In de intercity naar Den Helder leunt een afgedankte paraplu
van duistere afkomst tegen de halfvolle prullenbak. Het scherm is verschoten,
maar aan de baleinen is nog geen sleetse plek te bekennen. Een passagier ziet hem staan en vindt na enige inspectie het
geval goed genoeg om onder de arm te slaan. Hij kan niet veel anders want het
draagriempje ontbreekt.
Zijn vrouw sputtert tegen. ‘Ted wat moeten we met nog meer
paraplu’s? Onder de kapstok wemelt het van die dingen. Je kunt maar onder een
tegelijk lopen en daarbij is dit een oud kreng, het ziet er niet uit.’
‘Emma, zoals gewoonlijk heb je gelijk, maar ik neem hem toch
mee, al leg ik hem voor nood op de achterbank van de auto’
Eenmaal thuis achter de voordeur perst de man met enige moeite
zijn vondst in een stevige tas die dienst doet als opvang voor paraplu’s. Zijn
vrouw heeft gelijk, in die tas is het een drukte van belang. De ontvangst door de
opeen gepropte soortgenoten heeft veel weg van een ijskoude stortbui.
‘He, sukkel kijk uit waar je je punt zet, je prikt mijn
baleinen aan gort.
Waar haal jij het lef vandaan hier onaangekondigd binnen te
vallen?’ klinkt het van onderuit de tas.
‘Nou zeg, kan het ietsje minder Pietje Action. Niet zo gek
dat je snel beschadigt. Ze verkopen bij Action nou eenmaal paraplu’s, die amper
tegen een windstootje kunnen, laat staan een bak water.
En manieren ho maar, zo ontvang je toch geen nieuwkomer? Je
kunt wel merken dat ik van goeden huize kom, ik weet hoe het hoort. Laat ik me
voorstellen. Mevrouw Knirps is de naam, ik ben uit een gerenommeerd Zwitsers geslacht
van paraplu’s. Klein, maar met een scherm dat er qua design zijn mag. Bruin met
paarse bloemetjes. Met mij boven je hoofd ga je voor een chique uitstraling.’
‘Juist vanwege jouw
ontwerp lig je voortdurend op de bodem en vang je geen buien meer af. Emma wil
met zo’n tutgeval niet gezien worden. Het is dat je zo goed voor het
permanentje van haar schoonmoeder hebt gezorgd, maar het liefst had ze je naar
de kringloop gebracht.’
‘Zeg zwerver’, mengt een blauw gestreept scherm van
aanzienlijke omvang, zich in de woordenwisseling. ‘Ik ben het voor een keer met
Piet Action eens. Waar denk jij dat je mee bezig bent? Komt ongevraagd plek
innemen, zo ruim is het hier niet.’
‘Ik ben Pluvius, kan ik het helpen dat jullie eigenaar me in
de trein vond, waar ik voor oud vuil ben achtergelaten. Ik sta hier niet uit
vrije wil. Jullie kunnen mij negeren en blijven mopperen, maar zolang het droog
blijft zitten we met elkaar opgehokt.’
Een knaloranje gevaarte schiet in de lach. ‘Wat je zegt oud
vuil, dat is goed te zien aan je vale scherm. Er zit geen kleur meer op. Als je
denkt bij de volgend bui tot dienst te kunnen zijn, heb je het mis. Kieskeurige
Emma gaat jou niet uit de tas tillen, ze houdt te veel van uiterlijk vertoon.’
‘Daar weet jij alles van’, komt Piet weer in actie. ‘Jij
bent nooit meer buiten geweest sinds ze jou, na de reünie in haar geboortedorp, heeft binnengedragen. Sommige
relatiegeschenken zijn het aanzien niet waard. Jij kunt hooguit dienst doen bij
de kampioenschappen voetbal of op Koningsdag. We hebben je niet voor niets De
Feestneus gedoopt.
Nee, dan maakt Mister Starwars met zijn kouwe kak meer kans.
Je moet maar durven een nieuwkomer meteen voor zwerver uit te maken.
Hij denkt, op grond van zijn afkomst, intelligenter te zijn
dan wij met z’n allen. Presentje voor Ted na een werkbezoek aan de sterrenwacht
in Dwingeloo. Starwars denkt dat je onder zijn bescherming in hoger sferen
loopt terwijl het hemelwater neervalt. Nou hij doet niets anders dan wij, de
boel droog houden, niet meer en niet minder.’
‘Bij een ordinaire regenbui lukt dat inderdaad, maar met een
beetje wind gaan jullie stuk voor stuk op tilt en waaien binnenste buiten. Dat
kun je van mij niet zeggen.
Welkom meneer Pluvius, ik ben Frans Stormvast. Met mijn
speciale model ben ik zeer geschikt bij stormachtig weer. Voor windkracht vier
of meer draai ik mijn scherm niet om. Helaas kom ik weinig van de plek, dat is
jammer want Ik heb al heel wat inferieure collega’s zien komen en nooit meer
teruggezien. Verwaaid in een beetje wind.’
‘Laat ze allemaal maar kletsen, Pluvius. Tot je spreekt Joke
Hema, klein van stuk maar oh zo stevig, kan tegen een stootje en past in elke
rugzak. Als Ted en Emma weer eens op de benenwagen gaan mag ik altijd mee. Met
jouw uiterlijk loop je kans op een plekje in de auto, altijd handig om ook daar
bescherming in voorraad te hebben. In dit land is er altijd kans op neerslag.’
Dat ze dicht bij de waarheid zit ervaart Pluvius nog dezelfde
avond. Emma en Ted maken zich op voor een wandeling naar het theater. Buiten sneeuwt
het grote dikke vlokken. Ted trekt Pluvius tevoorschijn.
Emma protesteert. Ze wil onder bescherming van Mister
Starwars de straat op, maar Ted bromt dat hem die te zwaar in de hand ligt.
Grijnzend kijkt Pluvius naar zijn collega. Een omvangrijk scherm heeft ook zijn
nadelen.
‘Doe je best, laat zien wat je waard bent’, roept Joke Hema.
Halverwege hun tocht lopen Emma en Ted dicht tegen elkaar
romantisch onder Pluvius’ maagdelijke witte afdakje. Dat heeft hij toch maar
mooi voor elkaar gebokst.