Onderstaand is, na advies om het om te zetten in de ik-vorm en wat wijziging in de woordvolgorde aan te brengen, het eindresultaat.
Nevelen
het is nacht, verstikkend
donker
de lucht sluit zich kil en
vochtig
als een klamme deken
om mijn rillende ledematen
uit de duisternis die zich
voor mij uitstrekt welt
bedompte
geur van natte aarde
onder mijn voet kraakt een
tak
mijn zintuigen staan op
scherp
hulp bieden ze niet
eerder jagen ze angst aan
er strijkt iets langs mijn
gezicht
ik proef het zout van angstzweet
dat in mijn mond loopt
hoor geluiden die ik niet
herken
mijn ademhaling versnelt
mijn ogen sperren zich wijd
open
terwijl mijn stem het begeeft
raakt mijn brein beneveld
er heerst leegte, onheilspellend
slokt het duister mij op tot
ik een zacht gefluister hoor
‘welkom in de wereld van de
witte wieven’






