‘Uw bezoek is niet gewenst’, staat op het kaartje dat mij op
een zilveren dienblaadje onder de neus wordt geschoven.
Op een zomerse dag ben ik na een lange fietstocht, gekleed
in korte broek, poloshirt en sportschoenen, neergestreken op het zonnige terras
van restaurant De Gastronoom.
Afhankelijk van de gelegenheid schuif ik hier in pak of jacquet regelmatig aan. In deze sportieve outfit wordt de gast blijkbaar niet herkend. Het restaurant dat gastvrijheid hoog in het vaandel heeft staan en daar in hun
goudopsnee menukaart een hele pagina aan wijdt, blijkt in de praktijk aan
discriminatie te doen.
Zonder stampij te maken sta ik op en vind naast mijn
fietssleutels een verdwaald visitekaartje in mijn zak. Ik leg het naast het
ongastvrije exemplaar op het blaadje en verlaat, met de pest in, het terras. De
gerant die mij wel herkent en mij ziet vertrekken komt nog even gastvrij de
hand schudden. Zwijgend wijs ik op het serveerblaadje.
De man verschiet van kleur en put zich uit in excuses. ‘U
begrijpt Professor dat dit niet voor u is bedoeld, dit is voor gasten die niet
in ons profiel passen.’
‘Ik wist niet dat jullie aan ballotage doen. Ik kwam voor
een Leffe Blond, maar die ga ik nu op mijn eigen terras drinken’, zeg ik ijzig.
‘Professor, ik hoop dat u aan dit incident geen
ruchtbaarheid zult geven, u weet als geen ander hoeveel promotiefeesten in ons
restaurant worden gegeven. Ik schat uw gezag en mening hoog in, negatieve
reclame in uw kringen zou ons een smak geld kunnen kosten.’
Verbijsterd door de schaamteloosheid van de omhooggevallen
vakman stap ik op mijn fiets.
Thuis schenk ik mij een koele Leffe Blond in en overdenk,
nippend aan mijn glas, het gebeuren in De Gastronoom. Bij het op handen zijnde promotiefeestje van een mijn wetenschappers
kan ik niet wegblijven.
U leest het, aan het verzoek van de gerant besluit ik
niet te voldoen
ColumnX uitdaging voor de maand juli: schrijf een recensie over een restaurant waar de eigenaar tranen van in zijn ogen krijgt.