In de ambulance die Richard naar Nederland brengt slaan de verwarring en de twijfel bij Jill toe. Tijdens de rit doet Richard voor het eerst zijn ogen open.
Hij kijkt naar haar maar het lijkt alsof hij haar niet te ziet. Dat dit eerste contact na de operatie in de ambulance zou plaatsvinden heeft ze niet voorzien. Aangeslagen knijpt ze voorzichtig in zijn goede hand. Ondanks haar boosheid op hem geeft ze hun geheime morseteken. Drie lange, twee korte knepen. (Love and Kisses) Richard reageert met een zwak kneepje. Met de punt van haar sjaal veegt Jill voorzichtig de traan weg die traag langs zijn linker wang biggelt. Als Richard zijn ogen sluit zakt ze terug in de stoel naast hem. Geluidloos huilt ze bittere tranen. De verpleegkundige die het transport van Richard begeleidt, slaat een troostende arm om haar schokkende schouders. ‘Huilt u gerust. Ik heb begrepen dat uw man tot nu geen enkele bewuste reactie heeft gegeven. Het is verschrikkelijk als een partner waar je zielsveel van houdt plotseling zo ziek wordt. Het was prettiger voor u geweest dat dit emotionele gebeuren in het revalidatiecentrum was gebeurd.’
Verdrietig en in verwarring verlaat Jill na het opnamegesprek het revalidatiecentrum. Richard heeft niet meer gereageerd.
Ze is amper thuis als de telefoon gaat. ‘Anoniem’ meldt de display.
Het ziekenhuis kan het niet meer zijn. Ze neemt op en zegt met nerveus trillende stem de zin die ze de laatste dagen heeft gerepeteerd . ‘Met Jill de Ridder, voor u verder gaat met uw dreigementen aan het adres van mijn man, hij woont hier niet meer. Ik geef u het mobiele nummer van zijn nieuwe partner.’ Halverwege het telefoonnummer van Tine onderbreekt een vrouwelijk stem haar gejaagde opsomming.
‘Mevrouw de Ridder, u spreekt met Elsa Breedveld, ik ben psychologe in het revalidatiecentrum waar uw man vandaag is opgenomen. Ik ben gespecialiseerd in niet aangeboren hersenafwijkingen en ga uw man de komende tijd begeleiden. Ik heb begrepen dat u na het opnamegesprek de afdeling nogal snel heeft verlaten. Ik had graag een gesprek met u willen hebben over de toestand waarin uw man verkeerd. Er gaat voor hem en u in de toekomst veel veranderen.’
Hoewel de belangrijke boodschap van de psychologe Jill nog meer van haar stuk brengt, weet ze voor dit moment met redelijk vaste stem te volharden in haar houding van voor het moment dat Richard zijn ogen opende.
‘Mevrouw Breedveld er is voor mij nu al veel veranderd, ik weet niet in hoeverre u op de hoogte bent gebracht hoe mijn man in deze situatie is beland, maar normaal waren die omstandigheden niet.’
‘Ik heb daar in het kort iets over gehoord, ik begrijp dat het een onaangename confrontatie voor u is geweest.'
‘Dat mag je zeggen, ik voel me behoorlijk in de steek gelaten door mijn man. Ik heb mijn baan voor hem opgezegd om hem zoveel mogelijk te steunen in zijn carrière en dan moet ik na twintig jaar huwelijk ontdekken dat hij in Brussel zit voor zaken die waarschijnlijk het daglicht niet kunnen verdragen. Dat hij vergezeld werd door zijn secretaresse was voor mij nieuw. Ik voel me op zijn zachtst gezegd tot op het bot belazerd.’
‘Mevrouw de Ridder u heeft veel redenen om boos te zijn, maar ik moet toch belangrijke zaken met u bespreken die zowel voor u als voor uw man van belang zijn. Begrijp ik het goed uit begin van ons gesprek dat uw man wordt bedreigd en dat u daarin bent betrokken. Dat alleen lijkt me reden genoeg om eens samen te praten. U moet deze beangstigende situatie niet uw eentje het hoofd willen bieden.’
De vriendelijke begripvolle stem van Elsa Breedveld scheurt het pantser dat Jill uit zelfbescherming heeft opgetrokken verder open. Eindelijk iemand aan wie ze haar verhaal kwijt kan zonder dat de kans bestaat op een vernietigend oordeel. De opgekropte emoties vinden hun uitweg in een waterval aan zinnen. Elsa Breedveld biedt zonder haar te onderbreken een luisterend oor.
‘Weet u, tot nu toe heb ik mijn vriendinnen alleen verteld dat Richard door een hersenbloeding is getroffen. De gênante omstandigheden waaronder dat is gebeurd heb ik achterwege gelaten. Of de bank het weet interesseert me niet. Ze hebben daar waarschijnlijk al langer geweten wat er tussen Richard en zijn secretaresse speelde. Bang voor de kritiek en de emoties die dat teweeg zou brengen heb ik mijn hartsvriendin Martine ervan overtuigt dat ik me in mijn eentje in Brussel wel zou redden. Dat Tine in Brussel bleef hangen stoorde me mateloos. Tegenover haar wilde ik mijn boosheid overeind houden. Ik zei haar dat als Richard geopereerd was en in het revalidatiecentrum was opgenomen, ik een echtscheiding zou aanvragen en dat ze hem met alles erop en eraan mocht hebben. Uit wraak heb ik haar de toegang tot Richard niet geweigerd. Ze moest goed zien waar ze aan was begonnen. Martines invloed, die ongetwijfeld op Tine zou inpraten dat ze moest vertrekken, kon ik daarbij niet gebruiken. Maar ik voel dat de eenzaamheid waarvoor ik koos zijn tol begint te eisen. Het feit dat Richard, hoe vaag ook, reageert heeft mijn weerstand gebroken. Ik kan niet langer flink zijn onder deze bizarre omstandigheden. De scheve schaats die Richard reed zal in de vriendenkring niet geheim blijven. De bank zal op enig moment ontdekken dat een van de topmannen zich met louche zaken bezighield. Ik heb geen idee wat er speelt, maar blijkbaar is het ernstig genoeg om bedreigd te worden. Die enge telefoontjes begonnen toen mijn man in Brussel zat, ik heb ze niet hem gedeeld omdat hij tijdens zijn werk nooit gestoord wilde worden en dat standpunt heb ik zelfs in die angstige situatie gerespecteerd. Er zal niets overblijven van de succesvolle zakenman die hij was. Ondanks zijn hulpeloze toestand wordt hij mogelijk aan de schandpaal genageld. Hoe kom ik ooit met mijn geweten in het reine als ik hem nu in de steek laat. Al zou ik willen, twintig jaren huwelijk zijn niet weg te denken. Wat er ook was tussen Tine en mijn man, zij kan weigeren voor hem te zorgen ze heeft uiteindelijk geen enkele verplichting aan hem. Als blijkt dat zij met hem samenwerkte hoop ik dat zij voor de louche zaken opdraait.'
In de stilte die Jill laat vallen om op adem te komen, hoort ze de kalme de stem van Elsa Breedveld.
‘Mevrouw de Ridder, u heeft heftige weken achter de rug. Dat kan een mens niet alleen opbrengen.’
Met een door tranen verstikte stem zegt Jill; ‘U heeft gelijk, ik denk dat Richard en ik uw steun hard nodig hebben. Zeg maar wanneer u mij wilt spreken.’
En nu vrees ik de roep om een vervolg, maar ik had al aangegeven dat het om drie afleveringen zou gaan. Natuurlijk heb ik zitten broeden op een vervolg van dit verhaal, maar ik kom er niet uit en laat het hier dus bij.