Na een bezoek aan het
Rijksmuseum strijken meneer F. en ik neer in een kleine, bruine Amsterdamse
kroeg. Aan de bar staan drie mannen van middelbare leeftijd, elk met een biertje in de hand.
Achter de bar
een barkeeper in blauwe outfit en met net zo’n een kale schedel als Jaap Stam,
de voetbaltrainer die de handdoek in de ring gooide na de zoveelste nederlaag
van Feijenoord. De barkeeper hangt over zijn tapkast en is in een druk gesprek
gewikkeld met zijn drie klanten.
De koffie wordt ons door zijn collega
aangereikt.
De wijsheden over voetbal en Feijenoord in het bijzonder gaan over
en weer.
Het is me al snel duidelijk dat de heren veel verstand hebben van dit spel
dat, volgens mij, hoofdzakelijk om de pegels draait.
Vooral de barkeeper is
overtuigd van zijn eigen mening en laat zich veelvuldig horen. Hij slingert
niet alleen technische details rond, volgens hem ontbreekt het ook aan sfeer
bij Feijenoord. Om zijn verhaal kracht bij te zetten haalt hij een oud
voetballer van stal. ‘Neem nou zo’n oud gediende als van Hanegem. Als je hoort
wat die er allemaal uitkraamt over zijn ouwe club, hij heeft gelijk hoor, maar
netjes is het niet.’
De drie klanten knikken instemmend en laten zich nog eens
bijtappen.
De barkeeper doet een kleintje pils mee.
Vervolgens neemt het
viertal de hele Nederlandse voetballerij onder de loep.
Ze schakelen van Cambuur naar
FC. Groningen, van Heracles naar AZ en wat er verder aan voelbalclubs zoal
tussen ligt. Voor een 100% leek als ik, is het niet bij te houden. Uiteindelijk
eindigt de reis aan de tap bij Ajax waar volgens de deskundigen ook niet veel
deugt. Er is te weinig aandacht voor de talentvolle jeugdige voetballers, die
zitten te veel op de bank en krijgen nauwelijks kansen om te laten zien wat ze
waard zijn.
Oh, denkt de leek in mij er
is onlangs toch een snotneus voor een smak geld aan Italië verkocht.
Tot slot gaan de kwaliteiten
van de Heintje Davids in de voetbalwereld over de toog. Dick Advocaat moet Feijenoord
van de ondergang zien te redden. Mocht hij nog een assistent zoeken, de
barkeeper in die bruine kroeg zou hem met raad terzijde kunnen staan.
Hoewel,
met het uiterlijk van Jaap Stam …
Na nog een biertje vertrekt
het trio voetbaldeskundigen. Meneer F. en ik zitten aan het tafeltje naast de deur en bij het
passeren heb ik met een van de mannen oogcontact. ‘Zo te horen hebben jullie er
verstand van’, zeg ik grijnzend. ‘Jazeker mevrouw, de beste kapiteins hè.’ Ik laat het maar zo.
De barkeeper doet wat hij moet
doen en voorziet ons van een nieuwe consumptie. Deze ronde een biertje en een
glas rode wijn.