Geschrokken kijkt de jonge aanstormende fotograaf Govert Marijn naar de vijf figuranten die de examencommissie voor hem heeft gerangschikt.
Twee volwassen mannen met platte boeren petten op hun hoofden, twee vrouwen gesierd met grauwe slappe mutsen en een meisje dat haar rafelige vlechten met een strak kapje heeft bedekt. De felle lampen in de studio verlichten een slordig gedekte vierkante tafel waaraan het vijftal is gaan zitten. Bij het zien van het zooitje ongeregeld, dat zo uit de kringloopwinkel lijkt te zijn weggelopen, zinkt hem de moed voor deze examenopdracht acuut in de schoenen. De droom van een trendy fotoshoot voor een dure glossy vervliegt. De damp van de licht walmende olielamp boven de tafel bezorgt hem prikkende ogen, vluchtig wrijft hij met een wijsvinger opkomende tranen weg. De weeë lucht die uit een bord met aardappelen opstijgt bezorgt hem hoofdpijn en belemmert helder denken. Klam zweet parelt op zijn voorhoofd.
Hoe moet hij van dit stelletje armoedzaaiers dat ook nog eens op elkaar lijkt een acceptabele foto maken. Met geen kilo make-up is er van de hangwangen en veel te grote neuzen iets te maken. Laat staan dat hij enige intelligentie op de domme smoelen kan toveren. Om tijd te winnen zet hij met trage gebaren zijn statief in de juiste stand. Zijn vingers trillen als hij de camera vastklikt.
Terwijl hij een aardappel aan zijn roestige vork prikt zegt de man links aan de tafel.' Je lijkt niet erg met ons ingenomen.'
'Dat klopt, het liefst zou ik weglopen, ik heb geen idee wat ik met jullie moet.'
'Nou', zegt de man. 'Dat lijkt me toch niet zo moeilijk, kijk nog eens goed naar ons, zie je niets bekends.'
Zwijgend schudt Govert zijn hoofd.
Een van de vrouwen pakt een koffiepot en schenkt een kom vol vocht dat meer op slootwater dan koffie lijkt. 'Zeker nooit in het Van Goghmuseum geweest? Dim het grote licht, draai de olielamp wat hoger en kijk dan nog eens. Je moet wel stekeblind zijn als je ons niet herkent. In dat geval verdien je niet beter dan dat je zakt.'
Schoorvoetend doet Govert wat de vrouw hem opdraagt. Met knikkende knieën staat hij achter zijn statief en staart door de lens naar het vijftal aan tafel. Langzaam dringt tot hem door dat hij op belichting wordt beoordeeld.
Hij kijkt op, zijn stem klinkt schor. 'Jullie zijn de aardappeleters.'
'Precies.' Ze zwaait met de koffiepot. 'En schiet nou maar op met een foto van dit tableau vivant, voor mijn neus loslaat. Daarbij begint die wollen kleding behoorlijk te jeuken.'

foto internet
Schrijfcursus: we kregen een plaatje van de aardappeleters van van Gogh toegeschoven.
Opdracht: maak een rijtje van alle details die je op het schilderij ziet, wacht op een associatie en probeer daar een verhaal van te maken. Mijn verhaal kwam goed uit de verf. Kreeg het retour met één geschrapte overbodige zin. De schrijfcoach wil nu weten hoe ik op de fotograaf kwam. Eerlijk gezegd weet ik dat niet goed. Ik vermoed dat het laatste detail wat ik opschreef
'sombere lichtinval' daarvan de oorzaak is.