Toen ik op kamers ging wonen kreeg ik de rookstoel van Opa
mee.
Als die rookstoel had kunnen vertellen…
Dan zou hij verhalen over mijn Opa, die genietend van zijn
sigaar, tevreden zijn voortuin bekeek.
Trots op de uitbundig bloeiende azalea waar menig
voorbijganger naar wees.
De stoel zou vertellen over de zaken die Opa dreef op de
beurzen van Rotterdam en Brussel. Plaatsen die hij regelmatig aandeed en
waarvan hij steevast terugkwam met de De Lach in de binnenzak van zijn overjas
en voor zijn kleinkinderen een plak Belgische Chocolade.
Of de rookstoel zou vertellen van die keer dat ik met de
schaatsen nog aan mijn voeten van het ijs kwam. Met mijn bijna bevroren vingers
wist Opa wel raad. Stromend kraanwater en daarna zijn enorme handen en warme
oksels die mijn koude vingers weer opwarmden. Tranen met tuiten huilde ik van
de pijn, maar het hielp wel.
De stoel zou vertellen van Opa die bij een klein krasje op
zijn auto heel boos kon worden.
Maar toen zijn zonen de Opel in een slip aan gort hadden
gereden en er gebroederlijk zonder kleerscheuren waren uitgekropen, zei Opa dat
overleven het belangrijkste was.
Hij schafte zich prompt een Mercedes aan waarin hijzelf niet
achter het stuur zat omdat hij geen rijbewijs had. Zijn zonen waren zijn
chauffeurs als hij niet per trein reisde.
De rookstoel zou verhalen over het feit dat het zijn
kleinkinderen aan niets ontbrak omdat hij de geldzorgen van zijn oudste dochter
grootmoedig op zich nam.
De rookstoel die Opa een veilige haven bood tijdens de
zorgen en het verdriet die hij had toen Oma, zijn steun en toeverlaat, ernstig
ziek werd en na een heftig ziekbed overleed.
De stoel wist waarschijnlijk van de hartklachten die Opa had
en waar hij nooit iets over zei.
Op een dag bleef de stoel leeg omdat Opa niet meer wakker
werd uit zijn slaap.
Die rookstoel zou vertellen dat hij zijn bezetter, in zijn
dreidelig pak met eeuwige sigaar, miste.