Als ik vroeger op straat liep
Kon ik het verschil tussen straat en stoep zien
Er waren vriendjes, minstens tien
Als ik vroeger op straat liep
Ging ik op zoek naar een geschikte knikkerstek
De straat was toen een veilige plek
Als ik vroeger op straat liep
Was er altijd wat te snaaien
In de boomgaard bij de boer een appeltje graaien
Als ik vroeger op straat liep
Leek het leven gewoon
Dat lijkt het weer in de straat waar ik woon.
In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.
woensdag, oktober 05, 2011
dinsdag, oktober 04, 2011
woensdag, september 28, 2011
Heer van Stand
Het landhuis ligt verscholen achter de bomen van de lange oprijlaan.
Voorzichtig loop ik door het hek en begin de tocht naar de voordeur.
Ik ben benieuwd wie straks de deur zal openen.
Ik verwacht een soort Joost uit de strip van Ollie B. Bommel.
Als ik voor de trap sta blijkt die minder treden te hebben dan ik dacht. De stoep is zeker geen bordes en de bel een gewone drukknop.
Naast de afgebladderde voordeur staan geen fleurige bloembakken en ik word niet begroet door een vrolijk kwispelende chique hond.
De hoge verwachtingen, die ik van deze missie heb, beginnen danig te slinken en ik vraag me af of ik niet beter rechtsomkeert kan maken.
Het idee dat ik mijn klasgenoten onder ogen moet komen met een formulier waar geen bestelling uit het geheimzinnige landhuis op prijkt, weerhoudt me.
Ik heb immers met veel bravoure aangekondigd dat ik daar naar toe zal gaan, in de verwachting er een flinke slag te slaan. Wie in een dergelijk mooi huis woont, is vast rijk.
De bel laat hetzelfde geluid horen als onze voordeurbel, daar is ook al niets deftigs aan.
Als de deur eindelijk wordt opengedaan staat daar geen Joost. Een man van stand kan ik de figuur in de deuropening ook niet vinden.
Mijn fantasie slaat nog verder op hol en ik denk dat het de tuinman is.
Op zijn norse vraag wat ik kom doen antwoord ik met een beverige stem dat ik meneer of mevrouw graag wil spreken.
“Ik ben meneer en zeg nou snel wat je wilt want je hebt me gestoord in mijn middagdutje”.
Ik slik en piep: “Wilt u kinderpostzegels kopen?”
“Heb je me daarvoor wakker gemaakt, voor kinderpostzegels? Ik verstuur al jaren geen post meer wat moet ik met die dingen. Wegwezen van mijn erf af en waag het niet me nog eens lastig te vallen met dergelijke fratsen. Kinderpostzegels, het idee alleen al.”
Met een ferme klap valt de deur voor mijn neus dicht.
Beduusd en teleurgesteld in de landadel druip ik af. De oprijlaan lijkt nu wel langer. Mijn zorgen zijn groot want hoe praat ik dit goed in de klas.
Mijn Opa brengt uitkomst. Hij plaatst een dubbele bestelling terwijl hij niet eens in een landhuis woont. Heer van Stand, mijn Opa.
Voorzichtig loop ik door het hek en begin de tocht naar de voordeur.
Ik ben benieuwd wie straks de deur zal openen.
Ik verwacht een soort Joost uit de strip van Ollie B. Bommel.
Als ik voor de trap sta blijkt die minder treden te hebben dan ik dacht. De stoep is zeker geen bordes en de bel een gewone drukknop.
Naast de afgebladderde voordeur staan geen fleurige bloembakken en ik word niet begroet door een vrolijk kwispelende chique hond.
De hoge verwachtingen, die ik van deze missie heb, beginnen danig te slinken en ik vraag me af of ik niet beter rechtsomkeert kan maken.
Het idee dat ik mijn klasgenoten onder ogen moet komen met een formulier waar geen bestelling uit het geheimzinnige landhuis op prijkt, weerhoudt me.
Ik heb immers met veel bravoure aangekondigd dat ik daar naar toe zal gaan, in de verwachting er een flinke slag te slaan. Wie in een dergelijk mooi huis woont, is vast rijk.
De bel laat hetzelfde geluid horen als onze voordeurbel, daar is ook al niets deftigs aan.
Als de deur eindelijk wordt opengedaan staat daar geen Joost. Een man van stand kan ik de figuur in de deuropening ook niet vinden.
Mijn fantasie slaat nog verder op hol en ik denk dat het de tuinman is.
Op zijn norse vraag wat ik kom doen antwoord ik met een beverige stem dat ik meneer of mevrouw graag wil spreken.
“Ik ben meneer en zeg nou snel wat je wilt want je hebt me gestoord in mijn middagdutje”.
Ik slik en piep: “Wilt u kinderpostzegels kopen?”
“Heb je me daarvoor wakker gemaakt, voor kinderpostzegels? Ik verstuur al jaren geen post meer wat moet ik met die dingen. Wegwezen van mijn erf af en waag het niet me nog eens lastig te vallen met dergelijke fratsen. Kinderpostzegels, het idee alleen al.”
Met een ferme klap valt de deur voor mijn neus dicht.
Beduusd en teleurgesteld in de landadel druip ik af. De oprijlaan lijkt nu wel langer. Mijn zorgen zijn groot want hoe praat ik dit goed in de klas.
Mijn Opa brengt uitkomst. Hij plaatst een dubbele bestelling terwijl hij niet eens in een landhuis woont. Heer van Stand, mijn Opa.
dinsdag, september 27, 2011
Wilhelmina Dubbeltje
“Gutentag, ik plof hier zomaar neer, mijn naam is Tinus Eurocent, ik kom uit Duitsland.”
“Oh hallo, welkom hier ik ben mevrouw Vijftig en naast mijn ligt juffrouw Twintig. Verderop ligt mijn neefje Vijf Cent, hij is wat afwijkend van kleur.
De neven Een en Twee uit de familie Rooie Cent zien we niet veel meer die zijn in Nederland in de ban gedaan.”
“Interessant zeg, bij ons zijn ze nog volop in bedrijf.”
“De familie Tweekleur ligt in het vakje hier achter. Ons apart houden schijnt bij betalen handiger te zijn. Met de duurdere leden uit het eurogeslacht komen wij niet veel in aanraking die hebben weer een andere plek.
Meestal worden wij ingeruild tegen die slappe figuren, dat trekt nogal een wissel op dit vak maar vooral de familie Tweekleur is daarbij vaak aan de beurt. Wij zijn meer geschikt voor parkeermeters en de centenbak van de orgelman.”
“Zeg wie is dat kleintje in de plooi van dit vak?”
“Oh, dat is Wilhelmina Dubbeltje, al heel oud en bijna niets meer waard. Past in geen enkele meter en niemand wil haar hebben als wisselgeld. Ze is alleen nog geschikt voor de verkoop op Marktplaats.
Ik moet gaan de parkeermeter wacht. Succes hier.”
“Oh hallo, welkom hier ik ben mevrouw Vijftig en naast mijn ligt juffrouw Twintig. Verderop ligt mijn neefje Vijf Cent, hij is wat afwijkend van kleur.
De neven Een en Twee uit de familie Rooie Cent zien we niet veel meer die zijn in Nederland in de ban gedaan.”
“Interessant zeg, bij ons zijn ze nog volop in bedrijf.”
“De familie Tweekleur ligt in het vakje hier achter. Ons apart houden schijnt bij betalen handiger te zijn. Met de duurdere leden uit het eurogeslacht komen wij niet veel in aanraking die hebben weer een andere plek.
Meestal worden wij ingeruild tegen die slappe figuren, dat trekt nogal een wissel op dit vak maar vooral de familie Tweekleur is daarbij vaak aan de beurt. Wij zijn meer geschikt voor parkeermeters en de centenbak van de orgelman.”
“Zeg wie is dat kleintje in de plooi van dit vak?”
“Oh, dat is Wilhelmina Dubbeltje, al heel oud en bijna niets meer waard. Past in geen enkele meter en niemand wil haar hebben als wisselgeld. Ze is alleen nog geschikt voor de verkoop op Marktplaats.
Ik moet gaan de parkeermeter wacht. Succes hier.”
maandag, september 26, 2011
zondag, september 25, 2011
Websores
foto ferrara

Boris heeft zijn web gespannen tussen waslijn en schuur.
Bovenin hangt een ingesponnen wesp te wiegen op de wind.
Boris huist in het midden van zijn onderkomen en hangt daar wat lui te wezen.
Ik neem hem in observatie en ben er na verloop van tijd getuige van dat hij de wesp naar het midden van het web sleept.
Daar begint hij, na later zal blijken, een uren durende maaltijd. Als ik na verloop van tijd weer eens ga kijken blijkt de omvang van het wespenpakketje behoorlijk geslonken, zo ook het web.
Boris hangt nog met twee poten aan het restant en klemt zijn voedsel voor die dag nog stevig tussen zijn kaken. Na weer enige tijd, zijn voedsel en web verdwenen en ligt Boris als een bolletje op de waslijn uit te buiken. Als ik met de lijn beweeg komt hij tot leven en lijkt zich op de kermis te wanen.
Hij klemt de lijn stevig vast en wacht tot de achtbaan tot stilstand is gekomen, vervolgens gaat hij aan de wandel op weg naar een kant-en-klaar web wat, zo op het oog, onbeheerd is achter gelaten.
Maar dat blijkt schijn want als hij het web heeft bereikt en even aanraakt zit er binnen de kortste keren een kleiner exemplaar dan hijzelf middenin de behuizing.
Vanmorgen zie ik vanuit de keuken dat er tussen raam en vuilnisbak een nieuw web is gespannen, wie zit er op de uitkijk, inderdaad Boris. Een onmogelijke plek want ik zie mij geen kans, zonder het web te beschadigen, mijn vuilnis te dumpen. Ik hoop maar dat er snel een nieuw voedselpakketje hangt dat Boris dan met web en al kan oppeuzelen om daarna elders in de tuin aan de wederopbouw te beginnen. Voor mijn part aan de waslijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)