Onophoudelijk raast het autoverkeer over de periferique rond Parijs, stinkende uitlaatgassen hangen boven de stad. De vroege ochtendzon heeft amper kracht om door de vaalroze sluier van smog heen te breken. Het monotone geluid van de veegwagens van de stadsreiniging weerkaatst tegen de chique gevels van de Avenue de L’Opéra. Het spoelwater druipt van de stoepen naar de goten. Parijs maakt zich op voor een frisse start van de dag. In het metrostation, waar drie drukke lijnen samenkomen, is het al een komen en gaan van Parijzenaars op weg naar hun werk. Hoewel de toeristen nog slapen of aan hun ontbijt zitten, laten in de bedompte gangen van het station vroege muzikanten hun eerste klanken horen. De clochard op het bankje in de Jardin du Luxembourg draait zich nog eens om. Het duurt nog een paar uur voor eetbare waar in de prullenbakken is te vinden. Ontwakend Parijs heeft geen notie van de doodvermoeide danseres in het dakraam van de Opéra Garnier. Opgejaagd door de fanatieke balletmeester Ilje Smirnov ligt Prima Ballerina Giselle du Monde uit te hijgen van haar repetitie die voor dag en dauw stond gepland. Het is alsof haar kapot gedanste voeten vol naalden zitten. De roze linten van de frêle spitzen snijden in haar opgezette enkels. In haar oren klinkt de schelle stem van Ilje nog na. ‘Hoger dat been, ik wil passie zien. Beweeg je armen gracieus Gisele, je fladdert als een volgevreten Parijse duif. Zo heeft Saint Saëns het sterven van de zwaan niet bedoeld.’ Pas als ze voor de tiende keer is gestorven en huilend blijft liggen geeft hij haar eindelijk tijd om op adem te komen. In de hoop frisse lucht op te doen vlucht ze naar het dak van het operagebouw. Bij elke traptrede herhaalt ze als een mantra. ‘Ik geef niet op.’ Boven Parijs blijkt frisse lucht ver te zoeken, fijnstof en de penetrante geur van duivenpoep dringen haar neus binnen. Halverwege het raam legt ze haar afgepeigerde benen in ruststand en sluit de ogen. Ze merkt de duif die voor haar plaatsmaakt niet op.
‘Merdre, die Rus is te ver gegaan. Zo heb je het groen uitgeslagen dak van de Opéra voor je alleen, zo zit je opgescheept met een stervende zwaan. Kijk dat arme schaap liggen, afgejakkerd, lat mager en hijgend als een postpaard. Zo ziet Het Carnaval der Dieren er achter de coulissen uit. Je moet er wat voor over hebben om het applaus en juichende kritieken van de Fine fleur van Parijs in ontvangst te nemen. Ik heb van bovenaf een poosje zitten toekijken. Schandalig hoe ze wordt behandeld door die vent in zijn strakke balletmaillot en leren slofjes. Als hij straks naar de metro loopt kak ik zijn flamboyante hoed vol. “Je fladdert als een volgevreten Parijse duif.” Wij duiven pikken veel, maar er zijn grenzen.’
Beste Mensen, bijgaande foto is een schrijfopdracht. Schrijf een aannemelijk verhaal. Wat is hier gebeurd? Wat is de gedachte van de ballerina, schrijf tot slot een monoloog van de duif.
Gisteren kwam het verhaal retour. De suggestie over de smog heb ik ter harte genomen. Voor het geval jullie ernaar vragen. Dit stond eronder.
Prachtige beschrijving van Parijs,
om het mooie beeld van het begin af te hechten zou het fraai zijn om iets met
de smog te verwerken in je verhaal. Wil ze frisse lucht, ligt ze met haar neus
in de kak en worden haar moe gehijgde longen geprikkeld door de fijnstof.
Verder niets dan lof, ik zie Parijs, voel de met naalden gestoken voeten
en hoor de beledigde duif. Driewerf hoera voor je scherpe pen.








