In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.

woensdag, maart 30, 2011

Doodzonde

Nadat ik in een provinciaal ziekenhuis mijn opleiding tot verpleegkundige heb voltooid, ga ik werken in een academisch ziekenhuis. Ik begin mijn carrière in één van de klinieken op de klassenafdeling.
De werkkamer van professor K. bevindt zich op dezelfde verdieping. De hoofdzuster en mijn collega’s spreken met ontzag over deze man. Nou ben ik, vanuit het vorige ziekenhuis, wel gewend dat de heren specialisten met de nodige egards behandeld worden maar ik begrijp dat een professor nog meer eer verdient.

Op een dag vraagt de hoofdzuster mij of ik de hooggeleerde man zijn soep voor de lunch wil brengen. Een handeling die zij meestal zelf verricht.
Oef, ik moet dus die knappe kop onder ogen komen. Hij staat vast op een sokkel midden in zijn kamer. Op mijn kloppen nodigt een rustige stem mij binnen. Achter een gigantisch houten bureau zit een man met een vriendelijk gezicht en ik ben verbaasd dat hij er blijk van geeft mij niet te kennen.  Ik stel mij voor en beantwoord de vragen die hij stelt. Professor wil weten waar ik vandaan kom en in welk ziekenhuis ik heb gewerkt. En hij vertelt op zijn beurt welke specialisten hij daar kent. Kortom we hebben een aardig gesprek.
Waar ik de moed vandaan haal weet ik niet maar ik vraag of professor K. straks de lege kom in de afdelingskeuken wil zetten.

In die keuken tref ik de hoofdzuster en mijn collega’s eveneens aan de soep. Na enige tijd verschijnt de professor en zegt dat de nieuwe zuster hem heeft gevraagd de lege kom terug te brengen.
De hoofdzuster stikt bijna in de hap die ze net heeft genomen en mijn collega’s tonen enige verwarring. Ik begrijp dat ik een doodzonde heb begaan.
Tot ieders verbazing vraagt de prof of wij altijd op dat tijdstip een soepje nemen en als blijkt dat dit inderdaad het geval is, vraagt hij toestemming voortaan zijn soep samen met ons te nuttigen.
Het lijkt hem veel gezelliger.
Een dergelijk verzoek kun je niet weigeren dus vanaf die dag is de professor, als hij in de kliniek is, tijdens de lunchpauze in de afdelingskeuken te vinden. Hij geniet van de soep en een praatje met ons. Aardige man professor K.

dinsdag, maart 29, 2011

Leesvoer

Echtgenoot en ik hebben een presentatie van een boek over gevelstenen in Maastricht bijgewoond en willen per trein terug naar huis.
We mogen nog niet instappen want eerst moet de schoonmaakploeg van voor naar achteren de trein van alle rommel ontdoen en de toiletten schoonmaken.
Aan de ene kant is het een prettig gevoel dat we straks in een schone trein kunnen reizen, aan de andere kant biedt het niet de kans een vergeten weekblad of de bijlage van een krant te vinden. Echtgenoot heeft straks zijn nieuwe aanwinst om in te lezen. Ik heb vergeten iets in die boekwinkel te kopen. Te druk geweest met bijkletsen.
Na enige tijd krijgen we toestemming om aan boord te gaan en inderdaad er is niets blijven slingeren. De heren hebben grondig opgeruimd.
Ik richt mijn blik op het perron juist als de schoonmaakploeg voorbij komt. Hun karretje is volgepakt met vuilnis, kranten en ander leesvoer. Maar niet alles gaat bij het afval.
Een van de mannen is verdiept in de Playboy en kijkt op als hij ter hoogte van de coupé is waar wij zitten. Onze blikken kruisen elkaar, hij ziet wat ik zie en grijnst breed. Daar gaat mijn vermaak voor de terugreis.

maandag, maart 28, 2011

Taalcuriosa

Castricum
foto ferrara

 
Dit is een foto uit het niet digitale tijdperk.
Ik heb er vandaag een digitale copie van gemaakt.
Hij is niet helemaal scherp.

zondag, maart 27, 2011

Taalcuriosa

foto ferrara
Ik verzamel al jaren curiosa op taalgebied.
Wat ik op straat zie of lees, leg ik vast

zaterdag, maart 26, 2011

Wijsneusje

Kleinzoon is drie jaar geworden en bedolven onder cadeautjes.
Ik vraag mij af of een miniwasmachine voor zo’n knulletje nou een zinnig cadeautje is. Hij vindt blijkbaar van wel want hij speelt er graag mee. Het trommeltje maakt heel wat omwentelingen.
Een half jaar na zijn verjaardag moeten we op hem passen en het bewuste speelgoed is nog steeds favoriet en draait die dag naar hartelust. Op een goed moment hoor ik hem en het trommeltje sputteren, het wasmachientje geeft de geest en mijn kleinzoon neemt het toestel onder zijn kleine armpje en stevent richting voordeur. Ik hou hem tegen en vraag: “Waar ga jij naar toe?”
Hij houdt me het geval voor en zegt: “Batterijen leeg, naar Blokker nieuwe kopen.”
Ik zeg dat hij nog te klein is om alleen boodschappen te doen en beloof hem dat we die dag samen batterijen zullen kopen.
De volgende dag nemen we hem mee op familiebezoek en daar steelt de peuter de show door in de open keuken de boel aandachtig te bestuderen. Als hij alles heeft bekeken draait hij zich om en zegt met verbazing in zijn stemmetje: “Is nie magnetron.”
Mijn schoonzus valt bijna van haar stoel van het lachen. Ze heeft zich inderdaad nooit een dergelijk attribuut aangeschaft.
Thuis staat een piano in de kamer en dat hij er tijdens dit bezoek ook een op zijn pad vindt valt hem blijkbaar alles mee. Hij klautert op de kruk en timmert met zo’n gemak op de toetsen dat wij vermoeden dat hij dat thuis regelmatig doet.
Bij mijn schoonzus kan deze kleinzoon niet meer stuk.
We zijn jaren verder, hij is inmiddels tien. De miniwasmachine is vervangen door Nintendo en ander snel speelgoed...

vrijdag, maart 25, 2011

Voorjaar

ijsheiligen komt
je wilt plantjes in je tuin
violen kopen

donderdag, maart 24, 2011

Gratis

Vanaf de stadscamping in Groningen fietsen we naar het centrum van de stad.
Er is een rommelmarkt gaande en we slenteren op ons gemak langs allerlei prullaria.
We vinden niets waar we ons vakantiebestaan mee willen verrijken maar tussen de Stadjers lopen is voor mij al genoeg. Het is een beetje thuiskomen.
Ik heb hier jaren met veel plezier gewerkt en gewoond en kom nog regelmatig terug om te genieten van Stad en Ommeland.
Koffie aan de voet van de Oale Grieze. Een wijntje bij de Stadlander en ondertussen genieten van het taaltje en de droge humor, die ook hier op straat ligt.
Kijk,  Groningen is alweer met mij aan de sliert. Terug naar de rommelmarkt.
Op de grond ligt rijp en groen uitgestald,  waaronder een CD met een sticker met het woord gratis.
Een snuffelaar raapt het doosje op en vraagt in zijn dialect: “Kost dei gratis CD?”
Antwoord van de handelaar: “Twei vieftig.”
“Bist nait wies dat geef ik er nait veur.” zegt de klant.
“Zelf wait’n, koop j’um toch nait.” antwoordt de koopman en ziet erop toe dat de CD weer tussen de rommel belandt.