's zomers op het marktplein of op een hoek van de straat waterig schepijs verkoop. Toen ik veertien was werd ik door mijn vader van school gehaald.
Hij was op het onzalige idee gekomen om de ijsmachine en het ijscowagentje inclusief witte jassen en pet van Guiseppe Talamini over te nemen. De dikke Italiaan moest bij gebrek aan opvolging zijn ijssalon sluiten. Mijn vader wilde met een ijsloket naast zijn bruine dorpskroeg de schamele verdiensten wat opkrikken. Ik zou in de zomermaanden in het dorp ijs kunnen verkopen en
's winters in het café goede diensten kunnen bewijzen. Hij vond dat zijn rug genoeg had geleden onder het gesjouw met volle biervaten. De directeur van de ambachtsschool heeft alle mogelijke moeite gedaan om mijn vader op andere gedachten te brengen. Hij zag in mij een goede metselaar, maar mijn vader was niet te vermurwen. Zelf had hij ook niet kunnen doorleren, dus waarom zou zijn enige kind dat wel doen, als hij later een goed belegde boterham aan het café kon verdienen. Mijn moeder deed nog een zwakke poging me op school te houden, door te zeggen dat het café nou niet bepaald een vetpot was.
'Dat klopt,' zei mijn vader. 'Des te meer reden om Bertus van school te halen, dat scheelt een slok op een borrel. Naai jij die jassen van Talamini maar op maat voor hem, de omzet stijgt waarschijnlijk als hij er als een echte ijscoman uitziet.' Sindsdien verkoop in de zomermaanden ijs aan de dorpsjeugd. Het enige voordeel is dat ik niet uren in de lucht van verschraald bier en sigarenrook hoef te staan. Maar als ik heel eerlijk ben haat ik mijn uiterlijk en mijn jeugdige klandizie nog meer. Soms houdt zo'n snotaap me op straat al staande als ik moeizaam trappend mijn ijskarretje naar een standplaats fiets. Als ik dan een lik waterijs op een bekertje van vijf cent sta te smeren voel ik me eerder de slaaf van de dorpsjeugd dan een ijsverkoper en heb ik spijt als haren op mijn hoofd dat ik mijn school niet heb afgemaakt. Ik heb met de vaders en moeders van die ettertjes in de klas gezeten.
En nog erger de mazzelaar hengelde ook Rineke Smit binnen. Zij heeft het nooit geweten, maar zij was het enige meisje in het dorp waar ik een oogje op had.



