Onder normale omstandigheden halen wij half mei de caravan
van stal voor een lange trip van minstens zes weken. Voor mij is dat een reden
om in de achtertuin geen bloembakken te vullen en zomerbloeiers op te hangen.
Half
maart wordt ons duidelijk dat we die trip kunnen vergeten en begint het bij mij
al snel te kriebelen. Prima, een vakantie rond eigen erf, maar dan wel met goed gevulde bloembakken.
In verband met IJsheiligen en dus nog kans op een beetje
vorst aan de grond koop ik violen, want die kunnen tegen een stootje. Tot
vandaag staan ze dat in volle glorie te bewijzen, tjonge wat hebben ze het naar
hun zin in de zon.
Maar vanmorgen begint de dag wat bewolkt en tegen de middag
staat hier windkracht 4 en staan de viooltjes letterlijk en figuurlijk te
blauwbekken.
Ik haal ze van hun zonnige plek en geef ze een plaatsje in
de luwte van ons huis. In de loop van de dag trekt de wind verder aan en eind van
de middag hoor ik zacht roepen. ‘Ferrara, het is inmiddels windkracht 6 en de wind
staat pal op dit hoekje, wij kunnen hier echt niet tegen. Onze steeltjes gaan dit
niet lang meer volhouden.’
Ach gos, wat hebben ze het slecht. Hun kopjes verwaaien zienderogen.
Ze staan nu in de schuur
bij te komen van de verschrikkingen.
Hopelijk kunnen ze
morgen weer naar buiten.
IJsheiligen is verworden tot windkracht 6.
foto ferrara