In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

dinsdag, maart 17, 2015

Tegenstelling

Afvallen-Steunen
Athene-Akropolis
foto ferrara

maandag, maart 16, 2015

Miet en Griet 32

Miet wordt vermist


Twan en Chiel schuimen het schone terras van eethuis Sjans tot in alle hoeken en gaten af, maar Miet vinden ze niet. Daarna inspecteren ze de goot nog een keer, bij het rioolputje roept Twan haar naam, maar vanuit de diepte klinkt geen geluid. Teleurgesteld geven de meeuwen hun zoektocht op.
Ze vliegen naar het dak van snackbar Paul Patat waar Griet tussen twee dakpannen ligt te slapen. Twan maakt haar voorzichtig wakker. Griet voelt meteen nattigheid. ‘Je hebt haar niet gevonden, ik zie het aan je.’
Twan vertelt van de diepgaande zoekactie die zonder resultaat is gebleven. Griet huilt bittere tranen en snikt, niet vrij van hysterie: ‘Hoe moet het nu verder? We kunnen niet met, maar zeker niet zonder elkaar. Ik wil niet alleen achterblijven. Ik kan net zo goed van dit dak springen.’

‘Denk je dat je daarbij het leven laat? Me dunkt dat je hebt bewezen tegen een stootje te kunnen. Je loopt eerder de kans op een ernstig gedeukt schild en daar wordt je leven echt niet leuker van. Je geeft wel erg snel op, ik zou in elk geval de gok niet wagen.’ zegt Chiel.

‘Jij als meeuw hebt makkelijk snateren. Technisch gezien kun jij nergens af springen, je kunt je hoog uit te pletter vliegen. Waar bemoei jij je eigenlijk mee? Wat weet jij van het leven van mijn zus en mij, ik meen te begrijpen dat je onze vriendschap met Twan maar twijfelachtig vindt. Vlieg toch op man.’

‘Griet, ik begrijp je verdriet en wanhoop, maar deze uitval verdient Chiel niet, hij heeft net zo hard naar Miet gezocht als ik. Misschien moeten we er ons bij neerleggen dat we zonder Miet verder moeten.’

De weinig troostrijke woorden van Twan schieten Griet in het verkeerde keelgat en
‘Gooi me maar af boven de Waddenzee, ik verdrink nog liever dan zonder Miet te moeten leven, maar ik vermoed dat jullie daar niet aan zullen meewerken. Wel heldhaftig een grote bek opzetten als het zo uitkomt, maar een verdrietige zandvlo aan haar eindje helpen dat durven jullie vast niet. Vrienden voor het leven, dat gezegde maken jullie meer dan waar.’

Ondertussen worden op het terras van eethuis Sjans de stoelen en tafels neergezet.
Onder een van de tafelpoten zit een schildje vastgeplakt dat over de tegels schuurt,
het raakt behoorlijk beschadigd, net voor de tafelpoot definitief op zijn plek komt te staan valt het schildje op de grond.

Chiel ziet vanaf het dak, waar Griet na haar stortbui uitgeput door haar pootjes is gezakt, dat het terrasmeubilair wordt versleept.  Hij ziet meteen nieuwe kansen.
‘We zoeken dat terras nog een keer af, best kans dat Miet is opgespoten en vastgeplakt zat tussen de stoelpoten, daar konden we natuurlijk niet kijken.’
Al snel ziet Griet het gedeukte schildje naast een tafelpoot liggen. ‘Daar ligt ze’, gilt ze in Twan’s oor en voorkomt daarmee dat haar zus alsnog onder een zwemvlies van Twan wordt verpletterd. Ze stort zich op de tegels en begint aan het gedeukte schild te sjorren. Terwijl Griet aan haar rukt en trekt komt Miet langzaam tot leven. De pijn die Griet haar bezorgt dringt door tot in haar kleine brein. Ze probeert Griet van zich af te schudden, maar die heeft in haar voort durende aanval van hysterie niet eens in de gaten dat haar zuster nog leeft.
De beide meeuwen proberen haar tot kalmte te manen en pas als Twan haar een mep met zijn vleugel geeft komt Griet tot bezinning en ziet dat er leven in haar zuster zit. Opluchting heerst bij meeuwen en zandvlooien. De meeuwen brengen de dames naar Ecomare, als ze daar zieke zeehonden en vogels kunnen genezen, zullen ze voor een stel zandvlooien hun hand niet omdraaien. Zo krijgt Miet alsnog haar zin.

#

 We laten Miet en Griet tijdens de revalidatie met rust. Het is onduidelijk hoe lang die periode gaat duren.

dinsdag, maart 10, 2015

Tegenstelling

Afkeer-Begeerte
deur tabakshandel 
Argenton sur le Creuse
Frankrijk
foto ferrara

zondag, maart 08, 2015

Te kijk staan

Het is woensdag 4 maart. We hebben ons koffertje en een rugzakje volgens de aangegeven normen ingepakt. Beide hebben het formaat dat in een vliegtuig is toegestaan als handbagage. 12 kilo per persoon halen we bij lange na niet. Voor drie hotelovernachtingen is dat ook niet nodig. Met voldoende ondergoed, set kleding aan, een set mee en extra schoenen moeten we de komende twee dagen uit de voeten kunnen in Bilbao, stad aan de Golf van Biskaje met zijn beroemde Guggenheimmuseum. 
Op internet hebben we kunnen zien dat de hotelkamer rijk voorzien is van toiletartikelen, zelfs de föhn kan thuisblijven. Er hoeven dus geen flesjes met vloeistof mee want die zijn, evenals spuitbussen, verboden in de handbagage, tenzij ze op Schiphol zijn gekocht en in doorzichtig plastic zijn verpakt. Het is mij teveel gedoe en laat, behalve de stift deodorant, alles thuis. De nagels zijn een dag voor vertrek uitgebreid verzorgd, zodat het nagelgarnituur uit de toilettas verdwijnt want de kans bestaat dat het op Schiphol alsnog moet worden ingeleverd, je zou met een vijl of een schaartje een overval in gang kunnen zetten.
Ik draag tijdens de reis een lange broek waar geen ceintuur om hoeft, want die moet geheid af voor de bodyscan en dan sta je daar voor het oog van medereizigers aan je kleding te sjorren, iedereen heeft zicht op je onvolkomenheden en daar heb ik geen zin in. Ik heb over mijn coltruitje een ruimvallend jasje zonder zakken aangetrokken en zodoende alle vetrolletjes keurig verstopt. Ik ga de security check glansrijk doorstaan.
Mooi niet dus. ‘Uw jasje moet uit’, zegt de beveiliger aan het begin van het hele circus.
‘Heb ik daar zo mijn best op gedaan’, zeg ik. ‘Het spijt me maar het moet echt uit en lange laarzen ook.’ Mijn enkellaarsjes kunnen zijn goedkeuring wegdragen. Echtgenoot, in zijn blauwe trui, hoeft alleen zijn riem af te doen en natuurlijk moeten alle spullen die een alarm kunnen veroorzaken zoals sleutels, horloges en pennen afgelegd worden in een aparte bak.
Daar sta ik dan in mijn weinig flaterende coltruitje te wachten op de bodyscan, een glazen ronde koker waar je met je handen boven je hoofd in moet staan en waar niets voor het spiedend oog verborgen blijft. Aan de andere kant buiten de koker worden mijn laarsjes toch met twee vingers in de rand gecontroleerd op contrabande, maar er is niets te vinden en ik mag doorlopen. Ik gris mijn jasje uit de bak die via de rolband aankomt en hijs me er vliegensvlug in. Zo, dat voelt beter. Ik acht mezelf het aanzien weer waard …
Vervolgens neemt de rugzak een afwijkende route en belandt bij een beveiliger die vraagt of hij hem mag controleren. Geen idee wat er gebeurd zou zijn als we geweigerd hadden.
Onze fototoestellen worden aan een uitgebreid onderzoek onderworpen, hij snuffelt nog net niet aan mijn kleine digitale cameraatje. Naast ons gaat van een medepassagier de toilettas open, tja had je die bus haarlak maar niet moeten inpakken, hup die gaat de vuilcontainer in die achter de band staat. Regels zijn regels en de scanner en de beveiligers zien alles en dat is voor ieders veiligheid maar goed ook.
De vlucht naar Bilbao verloopt voorspoedig en we lopen om 17.00 uur de stad in voor een oriënterende wandeling.
Onvoorstelbaar dat we vijf uur geleden thuis de voordeur in het slot trokken.

dinsdag, maart 03, 2015

Tegenstelling

Nutteloos-Nuttig
Ooit was waaiertaal nuttig
foto ferrara
Hermitage in Amsterdam
expositie
aan tafel met de tsaar

zondag, maart 01, 2015

Miet en Griet 31

Miet en Griet gaan kopje onder

Griet voelt zich in de zandhoop op het terras van eethuis Sjans meteen op haar plaats.
Miet is niet blij met de stek en scharrelt nog wat rond. Achter de voordeur van het eethuis ziet ze schoonmaakspullen staan, de aanblik van een bezem en een hogedrukspuit maakt haar ongerust. In paniek hipt ze naar de hoek van het terras.
‘We kunnen hier niet blijven, ’t is doodgevaarlijk. Er staat een hogedrukspuit klaar, alle kans dat ze die morgen op de tegels zetten. Ik wil niet de verdrinkingsdood sterven. Morgen bij zonsopgang ben ik weg.’

‘Tjonge, wat jij niet aan smoezen bedenkt om je zin te krijgen. Ik voel me hier prima en vertrek voorlopig niet. Hogedrukspuit, nou en, wij zandvlooien kunnen toch wel tegen een straaltje water. Tegen dat ze de boel in stelling hebben gebracht zijn wij al lang wakker en kunnen de werkzaamheden vanaf een afstandje bekijken. Als het klaar is zitten we zo weer in de hoek. Er gaat nog geen dag voorbij voordat er vanuit zee met de wind meegebracht opnieuw een beetje zand ligt, zoveel hebben we niet nodig. Paniek om niks, ik ga slapen.’

Op het dak van snackbar Paul Patat zijn Chiel en Twan voor de nacht neergestreken.
Chiel zit met de gewetensvraag. Zal hij Twan waarschuwen voor het gevaar dat de zusters lopen of laat hij de eventuele gebeurtenissen op zijn beloop. Hij kan die twee wel een belasting voor zijn maat vinden, maar die denkt er zelf duidelijk anders over.
Hij slaapt er onrustig van. De volgende morgen wanneer ze elk aan een kant van een restant stokbrood staan te sjorren begint hij er over met Twan.

‘Heb je gezien dat bij eethuis Sjans de hogedrukspuit klaarstaat om het terras schoon te spuiten? Jouw vriendinnen lopen grote kans om vandaag weggespoeld te worden, via de goot naar het putje en hup het riool in. Het is een manier om ze kwijt te raken, maar ik vermoed dat jij dat helemaal niet wilt. Ik hou best van rellen, jatten en vervuilen, maar de dood van jouw vriendinnen op mijn geweten hebben, dat gaat me niet lukken. Laten we ze waarschuwen en naar elders brengen, desnoods nemen we ze mee naar Terschelling.’

Bij het terras aangekomen blijkt het onheil al geschied. Een personeelslid van het eethuis staat de tegels met een venijnige straal te bewerken. De hoeken zij al schoon gespoten en van de zandvlooien is geen spoor te bekennen.
Twan zakt van schrik door zijn poten en belandt in shock op de stoep. Chiel laat zich door de waterstraal niet weerhouden en klapwiekt naar de plek waar de zussen zich veilig waanden, maar de schoonmaker duldt geen meeuwen op zijn schone tegels en geeft Chiel de volle laag, die op zijn beurt de aanval opent en een paar keer laag over de kruin van de man vliegt.  De waterstraal wint. Beide meeuwen kijken verslagen naar het drama dat zich op het terras voltrekt.
Twan komt tot bezinning. ‘Chiel laten we de goot afstropen, wie weet vinden we ze en valt er wat te redden. Jij gaat linksom, ik ga rechtsaf. We zien elkaar over een kwartier op deze plek terug.’

Twan ziet op een patatzak de ochtendzon weerkaatsen, hij vindt Griet meer dood dan levend vastgeplakt in een klodder mayonaise. Voorzichtig trekt hij haar los, neemt haar tussen zijn snavel en vliegt haar in veiligheid naar het dak van de snackbar.

‘Griet hoor je me? Ligt Miet ook ergens in die goot?’
Ze kreunt ‘Ik weet het niet, Miet wilde vroeg uit de veren omdat ze bang was dat het terras zou worden schoongespoten. Ik vond dat onzin en heb haar verweten dat het een smoes was om haar zin door te drijven. Nu weet ik beter, het was verschrikkelijk hoe dat water in de zandhoop binnendrong en mij op die harde straal het hele terras over spoelde, daarna werd ik nog een paar meter door de goot gesleurd. Uiteindelijk kon ik me aan een patatzak vastklampen. Zou Miet hetzelfde overkomen zijn of zou ze me echt alleen achtergelaten hebben. Hoewel het een rotstreek is hoop ik het laatste, want dat zou betekenen dat ze nog leeft.’

‘Je kan veel van Miet zeggen, maar zo gemeen is ze niet. Ga jij in de zon liggen om op te warmen, dan ga ik op zoek naar je zuster.’

Opnieuw vliegt Twan laag over de goot, maar hij vindt haar niet. Chiel zit voor eethuis Sjans op de stoep te wachten en schudt mismoedig zijn kop. ‘Ik heb van alles voorbij zien drijven, maar van de zandvlooien geen spoor.’
Twan vertelt dat Griet in veiligheid is en de meeuwen besluiten de dorpsstraat nog een keer in alle richtingen te inspecteren. Maar hoe ze ook hun best doen, Miet lijkt van de aardbodem verdwenen.
‘Weet je zeker dat we alle plekken waar een zandvlo kan blijven steken hebben bekeken? Wie weet ligt ze wel achter of onder de afschutting van het terras, we hebben aangenomen dat ze naar de goot zijn gespoeld, maar misschien is zij in een kiertje beland en ligt ze daar nog.’

‘Dan moeten we wachten tot die vent klaar is met zijn terras want die laat ons nu vast niet toe. We moeten haar vinden, zonder haar kunnen we Griet niet onder ogen komen. Stel je voor dat ze daar ergens verdronken ligt, je moet er niet aan denken. Als ze dood is moet ze in elk geval in een zandkuiltje worden begraven.’

Het terras van eethuis Sjans ligt er nat en verlaten bij. De meeuwen beginnen de zoektocht naar hun vriendin. Zolang de medewerker zich niet vertoont kunnen ze ongestoord hun gang gaan. Zullen de meeuwen Miet vinden of zit zij ergens hoog en droog in het duin en heeft geen weet van de gebeurtenissen?

Terschelling moet maar even wachten.

Blogaward

Er cirkelt een award rond in het blogcircuit. Ik gun hem iedereen, maar voel me absoluut niet gepasseerd als, wat dat betreft, niemand aan mij denkt.

plaatje internet