In mijn keukenkast staat de
degelijke Wannée. Het
kookboek dat is geschreven door mejuffrouw C.J. Wannée, lerares koken en later
directrice aan de Amsterdamse Huishoudschool. Ik krijg het boek van mijn moeder cadeau wanneer ik in 1971 op kamers ga
wonen en de beschikking krijg over een keukentje inclusief tweepits gasstel. Net als zij ben ik geen liefhebber van de kookkunst en waarschijnlijk hoopt ze dat de 19e druk van de Wannée daar verandering in zal brengen.
Bij het lezen van het
voorbericht neemt mijn weerstand alleen maar toe.
Daarin valt onder andere te
lezen:
“Dit kookboek wil ook
tegemoet komen aan de moeilijkheden, waarmede zo menige huisvrouw te kampen
heeft bij de samenstelling van het dagelijks menu”. Om vervolgens te vertellen
dat alle recepten berekend zijn voor vier personen. Lekker dan, als alleenstaand
kamerbewoner met nul verstand van koken moet je alle recepten eerst omrekenen.
Dat laatste is niet mijn sterkste kant.
Mejuffrouw Wannée giet er ook nog een weinig smaakmakend literair
sausje over door Vader Cats te citeren:
"Wat heeft er menig vrou, door
onverstandig koocken
Een goede beet vermorst, en
alle lust gebroken!"
In de eerste hoofdstukken passeren
diverse onderwerpen, zoals verstandige voeding, de inhoud van de
provisiekast, kopen en bewaren, koken en wat erbij te pas komt, de
revue.
Ze bevatten tal van open
deuren en zijn doorspekt met belerende zinnetjes als: “De beschikbare ruimte in de
provisiekast is bepalend voor de hoeveelheid aan te schaffen artikelen.”
Ik maak ik zelf wel uit of ik
de schaars aanwezige planken in mijn keukentje wil volproppen of voor de helft wil leeg laten.
In het hoofdstuk Koken en wat
erbij te pas komt vind ik de volgende zin: “Koken is het gereed maken van
voedingsmiddelen voor menselijke consumptie.”
Ja, wat dacht je anders, dat
wij vrouwen al die moeite doen om het eindresultaat aan de kippen op te voeren?
“Een eerste vereiste voor een
goed geslaagd gerecht is altijd het plezier in koken.” Van dat zinnetje raak ik
aangebrand. Mejuffrouw Wannée bepaalt maar niet waar ik plezier aan moet beleven.
Ondanks de moderne bewerking
hangt in dit deel van het boek nog steeds een sfeertje van: “We leggen het de
eenvoudige huisvrouw nog één
keer uit”.
De spruitjeslucht uit de
jaren van weleer stijgt er bijna uit op. Ik raak er, in de roerige jaren
zeventig van de vorige eeuw, opstandig van.
Aan het eind van de inleiding
wenst de schrijfster dat het boek een plaats krijgt in vele keukens. Aan die
wens voldoe ik in elk geval.
Op internet lees ik dat bij
het honderdjarig bestaan van het kookboek in 2010 een nieuwe uitgave is
verschenen. Wikipedia meldt dat het boek bij elke heruitgave aan de inzichten
van de tijd wordt aangepast en daardoor onverminderd populair is gebleven. Ja,
bij de oude garde waarschijnlijk.
Ik vermoed dat er heel wat
dertigers zijn die nog nooit van het kookboek voor de Amsterdamse
Huishoudschool hebben gehoord. Mejuffrouw Wannée zou zich omdraaien in haar graf als ze weet had van
kant-en-klare maaltijden, de pizzakoerier en de box van “Hello Fresh”
Anno 2019 moet ik eerlijk
bekennen dat het haar niet is gelukt een volleerde keukenprinses van mij te
maken. Voor een eenvoudige doch
voedzame maaltijd draai ik mijn hand niet om, maar culinaire hoogstandjes en
prachtige taarten moet je van mij niet verwachten.
Een keukenmachine is aan mij
niet besteed, bakvormen liggen in de schuur te roesten en voor de messen van
Jamie Oliver loop ik niet warm.
Het moge duidelijk zijn dat
ik alleen al van het kijken naar “Heel Holland Bakt”
de zenuwen krijg. En als
Yvette van Boven weer eens met haar mandje aan de arm kruiden gaat plukken, zap ik weg.
foto ferrara