog een poosje onder mijn hoede. Je bent niet blij met me? Ach, wat naar nou dat ik daar niet koud of warm van word.
Oh, jij hebt wel last van temperatuurswisselingen? Dan weer koud en dan weer warm. Geen zorgen dat hoort erbij, gaat heus over. Hoewel, ik heb je een virus op je dak gestuurd dat er de tijd voor neemt. Wat zeg je? Had je vroeger een huisarts die bij dergelijke kwaaltjes zei: ‘Het duurt een week of zeven dagen’. Wat een grapjas, zeker eentje van de oude stempel.
Nou ja we gaan het zien, de week is nog niet om. Ik ga er weer vandoor.
Het is een druk seizoen.’

zondag, februari 22, 2026

Serpentina Infectiosa

'Hallo, ik ben Serpentina Infectiosa, vooraanstaand lid uit de familie van het griepvirus. Ik heb de supervisie over de slijmsectie en ben gespecialiseerd in het vullen van neus en bijholtes. Ook de bronchiën en longen worden door mij graag van dat goedje voorzien. Ik kom kijken hoe het met je gaat sinds ik de aanval op je heb geopend. Dat je hier zo zielig ligt te zijn, heb je geheel aan jezelf te danken. Je hebt je namelijk met mijn planning bemoeid en daar heb ik een pesthekel aan. Zeggen dat je verkoudheid wel met een sisser zal aflopen, neem ik je niet in dank af. Wie Serpentina niet serieus wenst te nemen, verdient straf. Je wilt niet met me praten. Kinderachtig, maar ik begrijp het wel.
Praten wekt een hoestprikkel op die bij jou uit je grote tenen lijkt te komen en die zich vervolgens schurend een weg baant naar je luchtpijp om in je rauwe keel te eindigen. Zo te zien een benauwde ervaring. Over de spierpijn die het veroorzaakt zullen we het maar niet hebben. Ik wil niet in alle wonden zout strooien.
Hoe vind je het carnaval onder je schedeldak?  Dat is het werk van neef Bonne Sinusitis, hij is verantwoordelijk voor de akoestiek. Hij zorgt ook voor de sterretjes en gekleurde ballen tijdens een hoestbui. Mijn neef is de Armin van Buuren in onze familie. Hij verstaat zijn vak. Zo te zien aan de rommel op je nachtkastje heb je alles uit de kast getrokken. Glaasje koud drinken, stripje paracetamol, papieren zakdoekjes, een neusspray waar je niets aan hebt, want voor dit merk is Bonne ongevoelig, hij wordt er niet koud of warm van. Die hoestsiroop doet wel iets aan het vastzittend slijm, maar hoesten zal je. Nou, ik heb genoeg gezien en ben wel tevreden met wat ik heb aangericht. Beterschap, hè. Oh ja, er is tegen mijn vileine streken maar één remedie. Uitzieken.’


voor de gelegenheid geschikte reclame
uit de oude doos

Dit is een schrijven uit 2014, momenteel voor mij actueel. Ik duik zo meteen weer onder het dekbed.

woensdag, december 06, 2023

Opwarming

Eind jaren 50 van de vorige eeuw wordt in de bodem onder de provincie Groningen een gigantische gasbel gevonden. In de jaren 60 gaat heel Nederland op de schop om ieder huishouden en elk bedrijf van gasleidingen te voorzien. Door de vondst wordt ook de jonge, kersvers gehuwde Harry opgestuwd in de vaart der volkeren. Met het aardgas stroomt de vooruitgang in Harry's huis en leven binnen. De kruik die zijn bed voorverwarmt en de dikke sokken die hij aan zijn koude voeten schuift raken geleidelijk aan in onbruik. Hij laat zich het gemak niet vergallen door een rapport dat al in een vroeg stadium waarschuwt voor bodemdaling en mogelijke aardbevingen.
Het geschrift verdwijnt in een hele diepe la.
Op verjaardagen steken zijn zusters elkaar de ogen uit met hun snoeverij over de Jaarsma gashaard. Ook bij Harry is de zwarte kolenkachel met zijn gezellige rondingen vervangen door een vierkante doos in twee saaie kleuren grijs. Het stemt hem tevreden dat hij de voorraad gasbussen niet meer op peil hoeft te houden. Het aardgas uit Groningen stroomt voortaan gewoon uit de muur naar het tweepitsgastoestel. Hij moet alleen zijn nostalgische vrouw Hermien nog zover zien te krijgen dat ze het petroleumstel de deur uitdoet.
Ze heeft in de Libelle gelezen dat je het als versiering in de vensterbank kunt zetten. 'Sommigen zetten er zelfs een plant op', zegt Hermien. Met moeite voorkomt hij dat ze de vieze kolenkit grondig uitsopt om er een paraplubak van te maken. De houten kolenbak in de schuur heeft hij al afgebroken.
Dat de kolenhandelaar zijn bedrijf verliest en moet omscholen ziet Harry als vooruitgang. Met het aanleggen van de gasleidingen is er werk genoeg te vinden. 'Wat let de man om gasfitter te worden.' Harry ligt er ook niet wakker van dat door de sluiting van de mijnen veel Limburgers zonder werk komen te zitten. Harry en Hermien kunnen zelfs wat later opstaan, want met één draai aan de knop is de woonkamer snel verwarmd. Harry raakt zo snel aan de luxe gewend dat hij maar al te graag vergeet dat deze mensen zich stoflongen hebben gegraven om zijn tochtige huis met enkele beglazing te verwarmen. Ondanks de Club van Rome, die in 1968 al begint te waarschuwen over de uitholling van Moeder Aarde, vindt elke nieuwe uitvinding in het huishouden van Harry en Hermien zijn weg. De voorraadkast staat vol met plastic flessen. Ze gebruiken elk hun eigen tandpasta en shampoo. En bij een schappelijke deal van de garage ruilt Harry zijn auto graag om voor een groter exemplaar. Het kan niet op.
Als ze zestig jaar na de vondst van de aardgasbel op hoge leeftijd eindigen met dubbele beglazing in de sponningen, zestien zonnepanelen op het dak en een elektrische auto voor de deur zijn ze meer dan tevreden dat ze zo milieubewust zijn. Hopelijk is het niet te laat nadat ze jarenlang hebben meegewerkt om Moeder Aarde naar de Filistijnen te helpen.

Nu zij, na ruim 60 jaar uitholling en verstikking, krachtig aan haar stutten trekt worden de gebruikers wakker. Wie niet horen wil en waarschuwende rapporten verdoezelt moet maar voelen. Letterlijk en figuurlijk werpt zij haar verspillers terug naar vroeger tijden.
Ze dwingt ze gas terug te nemen. De kraan moet dicht. Ook Harry en Hermien doen hun best energie uit andere bronnen te halen. Ze trekken sneller een dikke trui aan, doen 's avonds de gordijnen weer dicht en zetten de verwarming wat vroeger een standje lager. De warme kruik en de dikke sokken van destijds hebben plaats gemaakt voor een elektrisch dekentje dat aan het voeteneind van hun bed voor een warm welkom zorgt. 

De schrijfveer van vandaag is : Hou het heel.
Hij valt mooi samen met de schrijfopdracht voor de schrijfcursus.
Schrijf over een omstandigheid die bepalend is geweest en die de vraag opwerpt hoe het verder zal gaan.

zondag, mei 14, 2023

Don Juan (slot)

De jaren verstrijken. Met Mieke heeft ze sporadisch contact, ze vergeten elkaars verjaardagen niet en met kerst gaat er een kaart over en weer met daarin het laatste nieuws. En dan valt er na 35 jaar een uitnodiging voor een reünie op de deurmat. Ze denkt meteen aan Maurits. De jongen waarmee ze een kortstondige kalverliefde beleefde. Je eerste vriendje vergeet je niet.
Hem zou ze nog wel eens terug willen zien.
Al is ze al lang niet meer dat naïeve, preutse kind van toen, toch stapt ze met enige spanning in haar lijf de feestzaal binnen. Daar staat hij in volle lengte met een brede grijns op zijn gezicht. Razend snel registreert ze dat hij nog steeds een leuke vent is. Meteen is er die klik, het voelt vertrouwd. Dit keer hoeft Marius niet subtiel te bewegen, ze omhelzen elkaar als oude vrienden en heffen het aangereikte glas op het weerzien.
Ze vertellen elkaar over hun carrières en de keuzes die ze hebben gemaakt, hun huwelijken en de inmiddels volwassen kinderen. Trots vertelt ze dat haar eerste kleinkind in aantocht is.

Wanneer haar oude hartsvriendin Mieke in de deuropening verschijnt, kan het feest niet meer stuk. Voor haar is, met deze twee belangrijke mensen uit haar jeugd, de reünie al meer dan geslaagd. Natuurlijk wordt er met een flink aantal oude bekenden langdurig bijgepraat, maar uiteindelijk staan ze samen aan het buffet een maaltijd op te scheppen en strijken met Mieke aan hetzelfde tafeltje neer. Heel even ziet ze de cafetaria weer voor zich. Fats Domino ontbreekt vandaag. Na afloop van de reünie omhelzen ze elkaar opnieuw.
Een fantastisch weerzien. Voor herhaling vatbaar, zeggen ze.
Daar blijft het bij. Gelukkig heeft ze de foto’s nog.

Om misverstanden te voorkomen. Het kleinkind is inmiddels 23 jaar.
Met Mieke is er nog steeds contact zoals boven beschreven.
Met Maurits zijn de banden niet meer aangehaald.

donderdag, mei 11, 2023

Don Juan (vervolg)

Na een rusteloze nacht vol Maurits rijdt ze de volgende dag, samen met Mieke, nerveus naar school. Ze durft niet te vertellen van haar verovering, laat staan dat ze om advies vraagt wat ze straks op het schoolplein moet doen en zeggen als haar verkering daar staat. Moet ze hem zoenen waar de hele school dan getuige van is? Ze ziet de jaloerse blikken al voor zich.
Misselijk van de zenuwen fietst ze het schoolplein op. Op het hoekje van de fietsenstalling staat Maurits. Hij zwaait naar haar en knipoogt. Ze bloost en geeft een verlegen grijns terug. De eerste hindernis is genomen. Opgelucht loopt ze met Mieke naar hun klaslokaal.

Vanaf die dag is ze regelmatig in gezelschap van Maurits. Ze zitten meestal tussen de klasgenoten in de cafetaria, waar Fats Domino uit de jukebox knalt. Soms zitten ze apart en smoezen, onder het wakend oog van de cafetariahouder, met hun hoofden dicht bij elkaar. Naïef laat ze Maurits niet verder komen dan een arm om haar schouder, hand in hand lopen en een beetje zoenen.
Hoe verliefd ze ook is na een aantal weken wordt de druk haar te groot, ze is te jong en nog niet aan een verbintenis toe ook al is dat met de leukste jongen van de school. Ze wil zich vrij met iedereen kunnen bewegen zonder gevoelens van verplichtingen naar één persoon. Wanneer Maurits ook nog eens aangeeft wel steviger te willen zoenen maakt ze met een bezwaard hart een einde aan de vrijage. Mieke krijgt gelijk, ze is een schijtebroek in de omgang met jongens. Maurits toont begrip en daar is ze maar wat blij mee. Er gaat een tijdje overheen voor zij weer een onbevangen houding vindt, maar uiteindelijk trekken ze als schoolvrienden met elkaar op. 

Als Maurits zijn diploma haalt en voor een vervolgstudie naar school in de naburige stad gaat, verdwijnt hij van haar dagelijkse radar.  Af en toe ziet ze hem nog op zijn bezorgfiets met rieten mand tijdens zijn zaterdagbaantje als bezorger bij de bakker in het dorp. Hij blijft een aardige vent, maar van verliefdheid is geen sprake meer. Wanneer ze zelf, met het diploma op zak het dorp verlaat om de opleiding tot verpleegkundige te volgen en verplicht in een zusterhuis gaat wonen, verdwijnt Maurits voor goed uit het zicht. 

Aanstaande zondag de slotaflevering.

zondag, mei 07, 2023

Don Juan (vervolg)

Maurits vertelt over zijn vorige woonplaats.
De drukke straten, de grote winkels, het huis waarin hij woonde met uitzicht op de tuin van de overburen en hoe hij moet wennen aan het weiland met koeien aan het eind van de straat waar hij nu woont.
Hoewel het eerste industrieterrein een feit is, wordt het dorp nog omringd door weilanden. Het enige vertier voor de jeugd zijn de sportverenigingen en de plaatselijke cafetaria inclusief jukebox. Voor een jongen uit een middelgrote stad is het een saaie bedoening.

Veel te snel stoppen ze bij het tuinhek van haar huis. Mieke was vast nog kilometers met hem omgefietst, maar in haar komt dat niet op.
Ze stappen af en dan pakt Maurits haar stuur vast, hij kijkt haar aan en vraagt of ze verkering met hem wil. Ze bloost tot in haar nek. De knul die er zo heel anders uitziet dan haar mannelijke klasgenoten in hun ouderwetse gebreide truien. Maurits in zijn moderne geblokte blouses en spijkerbroek wil verkering met haar. Het is te mooi om waar te zijn. Schuchter zegt ze dat het goed is.
Hij drukt een zoen om haar wang en stapt op zijn fiets. Op de hoek van de straat zwaait hij nog even en verdwijnt uit beeld. Meer is het niet, maar zij staat nog een tijd verdwaasd tegen het hek geleund. Ze heeft verkering, wie had dat gedacht.

Haar moeder blijkt niet thuis te zijn. Ze is er niet rouwig om. Die zou aan haar rode wangen en glazige kijkers meteen zien dat ze totaal in de war is en op de dagelijkse plagerijen van haar broer zit ze al helemaal niet te wachten. Onzeker als ze is besluit ze niemand deelgenoot te maken van haar prille geluk. Het huiswerk van die dag verhoogt haar, toch al povere schoolprestaties, niet.

zaterdag, maart 25, 2023

Sint Sebastiaan

Schuttersvereniging Sint Sebastiaan viert honderdste verjaardag

Van onze plaatselijke verslaggever

In ons dorp is gisteren de viering van het 100-jarig bestaan van de schutterij met een feestelijk toernooi afgesloten.  Op deze zonnige windstille dag, waardoor de feestvlaggen er wat slapjes bij hingen, waren vrijwel alle dorpsbewoners op het feestterrein verzameld om dit spektakel bij te wonen. De afsluitende feestelijkheden namen pas een aanvang na de officiële plechtigheid waarin de overleden schutters van het afgelopen jaar werden herdacht. Vooraf gegaan door het vlagvertoon vaandels op en vaandels neer, werd een minuut stilte in acht genomen.
Daarna heette de burgemeester alle aanwezigen van harte welkom.
De sponsoren werden in lovende woorden bedankt voor hun aandeel in het voortbestaan van de vereniging en ook de schuttersverenigingen en burgemeesters uit de buurdorpen kregen een warm onthaal.
Waar tijdens de toernooien sprake is van rivaliteit tussen diverse schutterijen, was dat deze middag geenszins aan de orde. Gebroederlijk stonden alle schutters naast elkaar om afscheid te nemen van koning Xander du Bois, onze keurslager en zij zagen hoe de nieuwe koning Franske van Bemel, eigenaar van bouwbedrijf ‘Beter Werk’, werd omhangen met blinkende versierselen. Vervolgens was er nog de prijsuitreiking voor de nummers twee en drie, respectievelijk Teus Kraaienhof en Maurice Maaskant, die hun schietvaardigheid ook hoog in het vaandel hebben staan.
Na al deze plichtplegingen kon het feest eindelijk losbarsten en de bierpompen worden geopend. Sommige schutters waren zo dorstig dat ze moeite hadden om het startschot tot feesten af te wachten, zij waren al naar de bierwagen afgezwaaid voor de laatste woorden werden gesproken.

Tot in de kleine uurtjes werd er in de feesttent gedronken en gedanst op de muziek van het onvolprezen orkest ‘De Holzhacker Buben’.
Schutterij Sint Sebastiaan kan terugkijken op een geslaagd feest.

Meer sportnieuws op de sportpagina van het Vierlands weekblad.


foto ferrara
klik aan voor vergroten

De opdracht was: schrijf een bericht alsof je een verslaggever van een plaatselijke krant bent. Ik gebruikte daarvoor een schuttersfeest dat we ooit tijdens een vakantie in Duitsland meemaakten.

zondag, januari 05, 2020

Klein leed en ander ongemak

Jaren geleden, om precies te zijn in 2010,  kocht ik het boekje Klein Leed en ander Ongemak. Geschreven door een medeschrijver op Column X, een schrijfsite waarop ik destijds actief was. Na lezing moest het boekje een plek krijgen in de boekenkast. Op de plank Gein en Ongein werd ruim baan gemaakt. Ik schreef er voor Column X onderstaand verhaal over. 
Het past goed in “Klinkklare Nonsens” de schrijfveer voor vandaag.

‘Hé jongens, een nieuwkomer, dat is lang geleden dat er hier werd aangevuld. Hallo, welkom hier. Mag ik me voorstellen, Neo-Turbo van Jan Kuitenbrouwer en naast mij staat De Dikke Van Dale Is Mijn Beste Vriend van Driek van Wissen, ooit dichter des Vaderlands. Hij leeft helaas niet meer. 
Ja, die Van Dale is hier goed vertegenwoordigd want naast Driek troont Leve De Dikke Van Dale van Kadé Bruin. 
Peter van Straaten met zijn serie Vader en Zoon staat hier ook maar die heeft een beetje status aparte vanwege de omvang van zijn boekjes. 
Met jouw formaat pas je goed in dit deel van de kast. Je ziet je komt hier in goed gezelschap. Maar vertel eens wie ben je en wie heeft je geschreven.
Klein Leed En Ander Ongemak, zeg je. En Nurks heeft je geschreven? Nooit van gehoord, klinkt een beetje, ja wat zal ik zeggen…nurks.
Heb je leuke verhalen in dat gele kaftje? Of is het echt allemaal leed en ongemak? Het leven van alle dag, komisch beschreven. Dat is goed, daar houden wij van op deze plank. Zie het leven vooral niet te moeilijk. 
Wat zeg je? Hebben je verhalen op schijfsites op internet gestaan. 
Hoor je dat Oneliners en Soundbites, dit is er één uit jouw wereld, ben je eindelijk niet meer zo alleen.
Als de tweeling Stof Genoeg en Spelen met Woorden van Wim Meyles nou een beetje opschuift dan kan Klein Leed met gemak naast jou komen staan.
En als hij ons nou elke avond een verhaaltje vertelt dan wordt het vast gezellig. Eindelijk weer eens leven in de brouwerij. 
Wat zeg je wil je beginnen met de recensies, omdat die zo goed zijn.
Nou dat bepalen wij zelf wel of wij iets goed vinden. We hebben immers allemaal verstand van taal. Begin nou maar gewoon bij het eerste verhaal. Zestig stukjes? Toe maar! Nou lui, zijn we zestig dagen onder de pannen, dat belooft wat.’

woensdag, juli 10, 2019

Treeske

Een zorgenkindje dit meeuwtje. Haar zus Tooske is in de directe nabijheid niet meer te vinden. De vliegkunst inmiddels machtig heeft zij haar leefgebied uitgebreid. Treeske lijkt, vanwege de lichte handicap aan haar linker pootje, een achterstand te hebben opgelopen. Dagelijks scharrelt ze door de wijk om aan de kost te komen.
Bij tijd en wijle wordt ze van bovenaf begeleid door Twan en/of Tosca, maar de ouderlijke zorg neemt met de dag af. Eten wordt er in elk geval niet meer aangevoerd en ze hebben de luidruchtige, aanvallende verdediging ook gestaakt.

De tijd is rijp dat Treeske voor zichzelf gaat zorgen, maar deze vogel krijgt de vliegbewegingen maar niet onder het meeuwenknietje. Vanmorgen zit ze wat te suffen op een bedje van bladeren. Af en toe staat ze op voor een rondje over het pleintje waarbij ze driftig tussen de tegels loopt te pikken. 
Als ze moe is zakt ze terug op haar rustplekje waar ze een poetsbeurt aan de veren begint. Hopelijk worden ze er stevig van zodat ook Treeske op de vleugels kan. Op de schoorsteen van de overbuurvrouw verschijnt Twan, luidkeels schettert hij zijn dochter van alles naar het kopje. Zij piept wat terug.
Ik stel me voor dat hij haar maant nu eindelijk eens haast te maken met de noodzakelijke vliegpogingen. En zij antwoordt dat het niet wil lukken.




Even later zie ik haar op haar slechte poot staan terwijl ze haar vleugels uitslaat. Het lijkt alsof ze evenwichtsoefeningen doet. Vanaf zijn superieure positie krijst Twan aanmoedigende kreten. Treeske spreidt dapper haar vleugels, klapwiekt als een wilde, maar komt geen centimeter van de grond. Het pleintje strekt zich als een flinke startbaan voor haar uit, maar ik vermoed dat ze met haar blessure niet voldoende kan afzetten. Blijkbaar kost de poging veel energie want ze nestelt zich andermaal op haar bedje voor een dutje. Twan houdt het voor gezien en gaat er vandoor.
Aangezien ik tijd genoeg heb besluit ik op mijn observatiepost te blijven, waar mijn geduld na enige tijd wordt beloond. Treeske waagt een nieuwe poging en waarachtig het lukt haar zo’n vijf meter laag te vliegen. Bij gebrek aan Twan slaak ik een enthousiaste kreet.  De vlucht eindigt met een landing op het midden van de straat. Bekaf zoekt de puber haar hangplek weer op en stopt haar kopje tussen de veren die niet willen meewerken.
Wat zou ze denken? ‘Pa gilt maar een eind weg. Voor vandaag einde oefening, morgen weer een dag.’


foto's ferrara

donderdag, juli 04, 2019

Treeske en Tooske

Vorige maand, om precies te zijn 10 juni, beloofde ik dat ik jullie op de hoogte zou houden over eventueel nieuws van de twee meeuwtjes die plotseling verdwenen waren. En kijk eens wie er gistermiddag een paar deuren verderop in het portiek zaten. De pubers Treeske en Tooske.
Blijkbaar hebben Twan en Tosca een maand geleden kans gezien hun dochters naar veiliger oorden te dirigeren om ze daar goed te verzorgen.
Vliegen kunnen ze nog niet goed, maar die twee scharrelen naar hartenlust rond.
Hoewel Treeske een beetje mank loopt, hindert haar dat totaal niet.
Je merkt aan de volwassen meeuwen waar hun kroost zich bevindt en ik kan jullie verzekeren dat de zusjes meeuw een behoorlijk stuk van de straat en de naaste omgeving hebben veroverd. Twan en Tosca volgen namelijk vanaf diverse schoorstenen in de buurt de omtrekkende bewegingen van hun kroost waarbij ze zich knap luidruchtig en naar de onwetende voorbijganger soms agressief gedragen.
Het kan gebeuren dat je een voortuin passeert waar de meisjes zich hebben verschanst. Dan vinden Twan en Tosca dat je te dichtbij hun oogappeltjes komt en voor je er erg in hebt zetten ze een duikvlucht in. Ik vermoed dat de buur met het besmeurde portiek niet echt blij is met het stel, die houdt voorlopig het straatje niet schoon.

foto ferrara

Voor wie de avonturen van Treeske en Tooske niet kent, maar wel weten hoe het zit met de meisjes. Lees dan hier, hier en hier

zondag, juni 09, 2019

Kom van dat dak af

Het eerste wat ik doe vanmorgen is kijken of Treeske en Tooske nog op de garageboxen zitten. Jawel hoor het grut scharrelt uitgebreid rond. 
Van Treeske’s blessure is niets meer te merken. Ik krijg sterk de indruk dat de meisjes het op dat grote dak prima naar de zin hebben. Ze kunnen heel wat meer meters maken dan op de vierkante meter op de schoorsteen. 
Blijkbaar ligt er ook voldoende eten want ik zie ze driftig pikken. Af en toe stoppen ze bij een plasje om water te nippen. Die twee redden zich best.

Helaas denken de ouders daar heel anders over. Wat een dom stel is dat. 
Ze sporen hun kroost voortdurend aan om richting dakrand te gaan en het lijkt wel of ze hun dochters aanzetten tot springen. Uiteindelijk strijken Twan en Tosca samen neer op de schoorsteen en vanaf die hoogte krijsen ze bevelen naar hun kroost dat op het uiterste puntje van het dak is gaan zitten. Ik zie dat Tosca wappert met haar vleugels. ‘Kijk, zo moet je dat doen.’ 
De arme kuikens kijken met open snaveltjes omhoog en weten niet wat te doen. Hun vleugeltjes zijn nog maar zielige vlerkjes, daar kom je niet ver mee en zeker niet hoog. Ook Twan bemoeit zich schetterend met de vlieglessen. Ik weet niet waarmee hij heeft gedreigd, maar Tooske waagt het erop. 
Ze spreidt haar vlerkjes en verdwijnt met grote snelheid achter de schuttingdeur van de overbuurvrouw. Ik weet dat ze op die plek tussen de hortensia’s valt, tenminste als ze niet op de stenen kabouter te pletter slaat. Treeske denkt wat mijn zuster kan, kan ik ook en zeilt af, maar belandt aan de verkeerde kant van de deur. Ze ligt dus weer, onbeschut, op het pleintje.
Twan en Tosca barsten nu helemaal los in oorverdovend lawaai en weten niet wie ze het eerst te hulp moeten komen. Sukkels zijn het, had die meiden toch lekker laten zitten, had ze gevoerd tot ze groot genoeg waren, maar nee ze moesten zonodig weer terug op het nest. Gelukkig ben ik niet de enige die heeft gezien wat er gebeurde.
Door een voorbijganger wordt Treeske opgepakt en op het dak van de garage gezet. Ik zie dat de blessure een opdonder heeft gehad, want ze loopt weer mank. Wat de man niet weet is dat Tooske in de border achter de deur ligt en ik besluit hem niet wijzer te maken. De buurvrouw is op lange ronde met haar hond, dus hij kan er nu toch niet bij. Zo ontkomt Tooske, op korte termijn, aan gevaarlijke vlieginstructies.

Aangezien Meneer F. en ik verplichtingen elders hebben kan ik de komende uren niet zien hoe het Treeske in haar uppie vergaat.
Als we eind van de middag thuiskomen is het opvallend rustig in de straat. Geen krijsende meeuwen meer te bekennen. De schoorsteen is leeg evenals het dak van de garages.
Navraag bij de buurvrouw leert me dat zij Tooske voor de keukendeur vindt als ze terugkomt van de wandeling met haar hond. Zonder pardon zet ze het meeuwenkuiken buiten de deur op het pleintje.
In de loop van de middag merkt ze dat het stil is geworden en dat de meeuwen, inclusief de kleintjes zijn verdwenen. Ze heeft geen idee wat er is gebeurd. Buurvrouw belooft dat als zij er nog iets over hoort mij op de hoogte zal brengen.

Zelf hoop ik dat Treeske nog een keer is gesprongen en naast haar zusje is beland, waarop iemand heeft gedacht dat het wel klaar was met die kleintjes en ze naar de vogelopvang heeft gebracht. Hopelijk zitten ze met Truuske in hetzelfde kooitje.

Het scharrige nest ligt er nog. Best kans dat Twan en Tosca hun plek weer innemen om aan een tweede leg te beginnen. Ze zijn er dom genoeg voor.

zaterdag, juni 08, 2019

De drie T's

Vaste lezeres Iris Papilio, fan van de drie J’s, doet het voorstel de meeuwtjes Treeske, Tooske en Truuske te noemen. Zij hoopt op een vervolgverhaal. Nou lieve lezers dat is er en hoe?
Er staat hier al uren een stormachtige wind en het drama dat ik had gevreesd, voltrekt zich. Treeske waait van de schoorsteen pardoes op de stoep. Tosca gilt moord en brand, maar dat helpt niet echt, behalve dat Twan er ook van in de stress schiet. Een alerte buurvrouw  brengt Treeske met enige moeite in veiligheid door haar op de rand van de aanpalende garage te zetten. Ook daar vangt het meeuwtje nogal wat wind, hoewel Treeske al redelijk stevig op de pootjes staat, waait ze af en toe om en rolt als een klein pluizeballetje over het dak. Maar ze is een taai vogeltje want telkens staat ze weer op en scharrelt naar de dakrand om tot de conclusie te komen dat de diepte onder haar niet tot springen noopt. 
Twan en Tosca hebben nu de poten meer dan vol, Truuske en Tooske op de schoorsteen en Treeske op de garage moeten wel van eten worden voorzien. 

Op internet speur ik wat de dierenambulance doet met uit het nest gevallen meeuwen. Niets dus, zolang de ouders in de buurt zijn. Als ik weer naar buiten kijk zie ik nog net hoe een mevrouw, die haar hondje uitlaat, Truuske van de stoep raapt en haar meeneemt naar huis.  Tot geluk van het kapsel van de redster ontgaat deze redding Twan en Tosca volledig omdat ze op zoek zijn naar voedsel. Die twee zijn namelijk niet mals als het om de verdediging van hun kroost gaat.

Het duurt niet lang voor ook Tooske op straat belandt. Tosca is er als de kippen bij om de laatste van haar drietal naar de stoep te dirigeren, waar Twan op dat moment de aanval op een argeloze voorbijganger inzet. 
Voor mij is dat het sein toch maar de dierenambulance te bellen, want je moet er niet aan denken dat hij zijn nagels in een kinderhoofdje zet.
Het antwoord is duidelijk. ‘We begrijpen uw zorg, maar als de ouders nog in de buurt zijn mogen wij niets doen. Die blijven heus naar hun kuikens omkijken.’ De vrijwilliger bedankt me voor mijn zorgen. Eerlijk gezegd gaan die nu meer uit naar de kinderen in de straat dan naar de meeuwenkuikens.

Ondertussen scharrelt Tooske onder het wakend oog van Tosca in de bladeren voor de garages. Twan doet pogingen Treeske naar de rand van het garagedak te manoeuvreren en waarachtig ze duikelt naar beneden. 
Het gezin is herenigd en huist, onbeschermd, op het pleintje. 
Tot de buurvrouw verschijnt die Treeske vanmorgen al redde, zij vindt het maar zielig en met gevaar voor haar krullen pakt ze de zusjes op en verdwijnt in de achtertuin van mijn overbuurvrouw.
In die tuin breekt de hel meteen los want Twan en Tosca pikken dit niet en zetten de aanval in. Mijn overbuurvrouw kennende, gaat het op haar beurt vast niet pikken dat haar tuin tijdelijk als opvang wordt gebruikt. 
Inmiddels geeft ook een jonge, boomlange buurman acte de présence en ik zie vanuit mijn uitkijkpost dat hij Treeske en Tooske in één beweging op het garagedak zet, waar de ouders zich onder luid gekrijs weer over hun dochters ontfermen.

Zus Truuske zit waarschijnlijk verweesd, droog en windvrij in de vogelopvang.




foto's ferrara

vrijdag, juni 07, 2019

Twan en Tosca

Wie de avonturen van de gezusters zandvlo Miet en Griet heeft gevolgd, weet dat ze bevriend zijn met Twan Zeemeeuw. https://ferrara-mietengriet.blogspot.com/
Twan was een vaste gast in de verhalen en als vrijgezel had hij alle tijd om de dames van hot naar her te vliegen. Maar sinds de zusters besloten langdurig onder zeil te gaan in hun zandkuil onder de vuurtoren van Egmond aan Zee, blijft Twan wat meer in de naburige stad rondhangen.
Tijdens een snaaimaaltijd op de stoep bij een patatkraam maakt hij kennis met Tosca. Terwijl ze elk aan een uiteinde van een Vlaams frietje staan te trekken, slaat de vonk over.
Aangezien Tosca last heeft van de roep van de natuur wil ze al snel gaan samenwonen. In een buitenwijk bouwen ze een scharrig nest op de, in onbruik geraakte, schoorsteen van mijn overbuurvrouw. Gedurende vier weken heb ik gedacht dat dit stel niet weet wat ze doet. Zij zit, hij komt en gaat. Soms vliegen ze samen een rondje boven de wijk. Op internet lees ik dat meeuwen zo’n vier weken zitten te broeden, blijkbaar weten ze beter dan ik waar ze mee bezig zijn.
Afgelopen week barst er in het begin van de nacht een stevig noodweer los.
Tijdens de aanhoudende bliksem is goed te zien hoe de arme Tosca ondanks hagelstenen en stromende regen op haar post blijft om haar kostbare bezit te beschermen. Twan heeft, weinig solidair, zijn heil elders gezocht. 
Het verbaast me want tegenover de gezusters Zandvlo heeft hij zich altijd zorgzaam opgesteld.

Vanmorgen neem ik mijn observatiepost in onze slaapkamer weer eens in en kijk er scharrelen drie grijze gespikkelde bolletjes op de schoorsteen. 
Om beurten houden Twan en Tosca de wacht over hun kroost, want een enkele keer is er een soortgenoot die niet al te zachtzinnig probeert de kuikens te benaderen. 
Ze zijn bij Twan en Tosca duidelijk aan het verkeerde adres, ze knokken de belagers fel en met een oorverdovend kabaal van hun schoorsteen. 
Dat laatste is minder te waarderen, maar de aanvallen zijn gelukkig van korte duur.

Hopelijk is Twan wel naar Egmond aan Zee gevlogen om de zusters Miet en Griet te vertellen dat ze oma zijn geworden van drie meeuwtjes.




foto's ferrara

donderdag, december 27, 2018

Pluvius

In de intercity naar Den Helder leunt een afgedankte paraplu van duistere afkomst tegen de halfvolle prullenbak. Het scherm is verschoten, maar aan de baleinen is nog geen sleetse plek te bekennen. Een passagier ziet hem staan en vindt na enige inspectie het geval goed genoeg om onder de arm te slaan. Hij kan niet veel anders want het draagriempje ontbreekt.
Zijn vrouw sputtert tegen. ‘Ted wat moeten we met nog meer paraplu’s? Onder de kapstok wemelt het van die dingen. Je kunt maar onder een tegelijk lopen en daarbij is dit een oud kreng, het ziet er niet uit.’
‘Emma, zoals gewoonlijk heb je gelijk, maar ik neem hem toch mee, al leg ik hem voor nood op de achterbank van de auto’
Eenmaal thuis achter de voordeur perst de man met enige moeite zijn vondst in een stevige tas die dienst doet als opvang voor paraplu’s. Zijn vrouw heeft gelijk, in die tas is het een drukte van belang. De ontvangst door de opeen gepropte soortgenoten heeft veel weg van een ijskoude stortbui.

‘He, sukkel kijk uit waar je je punt zet, je prikt mijn baleinen aan gort. 
Waar haal jij het lef vandaan hier onaangekondigd binnen te vallen?’ klinkt het van onderuit de tas.
‘Nou zeg, kan het ietsje minder Pietje Action. Niet zo gek dat je snel beschadigt. Ze verkopen bij Action nou eenmaal paraplu’s, die amper tegen een windstootje kunnen, laat staan een bak water.
En manieren ho maar, zo ontvang je toch geen nieuwkomer? Je kunt wel merken dat ik van goeden huize kom, ik weet hoe het hoort. Laat ik me voorstellen. Mevrouw Knirps is de naam, ik ben uit een gerenommeerd Zwitsers geslacht van paraplu’s. Klein, maar met een scherm dat er qua design zijn mag. Bruin met paarse bloemetjes. Met mij boven je hoofd ga je voor een chique uitstraling.’

 ‘Juist vanwege jouw ontwerp lig je voortdurend op de bodem en vang je geen buien meer af. Emma wil met zo’n tutgeval niet gezien worden. Het is dat je zo goed voor het permanentje van haar schoonmoeder hebt gezorgd, maar het liefst had ze je naar de kringloop gebracht.’

‘Zeg zwerver’, mengt een blauw gestreept scherm van aanzienlijke omvang, zich in de woordenwisseling. ‘Ik ben het voor een keer met Piet Action eens. Waar denk jij dat je mee bezig bent? Komt ongevraagd plek innemen, zo ruim is het hier niet.’

‘Ik ben Pluvius, kan ik het helpen dat jullie eigenaar me in de trein vond, waar ik voor oud vuil ben achtergelaten. Ik sta hier niet uit vrije wil. Jullie kunnen mij negeren en blijven mopperen, maar zolang het droog blijft zitten we met elkaar opgehokt.’

Een knaloranje gevaarte schiet in de lach. ‘Wat je zegt oud vuil, dat is goed te zien aan je vale scherm. Er zit geen kleur meer op. Als je denkt bij de volgend bui tot dienst te kunnen zijn, heb je het mis. Kieskeurige Emma gaat jou niet uit de tas tillen, ze houdt te veel van uiterlijk vertoon.’

‘Daar weet jij alles van’, komt Piet weer in actie. ‘Jij bent nooit meer buiten geweest sinds ze jou, na de reünie in haar geboortedorp, heeft binnengedragen. Sommige relatiegeschenken zijn het aanzien niet waard. Jij kunt hooguit dienst doen bij de kampioenschappen voetbal of op Koningsdag. We hebben je niet voor niets De Feestneus gedoopt.
Nee, dan maakt Mister Starwars met zijn kouwe kak meer kans. Je moet maar durven een nieuwkomer meteen voor zwerver uit te maken.
Hij denkt, op grond van zijn afkomst, intelligenter te zijn dan wij met z’n allen. Presentje voor Ted na een werkbezoek aan de sterrenwacht in Dwingeloo. Starwars denkt dat je onder zijn bescherming in hoger sferen loopt terwijl het hemelwater neervalt. Nou hij doet niets anders dan wij, de boel droog houden, niet meer en niet minder.’

‘Bij een ordinaire regenbui lukt dat inderdaad, maar met een beetje wind gaan jullie stuk voor stuk op tilt en waaien binnenste buiten. Dat kun je van mij niet zeggen.
Welkom meneer Pluvius, ik ben Frans Stormvast. Met mijn speciale model ben ik zeer geschikt bij stormachtig weer. Voor windkracht vier of meer draai ik mijn scherm niet om. Helaas kom ik weinig van de plek, dat is jammer want Ik heb al heel wat inferieure collega’s zien komen en nooit meer teruggezien. Verwaaid in een beetje wind.’

‘Laat ze allemaal maar kletsen, Pluvius. Tot je spreekt Joke Hema, klein van stuk maar oh zo stevig, kan tegen een stootje en past in elke rugzak. Als Ted en Emma weer eens op de benenwagen gaan mag ik altijd mee. Met jouw uiterlijk loop je kans op een plekje in de auto, altijd handig om ook daar bescherming in voorraad te hebben. In dit land is er altijd kans op neerslag.’

Dat ze dicht bij de waarheid zit ervaart Pluvius nog dezelfde avond. Emma en Ted maken zich op voor een wandeling naar het theater. Buiten sneeuwt het grote dikke vlokken. Ted trekt Pluvius tevoorschijn.
Emma protesteert. Ze wil onder bescherming van Mister Starwars de straat op, maar Ted bromt dat hem die te zwaar in de hand ligt. Grijnzend kijkt Pluvius naar zijn collega. Een omvangrijk scherm heeft ook zijn nadelen.
‘Doe je best, laat zien wat je waard bent’, roept Joke Hema.
Halverwege hun tocht lopen Emma en Ted dicht tegen elkaar romantisch onder Pluvius’ maagdelijke witte afdakje. Dat heeft hij toch maar mooi voor elkaar gebokst.

vrijdag, september 21, 2018

Leesbiografie

Naast me op het terras zitten twee dames van iets meer dan middelbare leeftijd in zomerse kledij van een glas wijn te genieten. De zonnige jurkjes tonen de bruingebakken huid die niet overal meer strak staat. 
Hun gesprek gaat over lezen en het onderwijs van tegenwoordig. 
‘Ik begrijp niet dat ze op de lagere school geen gebruik meer maken van de leesplank.’ zegt de oudste.
‘Bedoel je de plank met die suffe figuren als Gijs en Wim, die zijn toch niet meer van deze tijd?’
Terwijl de dames het leessysteem onder de loep nemen dwalen mijn gedachten af naar een ver verleden waarin ik met de bewuste leesplank leerde lezen. De woorden wei-de en scha-pen waren de enige die uit twee lettergrepen bestonden.
Het lesmateriaal bereidde me voor op de zoetsappige verhaaltjes van Pim en Mien. Twee brave kinderen, te lief om enig avontuur te beleven.

De versjes die mijn moeder voorlas uit het boek de Lapjeskat van Annie M.G. Schmidt waren heel wat spannender.
De bange ridder uit Vogelenzang vond ik doodeng maar de schrijver die in zijn tuin een vijver vol inkt had was een geruststellende man. Eerlijk gezegd zou ik zo’n vijver wel in mijn tuintje willen.
Nog leuker waren de verhalen die mijn moeder zelf bedacht. Sientje Slak en Simon Spin die een onmogelijke relatie hadden, waar Mientje Mier en Wouter Wesp schande van spraken staan me nog helder voor de geest.

Al mijmerend vraag ik me af of ik tijdens die warme en veilige momenten begon te dromen over het zelf schrijven van korte verhalen. De kans is groter dat dit op latere leeftijd tot rijping kwam toen ik de complete jeugdseries van Kluitmans en Witte Raven al lang vaarwel had gezegd en me zowel het lidmaatschap van de ECI als een abonnement op Libelle kon veroorloven.
De columns van Scheherazade, die van een klein gebeuren een grappig verhaal kon maken, boeiden me mateloos. Ik denk dat zij de kiem legde voor de hobby waar ik me al jaren mee bezighoud. 
Het schrijven van kleine verhaaltjes.

Ik denk terug aan de eerste schreden die ik op het schrijverspad zette als redactielid van een personeelsblad. In de rubriek Kattenpraat liet ik mijn huisdier maandelijks aan het woord. Het beest wist van niks maar ze beleefde smeuïge avonturen en schroomde niet mij af en toe in een kwaad daglicht te zetten. Ze had een vaste schare fans waar ik gepast trots op was.
Ik zou die avonturen nog eens moeten lezen en ze met de kennis van nu herschrijven. Misschien is het iets voor mijn blog.

Ik schrik op uit mijn gemijmer als de ober vraagt of ik nog iets wil drinken.
Inmiddels hebben de dames naast me een grote sprong in de tijd gemaakt en bomen over zoveel tinten grijs en het laatste boek van Heleen van Rooyen, een genre dat mij totaal niet boeit.
Na mijn tweede glaasje wijn stap ik op de fiets en rijd naar huis waar ik me achter de pc zet voor de huiswerkopdracht. 
‘Schrijf een zo mooi mogelijke leesbiografie en wat zou je willen schrijven.’

Bij deze.

foto ferrara

vrijdag, juni 17, 2016

Een vreemde muizikant

Op trektocht door Zweden belanden meneer F. en ik in Mariestad. De stad ligt aan het Vänermeer en staat die dag bol van rock en roll. Oldtimers rijden af en aan. Elvis look a likes, vrouwen met petticoats onder hun jurken, grote zonnebrillen op de neus. Het trekt allemaal voorbij. Het lijkt of we in Peyton Place lopen. Elk moment verwacht ik dokter Rossi tegen het lijf te lopen, maar die look a like blijkt niet van stal gehaald.
We gaan op zoek naar rustiger vertier en sluiten de deur van de Dom van Mariestad achter ons. In een weldadige rust bekijken we het
interieur, hier geen schetterende muziek en opzichtige kleding.
De preekstoel die uit hout is gesneden en in blauwe kleuren en goud is uitgevoerd trekt samen met het orgel de meeste aandacht. Het orgel werd in 1860 gebouwd en het pijpmateriaal en de orgelkas zijn nog aanwezig. In 2011 werd het instrument gerenoveerd en gemoderniseerd. Over registers, klavieren en pedalen zal ik niet uitweiden want ik heb van orgels absoluut geen verstand, dat geldt overigens voor elk muziekinstrument. Ik kan geen noot lezen, laat staan dat ik een instrument bespeel. Neemt niet weg dat ik wel graag naar muziek luister. 

Stiekem hoop ik dat de organist van deze Dom nog even moet oefenen voor de dienst van zondag, zodat we zittend in een kerkbank van zijn muziek kunnen genieten. 
Helaas blijft het stil in de kerk tot we in een bepaalde hoek een zacht orgelspel horen. 
We begrijpen er niets van want op het grote orgel na, is er in de kerk geen instrument te vinden. En dan zien we hem zitten hoog in een vensterbank, een grijze muis achter een piepklein orgel. Vol overgave bespeelt hij zijn instrumentje. De foto is het bewijs.


Zweden-Mariestad
foto ferrara

WE-300 Schrijf een fictief stuk in 300 woorden over het woord musiceren zonder het woord te gebruiken. Voor meer info: https://platoonline.wordpress.com/

donderdag, februari 11, 2016

Als ik in de spiegel kijk

‘Ah, goedemorgen Ferrara, wat zie jij er verhit uit.’

‘Vind je het gek? Ik kom uit de infrarood sauna, daarbinnen is het nogal warm. 
Nu eerst uitdampen voor ik kan douchen, vandaar dat ik er nog niet toonbaar uitzie, maar bedankt voor het inwrijven. Had je nog meer? Werk het dan meteen allemaal af, zijn we voor de rest van de dag klaar.’

‘Tjonge, wat een humeur, en ik maar denken dat jij na die sauna de dag zo lekker soepel begint. Je lijf misschien, maar aan je geest is het nog niet te merken. Zeker de pest in dat de visdraadjes op je kin zo snel groeien en dat je wenkbrauwen ook wel weer een beurtje kunnen gebruiken. Zonder je bril zie jij het niet zo goed, maar ik registreer het allemaal meedogenloos. 
Net als dat rode littekentje naast je neus. 
Had dat pukkeltje gewoon laten zitten, was het vanzelf ingedroogd en verdwenen, maar jij moest er zo nodig je vingertoppen opzetten. Dom, dom, dom. En daarna het chagerijn tegen mij uithangen. Wij spiegels hebben het ook niet makkelijk. Als je eens wist wat wij allemaal zien en als dank aan verwensingen naar ons hoofd krijgen. Eigenlijk krijgen wij altijd de schuld van alle onvolmaaktheden. Het is maar zelden dat we tevreden mensen zien. Te groot, te klein, te dik, te dun, kleur staat me niet …  Er mankeert altijd wel iets.’

‘Zeur niet, ik ga douchen, mijn lijf insmeren met bodylotion, haren föhnen, kin en wenkbrauwen bewerken, oogmake up op, leuke kleren aan en daarna zie ik je weer, kijken wat je dan hebt te melden.’

‘Hmmm, valt me niets tegen, nu je mondhoeken nog in de juiste stand en je bent klaar voor de confrontatie met de buitenwereld. Prettige dag. Oh ja, voor ik het vergeet, rechtsonder in mijn rand zitten een paar vlekken, ze storen me nogal, wil je die even wegpoetsen?’

‘Morgen is het vrijdag, dan ben jij aan de beurt, tot dan.’

donderdag, december 03, 2015

Schrijfcursus

De opdracht: schrijf een gedicht of een verhaal over het inpakken van een koffer.
Dit keer was de coach tevreden. 
Het advies de zin over de opgebolde parketvloer wat vloeiender te schrijven heb ik opgevolgd.

Inpakken en wegwezen


Al de hele week maalt die ene zin in mijn hoofd.
‘Ik ga op reis en neem mee.’
Verder kom ik niet met deze schrijfopdracht. Waar ik normaal gesproken mijn koffer (te) goed weet te vullen, krijg ik deze niet eens open.
Het kreng achtervolgt me iedere dag. In de trein op weg naar een museum. De rolkoffer van de buurman die op vakantie gaat, haalt me uit de slaap en mijn eigen koffer staart mij vanonder het bed zwijgend aan. ‘Ga weg’, sis ik. ‘Ik heb geen tijd voor je.’
Dit weekend ga ik uit en heb ik geen koffer nodig. Een weekendtas en mijn beautycase zijn voldoende. ’s Nachts in een hotelbed slaap ik onrustig.
Ik droom dat er een geluidswagen door onze straat rijdt. Uit de luidspreker klinkt een strenge stem die alle bewoners sommeert een koffer te pakken en over een half uur klaar te staan voor evacuatie. Er dreigt een grote overstroming.
Een half uur om een koffer te vullen, hoe groot mag hij zijn en hoe lang zijn we weg van huis en haard? Vragen waar geen antwoord op komt. Overstroming? Laarzen dus. Die kan ik beter meteen aan doen. Dikke, warme kleding van hetzelfde laken een pak. Haastig gooi ik flink wat ondergoed op de bodem. Elke dag een verschoning daar ben ik tenslotte mee opgevoed. 
Een extra trui en lange broek. Voor echtgenoot verricht ik dezelfde handelingen.
Toiletspullen spreekt voor zich. Elektrische tandenborstel? Maar niet, stel je voor dat ze ons in een grote tent onderbrengen, dat wordt dringen voor de schaarse elektra die daar aanwezig zal zijn. Ik zie het voor me, de hele straat staat in de rij om telefoons en tablets aan de lader leggen. Föhn en laptop laat ik om dezelfde reden thuis. Ik zeg echtgenoot extra batterijen voor zijn scheerapparaat mee te nemen.
Boeken, veel boeken, want ik heb geen idee hoe lang die evacuatie gaat duren en ik wil me niet vervelen. Veel boeken … veel ballast. Toch maar de e-reader waar nog de -gelezen-vulling van de vakantie opstaat. Geen tijd om nieuwe voorraad te downloaden. Ach,  sommige titels wil ik gerust nog eens lezen.
Boeken? Ik schrik op. In gedachten zie ik een opbollende parketvloer en de boeken op de onderste planken soppend in het water. Ik ren naar beneden en begin alle boeken van Jo Spier, die we zorgvuldig hebben verzameld, op tafel te stapelen. Echtgenoot verschijnt in de deuropening. ‘Ben jij mal, die boeken kunnen niet mee.’
‘Dat snap ik ook wel, help liever je kostbaarheden veilig te stellen in plaats van me op te drijven.’  De geluidswagen verschijnt opnieuw. ‘U heeft nog tien minuten.’
Reisscrabble en woordenboek sla ik onder mijn arm en vlieg de trap weer op.
Het belangrijkste zou ik bijna vergeten. Ik gris een groot notitieboek en een handvol pennen van het bureau. Het kleine notitieboekje dat altijd met mij meegaat en waar ik observaties en afgeluisterde gesprekken in noteer, is vast niet afdoende op deze reis.
Met de hele straat geëvacueerd worden daar zit een lading stof tot schrijven in.
De geluidswagen meldt dat we over vijf minuten op straat moeten staan. Ik prop nog snel een warme pyjama in de koffer en rits hem dicht. Lipstick en oogmake-up stop ik in mijn jaszak. Opgelucht haal ik adem. Dat heb ik mooi op tijd gefikst.
Ik hoor de zware motor van de bus die de straat indraait.
Het geluid van een vuilcontainer die wordt geleegd helpt me uit de droom.

zondag, augustus 17, 2014

Wat er misging op die camping

Willy kampeert met zijn vrouw Kate en hun drie kinderen op een camping aan de Loire.
Hij is een grote, blonde, sportieve vent. Kate is stevig gebouwd en neemt het met haar uiterlijk niet zo nauw. Blijkbaar hebben de handelingen om er een beetje leuk uit te zien ook vakantie. De zoontjes Nat en Jamie trappen graag een balletje of hangen rond in het speeltuintje. Dochtertje Angel is de jongste in het gezin en een blokje aan de benen van haar broers.
Ze is moeders oogappel.
Kate houdt overduidelijk vakantie en steekt geen vinger uit. Ze heeft thuis de bibliotheek geplunderd en leest de hele dag. Er komt alleen wat leven in haar als dochter Angel haar rol van oogappel weet uit te buiten. Vader Willy is dan meestal niet in de buurt, hij staat in het sanitairgebouw aan de afwas of doet een boodschap in de kampwinkel.
Willy regelt de gang van zaken in en om de tent. Hij besluit steevast de dag met het voorlezen van zijn kroost, dat moe gespeeld op de luchtbedden ligt.

Het enige moment dat hij voor zichzelf neemt, is een dagelijks ritje op zijn racefiets.
Hij suist de helling af en trapt de ergernis van zich af op het fietspad langs de Loire.
Terwijl het zweet zijn fietskleding doordrenkt, overdenkt hij de eerste vakantiedagen en vraagt zich af waarom Kate de gemaakte afspraken zo letterlijk neemt. Natuurlijk heeft hij beloofd tijdens de vakantie een deel van de zorg op zich te nemen, maar dat zij dat vertaalt naar de hele dag lezen en amper beweegt, is zijn bedoeling niet geweest. Hij neemt zich voor om vanavond, als de kinderen slapen, een ruzie te riskeren om de resterende tien dagen zelf ook nog iets aan de vakantie te hebben. Als hij op de camping langs het zwembad fietst, ziet hij dat zijn kinderen zich kostelijk vermaken, terwijl Kate op een ligstoel ligt te lezen.
Buiten de tent treft hij een chaos aan die hem van kleur doet verschieten, binnen is het, tot zijn grote opluchting, keurig opgeruimd. Zijn zwemspullen zijn zelfs klaargelegd.
Hij besluit meteen om de lieve vrede te bewaren en van een gesprek af te zien.
In het zwembad wordt hij door zijn kinderen met luid gejuich begroet. 
Kate begint aan een nieuw hoofdstuk