De woordenwisseling was hoog opgelopen en in het heetst van
de strijd had ze zich op haar hielen omgedraaid en was in tranen de spoelkeuken
ingevlucht.
Daar probeerde ze tot rust te komen en de situatie te
overzien. Ze maakte meteen van de nood een deugd en begon de waskommen en po’s
te soppen. Ze kon niet nalaten met de metalen bakken flink wat herrie te maken.
Ze smeet ze met een smak op het aanrecht en rammelde extra hard met de
podeksels. Iedereen buiten op de gang moest horen hoe boos ze was. En als
iemand zou wagen de spoelkeuken te betreden kon hij een deksel naar zijn hoofd
krijgen. Ze kreeg het warm boven het
hete sop en opende het raam dat op een binnentuintje uitkwam. Frisse lucht stroomde
de keuken binnen en het leek haar wel te kalmeren. Haar woede nam af evenals het
lawaai dat ze maakte.
Toen de spoelkeuken er blinkend uitzag en er echt niets meer
viel schoon te maken besloot ze de afdeling weer op te gaan. Terwijl ze de
deur wilde sluiten waaide deze uit haar handen en viel met een klap dicht. Ze
kon nog net het rinkelende glas ontwijken en kwam met de schrik vrij.
Het volgende moment stond de hoofdzuster voor haar neus.
“Meekomen nu.”
Als een lammetje liep ze mee naar het kantoor waar ze alle
overredingskracht nodig had om uit te leggen dat de woede was gezakt en dat het
dichtslaan van de deur daar geen deel van uitmaakte.
Oeps, dat was een lastig moment. Wel fijn dat je alle woede van je af kon zetten door schoon te maken.
BeantwoordenVerwijderengoed geschreven zeg hahaha als ik soms boos ben dan maak ik ook schoon hahahaha
BeantwoordenVerwijderenja, mooi flitsverhaal!
BeantwoordenVerwijderenMooi geschreven hoor. Helemaal invoelbaar.
BeantwoordenVerwijderen