Don Juan
Ze is 14 jaar als Maurits, een dik jaar ouder dan zij, voor het eerst op de MULO verschijnt. In de pauze ziet ze een lange knul bij de fietsenstalling staan. Het eerste wat opvalt is zijn donkere haar, daarna ziet ze zijn grijsblauwe ogen op haar gericht.
Het pikzwarte brilmontuur met dikke glazen voelt loodzwaar op haar neus, de jeugdpuistjes op haar voorhoofd krijgen de omvang van molshopen.
Voor het eerst in haar leven ziet ze een jongen echt staan en is compleet van slag. Ze heeft het warm, haar knieën knikken en ze is misselijk.
Is dit de verliefdheid waarover ze heeft gelezen in de boeken van Cissy van Marxveldt? Haar vriendin Mieke zal het vast weten. Bij Mieke zijn de versierhormonen al tot wasdom gekomen. Zelf heeft ze amper weet van het bestaan. Bij de meisjes is het dringen om deze kanjer. Te verlegen om mee te doen aan de versierpogingen houdt ze zich afzijdig en lijdt in stilte, want wat vindt ze hem leuk. Als hij haar op een dag met zijn ogen zoekt en subtiel beweegt om aan het eind van de pauze naast haar te staan, voelt ze zich vereerd met de aandacht die hij haar geeft. De bel maakt een abrupt einde aan dit gelukzalige moment. De lessen van die dag zijn aan haar niet meer besteed. Wazig staart ze voor zich uit en hoort niets van wat de leraren te zeggen hebben. Ze denkt alleen maar aan die jongen die twee klassen verderop zit. Aan het eind van de schooldag wacht Maurits bij de fietsenstalling en vraagt of hij met haar mee mag fietsen. Normaal fietst ze met Mieke naar huis, maar die is in geen velden of wegen te bekennen.
Dronken van verliefdheid fietst ze naast Maurits naar huis.
WE-300: Schrijf in 300 woorden over het woord ontluiken zonder dat woord te gebruiken. Voor meer info en verhalen klik hier




