Uithangtekens De Kunstschilder
Klik voor het blog op de deurklink rechts op de pagina
of:http://ferrara-openronddedeur.blogspot.com/
In verband met modereren kan het zijn dat het even duurt voor je reactie zichtbaar is.
woensdag, oktober 31, 2018
dinsdag, oktober 30, 2018
Tegenstelling
Groot-Klein
Frans Hals
Catharina Hooft en haar Min
Zandsculpturen Garderen
Thema Oude Meesters
foto ferrara
zondag, oktober 28, 2018
Kattenpraat 5
Aan het lijntje
Opgeborgen in mijn mand reis
ik regelmatig mee naar de moeder van Ferrara. Ik noem haar “oude dame”. Het donkere haar met hier en daar spierwitte stroken draait ze in een grote knot. De voorkeur voor niet al te kleurige kleding doet de rest. Het geeft haar een statige uitstraling.
Daar ik last heb van
oorsuizen zodra in een auto zit, is reizen niet mijn favoriete bezigheid. Aan de vaste handelingen die mijn mens verricht merk ik dat er een uitstapje in het
verschiet ligt. Zodra de zwarte beautycase voor haar toiletspullen in mijn
vizier komt neem ik de benen.
Meestal moet Ferrara op haar buik onder het bed kruipen om mij uit de verste hoek te plukken. Door mijn vier poten op de hoeken van de mand te zetten leveren we voor vertrek flink strijd. Ik vrees de dag dat ze in de gaten krijgt dat ze mij als eerste in de reismand moet zetten voor ze haar eigen spullen tevoorschijn trekt. Dan zit ik opgesloten voor ik er erg in heb.
Meestal moet Ferrara op haar buik onder het bed kruipen om mij uit de verste hoek te plukken. Door mijn vier poten op de hoeken van de mand te zetten leveren we voor vertrek flink strijd. Ik vrees de dag dat ze in de gaten krijgt dat ze mij als eerste in de reismand moet zetten voor ze haar eigen spullen tevoorschijn trekt. Dan zit ik opgesloten voor ik er erg in heb.
Eenmaal achter de voordeur
van “oude dame” is het reisleed snel geleden. Alles wat een kat nodig heeft
staat daar voor me klaar. Zo kan ik na de lange reis meteen op een schone bak,
staat er een bakje vers hart en wacht me na de maaltijd een stevige aaipartij.
Best mens die “oude dame”. Ik
mag hier zelfs naar buiten. Dat heeft wel wat pootjes in de aarde gehad, maar
sinds het incident met het tuigje heb ik bewezen dat ik in deze straat de weg
naar huis weet te vinden.
Dit is wat er gebeurde.
Ferrara gaat met vakantie en
ik ga voor het eerst logeren bij “oude dame”. Diep in haar hart vindt ze het niks
dat ik niet buiten kom. Zelf had ze vroeger twee katten die alle vrijheid van
het buitenleven genoten. Maar Ferrara is streng. Ze drukt haar moeder op het hart mij vooral
niet aan het buitenleven te laten wennen, want dat geeft problemen als we terug
zijn in de bovenwoning. Daarbij ben ik nog niet geopereerd om te voorkomen dat
ik kinderen krijg. Aangezien “oude dame”
begane grond woont met een achtertuintje
besluit ze een (te simpel) tuigje voor me te
kopen.
Goed bedoeld, maar te belachelijk om over te miauwen. Een kat in een
tuigje dat is verbonden met de waslijn. Een actieradius van zes meter. Drie
heen en drie terug, want meer lengte heeft de waslijn niet. Een beetje kat pikt
dat niet. Ik wurm net zo lang met kop en poten tot ik bevrijd ben van het
harnasje en neem meteen de wijk naar het plantsoen aan de overkant van de
straat.
Flink grasveld, veel struikgewas waaronder je heerlijk kunt zitten
krabben, een vijver met een treurwilg ernaast en verder een aantal bomen om je
nagels aan te scherpen. Kortom een paradijs voor de binnenkat.
Het duurt niet lang voor
“oude dame” me mist en op haar stoep staat te rammelen met de doos brokjes. Dat
heeft het voordeel dat ik kan zien bij welke voordeur ik straks moet gaan
zitten miauwen als ik hier ben uitgekeken. In de straat zijn alle voordeuren
gelijk, maar dat probleem lost zij, zonder het te weten, mooi voor me op. Ze
rammelt maar een eind weg met die brokken, voorlopig trap ik er niet in. Onzichtbaar struinend tussen de struiken, straf ik haar voor het harnasje.
Zuchtend sluit zij de voordeur.
Onder de rozen ga ik er eens flink voor zitten. Dat is wat anders dan ronddraaien op een bak vol korrels. Wat een genot.
Onder de rozen ga ik er eens flink voor zitten. Dat is wat anders dan ronddraaien op een bak vol korrels. Wat een genot.
Terwijl ik mijn afval keurig
begraaf, sta ik plotseling oog in oog met Pleun, de langharige teckel van de
buren. Hij bedenkt zich niet en begint keihard te keffen. Het wolbaaltje op pootjes
denkt zeker dat hij de baas is op dit groene landgoed. Ik laat het niet op me
zitten, zet een hoge rug op en mijn staart doet niet onder voor de krullen op
de rug van Pleun. Hij blijft keffen en ik blaas me uit de naad. Helaas is de hond niet onder
de indruk van mijn tegengas. Hij trekt zijn boventanden bloot en zet een paar
passen in mijn richting. Verdere toenadering wacht ik niet af en klim in de
dichtstbijzijnde boom. Gelukkig roept de buurman zijn hond tot de orde en
waarschuwt hij “oude dame” dat ik mijn toevlucht heb gezocht tot een boom.
Zodra de buurman en zijn hond
achter hun voordeur zijn verdwenen laat ik me uit de boom vallen en zet het op
een rennen naar de deur die voor mij openstaat. Binnen neem ik opgelucht een
hap brokken op de goede afloop.
foto internet
dinsdag, oktober 23, 2018
zondag, oktober 21, 2018
Kattenpraat 4
Kuurtje
Als medebewoner van een
kleine bovenwoning kom ik nooit buiten.
Mijn mens werkt voltijds dus
wie moet me binnenlaten als ik het buiten voor gezien hou. Neem een kattenluikje
in de voordeur zou je zeggen, maar Ferrara is niet van plan daarvoor
toestemming aan de huisbaas te vragen.
Zij houdt mij het liefst binnen de poort.
Niet alle buurtbewoners zijn gecharmeerd van katten. Vooral de duivenmelker om de hoek moet niets van ons soort hebben.
Zij houdt mij het liefst binnen de poort.
Niet alle buurtbewoners zijn gecharmeerd van katten. Vooral de duivenmelker om de hoek moet niets van ons soort hebben.
Voor genieten van de
buitenwereld ben ik aangewezen op de vensterbank.
Af en toe komt het water me
in de bek, als er een vette buurduif voorbij vliegt.
Met mijn lijf, model
theemuts, is het geen partij. Maar fantaseren over duivenjacht kan niemand me
verbieden.
Eigenlijk beweeg ik niet
genoeg. Het ligt niet in mijn aard om 6 keer per dag twee trappen op en neer te
klauteren om slank te blijven. Daarbij smaakt het eten me prima. Geef mij goed blikvoer
(sommige soorten zijn niet te kanen) of nog beter een portie vers hart en ik
ben tevreden. Als toetje kauw ik een handvol droge brokjes met het grootste gemak
weg. Goed voor mijn tanden, blijven ze scherp van. Dat laatste is flauwekul
natuurlijk want ik kan toch niet op jacht.
Onlangs zijn die brokken me
opgebroken. Vorige week heb ik benauwde uren gehad. Mijn blaas staat op
springen, wat ik ook probeer er komt geen drup. Wanhopig krabbend breng ik de nacht op de bak door.
Aangezien we klein behuisd
zijn dringt mijn paniekerige gedrag tot in Ferrara’s slaapkamer door. Om 4.00
uur zit mijn mens met het ‘complete poezenboek’ op schoot en komt tot de
conclusie dat ik een blaasontsteking heb. Met gezwinde spoed brengt ze
me de volgende morgen naar de dierenarts.
Voor de derde keer in mijn
jonge bestaan beland ik bij de witjas op tafel en wat zegt de wijsneus. ‘Je
poes lijdt aan een welvaartsziekte. De kat van tegenwoordig eet droge brokken
en krijgt zodoende te weinig vocht binnen. Blaasontsteking is het gevolg. Ik
zie het veel in de praktijk. Minder brokjes, meer drinken, is mijn advies. Daarbij
is ze te dik, wat meer lichaamsbeweging zou haar goed doen.’
Het eind van het liedje is dat
ie een ferme spuit tussen mijn schouderbladen plant. De zachte handen die ik me
herinner vallen dit keer nogal tegen.
Ik grom als een volleerde tijger. Vindt ie nog grappig ook. ‘Ja, mevrouwtje laat van zich horen.’
Ik grom als een volleerde tijger. Vindt ie nog grappig ook. ‘Ja, mevrouwtje laat van zich horen.’
Ik heb zin hem een haal over
zijn vingers te geven. Weet die vent veel van mijn bestaan op een bovenwoning.
Sinds het bezoek aan de
dierenarts ben ik op dieet en ik moet een pillenkuurtje wegwerken. Smerig spul.
De eerste, die ik in mijn eten tegenkom, drop ik op de vloer naast mijn
etensbakje.
Ferrara nijdig. Ik jaag haar op kosten, zegt ze. Die tabletjes zijn goed voor een rekening van 25 gulden.
Ferrara nijdig. Ik jaag haar op kosten, zegt ze. Die tabletjes zijn goed voor een rekening van 25 gulden.
Ze raapt de pil van de vloer en
prakt hem door het restje wat ik demonstratief laat staan. Mopperend propt ze
een nieuwe exemplaar in een stukje vers hart. Nu komen we tot elkaar.
Ik vind hart zo lekker dat ik
die rommel wegslik voor ik er erg in heb.
Inmiddels zijn we een paar
dagen verder en is het plasprobleem verholpen.
Dat komt niet alleen van die
pillen. Ik slobber ook braaf mijn drinkbakje leeg.
Nu nog meer bewegingsvrijheid
veroveren. Daarover een volgende keer.
woensdag, oktober 17, 2018
Slecht zicht
gesluierde blik
nog onvoldoende gerijpt
staar op de lenzen
Deze senryu schreef ik in
oktober 2014, na een bezoek aan de oogarts.
De opticien wilde me geen
nieuwe glazen aanmeten voor er door de oogarts naar mijn ogen was gekeken. De
vakman had een scherpe blik, alleen vond de oogarts de vervuiling nog niet erg
genoeg. In vaktermen ‘De staar is niet rijp, kom over vijf jaar maar eens
terug.’
Die vijf jaar haal ik dus
niet. Mogelijk is het mijn vaste lezers opgevallen dat ik al een tijdje een
groter lettertype gebruik en het contrast op mijn blog scherper heb ingesteld.
Deze zomer kon ik tijdens een
knooppuntenfietstocht op geringe afstand niet meer zien of we links of rechtsaf
moesten. Gelukkig hield meneer F. me op het rechte pad. Achter het autostuur
begon ik vooral in schemerdonker moeite te krijgen om borden te lezen en toen ik
een ‘vage’ kennis vanwege een geblurd gezicht wel erg laat groette, leek mij de
staar overrijp.
Gisteren zat ik in alle
vroegte, 8.00 uur is vroeg voor een pensionado, op de poli oogheelkunde. In de
wachtkamer zat één
lotgenoot, maar dat duurde niet lang. Al snel voegde zich een
echtpaar bij ons waarbij de mannelijke helft aankondigde dat hij het hele
circus al achter de rug had, maar dat hij nu zijn vrouw vergezelde.
Het type ‘neem nou mijn geval’
vertelde en passant ook even dat er bij hem iets was misgegaan. Waarop ik niet
kon nalaten te zeggen dat hij ons dus kwam opvrolijken. De man haastte zich te
zeggen dat het euvel keurig was opgelost en dat een staaroperatie een fluitje
van een cent is. Kijk daar heb je wat aan. Nou was dat voor mij geen nieuws,
want in mijn vriendenkring zijn er al velen voorgegaan die hetzelfde zeggen.
In een tijdsbestek van een uur
legde ik vijf keer mijn kin in een schoongemaakt gleufje en steunde mijn
voorhoofd tegen een band.
Om te beginnen deed een assistente een oogdrukmeting en voorzag me van oogdruppels die de pupillen verwijden.
Om te beginnen deed een assistente een oogdrukmeting en voorzag me van oogdruppels die de pupillen verwijden.
Vervolgens naar de optometrist die
met diverse glassterktes aan het goochelen sloeg en waar ik zelf andermaal tot
de conclusie kwam dat een heldere kijk op de wereld behoorlijk afneemt.
Nummer drie bleek een co-assistente die terecht van A tot Z mijn belevingen wilde weten om uiteindelijk, terwijl ze me diep in de ogen keek, de schijnwerpers eens flink te hanteren. Ze deed zorgvuldig haar werk, hoewel ik geen idee had wat ze nou precies zag. Lichtelijk verblind mocht ik in de wachtkamer gaan zitten terwijl zij haar bevindingen met de oogarts zou doornemen. In deze wachtruimte zat een man op leeftijd, flink postuur in een knalroze T-shirt. Dat kwam via mijn verwijde pupillen vol binnen. Toen ik van hem wegkeek vertoonden de zachtgele wanden enorme roze vlekken.
Nummer drie bleek een co-assistente die terecht van A tot Z mijn belevingen wilde weten om uiteindelijk, terwijl ze me diep in de ogen keek, de schijnwerpers eens flink te hanteren. Ze deed zorgvuldig haar werk, hoewel ik geen idee had wat ze nou precies zag. Lichtelijk verblind mocht ik in de wachtkamer gaan zitten terwijl zij haar bevindingen met de oogarts zou doornemen. In deze wachtruimte zat een man op leeftijd, flink postuur in een knalroze T-shirt. Dat kwam via mijn verwijde pupillen vol binnen. Toen ik van hem wegkeek vertoonden de zachtgele wanden enorme roze vlekken.
Gelukkig werd ik snel binnengeroepen.
Andermaal mocht ik mijn kin in de gleuf en mijn voorhoofd tegen de band leggen.
De oogarts deed het werk van de co-assistente over met nog fellere lichtbakken en kwam tot de conclusie dat ze haar werk goed gedaan had. Dat
vermoeden had ik al.
‘Mevrouw ik vertel u vast
geen nieuws als ik zeg dat u staar heeft.’ sprak de enige man in het gezelschap
dat zich deze ochtend met mij bemoeide. Vervolgens legde hij nauwkeurig uit wat
hij mij kon bieden aan lenzen.
Hij adviseerde, gezien de sterkte van het glas voor mijn linker oog niet naar een brilloos bestaan te gaan. Nou had ik, naar aanleiding van alle verhalen van voorgangers, toch al besloten desnoods een montuur met vensterglas te kopen. Wie zijn hele leven een bril heeft gedragen kan in zijn 70e levensjaar niet meer zonder. Volgens mij is dat geen gezicht. Enfin, dat probleem lost zich vanzelf op.
Hij adviseerde, gezien de sterkte van het glas voor mijn linker oog niet naar een brilloos bestaan te gaan. Nou had ik, naar aanleiding van alle verhalen van voorgangers, toch al besloten desnoods een montuur met vensterglas te kopen. Wie zijn hele leven een bril heeft gedragen kan in zijn 70e levensjaar niet meer zonder. Volgens mij is dat geen gezicht. Enfin, dat probleem lost zich vanzelf op.
Tot slot naar de afsprakenbali en
jawel hoor, kin in bakje, voorhoofd tegen de band, dit keer om de nieuwe lenzen
te bepalen.
Als ik naar huis fiets komt
het zonlicht keihard binnen. De pupillen reageren nog niet adequaat. Meneer F.
had gelijk; ‘Neem een zonnebril mee.’
Ik ben te lui om af te stappen en het ding uit mijn tas te vissen.
Ik ben te lui om af te stappen en het ding uit mijn tas te vissen.
dinsdag, oktober 16, 2018
Abonneren op:
Posts (Atom)



